De verhuizing na dat half jaar Emmerhout naar de Kuifmees was me wat. Wim had net een paar maanden revalidatie achter de rug i.v.m. een snelle botontkalking in een heup. Twee jaar ervoor had hij het in de andere heup gehad en was het net zo snel hersteld als het gekomen was. Hij was een bijzonder geval zoals er maar vijf in Nederland bekend waren. Dat hij bijzonder was wist ik natuurlijk al.
Maar die verhuizing deden we zelf met behulp van een gehuurd busje. Het scheelt als je drie sterke jongens hebt. Alleen, de laatste lading die uit het busje kwam, bestond uit opslag die we in de schuur hadden. Het kon niet meer bij in huis. Het gevolg laat zich raden. De jongens èn Wim maakten er een mooi vuur van op het braakliggende terrein achter ons huis. Het was voor hen zoiets als een beloning na het sjouwen die dag.
Tja… het zijn nu eenmaal een stelletje pyromanen. Erfelijk belast, door Wim z’n genen dan wel. Toen we in 1996 voor het eerst bij Fred en Gera in Canada waren kon Wim zich ook uitleven. Elke dag werd er ’s avonds vuurtje gestookt, zowel bij hun boerderij als op de verschillende campings die we aandeden. Toen Fred op een avond even een blik naar buiten wierp sprak hij: ’Kijk daar, ….de Indiaan is ook weer bezig’. Wim was niet meer te houden. Rick zorgt ervoor dat deze bijnaam niet vergeten wordt. Het bleek dat ook Henry met dit virus besmet was want die deed net zo hard mee.
En ook hier aan het Schoolpad gaat er in de zomer bijna geen avond voorbij zonder een vuurtje bij de wei….

