Weblog2

Daor he-j em, Piet

Piet was van de vier jongens de meest drieste. Hij was overal voor in, maar wel op een directe eerlijke manier. Ben was heel wat jaren jonger en wat minder stoer. Hij droeg een brilletje en zag er net iets anders uit dan de andere drie. Iemand bewonderde- of beklaagde moeder al eens: ’t Is mien toch wat… hebt ze al drie jongens en noe ok nog een angeneumen kind d’r b-j.
Ben werd vroeger nogal gepest door één veel oudere jongen. Piet had al eens gezegd: “Wie is dat dan… wies em mor es an”. Het gepest hield niet op en op een gegeven moment lopen Piet en Ben op straat en zien de grote wel zes jaar oudere pestkop lopen. “Daor he-j em, Piet… daor he-j em”. Piet aarzelde geen moment en heeft de jongen flink afgetuigd. Hij had de hele kop kapot. ”As ie-j mien kleine breur zo kunt pesten dan krie-j met mien te doen”.
’s Avonds kwam de moeder met de gehavende jongen bij de van der Kolks aan de deur. “Kiek toch ‘es wat jullie Piet anericht hef”. Hee zag d’r uut! Vader bekeek die zes jaar oudere knul die door Piet zo te grazen was genomen. Hij vroeg waarmee Piet dat dan wel gedaan had. Het zag eruit of er grof geschut gebruikt was. “Nou gewoon met zien blote hande.” “Nou…”, zei vader van der Kolk, “dan zal oew zeune ’t er wel naor emaakt hebben.” Discussie gesloten.

Foto: De enige foto die er volgens mij is van Gerard en Sietje met waarschijnlijk Ben en Henry, op een zondagmiddag op Homoet.

Daor he-j em, Piet Meer lezen »

De jongelui gaan kamperen

Voordat Wim echt de zee op ging werd er met de vrienden een vakantie gepland. Ze gingen op de fiets naar Zuid Limburg. Ik weet dat in elk geval neef Jan en Dick Oosterbroek en waarschijnlijk ook Kasper Spannenberg van de partij waren. Op de Couberg in Valkenburg werd de tent opgezet en bij een boer stro gehaald als ondergrond om op te slapen. Wim vertelt nog wel eens over die grote pan aardappelen die er geschild werd en waar ze nog niet genoeg aan hadden. Ik zie hier dat hij die pan achterop z’n bagage heeft hangen.
Hij moest alleen wat eerder naar huis omdat het nu echt ging gebeuren… de zee riep. Hij moest aanmonsteren. De weg van Zuid Limburg naar Hattem was lang. Onderweg ergens in de buurt van Roermond kwam hij achter een bromfiets te rijden… zo’n plofje. ‘Waar moet je heen?’, vroeg de man. Hij vertelde dat hij nog helemaal naar Hattem moest die dag en ik heb begrepen dat hij urenlang bij hem in het wiel heeft gehangen tot aan Arnhem toe. Dat scheelde heel wat energie. Diezelfde dag was Wim weer terug in Hattem.

Foto: De neven Jan en Wim van der Kolk rijden voorop…

De jongelui gaan kamperen Meer lezen »

’t Dee gloepens zeer…

Tijdens één van onze gezamenlijke weekenden vertelde Ben:
Ook op de van Heemstraschool gebeurde in die tijd ( jaren 50) wel eens wat waar je nu problemen mee zou krijgen als onderwijzer. Ik zal geen namen noemen, maar er was één onderwijzer, nog wel een vriend van de familie die er wat van kon. Onderwijzers waren toen nog heer en meester in hun koninkrijk. De jongens van Ben z’n klas hadden gymnastiek gehad terwijl de meisjes handwerkten. De jongens kwamen naar de zin van meester veel te laat aanzetten. Hij zou ze wel krijgen. Hij liet de jongens één voor één binnen komen. Daarna hoorden de jongens op de gang een vreselijk gegiechel en lachen van de meisjes. Daarna moest de volgende naar binnen. Weer volgde daar dat gegiechel op. Er waren er zo al een heel stel naar binnen. Ben was bijna aan de beurt, maar die werd wel nieuwsgierig wat er daar in die klas gebeurde en waarom die meisjes zo moesten lachen. Hij was toen ook al vrij lang en terwijl de volgende binnen was zag hij al springend door het raam boven de kapstokken dat meester de jongen een harde trap onder z’n achterste gaf voor hij mocht gaan zitten en dacht: Dat overkomt mij niet. Toen hij naar binnen moest ging hij gelijk linksaf naar z’n plaats. “Hee, hier komen jij”, riep meester. Ben keek wel uit. Hij had een vervelende ontsteking in zijn wang en had geen zin in een confrontatie. Na een paar waarschuwingen kwam meester op hem af, kneep in Ben z’n wang waar die ontsteking in zat en trok hem zo de bank uit. “’t Dee zo gloepens zeer”, zegt Ben, “en hee wis ’t er van. Vieze vuile klootzak, schold ik hem uut. Toen was ’t in één streep naor huus”.
Hij vertelde het voorval thuis. Maar toen deze meester weer eens met moeder sprak is dit voorval door geen van beiden ooit benoemd.

Foto: Samen een weekend uit, hier in de buurt van de Loreley am Rhein.

’t Dee gloepens zeer… Meer lezen »

Over kwajongens en herinneringen

Bij Wim beginnen steeds meer herinneringen boven te komen. Was het vroeger Ben die dat zo mooi kon weergeven. Wim kan het ook. De jongens van Jan en Marie woonden boven de schoenwinkel in de Kerkstraat, 5 jongens op een bovenhuis zonder tuin was ook niet alles. Maar ze hadden wel een heel stadje om rond te struinen zoals dat toen nog kon. Wim weet dat ze vanuit hun zolderraam pijltjes schoten naar in de gordijnen van de overburen. Die bleven dan in het gordijn steken en zij doken natuurlijk gauw naar beneden.
Gerhard was daar bij ons in Hengelo een kei in en stond er even later een buurvrouw met een boos gezicht aan de deur met een pijltje dat ze om de oren had gekregen en de opmerking: ’Ik weet niet wie het was maar het kwam uit dat raam’ en wees natuurlijk Gerhards raam aan.
Zo hadden de jongens in Hattem er plezier aan om vrouw Spoel op de kast te krijgen. Ze was wat schuw en kwam niet gauw naar buiten. Dan tikten de jongens met een stuk glas op het raam en dan lieten ze meteen dat glas vallen zodat het leek of het hele raam er uit viel. Dan riep vrouw Spoel meteen: ‘Dikkie… ze doet et weer’. Tja kwajongensstreken.
Het stadje was één grote speelplaats voor de jongelui. Wim wist nog van de mesthoop die bij die boerderij aan het begin van de Kerkstraat lag waar later makelaardij Karssing was. Waar de boeren normaal vroeger een mestvaalt bij hun huis hadden was dat in het stadje lastig. De mest was in de winter als de koeien binnen waren een probleem . Hun buurman van ’t Land bracht net als de meesten de mest weg op een kar. Wanneer Wim een rondleiding door Hattem verzorgde voor kleinzoon Robin of onze buurkinderen na een geslaagd bezoekje aan het Bakkerij Museum hoorden ze vanzelf de ondeugden die ze vroeger uithaalden toen Hattem nog de vrijplaats was voor spelende kinderen.
Niet alleen deed Wim dat maar zo verzorgde Henry als gids een perfecte rondleiding met ons en onze Amerikaanse familie. Hij sloeg de ondeugden over maar gaf meer een culturele en geschiedkundige uitleg. Allemaal mooi!

Foto: 2015 Henry als gids met o.a. Curtis en Berdena

Over kwajongens en herinneringen Meer lezen »

Moeder Siet wordt 65

Toen oma Siet 65 werd organiseerden we een leuke dag. Buurvrouw Alie van Gelder had een mooie bloemversiering gemaakt van bloeiende narcissen. Eens maakten we op haar verjaardag een puzzeltocht waarbij we langs alle bijzondere plekken kwamen waar ze in haar leven gewoond had of iets mee had. Ik meen dat de Klokfabriek in Heerde er één van was waar ze voor haar trouwen op kantoor had gezeten. Verder kwamen we natuurlijk tijdens die puzzeltocht langs het boerderijtje in Wapenveld waar ze is geboren en opgegroeid. Daar stopten we voor een korte pauze en de verhalen van logeerpartijtjes van Wim en Piet kwamen vanzelf boven water. Toen ze zwanger was van Henry in 1945 had ze een tijdje in het ziekenhuis in Zwolle gelegen en waren de oudste twee daar vaak te vinden. Wim vertelde wel eens over de appeltjes die ze gooiden en die de buurvrouw in de nek kreeg en over de gil als gevolg die dat veroorzaakte. Over de bedstee waarin ze mochten slapen. Over die keer dat opa Piet onrustig was geweest ’s nachts en opoe Dien rechtop was gaan zitten en er meteen opa’s vuist met een grote klap op haar kussen terecht kwam. Ze had dit keer geluk gehad. Toen ze ouder werden was het boerderijtje verkocht en hadden ze vlakbij een burgerhuisje gekocht.
Die avond in 1979 gingen we gezellig uit eten bij Overbosch. Oom Paul en tante Catrien, de ouders van Niesje waren er bij want die waren intussen vanuit Zoetermeer verhuisd naar Hattem.
De kleinkinderen waren in 1979 nog jong. Gerhard als oudste was toen 12.
Op de foto’s zag ik geen kleinkinderen, maar Niesje loste na oma’s overlijden dat raadsel op. Gerda Bakker had die paar uurtjes op het jonge spul gepast.
Ik heb geen idee meer waar Overbosch was in Hattem, maar ook deze foto’s bleven bewaard in het tasje van oma Siet dat ze tot op de laatste dag in de Bongerd niet los wilde laten. Ik meen dat Wim nog eens een film heeft gemaakt van de bekende plekken èn een verjaardag om naar Fred en Gera te kunnen sturen.

Moeder Siet wordt 65 Meer lezen »

as rooie ganzen…

Ben was aan z’n laatste werkzame jaar begonnen bij zijn baas, maar het laatste voorstel om er eerder uit te gaan stond hem niet echt aan. De ene dag vertelde je dat je een nieuwe heup nodig hebt. De volgende dag kwamen ze met een voorstel om er per 1 augustus uit te kunnen dat nergens op leek. Het stond hem niet echt aan. Hij moest teveel inleveren. En dat na 43 jaar trouwe dienst.
‘D’r bunt net zo veule goeie bazen as rooie ganzen’, zuchtte Ben.

Zo was er altijd iets van vroeger in de gesprekken als Ben en Niesje er waren .
Moeder van der Kolk was vaak onderweg. Soms om koffie en thee te verkopen op haar vaste adressen, om kranten te bezorgen of naar de kerk waarvan ze kosteres was. Dat beroep werd niet erg gewaardeerd. Ze verdiende er weinig aan. ‘Ie-j mag blie-j wean da-j in Gods huis mag werken’, kreeg ze eens te horen. ‘Brek mien de bek niet lös’, zei Ben als dit ter sprake kwam. Soms was er zelfs iemand die onder de mat van de kerk keek of er wel goed stof gezogen was. De jongens werden vaak ingeschakeld voor de kranten, om koffie naar de kerkenraadsvergaderingen te brengen of de psalmborden in orde te maken. Wim heeft ’s winters heel wat sneeuw geveegd voor het begin van een kerkdienst.
Moeder had eens in een gesprekje met de vrouw van Gait Witkak gezegd: ‘Ik bun zo druk, bidden doe’k vake op de fietse’.
Weer wat nieuws: ‘Hoezo Gait Witkak?’
‘Nou gewoon umdat e zon ieuwig bleek gezichte hef’, wist Ben. Zo kom je in Hattem aan een bijnaam. Je hoeft er helemaal niks voor te doen.
Om de Mulders uit elkaar te houden werd de ene de Zoere en de andere de Taoie genoemd.
De groentezaak van Pik kwam ook weer eens langs. Heel beeldend omschreef Ben hoe de jonge katjes daar over de kisten met prei, sla en wortels raceten. ’s Avonds werd het paard dwars door de groentewinkel naar de zich in het achterhuis bevindende stal gebracht. Dat waren nog eens tijden.
Op een keer onweerde het flink net toen Pik met z’n groentekar met paard er voor bij z’n winkel aankwam. Het ging zo te keer dat hij maar even naar binnen ging om te schuilen en z’n paard en groentekar buiten liet staan. Er kwam op een gegeven moment zo’n harde klap dat een stuk van de pui van zo’n oud huis naar buiten omviel boven op de tomaten en sla van Pik. ‘Hij kon verder met tomatenpuree’, besloot Wim toen.
Hangjongeren waren er toen ook al. Deze Pik ging zondags met z’n kar met paard naar camping de Leemkule om fruit en snoep te verkopen en bond daarbij het paard aan een boom een eindje verderop. Zo kon hij nog een centje bijverdienen. Wat opgeschoten jongens kwamen op een idee: ‘Hee Pik… oew peerd löp lös!’ Pik er op af natuurlijk en intussen deden de jongens een graai naar de snoep. En… weg was de winst van zo’n dag.
Vertel me nu niet dat vroeger alles beter was.

as rooie ganzen… Meer lezen »

Vierhouten 2

Ook deze foto herinnert Wim aan een Jeugdkamp in Vierhouten. Dat er flink gezongen werd tijdens zo’n kamp is te zien. Wim schat ik een jaar of 14 en zal het in 1954 zijn. Maar wat hem het beste is bijgebleven? Er ging een wesp op de boterham met jam van Ida Dijkema zitten en voor Wim iets kon roepen had ze al een hap genomen en toen was Leiden in last. Was heel erg weet hij nog.
Wim zit op zijn knieën vooraan en neef Jan staat naast hem.

Vierhouten 2 Meer lezen »

Vierhouten

Wim had het er vaak over…. dat jeugdkamp in Vierhouten. We zijn wel eens met ons eerste caravannetje op diezelfde camping terug geweest, maar toen was alles in het naseizoen gesloten.
Ik dacht eigenlijk dat hij wel een jaar of 16 geweest was, maar toen ik hem deze foto liet zien en vroeg wie hìj toch in vredesnaam was, wees hij het jongetje rechtsvoor aan dat daar op z’n hurken zit. Albert Dijkema staat rechts achter en neef Jan derde van rechts achter. Ze zijn hier beslist niet ouder dan 12 à 13 jaar. De leiding bestond uit Willem Breunis midden voor, ja diezelfde die mevr. Verwaal later aanprees als kostjuffrouw. En boven in het midden Henk van Dijk en links ervan op de foto Henk Kwakkel… in de volksmond liefkozend Kwakkeltje genoemd. Die was klein van stuk en kon goed van z’n woorden afkomen.
Van alle drie mannen heb ik later kinderen in de klas gehad: Ietje Breunis, de tweeling Bert en Alie Kwakkel èn Dirk Jan van Dijk.
Wim herkent ook neef Henk van der Kolk links achter. Ben zou de rest nog wel als echte gebleven Hattemer geweten hebben.
Ben vond eigenlijk dat ik maar weinig over de van der Kolkfamilie vertelde. Tja… niet veel foto’s en eigenlijk zijn het mìjn verhalen niet. Maar na meer dan 50 jaar samen met Wim heb ik wel het één en ander meegekregen. Soms zo vaak dat ik bepaalde gebeurtenissen kan dromen, zodat het net lijkt of ik er bij ben geweest.

Vierhouten Meer lezen »

Fam. Eilander

Hattem- De boswachterswoning bij kasteel Molecaten in 1926 waar de fam. Eilander in die tijd woonde. Het zouden zomaar familieleden kunnen zijn op deze foto.

VIII.118 Willem Eilander, geboren op 29-01-1844 te Heerde.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op 31-08-1867 te Oldebroek met Eerlandje Knul, geboren te Oldebroek, dochter van Aart Knul en Geertje Mulder.
Uit dit huwelijk:
1. Teunis Eilander, geboren op 26-12-1867 te Oldebroek, overleden op 23-02-1868 te Oldebroek, 59 dagen oud.
2. Teunis Eilander, geboren op 09-06-1870 te Oldebroek, overleden op 10-10-1870 te Oldebroek, 123 dagen oud.
3. Geertje Eilander, geboren op 10-09-1871 te Oldebroek, overleden op 23-03-1959 te Heerde op 87-jarige leeftijd.
Gehuwd met Gerrit Jan Vije, geboren op 21-11-1866, overleden op 17-11-1969 te Heerde op 102-jarige leeftijd.
4. Gerrigje Eilander, geboren op 02-02-1875 te Hattem, overleden op 20-08-1949 te Heerde op 74-jarige leeftijd.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 27-08-1904 te Heerde met Jan Olthuis, 30 jaar oud, geboren op 18-05-1874 te Heerde, overleden op 21-04-1943 te Zwolle op 68-jarige leeftijd, zoon van Jan Olthuis en Fennigje Van Ommen.
5. Berendina Eilander, geboren op 14-10-1876 te Hattem, overleden op 10-04-1954 te Heerde op 77-jarige leeftijd.
Gehuwd op 35-jarige leeftijd op 01-06-1912 te Heerde met Pieter Johannes De Bruin, 36 jaar oud, geboren op 22-03-1876 te Zegwaart, overleden op 08-05-1958 te Hattem op 82-jarige leeftijd, zoon van Gerard De Bruin en Sientje Verhoog.
6. Kornelisje Eilander, geboren op 19-07-1879 te Hattem.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op 04-05-1901 te Stratum met Nicolaas Van Oort, zoon van Klaas Van Oort en Martha Beenen.
7. Teunis Eilander, geboren op 27-07-1882 te Hattem, overleden op 15-10-1979 te Heerde op 97-jarige leeftijd.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op 29-12-1906 te Heerde met Johanna Alberdina Visser, dochter van Hendrikus Visser en Johanna Regterschot.
8. Aaltje Eilander, geboren op 10-02-1885 te Hattem.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op 27-05-1905 te Heerde met Jacob Olthuis, zoon van Jan Olthuis en Fennigje Van Ommen.
9. Willem Eilander, geboren op 09-07-1887 te Hattem, overleden op 14-05-1889 te Hattem op 1-jarige leeftijd.

Ben vond meer over de Eilander familie, het gezin van boswachter Willem Eilander waar opoe de Bruin in opgroeide, en stuurde het.
Wat een verhalen kan een stamboom je vertellen … en wat een verdriet ook. De eerste kindertjes uit het gezin van Willem Eilander en Eerlandje Knul, beiden Teunis, overleden al als baby. Daar moet je niet aan denken. De data vertellen nog meer. In die tijd werd er ook getrouwd als er een baby op komst was. Tja… dat kwam voor. Ik weet niet of het toen als een schande gezien werd zoals in later jaren. Maar ja, ik denk dat er nog niet aan voorbehoedsmiddelen gedaan werd, maar wel aan ellenlange verlovingen. Het was in elk geval nog in de tweede helft van de 20e eeuw dat je in zo’n situatie een schuldbelijdenis af te leggen had in sommige kerken.
Ik zie dat de derde baby Geertje al in Hattem geboren werd waar vader Eilander boswachter was bij het kasteel Molecaten. Opoe Dien kwam als vijfde ter wereld als Berendina Eilander. Tante Geert kwam nog wel eens ter sprake aan de keukentafel bij moeder Siet. Het probleem met deze tante was dat ze er op oudere leeftijd wat griezelig uitzag in de ogen van de kinderen. Het was zelfs zo erg dat ze het over een spook hadden en kleine Ben zette bij het zien van deze tante het altijd luidkeels op een krijsen. Toch wilde Siet haar tante wel eens bezoeken als de drie oudsten naar school waren, maar wat dan te doen met Ben? De oplossing werd gevonden. Ben werd in het zitje van de fiets voor het raam geparkeerd bij tante Geert. ‘As ie heel stille blieft zitten hoef ie niet mee naor binnen’, zal moeder Siet gezegd hebben. Dat scheen goed te werken. Toch zal zo’n bezoekje aan tante Geert wel niet al te lang geduurd hebben.

Met dank aan Ben van der Kolk

Fam. Eilander Meer lezen »

Koster

Voor sommige gelegenheden ging je in de 20 en 30er jaren naar de fotograaf. Deze foto werd van de jonge Gerard van der Kolk gemaakt toen hij belijdenis deed in de toen nog gezamenlijke gereformeerde kerk in Hattem. In 1944 kwam er een scheuring in deze kerk en nam het grootste deel, ook wel de art. 31 of vrijgemaakt genoemd, het kerkgebouw over. Gerard en Sietje bleven bij de kleinste groep hier en werden ook wel synodalen genoemd. Meer te lezen op: klik op de titel.
Vader Gerard werd koster in het gebouw achter de kerk, maar eigenlijk deed moeder Siet dat al gauw. Vanuit de kerk in dat gebouw kon je hun huis met balkon aan de Gasthuissteeg zien. Toen de kinderen klein waren moest er altijd een van de ouders thuis blijven en zo zag moeder Siet eens hoe Gerard het balkon op kwam en de jongens met een theedoek om de oren sloeg die gevaarlijke manoeuvres uithaalden op de rand van dat balkon. Meestal ging Piet mee naar de kerk want daar had je thuis het meeste werk mee, zo’n levendig kind. Zo wisten de medekerkgangers te vertellen dat Piet tijdens het zingen achterstevoren ging zitten en de maat ging slaan voor de mensen achter hen. Hij was muzikaal en is dat altijd gebleven, speelde jarenlang in een brassband en ook bij de politiekapel in Schiedam.
De Emmaüskerk werd later gebouwd en intussen woonde moeder Siet na het overlijden van Gerard met de vier jongens in hun huis aan de Dorpsweg, dichtbij deze kerk en samen met haar werd de taak van koster ook hier voortgezet. Op financieel gebied was dat geen vetpot en als moeder het al eens waagde om een iets ruimer budget te vragen, kreeg ze eens als antwoord. ‘Je mag blij zijn om in Gods huis te mogen werken’.

Koster Meer lezen »