hetty

Gerhard Willem

Vandaag is bijzonder, want onze oudste zoon wordt 60. Zonet keek ik de weinige foto’s door van ons gezamenlijk verblijf in Hattem. Ik heb mapjes op de pc onder Mijn Afbeeldingen, deze heeft de naam WimhettyHattem en is klein maar heel bijzonder. Van de eerste maanden van Gerhard zijn weinig foto’s. We maakten dia’s. Die van ons huwelijk waren ook al mislukt. De fotograaf had ons een flitser geleend waarvan de batterij bijna op was en het rolletje met eerste dia’s van Gerhard, ja je had toen nog rolletjes, is enigszins verkeerd uit het toestel gehaald en daar was ook licht bij gekomen. Daarom zijn we blij met de foto’s die we wel hebben.

Gerhard was het eerste kleinkind aan beide kanten van de familie. Hij was overal het middelpunt en raakte gewend aan alle ooms en tantes die hem graag even voor zichzelf wilden hebben. Op zondagmorgen waren we vaak bij oma Siet op de koffie. Zowel Henry als Ben zaten nog op school en woonden nog thuis. Als Gerhard bij Ben zat ging hij rustig op zijn arm liggen, maar als Henry hem even had moest er wat gebeuren, vooral actie. Daar hield Gerhard ook van. Soms moesten we de slachtoffers waarschuwen als er iemand een mooie halsketting met kralen om had met: ’Schade aan eigendommen wordt niet vergoed’. En dat zien we hier. Deze dia is pas veel later als foto afgedrukt en dat zie je aan het stof dat er op zit. Maar ach… 60 jaar mag te zien zijn… toch?

O… waarom Gerhard Gerhard heet en niet Gerard zoals zijn opa? We waren het er wel over eens dat opa Gerard vernoemd zou worden, maar Gerard…? Mijn schuld. Ik had toen vreemde associaties bij de naam Gerard. In Vorden kende ik maar één jongen die zo heette. Dat was rooien Jansen, zoals hij genoemd werd. Het was misschien een aardige jongen en dat rode haar stond hem wel, maar hij had altijd snotterbellen onder zijn neus. Ik kende toen geen andere Gerard. Ik wilde opa Gerard best vernoemen, maar Gerard…en dacht maar aan die groene snotterbellen. Toen zag ik ons buurjongetje die aan de overkant woonde. Hij heette Gerhard, blond haar met krullen en het was een schat van een kind. Ik heb ergens nog een foto dat hij met Sint Maarten bij ons aan de deur kwam zingen. Toen wist ik het, het moest Gerhard worden en om het speciaal te maken: Gerhard Willem. Eh… hoe ze hem bij de voetbal noemen? Ik hoor vaak Gerard! Ach… what’s in the name..

Zaterdag wordt het uitgebreid gevierd. Vanavond doet hij dat samen met Judith bij hun geliefde restaurantje in Zuidbarge, net bij hen om de hoek….

Gerhard Willem Meer lezen »

’t Houwiezer

Onze taal verandert. Laatst las ik het stukje, ik bedoel de column, van Daniel Lohues. Die mag het ook graag over taal hebben, over onze Nedersaksische taal waarvan het Drents, Veluws, Stellingwerfs, Achterhoeks, Sallands, Twents en Gronings behoren. Veel Drenten hebben het over siepels als ze uien bedoelen. Niks mis mee toch. Maar langzamerhand wordt het toch uien, ook hier. Wat is er mis met siepels, vroeg Daniël zich af.
Toch ontstaan er vanzelf nieuwe woorden in de loop der tijd, soms halen ze zelfs de van Dale. Ik weet niet of er al foep in te vinden is. Niesje bezigde dat eens. ‘Als je plakjes komkommer te lang in de azijn legt gaat de foep er uit’, zo zei ze. De foep, we hebben er met elkaar…., ja ook moeder Siet, hartelijk om gelachen. Die had zelf ook van die woorden. Als je naam maar genoemd wordt, zei Mark eens toen ik hem wees op een regel in de krant over een niet zo’n beste actie van hem tijdens een voetbalwedstrijd.
Nou ik kan je vertellen dat ook Wim erfelijk belast was, zowel met zijn ergernissen als zijn creativiteit met taal. Hij had een hekel aan vliegen, een erge hekel zelfs, net als zijn moeder. Die kon een vlieg zelfs met de hand uit de lucht grijpen en zat vaak met een opgevouwen krant in de hand klaar om toe te slaan.
Ik herinner me dat Wim ineens riep: ’Geef mien dat houwiezer es an!’ Ik moest wel even denken, maar toen ik zijn blik naar die ene kleine vlieg zag gaan, wist ik het meteen: de vliegenmepper.

Zo zie je maar weer: als je naam maar genoemd wordt….

’t Houwiezer Meer lezen »

Over vechters en… gelijk spel

Bij het koffiedrinken na de kerkdienst mag ik graag even bijpraten met een van de heren die kippen heeft en daar graag over vertelt… èn over hun hondjes. We wisselen dan de deugden en ondeugden uit van ons dierenbestand. Nu is daar bij mij niet veel van over want Storm is op leeftijd en bezorgd me weinig ongemak of actie. Ik hoef alleen maar achter onze tuin op de rollator te gaan zitten en Storm doet zijn rondje. Dat was aan het Schoolpad natuurlijk nog gemakkelijker, dan deed je gewoon de deur open..

Dat was me wat die keer! Hadden we nog vijf kippen en daar zaten er drie van te broeden. Waar die anderen hun eieren lieten was me een raadsel. Zo zag ik een kip lopen met een geel rond iets in de bek. Toen ik er achteraan ging, bleek het een kapot ei te zijn. Gekke kip! Verder was er alarm geslagen door buurvrouw Anja omdat er steenmarters gesignaleerd waren. Die nestelden bij hen onder het dak en ze zijn nog beschermd ook. Toen we pas ’s avonds de lammeren melk brachten in de stal hoorde ik een vreemd geritsel op het dak van de stal en ik dacht meteen aan die steenmarters. Wim ging zoeken met de zaklamp, maar ja…. dan zag je niks meer. We bleven alert. Wim had er richting Barger-Oosterveld wel een zien lopen op het fietspad. Van ons mocht ie daar blijven. Een van de nestkasten hing verkeerd, te dicht bij de takken. Ik denk dat Suze en Loedertje er regelmatig eieren uithaalden, want de eierbasten lagen er onder.

De grote visser kwam ook dagelijks langs bij de vijver. Soms bleven we doodstil zitten om te zien hoe hij tot de aanval overging, maar zo gauw hij iets zag bewegen was hij meteen weg. De lelietjes van dalen breidden zich dat voorjaar ook mooi uit. Volgens vriend Romke van der Ka woekeren ze en ja hoor… ze kwamen zelfs tussen de terrastegels door. In de tuin bij het keetje kwamen duizenden papavers, riddersporen, o.i kers en natuurlijk veel onkruiden boven. Dat werd wieden, wilde er iets van terecht komen. Ik las pas over mensen die een 9000m² grote tuin hebben en daar echt van genoten. Die hadden echter ook al geleerd hoe ze daarmee om konden gaan zonder in de stress te schieten: ”Je kunt haneklauw maar beter mooi vinden”, was een uitdrukking die ik met genoegen las. Op één plek aan het Schoolpad vochten inderdaad de lelietjes van dalen, de haneklauw en de klimop met elkaar om te zien wie er wint. Ik hoopte op gelijk spel! Ik weet niet meer wat het toen geworden is. Nu nadat huis en erf na de afbraak één woestenij is geworden, denk ik dat de klimop gaat winnen. Bij mij aan de Torflang is er minder ruimte maar ook hier heb ik een paar vechters waaronder natuurlijk klimop.

Dit zijn ook vechters: varen, klimop en lievevrouwebedstro.

Over vechters en… gelijk spel Meer lezen »

Één moment…

Er was steeds één moment op een doordeweekse dag dat we op tijd voor de tv zaten. Nee niet voor het journaal, het nieuws hoorden of zagen we tussendoor wel. Nee, precies om half 6 stemden we af op SBS6, vaak met het bord op schoot.

We waren beiden fan van Escape to the Country, of in het Nederlands: Droomhuis op het Platteland. Het gaf ons een vakantiegevoel en liet ons keer op keer genieten van het Engelse en Schotse platteland. Ze laten een huis zoekend stel 3 verschillende huizen bekijken voor een bepaald budget en dat aan hun eisen zou moeten voldoen. Het laatste huis is altijd een verrassingshuis waar ze zelf nooit aan gedacht zouden hebben. En zo gaan we met hen mee op reis van Cornwall tot in de Highlands.

We beseften dat we geluksvogels waren om de afgelopen 30 jaar zoveel zelf te mogen ontdekken van zowel de Britse natuur als de cultuur. Vergeet ook de typische Britse humor niet. We hebben er vrienden voor het leven aan over gehouden. De laatste weken zochten de huizenzoekers vaak hun ideale huis in Herefordshire, Devon of Cornwall, maar ook wel in Sussex, iets dichter bij Londen omdat ze vaak nog afhankelijk zijn van hun werkplek. Ook de streek tussen Engeland en Wales is favoriet en ook daar zijn we vaak geweest. Het zijn soms jonge net beginnende gezinnen die hun kinderen ver van de stad willen laten opgroeien maar ook de ouderen die de rest van hun leven ver van de drukte willen doorbrengen. En altijd zagen we de voor ons bekende streken en haalden we zo herinneringen op. Al konden we zelf op dat moment weinig ontdekken, op deze manier was het heel fijn om mee te genieten van het prachtige Engelse platteland met zijn mooie kastelen, kerken en tuinen.

Ik zei dan bv. tegen Wim: ’Wet ie nog wel da-w met Tom en Joan bi-j Chatsworth Castle waren met die ommuurde tuin?’ Wim kon het zich nooit herinneren, die onthield heel andere dingen dan ik. Meer de behulpzaamheid van de Schotten, Engelsen ook trouwens. Eens reden we in de buurt van een distillery in de Highlands een verkeerde weg in en moesten we met caravan en al achteruit. Ik zat met het zweet op de rug, Wim niet. Er werd niet getoeterd of geroepen. De auto’s achter ons bleven gewoon aan de kant staan, armen rustend op het stuur en geduldig wachtend tot Wim zijn auto met caravan achteruit gereden had en we weer op de goede weg zaten. Er werd alleen een duim opgestoken. Zo van: goed gedaan jochie! Zie, deze ervaringen onthield Wim dan weer maar je moest hem niet vragen waar het was. Daar had hij mij weer voor.

En nog steeds geniet ik ervan, nu op BBC First

Één moment… Meer lezen »

Over foto’s en herinneringen

‘Maar… we hebben de foto’s nog’. Het is maar zo’n kreet als een tijdperk afgesloten is. Zo is het ook met de herinneringen aan onze tijd aan het Schoolpad met alle dieren die we in die jaren om ons heen hadden. Een ervan was Suze, ooit genoemd naar ons nichtje in Canada. Onze Suus van er een van een drieling die we alle drie opgehaald hebben ergens achter Oosterhesselen, alledrie fantastische muizenvangers. Zij heeft de rest overleefd en zorgde een paar keer voor nageslacht zoals Loeder die totaal niet op haar leek. Dat was een dikke zwarte, waarschijnlijk te danken aan een kater uit de buurt.

‘Ga maar naar buiten, naar buiten Suus, naar buiten Loeder’, hoorde ik Wim zeggen tegen de beide katten toen ik die morgen de trap af kwam. Loeder en Suze hadden net hun ochtendhapje uit een kuipje verorberd en werden dan meteen weer naar buiten gebonjourd door Wim. Hij praatte ook altijd Alg. Nederlands tegen de katten, tegen Storm en zelfs tegen de kippen. De benaming ABN is tot mijn tevredenheid eindelijk omgezet in AN. Het was net of streektalen niet beschaafd zouden zijn, dus hebben ze nu de B- van beschaafd- er buiten gelaten. En zo hoort het. Overdag hielden we de katten het liefst buiten. Hun territorium was de schuur en muizen vangen was hun taak. Toch zat Suze altijd op haar kans te wachten en verschanste zich tussen de laarzen in het gangetje tot de kamerdeur open ging Bij mij hadden ze wat meer ruimte, ik had ze graag om me heen als ik m’n krantje las. Loeder mocht zo graag op de printer liggen als ik achter de computer zat. Suze zat graag op de leuning van je stoel en ’s avonds lag ze bij Wim op de bank met haar voorpootjes op zijn bovenbeen, lekker warm. Zelfs als we aten moest ik lachen om die stiekeme kattenkopjes die op afstand zaten te wachten op een kansje iets mee te kunnen pikken. Storm bleef nooit op afstand. Hij zat tussen ons in als we aan tafel zaten in afwachting of er wat per ongeluk viel.

Ik weet het, wij hadden een huishouden van Jan Steen, maar ik genoot ervan. Die vrijdag bracht Wim een gebakken visje, wat zeg ik… VIS, mee van de markt en wij gingen er meteen maar even voor zitten. Ineens zag ik het kleine kopje van Suze aan de overkant van de tafel verschijnen. Die had ook vis geroken. Je snapt al dat ze met ons mee mocht doen, zij het met de restjes…

Je merkt het al… de heimwee naar vroeger begint weer toe te slaan….

Over foto’s en herinneringen Meer lezen »

Gerrie

Een van de dagen die er vast in mijn geheugen zitten is 19 oktober. Het is de verjaardag van nichtje Gerrie. Officieel is het Gerritje, genoemd naar haar opoe van moederskant, opoe Bruins. In haar latere leven met man en kinderen werd ze Gré genoemd, maar voor ons is ze Gerrie gebleven. Ze deed er niet moeilijk over, ze luisterde naar beide. We groeiden samen op, deden samen belijdenis, gingen naar dezelfde Kweekschool en gingen zo naadloos beiden het onderwijs in. We hebben veel plezier gehad samen.
We hadden zoveel raakvlakken dat we het plan hadden om straks als we beiden klaar zouden zijn we samen op een flatje te gaan wonen. Maar ja… ik was net iets eerder klaar en aan het werk in Hattem en een jaar later begon zij aan een school in Rouveen. In deze tijd zouden we misschien toch in Zwolle een flatje kunnen bemachtigen en op en neer kunnen rijden. Toen was een autootje nog ver van ons bedje. Bovendien kwam ik al gauw Wim tegen en zij later haar Gerrit. Maar ons contact is gebleven. Ons eerste hondje Laska kwam bij hen vandaan, uit Doornspijk.
Ook toen onze kinderen groot waren bleven we contact houden. We zochten hen op en zij en Gerrit kwamen ook hier bij ons aan het Schoolpad. Veel brieven met afdrukjes van foto’s stuurde ze want Gerrie was goed in het onderhouden van haar contacten.
Toch moesten we haar een paar jaar geleden missen na een korte ziekte. Regelmatig denk ik nog aan haar en vind het fijn om ook af en toe te zien hoe het met haar kinderen en kleinkinderen gaat. Ik zie veel van Gerrie in hen terug.

Foto: In de zomer van 1962 begeleidden we een groepje stadskinderen op een kinderkamp ergens in Brabant. Het was een mooie week.

Gerrie Meer lezen »

De koeien op Groot Brandenborch

Alweer jaren geleden zag ik deze afbeelding op de voorkant van het mooie blad Landleven en meteen vond ik dat ik dit moest proberen vast te leggen. Ik rook als het ware de koeien toen ik de plaat bekeek. En net als iedereen dat zal hebben die op een boerderij opgegroeid is in de jaren 50 herkende ik de sfeer. Het bleek de deel met koeienstal van boerderij Groot Brandenborch bij Vorden te zijn waar blijkbaar nog op de ouderwetse manier geboerd wordt.

Ik begon er enthousiast aan, maar toch lukte het me niet om die sfeer op doek te krijgen en dit grote doek van 1 m x 1 m verdween een paar jaar achter een kast en schilderde ik andere dingen in kleiner formaat. Toen ik opeens dit doek weer tegenkwam kreeg ik er zin in om opnieuw een poging te wagen. En nu werd het wat.

Tegenwoordig hangt het in de recreatieruimte van Camping De Boomgaard.

De koeien op Groot Brandenborch Meer lezen »

Waarom?

Waarom een hond…?

Waarom wil iemand een hond? Groei je er zelf in je jeugd mee op? Ik denk dat dat met mij wel zo was. Altijd hebben we een hond gehad. Op De Haar was er Trixie. Op De Boomgaard Juno, Max en nog later Sacha.
Nu ik deze foto zie denk ik dat dit de eerste echte kennismaking met honden was voor Mark. Wij waren met pa en mama een dag of tien naar het Naturfreundenhaus op de Meissner in Hessen. Wij… dat waren Wim en ik met Gerhard en Rick. Mark was toen 1,5 jaar en Ben en Diny die voor deze gelegenheid op De Boomgaard waren om de honneurs waar te nemen wilden best ook op hem passen.
Ik vond het wel lekker rustig met twee i.p.v. drie kinderen, maar Wim beviel het niets en beweerde met overtuiging dat hij in het vervolg alle jongens mee zou nemen op vakantie. En zo gebeurde het…tot ze het heel veel later één voor één zelf lieten afweten.
Op De Boomgaard waren op dat moment twee honden: Sacha en haar pup Beertje. Het was ook net een beertje. De vader was zo te zien een Groenendaler bij hen uit de buurt. Mama zei altijd wanneer Sacha loops was…’de 14e dag dan mo-j uutkieken…..dan gaot ze d’r vandeur’.
Zo zal dat deze keer ook wel geweest zijn. Beertje was een scheet van een hond en was gek op Mark…beet hem iedere keer achter in de broek, vertelde Diny. En Mark was gek op Beertje. Op deze foto is al te zien dat hij zeer geïnteresseerd is in die kleine zwarte. En zo is ’t gekomen…….dat Mark altijd gek op honden is gebleven. Toen hij 6 was kreeg hij zijn eerste hond, oma beloofde dat zijn hondje in vakantietijd op de Boomgaard mocht komen. Kleine Laska werd een echte gezinshond, maar Mark zorgde voor haar. Hij liet haar uit en trainde haar en het werd een echte gezins- en buurthond. Hierna zijn we nooit meer zonder hond geweest…
Toen Mark eenmaal in zijn studentenhuis woonde kwam hij toch elke dag even naar huis… voor hond Kim. En zo gauw hij later zelf een mogelijkheid had kwam Tessa en later Queeny in zijn leven.
‘Ik weet al wie Queeny staat op te wachten’, zei Rick, toen we haar moesten laten inslapen. Tja… die Rick.

Waarom? Meer lezen »

De Tocht der Tochten

Soms denk ik terug aan mijn jeugd waarin ik samen met mijn nichtjes Gerke en Gerrie opgroeide. Èavenolders waren we, in hetzelfde jaar geboren. Met beiden kon ik goed overweg en Gerke spreek ik nog regelmatig. Gerrie overleed helaas een paar jaar geleden.

En ik denk graag terug aan onze gezamenlijke jeugd.

Ik was net een jaar eerder klaar met mijn opleiding en werkte al in Hattem aan de van Heemstraschool. Van onze plannen om later samen op een flatje te gaan wonen kwam nog niets terecht. Een jaar later was het zover en in 1963 was Gerrie ook klaar met haar opleiding aan de Kweekschool. Ze solliciteert naar een baan aan de Christelijke School in Rouveen. Ze schreef me over haar wedervaren die bewuste dag.

Ze mag een proefles komen geven. Een paar mensen van het Bestuur en het Hoofd der school zitten achter in de klas. Ze mag beginnen en wil het bekende gezang De Heer is mijn Herder laten zingen, maar voor ze in kan zetten komt het Hoofd naar voren. “Juffrouw Bijenhof, wij zingen hier alleen Psalmen”. Gerrie is niet voor één gat te vangen en geeft Psalm 100 op: Juicht aarde juicht alom den Heer! Ze begint te zingen zoals ze dat gewend is. Opnieuw komt het Hoofd naar voren. “Juffrouw Bijenhof, wij zingen hier alleen op hele noten, dus allemaal even lang”.

Gerrie maakt toch een goede indruk en krijgt de baan. Nu moet er nog een kamer gezocht worden. Het Hoofd is behulpzaam en weet een geschikte kamer. De familie maakt er gelijk een nuttig uitje van wanneer ze gaan kijken. Pa en mama gaan samen met oom Wim en tante Janna en natuurlijk Gerrie op stap. De dames worden afgezet bij het Hoofd der School in Rouveen en de mannen gaan naar de N.O. polder om hooi te kopen……

Zo gezegd ..zo gedaan! De ontvangst is hartelijk, de kamer wordt goedgekeurd en ze drinken nog een kopje thee. Het duurt wel lang voor de mannen terug zijn. Het Hoofd en z’n vrouw hebben die dag nog meer plannen en de 3 dames besluiten de mannen alvast een eindje tegemoet te lopen en gaan naar de grote weg richting Zwolle. Ze hebben geen geld bij zich, want hun tasjes zijn achtergebleven in de auto. En mobieltjes zijn er dan nog niet!

Tja……dan is de weg naar Zwolle wel heel erg lang. Er moet ondertussen nodig geplast worden en om de beurt verdwijnen ze in de bosjes, terwijl de anderen op de uitkijk blijven staan naar de mannen.

Het wordt een zware tocht, de tocht der tochten. En mama houdt niet eens van lopen en tante Janna heeft niet eens zo heel erg lang daarna een nieuwe heup gekregen. Ze durven ook niet te liften, want stel je voor dat hun mannen er aan komen en hen zoeken……. Ze zijn al in de buurt van Zwolle als ze ontdekt worden door een politieauto! Het eerste wat ze vragen is: ”Is er misschien een ongeluk gebeurd tussen de N.O. polder en Rouveen?”. “Nee, daar is ons niets van bekend”, antwoorden de redders in nood.

“Waor blieft ze toch, dee kearls van ons…o, foi toch…foi toch “, hoor ik tante Janna zeggen.

Op het bureau moet er weer geplast worden en gebeld natuurlijk! Waar naar toe in hemelsnaam? Naar tante Hermien en oom Sjoerd natuurlijk. Die zijn voor de hele familie altijd als een rots in de branding! Op het moment dat ze tante Hermien aan de lijn hebben, gaat bij haar de deur van de keuken open en staan de beide verloren gewaande mannen mèt de damestasjes in de hand in de deuropening! Ze hadden autopech. Toen ze naar het Hoofd in Rouveen belden waren de dames al lang weg. Ze hebben de trein naar Vorden maar genomen. Zij hadden immers wèl geld bij zich! Oom Sjoerd heeft de drie lange-afstand-wandelaars bij het Zwolse politiebureau opgehaald.

Ik denk niet dat mama die eerste week nog veel gelopen heeft! Tante Janna kreeg kort erop zelfs een nieuwe heup!

Na dit avontuur schreef Gerrie me een uitgebreide brief waarin ze de belevenissen van deze dag beschreef! Dus: met dank aan Gerrie! Ook tante Hermien kon er later smakelijk over vertellen hoe de beide mannen met de damestasjes in de hand bij haar de keuken inkwamen!

De Tocht der Tochten Meer lezen »

De Nieuwe Buitenbeentjes

Wat een werk hebben we verricht om nieuwe lesjes te maken voor leerlingen. Het ging allemaal met de hand en als er meer van gemaakt moesten worden werd er gestencild. Dat was voor mij al teveel aan techniek en werd dat door een collega liefhebber gedaan. Ik heb het nu over de 70er jaren want daarvoor hadden we alleen de standaard boekjes. En ik hou wel van experimenteren. Ook van dyslexie hadden we amper gehoord, laat staan dat je wist hoe je een leerling hierbij kon helpen.
Ik weet nog dat Johan Frijlink wel eens iemand hielp die woordblind was zoals dat ook wel genoemd werd. De kinderen met een beperking gingen naar het bijzonder onderwijs, de BLO, en kregen ze in kleine groepen beter aangepast onderwijs.
Zo kwam er in de loop der tijd meer onderscheid: de LOM( voor kinderen met Leer- en Opvoedings Moeilijkheden), de MLK( moeilijk Lerende Kinderen) en de ZMLK en voor kinderen met ernstige gedragsproblemen de ZMOK. Bovendien kwam er voor kinderen met een lichamelijke handicap de Mytylschool bij. Voor blinden en doven was er al wel apart onderwijs. Iedereen heeft vast wel van Bartimeus gehoord.
Toen bleek dat Rick ook zijn handicaps had werd me het boek Buitenbeentjes aangeraden en kreeg ik behalve begrip ook aanwijzingen hoe we hem zelf konden helpen. Ik heb bij mijn studie voor de C acte die de Hoofdakte kon vervangen een heel project gewijd aan zijn begeleiding. Dat was allemaal handgeschreven. Mijn interesse in meer hulp kunnen geven door Remedial Teaching was intussen gewekt en toen we eenmaal in Emmen woonden en ik op school te maken kreeg met verschillende moeilijk lerende kinderen in de brede zin volgde ik een tweejarige cursus en kreeg een bredere taak dan alleen het geven van Nederlands. Dyslexie, Faalangst, afwijkingen in de motoriek, en het begeleiden van de buitenlandse leerlingen die op onze school een plekje hadden gevonden.
Intussen kwam er een uitgebreid internet op school en werk en dat nam veel werk over. Ik werd handig met het kopieerapparaat en computer.
Veel ‘leerlingen met een rugzakje’ kregen een plek in het gewone onderwijs en kan er met klasse assistenten en remedial teachers voor gezorgd worden dat meer kinderen gewoon naar hun school in de eigen buurt kunnen.

De Nieuwe Buitenbeentjes Meer lezen »