Weblog2

Burenhulp

Burenhulp was vroeger, maar ook nu nog heel belangrijk op het platteland. In een oud album van zus Diny vond ik deze foto van de drie buren: Hein Eggink van de Boomgaard, Derk Lettink van ’t Lieferink- links- en Gert Mombarg van ’t Maolderink – rechts-.
Wanneer er bij een geboorte van een kalf hulp nodig was werden de buren erbij geroepen. Ik vind het in elk geval een mooi plaatje van drie buren van een generatie voor ons die het altijd goed met elkaar konden vinden.
Het is niet bij ons op de Boomgaard, maar bij Lettink, zo wist Caspar Wechgelaer me te vertellen. Hij was erbij en ook een oom die de foto’s maakte. Het was de eerste keizerssnee van veearts Wechgelaer. Caspar stuurde me de andere foto’s. Ik zie dat Wim mag bijlichten met de speciale lamp en ook Johan en Annie zijn van de partij. Ik denk midden 60er jaren

Burenhulp Meer lezen »

DE tocht der tochten

Nog even weer:

Ik was net een jaar eerder klaar met mijn opleiding en werkte al in Hattem aan de van Heemstraschool. Van onze plannen om later samen op een flatje te gaan wonen kwam nog niets terecht. Een jaar later is het zover en in 1963 is Gerrie ook klaar met haar opleiding aan de Kweekschool. Ze solliciteert naar een baan aan de Christelijke School in Rouveen.
Ze mag een proefles komen geven. Een paar mensen van het Bestuur en het Hoofd der school zitten achter in de klas. Ze mag beginnen en wil het bekende gezang De Heer is mijn Herder laten zingen, maar voor ze in kan zetten komt het Hoofd naar voren. “Juffrouw Bijenhof, wij zingen hier alleen Psalmen”.
Gerrie is niet voor één gat te vangen en geeft Psalm 100 op: Juicht aarde juicht alom den Heer! Ze begint te zingen zoals ze dat gewend is. Opnieuw komt het Hoofd naar voren. “Juffrouw Bijenhof, wij zingen hier alleen op hele noten, dus allemaal even lang”.
Gerrie maakt toch een goede indruk en krijgt de baan.
Nu moet er nog een kamer gezocht worden. Het Hoofd is behulpzaam en weet een geschikte kamer. De familie maakt er gelijk een nuttig uitje van wanneer ze gaan kijken. Pa en mama gaan samen met oom Wim en tante Janna en natuurlijk Gerrie op stap. De dames worden afgezet bij het Hoofd der School in Rouveen en de mannen gaan naar de N.O. polder om hooi te kopen……
Zo gezegd ..zo gedaan! De ontvangst is hartelijk, de kamer wordt goedgekeurd en ze drinken nog een kopje thee. Het duurt wel lang voor de mannen terug zijn. Het Hoofd en z’n vrouw hebben die dag nog meer plannen en de 3 dames besluiten de mannen alvast een eindje tegemoet te lopen en gaan naar de grote weg richting Zwolle. Ze hebben geen geld bij zich, want hun tasjes zijn achtergebleven in de auto. En mobieltjes zijn er dan nog niet!
Tja……dan is de weg naar Zwolle wel heel erg lang. Er moet ondertussen nodig geplast worden en om de beurt verdwijnen ze in de bosjes, terwijl de anderen op de uitkijk blijven staan naar de mannen.
Het wordt een zware tocht, de tocht der tochten. En mama houdt niet eens van lopen en tante Janna heeft niet eens zo heel erg lang daarna een nieuwe heup gekregen. Ze durven ook niet te liften, want stel je voor dat hun mannen er aan komen en hen zoeken……. Ze zijn al in de buurt van Zwolle als ze ontdekt worden door een politieauto! Het eerste wat ze vragen is: ”Is er misschien een ongeluk gebeurd tussen de N.O. polder en Rouveen?”. “Nee, daar is ons niets van bekend”, antwoorden de redders in nood.
“Waor blieft ze toch, dee kearls van ons…o, foi toch…foi toch “, hoor ik tante Janna zeggen.
Op het bureau moet er weer geplast worden en gebeld natuurlijk! Waar naar toe in hemelsnaam? Naar tante Hermien en oom Sjoerd natuurlijk. Die zijn voor de hele familie altijd als een rots in de branding! Op het moment dat ze tante Hermien aan de lijn hebben, gaat bij haar de deur van de keuken open en staan de beide verloren gewaande mannen mèt de damestasjes in de hand in de deuropening! Ze hadden autopech. Toen ze naar het Hoofd in Rouveen belden waren de dames al lang weg. Ze hebben de trein naar Vorden maar genomen. Zij hadden immers wèl geld bij zich!
Oom Sjoerd heeft de drie lange-afstand-wandelaars bij het Zwolse politiebureau opgehaald.
Ik denk niet dat mama die eerste week nog veel gelopen heeft! Tante Janna kreeg kort erop zelfs een nieuwe heup!

Na dit avontuur schreef Gerrie me een uitgebreide brief waarin ze de belevenissen van deze dag beschreef! Dus: met dank aan Gerrie! Ook tante Hermien kon er smakelijk over vertellen hoe de beide mannen met de damestasjes in de hand bij haar de keuken inkwamen!

DE tocht der tochten Meer lezen »

Herinneringen 4

Zonet stuurde Joop deze foto van opoe Eggink aan het spinnewiel.. Altijd bezig.
Ik zie dat ze ook hier een kleurige schort draagt, vaak een helderblauw ruitje. Vind haar er wat zorgelijk bij zitten. Zou kunnen dat deze foto na het overlijden van Dina of Hendrik Jan gemaakt is.

Ik weet dat vader Hein eens zei toen ik ook bezig was met een naaiwerkje:
‘Een vrouwenhand en een peerdetand die staot nooit stille.’

Herinneringen 4 Meer lezen »

Herinneringen 2

De knipmuts van opoe uut Barchem, zoals we haar altijd noemden. Ze kon behalve spinnen, breien en borduren ook kantklossen.

Ze had ook een speciale manier om de werkbroeken te repareren, vertelde mama eens. Ze legde gewoon een stukje stof onder de zwakke plek en naaide er met de handnaaimachine heel vaak overheen, steeds maar heen en weer. Zat perfect en was ijzersterk. Een zigzagmachine was er toen nog niet.

Herinneringen 2 Meer lezen »

Herinneringen..

2009 -Het is nog in de tijd dat ik mijn eerste e-bike had en Wim nu ook. We zijn op de Boomgaard en gingen altijd bij de tantes aan die we toen nog hadden. Tante Jo woont met Erna en Bennie onder één dak, goed verzorgd.
Erna laat nog even opoe’s mandje zien dat ze meenam als ze op visite ging.

‘Ik durf het bijna niet te vragen…’. Ik kom er net aan met m’n e-bike om naar tante Jantje en tante Jo te gaan. Johan wil dit wonder op wielen ook wel eens proberen. Ik zet hem in de hoogste stand en daar schiet hij er vandoor. Hij sjeest er vandoor tot aan de kruising en weer terug en meldt: ”Noe snap ik dat Wim oe niet bi-j kan hollen”. Wim kan dat onder de hand ook met z’n eigen wonder.
Opnieuw een dag met de tantes. Tante Jo bezoeken we vanmorgen en vanmiddag ga ik nog even op en neer omdat tante Jantje bij haar komt om wat te puzzelen en gezelschap te houden. Heel gezellig. Erna is een kastje vol nostalgie aan het schoonmaken en weer inpakken. Er zijn drie knipmutsen bij waaronder die van opoe Eggink, een tasje van tante Dina, scheermes van opa, poëziealbum van tante Dina, een babybloesje van haar broer Wim dat in de oorlog uit parachutestof gemaakt werd.. Het mooiste is het mandje van opoe dat ze altijd bij zich had als ze op bezoek ging. Nu zitten er allerlei brieven en foto’s in. Een kostbaar geheel. Samen bewonderen we alles stuk voor stuk. Tot Erna’s schrik valt een vaasje van een koets op de grond… aan gruzelementen. Nee plakken is geen optie. ‘Mooi zo laoten zegt oom Bram dan’, zegt Erna.

Herinneringen.. Meer lezen »

Henry

Herinnering 5 mei 2020
–Wim kijkt wat verslagen voor zich uit. Hij keek naar de foto van het van der Kolk kwartet dat in 2010 in de kerk van Dickson van Randy Fiege het Abba Vader zong. Ben en Niesje, Henry en hijzelf. Hij schudt zijn hoofd en kijkt nog eens naar de foto: ’En nou ben ik als oudste van dit stel er alleen nog’. Jammer dat Piet zo ver weg zit in Frankrijk.
Vanmorgen belde Gera om te vertellen dat haar vader Henry vanmorgen rustig ingeslapen is. Je weet dat het er aan komt maar toch ben je in een soort shock. Henry, dat pittige ding, is niet meer?
Twee weken geleden kwamen ze hier en we zagen wel dat hij flink achteruit gegaan was, maar als je hem vroeg hoe het met hem ging was altijd het antwoord: ‘Goeoed, nee geen pijn’, maar even later: ’Ik kan niet meer genezen’. Bij het afscheid keek hij me met zijn helderblauwe ogen indringend aan en beiden wisten we dat dit een afscheid was.
Wat was het fijn dat Gera gisteren gekomen is, op tijd om nog even samen buiten in het zonnetje te zitten en nog te zeggen wat er gezegd kon worden.
Ik kwam in de familie toen Henry nog een jaar of 17 was, een aankomend leraar in de dop. Ik had meteen goed contact met de beide jongsten Henry en Ben en de vriendengroep. Ze hebben zich over mij ontfermd als Wim weer eens op zee zat. Hij ging zelfs een weekendje mee naar de Boomgaard. Het mooie contact is gebleven toen Tonny en Niesje in beeld kwamen.
Met Henry en Tonny hebben we heel wat vakanties doorgebracht, vooral die naar Canada zullen ons altijd bijblijven. We trokken door de Rockies en Wim en Henry hakten samen hout voor het kampvuur dat vaak een onderdeel van de dag was. Toen Henry en Tonny na hun pensionering een aantal jaren in de buurt van Fred en Gera in Dickson woonden hebben we ze samen met Ben en Niesje opgezocht en gingen we opnieuw door een deel van de Rockies. Jazeker, ook met Rick die hier bij Fred en Gera allang kind aan huis was.
En ja zoals moeder Siet wel zei als we het hadden over Ben die zo handig was en alle klussen in de familie opknapte: ’Ik heb d’r ok iene die nog hendiger is… Henry… die löt alles doen’. Henry had geluk, hij had een hele handige en creatieve vrouw aan Tonny die inderdaad van alle markten thuis is en in huis het kluswerk op zich neemt.
Henry was meer geïnteresseerd in politiek en geschiedenis. Hij kon een mooie speech houden en toneel spelen en zong bovendien graag. Niet voor niets is hij zo lang wethouder geweest in Hattem en heeft hij zich tot het laatst toe zich ingezet voor anderen.
Dank je Henry voor wie je was, voor ons, je familie en de Hattemer gemeenschap.

Henry Meer lezen »

Het ‘Eitje’.

Af en toe komen er herinneringen boven over mensen waarmee je een stuk van je leven hebt gedeeld. En niet alleen bij mij. Zo vertelde Rien Rave, die jarenlang dichtbij Ben en Niesje woonde en vanaf zijn jeugd met Ben bevriend was, over een belevenis uit hun gezamenlijke jeugd.
Zo had Dick Blom een ‘eitje’. Voor degene die niet weet wat dat is: het is een brommertje met de motor voorop. Rien was daar bij de molen samen met Dick mee bezig. Ze hadden de demper er af gesloopt in de hoop dat die brommer dan iets sneller zou gaan. Beiden hadden al een ritje langs de wal gemaakt, wel met een enorm kabaal toen Ben van der Kolk er aan kwam. Hij wilde een boek lenen van Dick.
‘Dat haal ik wel even voor je op’, zei Dick en schoot zijn huis in.
‘Dan probeer ik je ‘eitje’ even uit’, vond Ben. Ben dus op pad langs de wal… en nog een keer, maar die tweede keer duurde het een eeuwigheid voor hij terugkwam…. lopend met de politie in zijn kielzog. Er bleek geklaagd te zijn door de buurt vanwege het enorme lawaai dat het ‘eitje zonder demper’ veroorzaakte en Ben was de pineut.
Ze hadden geluk, het liep met een sisser af. Dick mocht zijn eitje houden, maar… als het weer gebeurde was hij hem wel kwijt. Ze hebben er later nog regelmatig hartelijk om gelachen.

Met dank aan Rien Rave.

Het ‘Eitje’. Meer lezen »

Opoe Bruins

‘Ho…’, roep ik wanneer Henk Braakhekke langs zijn voorraad foto’s scrollt.Henk was een professioneel fotograaf en veel van zijn foto’s zijn verschillende kranten geplaatst. Als er wat nieuws te melden was, bleek Henk snel paraat.
‘Ik zie opoe Bruins….’, en warempel het is haar. Ze staat bij haar dochter Janna die emmers na het melken aan het omspoelen is. ‘Gerritje van de bakker’, werd ze ook wel genoemd, want vroeger hadden ze ook een bakkerij, maar dat heb ik niet meer meegemaakt. Toen woonde er al een familie aan de voorkant die later naar de Kranenburg is verhuisd. Nadat Gerrit en Gerda de boerderij overnamen hebben oom Wim en tante Janna nog jaren in het voorste deel van de boerderij gewoond.
Zelfs nu wanneer we vanaf Lochem richting Vorden rijden zeggen we nog… ‘O ja… hier woonde opoe Bruins’. Vooral toen we nog in Hengelo O woonden zijn we vaak hartelijk ontvangen door oom Wim en tante Janna èn opoe, wanneer we even aankwamen voor een kopje koffie en een praatje.

Opoe Bruins Meer lezen »

Toen ik nog een dearntjen was…

Op 10 augustus 1962 waren vader Hein en mama 12,5 jaar getrouwd en dat was reden voor een feestje. Ik meen dat het in de Herberg in Vorden gehouden werd. Alle broers en zussen, neven en nichtjes en natuurlijk de buurt waren er.
Ik was net klaar op school en stond klaar om uit te vliegen. Ik herinner me zelfs de knalgele jurk die ik die dag aan had. Diny en ik hadden samen iets bedacht ter verhoging van de feestvreugde en haalden met dit liedje herinneringen op aan de trouwdag van onze ouders want dat waren ze vanaf 10 februari 1950. We kregen een nieuwe papa. Het liedje kwam net zomaar in me op. Weet jij het ook nog Diny? Herinner jij je die regen nog en de auto van tante Aaltje en ome Bertus die vast kwam te zitten? Het eerste wat we deden toen we aankwamen in ons nieuwe thuis was het uitproberen van ons bed boven. We hadden de veters van onze lakschoentjes in de knoop getrokken en gingen daarom voorzichtig met schoenen en al het bed uit proberen. Er waren latten voor het raam gespijkerd want opoe was doodsbenauwd dat we anders nieuwsgierig uit het raam gingen hangen en wie weet….

Maar in 1962 zongen we:
Toen ik nog een dearntjen was
Van een jaor of 6 ( ik)
En ikke nog maor drie en een half (Diny)
Dat wette wi-j nog best
Toen kwamme wi-j op de Boomgaard an
Dat was mien daor een drukte
maor dat was et slimste neet
Het slimste was de raegen
Tra lalalala tralalalala…

Er was nog een couplet maar dat weet ik niet meer…
Na ons was het de beurt aan de Bijenhofjes uit de Wildenborch. Ik weet dat in elk geval Heintje en Gerrie een prachtig lied hadden gemaakt.
Jammer, van hun liedje ken ik nog maar één regel, maar die was wel bijzonder want terwijl ze zongen:
‘en ome Sjoerd met et korte boksjen an
als hij op zondagmiddag bij ons kwam’, staken ze een been in de lucht om aan te geven hoe kort Sjoerd z’n broekje was als hij bij ons of bij hen op de boerderij kwam. Weet je nog, Heintje Maalderink?
Oom Sjoerd, die de hele week zo perfect gekleed was als meester kleermaker, ging op z’n vrije zondagmiddag wel eens los in vrije tijdskleding. Dat komen we niet tegen op foto’s want degene die ze altijd nam tijdens die bezoekjes op zondagmiddag, was Sjoerd zelf.

Toen ik nog een dearntjen was… Meer lezen »