Weblog2

De begrafenis van opa Johan Eggink 2

foto: Opa in gesprek met ome Hendrik Jan Groot Nuelend.

Familie en vrienden

Johan Eggink was een begenadigd mens. En daarover is hij tot op de laatste dag van zijn leven verwonderd geweest. Wie ben ik, vroeg hij zich voortdurend af, dat ik doen mag wat ik doe?
Ja, wie was hij? Daar kan ik zomaar geen antwoord op geven, hoogstens een paar dingen noemen die bepalend waren voor de wijze waarop hij in het leven stond.
Hij was een christen. Dat moet allereerst gezegd worden, want dat was bepalend voor heel zijn denken en doen. Boven het artikel in Hervormd Nederland, waarin het televisie-interview met hem stond afgedrukt staat: Johan Eggink, een weerbarstig christen. Dat was hij, in alle zachtmoedigheid inderdaad, omdat hij omwille van zijn overtuiging, bereid was om dwars tegen de gevestigde mening in te gaan. En dat de kerk met al zijn ambtsdragers dat niet durfde, nam hij de kerk kwalijk. Dat maakte dat hij tot de overtuiging kwam dat hij moest kiezen tussen Christus en de kerk, en hij koos voor Christus. Maar dan ook helemaal. Hij wist zich geroepen door God zelf. Hij kon het zo heel gewoon vertellen: toen hoorde ik een stem die zei: je moet daarheen gaan, en ik zei….
Zomaar alsof het heel gewoon is dat je een gesprek met God voert. Dan dacht ik altijd aan de verhalen uit het Oude Testament, waar dat ook zo vanzelfsprekend staat: en God sprak tot hem. Ik heb me altijd afgevraagd: hoe zou dat zijn als God zo direct tegen je spreekt? Maar Johan Eggink wist het. Begenadigd mens! Maar het maakt het leven niet gemakkelijk. O nee, dat niet. Het heeft hem veel strijd gekost voor hij tot twee beslissende ervaringen kon komen. Die ervaringen waren dat hij vanuit een grote angst leerde zeggen: ik stel me tot Uw beschikking. Je moet je zonder enige voorwaarde aan God overgeven, dat heb ik ook gedaan, schreef hij me vlak voor kerstmis. Daardoor werd hij bevrijd van alle angst, daardoor leerde hij zeggen: o mijn Vader.
De tweede ervaring. Eens was hij diep ongelukkig. Toen zei hij tegen God: als het Uw wil is dat ik mijn hele leven zo ongelukkig blijf, wil ik het ook.
Het antwoord op deze totale overgave, onvoorwaardelijke was een ervaring van vrijheid die niet in woorden was uit te drukken. Niet toevalig staat in het boekje waarin hij alles schreef wat hem trof een gedicht dat eindigt met de woorden:
Ge moet steeds u zelve vergeten,
Vergeten om “ik”te zijn.
Want: het enige wat ge moet willen
Is willen wat Hij wil.
Johan Eggink heeft de goede strijd gestreden, en het geloof behouden.
Vanuit deze diepe overgave aan God heeft hij zich beschikbaar gesteld voor tallozen, gevraagd en ongevraagd. Hij schreef brieven, bemoedigend, getuigend, vermanend, richting gevend. Ik heb er heel wat ontvangen, ik was er altijd dankbaar voor, en ik zal ze missen, dat de vellen papier, met de aanhef: lieve vriendin en de ondertekening vriend Johan niet meer bij mij in de bus zullen liggen. Vriend Johan, voor hoe velen is hij dat geweest! En al mogen we niet verdrietig zijn om zijn heengaan, hoe velen zullen hem missen. Zo’n mens is immers een geschenk van God in je leven! Natuurlijk riep zijn manier van denken ook weerstanden op bij velen. Ingezonden stukken die geweigerd werden, predikanten die bang waren voor zijn uitdaging ( en ik ook ), omdat hij zo radicaal was. Als hij geen gehoor vond deed hem dat verdriet, hij had zonder ook maar een moment hoogmoedig te zijn medelijden met hen die niet wilden luisteren. Het was immers niet zijn boodschap, maar die van God, die hij alleen maar doorgaf.

Family and friends

Johan Eggink was a blessed human being. And about that he was wondering until the last day of his life. Who is it I am, he was asking himselve all the time, that I ‘m allowed to do what I do.
Who was he? I cannot give you the answer, only give you a few things who were definite the way he stood in life.
He was a christian. That ’s the first thing that has to be said, that was definite for all his thinking and doing. Above the article in Hervormd Nederland, in which that tv interview was
written stood: Johan Eggink an unruly christian. And that he was, in all meekness indeed because he was willing by his conviction to go straight across the regular opinion. And that the church with all his Ministers that did not dare he took it very much amise. That let him to make a choice between Christ and the church and he choose Christ. But than totally. He knew himselve called by God selve. He just could tell it so very simple: then I heard a voice who said: you have to go there, and I said…
Just as it was so normal for him to speak with God. Then I always thought about those stories in the Old Testament, where that also is written as a matter of course: and God said to him…. Just as it would be normal to speak with God. I always had to think at the old Bible stories you read so and I always have been thinking: How would it be… when God is speaking to you? Johan Eggink knew. Blessed person! But it doesn’t make life easy. Oh no. It took a lot of battle to come to two …… experiences. That was that he could say out of big fear: I’m Yours. You have to give yourself totally, so I did he wrote me just before Christmas. So he lost all his fear and learned to say: Oh my Father.
His second experience. Once he felt very unhappy. Then he said to God: If it’s what You want that I will stay unhappy all my life, I want to be that too.

The answer on these totally surrender was an experience of freedom what isn’t to be said in words. In his small booklet in which he wrote everything what affects him is a poem that ends with the words:
You have to forget yourself
Forget to be “ I ”
The only thing you have to want
Is wanting what He wants.

Johan Eggink has fought the good fight and kept his faith.
From this deep devotion to God, he was available for countless numbers requested and unsolicited. He wrote letters encouraging witnesses monitorial direction giving. I have received many, I always was grateful for it, and I will miss that the sheets of paper with the title: Dear friend and the signing friend Johan.
Friend Johan, for how many he has been! And though we are not sad to let him go, however many people will miss him. Such a man is a gift from God in your life!
Of course his way of thinking called also many resistors. Submitted documents were refused, pastors who feared for his challenge (and me too) because he was so radical. If they were not hearing he had even a moment without arrogance to pity those who did not want to listen. It was not hìs but God’s message, he just passed on.

De begrafenis van opa Johan Eggink 2 Meer lezen »

Opa’s begrafenis 1

foto: opoe’s mandje bij tante Jo en Erna.

In het mandje van opoe zat ook de toespraak van ds Barnard, een goede vriendin van opa, die ze hield bij zijn begrafenis in 1974. Ik geef het in drie delen weer:

Inleiding

We zijn hier samengekomen om recht te doen aan het leven en sterven van Johan Eggink.
Zelf noemde hij twee jaar geleden de begrafenis “de grote komedie”, waarbij misschien nog een geestelijke een heel spannende toespraak houdt.
Vrienden, dat is niet de bedoeling.
We zijn hier samen in de kerk uit zuiver praktische overwegingen, omdat wij u hier een zitplaats kunnen aanbieden. Maar dit is géén kerkdienst. Dat zou niet in de geest van Eggink zijn.
Het is ook geen rouwdienst, dat zou evenmin in zijn geest zijn. Daarom dragen wij ook geen rouwkleding, op zijn verzoek. Hij is immers opgeroepen tot Hoger Leven, zoals hij zelf formuleerde. Ik denk dat ik hier ook niet sta als geestelijke, als predikant, maar als vriendin van deze mens die voor mij “vriend Johan” was en daar ben ik trots op.
Ik hoop hier vanmiddag, om recht te doen aan zijn leven en sterven, kort samen te vatten wat hijzelf als een boodschap heeft willen uitdragen, want juist daardoor was hij een mens om lief te hebben, om eerbied voor te hebben.
Een man met een originele geest, maar vooral met een groot geloof. Daarvan getuigt het lied dat wij nu zingen.

De Levensweg.

Mijn voeten gaan vertragen, Heer: ik ben zo moe.
Zij willen enkel dragen Heer, mij naar U toe.
Ik zoek geen aardse lusten meer, ik zucht naar U.
Mijn hart zal nimmer rusten Heer, voor ’t rust in U.
—————————————————————————————————————-
At the funeral of opa Johan Eggink 1

We are here to do right on the life and death of Johan Eggink. Two years ago he called the funeral “the large comedy”, at which a reverent might make an exiting speach.
Friends that’s not what is meant.
We are here by only practical reason, we can offer you a seat. But this is not a church-service. That wouldn’t be like Eggink was.
It’s not a memorial service either. That’s why we aren’t wearing mourning clothes on his demand. He just is called to Higher Life as he said. I think I’m not standing here as a minister of religion, a reverent, but as a friend of this man who was friend Johan to me and I’m proud about it.
I hope here this afternoon, to do right on his life and death, to tell you shortly what it was he would disseminate as a message, that’s why he was a human being to love, to honour.
A man with an original mind, but especially a great faith. The next song will testify of it.

The path of life
My feet will slow down Lord: I am so tired
They only will carry me to You
I’m not looking for earthly desire any more, but just for You
My heart will not find rest, but only in You

Opa’s begrafenis 1 Meer lezen »

Anthoni Christiaan Wijnandt 2

Bovendien stuurde hij ook een afschrift van de doopinschrijving van onze dichter. Hij werd gedoopt in Gendringen in 1767.
Opvallend vind ik de bladzijde met aan de linkerkant de dopeling, geboren uit een weledelgeboren heer en een weledele dame en aan de rechterkant de dopelingen van het gewone volk.
In de kerk moest er blijkbaar verschil wezen terwijl dat bij de inschrijving van het huwelijk niet het geval was.

Ook moeilijk te lezen op de foto. Daarom:

Anno 1767
Op 25. Januari
Antoni Christiaan Wijnandt.
De Vader de Weledelgeboren Heer Damiaan Hugo Staring Capitein ter Zee
en de Weledele Mevrouw Sophia Wijnanda Verheull.
De vader getuijge alleen.

Een doopinschrijving van een ander:
Op 9. Aug.:
Jenneken.
De Vader Gerrit Herbers, De Moeder Janna Salemincks
De vader getuijge alleen

Ik vind in dezelfde rechterrij toch nog één die een weledele afkomst heeft maar niet weledelgeboren en daarom blijkbaar toch in de rechterrij hoort:

Op 25. okt.
Frederick Salomon.
De Vader De Weledele Heer Gerrit Smits, Landschrijver Der Heerlijkheid Gendring Elten- niet goed leesbaar- De Moeder Juffr. Sara Boevelt
Getuijge De Heer Sweer Derck Boevelt

Harry bedankt!

Anthoni Christiaan Wijnandt 2 Meer lezen »

Anthonie Christiaan Wijnand Staring

Mocht je nieuwsgierigheid gewekt zijn over die voorletters van onze dichter Staring?
Harry Bruger stuurde de oplossing. Hij mailde een afschrift van de inschrijving van het huwelijk te Almen van deze ACW Staring met zijn eerste vrouw.
Het is misschien niet zo duidelijk op de foto. Daarom:

Den 6 Junij Zijn op Attest van Zutphen alhier getrouwd
Anthonie Christiaan Wijnand Staring en Everdina Maria van LobenSels

Jammer dat je hier niet met die mooie krulletters kunt schrijven.
In het doopregister heeft de naam wel evenveel letters maar met een e minder en een t meer.

Anthonie Christiaan Wijnand Staring Meer lezen »

De Hoofdige Boer

Een standbeeld van de dichter ACW Staring heeft een ereplaats gekregen in het centrum van Vorden.

Eene Zutphense Vertelling

"swerving from our father’s rules
Is calling all our fathers fools."

Elk weet, waar ’t Almensch Kerkje staat,
En kent de laan, die derwaart gaat,
Een duiker perst daar, onder ’t spoor,
Zijn schuim tot in de Berkel door:
Al golft rondom de wintervloed,
Men komt ter preek met droogen voet,

Eens was het anders hier ter stee,
Wanneer een voord den weg doorsnee,
En ’t brugje, naast die voord geleid,
Den smaad droeg van zijn nieuwigheid.
Ik vond een boek, dat meld daarvan,
Wat volgen moet, zoo ’t rijmen kan.

De voord, dan min dan meerder diep,
Naar sloot en schiegrep stond of liep,
Was Almens gansche tempelschaar –
Vooral de Meisjes! tot bezwaar:
Met schade aan dure feestkleedij
Kwam menig aardig kind niet vrij;
Men raakte in ’t zweet op ’t lange pad;
Men vatt’e koude in ’t modderbad;
En de ijver om ter kerk te gaan
Bragt buikpijn en geen stichting aan.

Kortom die voord was elks verdriet,
In Almens needrig dorpsgebied;
Van toen de Meid, _per_ bezemstok,
Den schoorsteen uit daar overtrok,
Tot, na verloop van eeuw en dag,
De Tooverkunst begraven lag;
Wanneer een Kerkedienaar kwam,
Die ’t oud gebrek ter harte nam,
En, op een morgen, na ’t sermoen,
Zijn woord aldus begon te doen:

"Mijn Vrienden, in mijn prillen tijd,
Ten herder van dit oord gewijd,
Zwom ik, met onbezweken trouw,
Mijn kudde voor, naar ’t kerkgebouw.
Ook lìeden nog, hoe grijs van kin,
Schoot ik getroost den slibkuil in;
Maar ’t wil niet meer, en blijft het dus,
Zoo heet ik ras emeritus.
Met droogen hoest en jicht bezocht,
Verlaat mij kracht en ademtogt.
Nog tweemaal als van daag doorweekt,
Eilaas, dan heb ik uitgepreekt!

Een Brug, op ’t smalste, naast de voord,
Uit planken van ’t geringste soort,
Ziet daar mijn wensch! Vergeet toch niet,
Wat ge in dien poel al schoenen liet!
Denkt aan uw kostlijk zondagsgoed,
Bedorven door dien moddervloed!
Ligt vindt gij, eer het werk verjaart,
Uw uitschot dubbel ingespaard;
En ik behoef dan baai noch drop,
En luik weer als een arend op!"

Hier zweeg den Man. Zijn aanspraak had
De luidjes bij hun zwak gevat.
Het stuk kwam ernstig op ’t tapijt;
En wat men hoorde, wijd en zijd,
Was, viermaal dertig dagen lank,
Slechts palen, balken, rib en plank;
En, driemaal dertig andermaal,
Slechts planken ribben, balk en paal!
Ja, ’t scheen zoo ver de Berkel vloeit,
Zou’ ieder boord met hout beschoeid;
Of dat een reuzenzoldering
Den ganschen stroom verdekken ging.
Doch, met Aprilmaands lesten dag,
Moest blind zijn, die de brug niet zag!
Nog blinder, die met Julij kwam,
En niet van ’t groen portaal vernam,
Ter dankbetoonende offerrand,
Door ’t Maagdengild daarop geplant!

’t Had reden! want, hoe kerksch men was,
De vlierpot bleef nu in de kas;
Kalmink noch sergie liep gevaar;
En schoenloos werd geen wandelaar.

Zoo groeide een wijsgegeven raad
Ten milden oogst van zegenzaad!
En toch, dat werk, met roem bedekt,
Had Scholte Stugginks gal gewekt!

Daar kwam hij! Zonder ba of boe;
Gelaarsd, tot aan de heupen toe;
Een knubbelstok in iedre hand,
Kwam onze Paai, en stak van land,
Zoo vaak de preekklok werd gehoord,
De brug bezijden, in de voord!
Het vroegre kerkvolk, droog daarnaast,
Was van dit vreemd bedrijf verbaasd,
En ’t vragen keek uit elk gezigt;
Doch ieder hield zich wijslijk digt:
De troep kwam later op het pad,
Waar Scholte Stuggink praat voor had:
Zijn makkers, uit den gulden tijd,
Dien vlieger, tol en bal verblijdt.

’t Waarom en ’t hoe bleef dus gespaard,
Tot Wolter, naar den eisch bejaard,
door gunstig toeval, juist van pas
Getuige van ’t spektakel was.

"In Goos naam, zeg ons, Scholtebuur"
Hief Wolter aan "wat raarder kuur!
Hoe plomt gij ons zoo dol voorbij?
Geloof, de brug draagt _u_ en _mij_!"

"Ja" klonk het uit de modderzee
"De scholtebuur en gij zijn twee!
Gelooft hij niet wat gij gelooft:
Zoo menig mensch, zoo menig hoofd.

Zie daar! al werd uw brug van steen,
Toch zal ze Stuggink nooit betreen!
Wie eere geeft krijgt eer weerom:
Onze ouders waren ook niet dom!
Een brug valt ligt in een te slaan;
Onze ouders hebben ’t nooit gedaan;
Zij gingen, waar nu Stuggink gaat,
Eeuw in eeuw uit, de modderstraat.
Al weten wij de reden niet,
’t Is vast op goeden grond geschied;
En hebt gij hier een brug gemaakt,
Zoo hebt ge uw’ ouders eer geraakt!
Laat dit genoeg zijn, Wolterbuur;
De klok houdt op; ’t is negen uur.
Bouwt GIJ een BRUG om droog te gaan?
Ik kom er ook, met LAARZEN aan!"

De Hoofdige Boer Meer lezen »

Vrije Boer Gerrit en het Landbouwschap

Nu we het toch over onze oom Gerrit Voortman hebben….een bijzonder mens, koppig als de “hoofdige boer” uit het gelijknamige gedicht van ACW Staring 1767-1840. De boer die liever met laarzen aan door de voorde in de beek in Almen bleef gaan ipv over de pas gebouwde brug.
Gerrit was een fel tegenstander van het Landbouwschap die de boeren, behalve een verplicht lidmaatschap, allerlei regels oplegde o.a. inentingen. Hij deed daar dus niet aan mee met alle gevolgen van dien. Zijn vee is tot twee maal toe opgehaald en hijzelf heeft nog korte tijd in de gevangenis doorgebracht.
Hier staat hij dan met zijn glimmend gepoetste schoentjes, glimlachend als een boer die kiespijn heeft, terwijl hij opgehaald wordt om zijn straf uit te zitten, want betalen deed hij niet… nooit niet! Het zal niet vaak gebeuren dat een a.s. gevangene op deze manier gefotografeerd wordt
Later heeft hij zelfs de tv gehaald. Ik zie hem nog zitten ageren in dat programma en de beide vrouwen, Hanna en zus Bertha die vooraan zaten knikten bij iedere zin instemmend mee met hun hoofden.

While I mentioned ome Gerrit Voortman… I remember him as a special uncle, obstinate as the headstrong farmer in the poem of our Achterhoekse poet ACW Staring- 1767-1840: De Hoofdige Boer.
The farmer who preferred to go through the stream with his boots instead of using the walking bridge which was made to go to church with dry feet.
Gerrit used to be a sharp opponent of the Landbouwschap- a Agricultural Department- which forced the farmers not only to be a member but also to follow several rules such as to inject the cows against tuberculosis. He didn’t want to obey, to be forced…. No …never! So a few consequences followed. His cows were taken twice and even had to spend a short time in prison!
Here on this picture he is to be seen with his nice polished shoes ready to go with the policemen into prison.
Once later on he was on tv to tell about his rights as a free farmer. Both women, Hanna and sister Bertha were sitting in front and when Gerrit said something…. they were nodding yes yes with every sentence he said.

Vrije Boer Gerrit en het Landbouwschap Meer lezen »

1946 Herman bij de Voortmans.

Na het overlijden van Hendrik Jan in 1946 kwam Herman naar Nederland. In zijn autobiografie- zie weblog 2 vanaf 3 februari 2009- vertelt hij daar heel nauwkeurig over. Het reizen in die tijd had nogal wat voeten in aarde. Hier is hij bij de Voortmans. Vandaar gaat het met hun koets verder richting Vorden naar ons op De Haar en daarna verder naar Barchem.

foto: Gerrit en Hanna, Herman, jonge Anton, een onbekende jongeman en dan Bertha en Antoon Voortman, zus en broer van Gerrit.

When Hendrik Jan passed away, caused by an accident with his motorcycle, Herman came over to Holland. In his autobiography he told very exactly about the difficulties. Travelling just after the War wasn’t easy. On this picture he is at the Voortman’s in Eefde. From here Gerrit brought him with horse and carriage to us on De Haar in Vorden and later on to Barchem.

1946 Herman bij de Voortmans. Meer lezen »