Weblog2

Drollenvangers

Rika, een van de zussen van mijn moeder Coba, trouwde met weduwnaar Jaap Harwig. Jan en Henk kregen er niet alleen een moeder bij maar ook een hele Bijenhof-familie.

De Harwigs woonden in die tijd aan de Ruurlose weg in Vorden, vlakbij het spoor. Opoe Bijenhof heeft vaak verteld dat Jan en Henk in de oorlog regelmatig ’s avonds nog even langs de spoorlijn naar De Haar kwamen lopen voor een bordje roggemeelse pap.

De neven Henk en Jan zien er chique uit in hun kostuum met voor die tijd–1941– moderne “drollenvangers”. Officieel heten die plusfours. Ze zouden maar zo door oom Sjoerd in z’n kleermakerij gemaakt kunnen zijn. Wat hier toch het voordeel van was? Misschien is het wel dat deze broeken niet nat worden als je door het natte gras loopt.

Mijn Wim heeft ze ook gedragen. Wims moeder kreeg indertijd vaak kleren van anderen voor de vier jongens toen vader van der Kolk overleden was. Wim had het geluk de drollenvanger/ plusfour van hun huisarts dokter van Haeringen te mogen dragen. Jammer dat ik daar geen foto van heb.

Drollenvangers Meer lezen »

Hiep hiep h…

Achter elke foto schuilt een verhaal. Dit is de enige foto die ik nog heb waar zo’n oude tv nog te zien is, al is het maar een deel.

Maar met dat verhaal bedoel ik het moment voor vertrek van een vakantie naar Badenhard. Onze buren hadden een hamster voor ons en ik ging overstag, leuk voor de kinderen toch? Maar zeer tot ongenoegen van Wim. Nu moest er vlak voor vertrek nog een hok getimmerd worden. Maar dat redde hij en hier bewonderen Rick en buurmeisje Petra het hok plus zijn inwoner. Het was een leuk beestje, die hamster, alleen zo jammer dat hij overdag altijd sliep. Buurvrouw zou hem in de tussentijd verzorgen. Toen we dan ook terugkwamen uit Badenhard was de vogel gevlogen dachten we. Hiep hiep h… dacht Wim al. Maar jammer voor hem… de hamster kwam ’s avonds uit een laars van Gerhard te voorschijn gekropen. Toen het beestje een paar dagen later weer foetsie was zette Wim het hok maar vast op het balkon. Weg is weg… toch? Nooit geen hamster meer gezien.

Hiep hiep h… Meer lezen »

23 juli

Vandaag is het de geboortedag van onze moeder. Mama zou nu 109 geworden zijn als… Het is al lang geleden. 10 jaar geleden herdachten we vader Hein samen onder onze luifel op camping De Boomgaard met taart, alle 4 kinderen met hun aanhang.  Mama werd slechts 63. Diny en ik benoemden het toen wij allebei die leeftijd voorbij waren: we hebben onze moeder overleefd. Henk en Johan intussen ook allang.

Nu ikzelf een behoorlijke leeftijd heb begint een mens terug te kijken, zo ook naar het leven van onze moeder. Als jong kind besef je niet dat ze zo’n verdrietige periode doormaakte na het ongeluk en overlijden van vader Hendrik Jan. En daarna nog de geboorte van ons broertje dat dit niet overleefde. Het was voor ons en ook voor mama een geluk dat we samen woonden met opoe en opa Bijenhof. Die zorgden dat we geen liefde tekort kwamen en samen met de andere familie kregen we de steun die we zo nodig hadden. Ik denk ook aan de leuke zomerjurkjes die vanuit Amerika opgestuurd werden. Bovendien hebben de verhaaltjes van opoe voor het slapen gaan en opa’s gedichten ons goed gedaan. Ondanks dat ze in een diepe put was geraakt kwam ze er weer bovenop. Tante Hermien zei wel eens: ’Je moeder is net een duikelaartje, soms in de put en dan ineens is ze er weer’. Gelukkig heeft ze een mooie herkansing in het leven gekregen toen ze met vader Hein trouwde. Het werd een familie met vele lagen. De Kornegoors (van Hanna de 1e vrouw van vader Hein), De Egginks van de Boomgaard en de Boskamp en de Bijenhofs werden één grote hechte familie. Ze waren allemaal welkom en wij bij hen.

Achteraf gezien was het hard werken op een boerderij, maar gelukkig was er de eerste jaren ook onze grote hulp Riek Antink, een buurmeisje. Tja… zo gaan je gedachten bij bepaalde dagen. Ik weet zeker dat Rick dat ook in zijn gedachten heeft vandaag.

23 juli Meer lezen »

Hattems of Vordens

Sorry, ik kan even geen nieuwe berichten meer plaatsen….De Website werkt niet meer goed!

Het zal wel aan mij liggen, maar het schrijven in de Hattemer streektaal is wel erg ingewikkeld om te volgen voor een niet Hattemer. Daarom heb ik het volgende verhaaltje uit Heemkunde Hattem maar omgezet in het Achterhoeks van mijn geboortestreek: Vorden.

’t Is al weer een jaor of wat elene dat der bi’j de buren een nieje schure achter ’t huus ebouwd zol wodd’n. Um wat meer ruumte te krieg’n , moss’n der een paar beume umme ezaagd wodd’n. Nao wat hen en weer gepraot in de buurte, krege wi’j de belofte dat der een stuk of wat zoll’n komm’n helpen. En daor ging ’t hen.

Buurman Hendrik kwam met de kettingzage anzett’n. Gait met de biele en een paar töuwe. Der wodd’n een leere teegn de boom an ezet en toe kon ’t fees beginn’n.

Grote dikke tekke dee der of ezaagd wodd’n velen met ’n smak op de grond en de werkluu en een stuk of wat kiekers mossen oppassen dat ze der niet ene op de kop kregen. Alles wodd’n op ’n bult egooid umme te versnippern, tötdat der ene had bedach um van de tekke een paosbult te maak’n.

Driekus dee an de andere kante van de weg woon’n en al ’t geheister al een tiedjen anezeen had, dach bie-j em zelf: ‘Dee kans mot ik griep’n’. Hee schrok van zien eigen stemme en reep:’Jonges, ik hebbe ok een boom dee ik graag umme wil hemm’n. ’Wat verwonderd kekk’n de werkluu opzied. Nao wat smoez’n onder mekare wodd’n ze ’t ens um um ok voort te help’n.

‘Hoe is-t Driekus, zit der nog wat veur òns an?’, reep den enen met de zage in de hande, ‘een paar fleskes bier? Öf he-j meschien nog wat anders onder de körke?’ Umdat ze’m al langer kenn’n as vandage, wach’n ze ’t antwoord mor neet of en ging’n wieter met eur wark en belaov’n dat ze zo wel zoll’n komm’n.

Efkes later namm’n ze eur grei op en leup’n op Driekus zien land an, waor een olden knoesterd van een boom ston. Ie könt et geleuven of niet maor Driekus heulp noe ok met, noe ’t um zelf mar anging. Den eersten de beste takke den afezaagd was, grep e vaste en slepp’n um, achterste veurten lopend, achter u man. Maor umdat Driekus nogal stief in de butte was, had e der aardig meuite met. Daor kwam ok nog bie’j dat e de gruppe aover mos met zien vrachjen. En veurdat e der erg in had, was e der al en tuumeln zó de modderige gruppe in. Daor lag Driekus, hatstikke klem, hee kon gien kante uut. Der zat niks anders op dan um met een paar man uut de blubber te trekk’n. Ze zett’n um weer op de bene en verfaltereerd ston e um zich hen te kiek’n. Toen ze zaag’n dat um niks mankeern, konn’n de werkluu zich niet langer inholl’n en schotten toch stiekem in de lach.

Driekus dee der uutzag as een echte kleikloete, dee net of e gek was, pakk’n de tekke weer op en slepp’n der met weg öf der niks gebeurd was. Nao een tiedjen vroog’n ze um:’Driekus, mo’j noe eers niet wat anders antrekk’n??’’Neu…, was zien weer woord,’’t dreugt wel weer op en dan valt ’t smeer der zo wel af’.

Völle hef Driekus niet uut espookt, maor hee hef wel de hele middag zien modderkloffie aneholl’n en mèt de opgedreugde blubber in zien oorn, oog’n en neuze.

Hattems of Vordens Meer lezen »

Verandering op komst?

Ik kwam net van achter de krant vandaan. Het Dagblad van het Noorden van die dag meldde dat ze gaan stimuleren dat landbouw- en veeboeren weer samen zouden moeten werken, 3 landbouw boeren en één veehouder. De mest van het vee kan op het land van de landbouwers gebruikt worden en kunstmest zou niet meer of veel minder nodig zijn. En dan zouden er stroken met natuur tussen de landerijen geformeerd worden. De bodem van Nederland raakt uitgeput met die intensieve landbouw en veeteelt. Er zouden meer soorten geteeld moeten worden. Als ik naar het land van onze buurman kijk zie ik al jaren alleen aardappels. Er wordt elke week of 2 weken gespoten met van alles, tegen aardappelziekte en onkruid en op het laatst iets om het loof te laten afsterven. Ik dacht eigenlijk dat je door om de 4 jaar aardappels op hetzelfde stuk land te poten geen aardappelziekte meer kreeg.

Buurman Lettink naast de Boomgaard was wat dat betreft al vooruitstrevend, die verbouwde ook maggi planten. Het gevolg was wel dat de hele familie op de knieën aan het wieden moest.

Hoe lang is het nog maar geleden dat de meeste boeren zelf een gemengd bedrijf hadden. In elk geval mijn hele jeugd door. Ik denk dat in 1972 op De Boomgaard de plannen voor de melkstal ontstonden en pa ook meeging in het uitbreiden van de veestapel. in plaats van 10 koetjes op een rijtje op de deel werden het er 60 of meer in de melkstal. Daarvoor werd de melk, de eieren en het graan werd opgehaald of afgeleverd bij de ‘Botterfabriek’ en de ‘Mölle’.

Voor de varkens die aan de goede maat waren kwam de veehandelaar van de GOS. De biggen werden geboren in de eigen varkensstal en bleven tot ze genoeg gewicht hadden. De hele familie had een taak. Opa deed de kippen en zorgde voor de waterbakken van de koeien. Mama deed de kalfjes en het voeren van de varkens. Opoe deed ‘de pot’, ze kon heerlijk koken. Dat had ze geleerd toen ze jong was en bij rijke lui diende zoals de meeste meisjes in die tijd. Als kinderen hadden we ook onze taken. Het aanjagen van de koe die naar de bolle moest, het biggen vangen, even droog wrijven en in een kist doen tot de bevalling achter de rug was. Aorne gaarn op het roggeland, het ‘angooien’ van de garven in de schuur, helpen knollen plukken in de herfst en coloradokevers vangen op de aardappels, hooi opperen als er regen in de lucht zat en helpen bij het binnenhalen van de oogst. En verder veel kleine karweitjes. Met een boek in een hoekje van de keuken zitten liep meestal af met de opmerking: ’He-j niks anders te doen?’ Lezen was meer werk voor de zondag.

Een boerderij was toen een familiebedrijf en ik goede herinneringen aan het feit dat ik zo op mocht groeien, dicht bij de natuur. Maar ik weet ook dat dit op die manier nooit meer terug zal komen. Ik herinner me de bloeiende slootkanten en aan de weg groeide nog heide tussen de berkenbomen. Later werden het wilgen, meer geschikt voor de klompenmakerij. Alleen gunde pa zichzelf een paar rode beuken aan weerskanten van de oprit naar de boerderij.

Tja… zo kom je aan het mijmeren als je zo’n artikel in de krant lees…

Verandering op komst? Meer lezen »

Het eet geen brood…

Ach het schiet me ineens te binnen: Het eet geen brood. Het was de lijfspreuk van oom Paul, de vader van Nies. De man die Ben indertijd toestond met zijn dochter te trouwen met de woorden: ‘Voor een fles Bokma mag je d’r hebben’. Die ook wanneer de beslissing genomen moest worden of er iets wel of niet bewaard moest worden placht te zeggen: ‘Het eet geen brood’. En dan verdween de deken/ kussen/ stoel naar de zolder. Op die manier heb ik ons gewatteerde dekentje gescoord toen tante Catrien wat later naar haar bejaardenwoning ging. Daar was geen zolder of vliering meer. Wij kregen een paar prima kussens, een wollen deken en dat bewuste gewatteerde dekentje waaronder ik al heel wat middagslaapjes heb gedaan en die we dubbelgevouwen gebruikten op het veldbed als zachte ondergrond voor Robin of Eva. Leuke schoonvader ook. Wanneer hij met tante Catrien vanuit Zoetermeer een weekend bij Ben en Niesje ging logeren , kwam hij met z’n tasje de kamer binnen en plantte die tas naast de lievelingsstoel van Ben. Zo,… die had hij dan alvast gereserveerd. Als Ben dan zei: ‘Pa, dat is wel mijn stoel’, antwoordde hij steevast: ‘Maar nu is hij van mij’. Die stoel zat niet alleen het prettigst, maar stond ook precies goed om tv te kijken zonder je nek te hoeven verdraaien. Thuis was hij net zo ontspannen. Wanneer hij boven kwam vanuit de winkel beneden, stonden z’n pantoffels klaar. Na het eten zei hij: ‘Ik maak nu plaats voor de vrijwilligers’ en hij haastte zich met zijn sigaartje naar zijn plek voor de tv.
Toen ze naar Hattem verhuisden hebben ze eerst nog drie maanden bij Ben en Nies gewoond. Ach.. ze hebben het heel gezellig gehad, maar ik denk toch dat Ben blij was dat hij z’n stoel weer terug had.

Foto: Ik denk ergens eind 70er jaren. Hier wordt een glaasje gedronken op de verjaardag van moeder Siet

Het eet geen brood… Meer lezen »

Grädeke

Het kan gewoon niet anders, wanneer ik in Breedevoort kom denk ik altijd even terug aan die 1,5 jaar dat we in Aalten woonden. We hadden daar buurvrouw Grädeke, een klein mager wiefken, afkomstig uit Breedevoort. Het was een mooie tijd want Wim was gestopt met varen als scheepswerktuigkundige en was nu werkzaam bij Staalkat in Aalten die eiersorteer- en inpakmachines maakte. Zijn werk was het opbouwen èn repareren van die machines.

We woonden in een gewoon maar gezellig buurtje met nogal sociale controle zoals dat in de dorpen nu eenmaal is. En vooral Grädeke was nogal nieuwsgierig. Toen Wim eens midden in de nacht thuiskwam na een klus over de grens in Duitsland bij een kippenboer ging ik toevallig de volgende dag even bij Grädeke aan. ‘Zoo…’, zei Grädeke, ‘oew man was ok late thuus vannacht’. Ik antwoordde zoiets als: ‘Ik geleuve dat et een uur of één was’. ‘Nee, nee’, onderbrak ze me, ‘half twee was et, ik wet et zeker want ik kon neet slaopen. En ik zegge tegen Jan: ‘Ikke neet slaopen… ie ok neet slaopen. Wi’j gingen effen veur et raam zitten en rookten der samen ene en zaag’n oew man thuuskommen, half twee, ik wette ’t zeker’.

Ach… die Grädeke. Meer dan 50 jaar geleden was het en  dat jaar wandelend door Breedevoort, moest ik toch even weer aan haar denken.

Grädeke Meer lezen »

Herman aan Herman

Aan het eind van zijn leven schreef Herman deze brief aan zijn neef Herman Jansen. Hij woont dan al 75 jaar in de USA, waarheen hij als 21 jarige emigreerde. De typemachine had kuren maar het is goed te volgen. Herman schreef oneindig veel met zijn familie en die band bleef. Dat was te zien aan al die reizen die hij zelf maakte naar zijn familie maar ook andersom. Met dank aan Gerda Rossel die al veel informatie heeft gekregen

Herman aan Herman Meer lezen »

Coba en Hermien

Er komt een herinnering boven dat me weer laat glimlachen. De beide zussen Coba en Hermien leken erg op elkaar. Beiden waren ze nogal emotioneel en betekenden veel voor elkaar. Net als zus Rika, maar die was veel rustiger van aard. Beiden misten hun zus Coba. Ieder op hun eigen manier. Waren we bij tante Hermien op bezoek dan haalde ze graag herinneringen op aan Coba en onze vader Hendrik Jan. Sjoerd en Hendrik Jan waren ook echte vrienden. Toen er in de oorlogstijd bij de Haar piloten uit de  voor station Vorden afremmende trein gesprongen en verstopten zich in de rogge. Ogenblikkelijk werd Sjoerd er bij geroepen, Die kon Engels. Maar ondanks hun roepen: We are friends.. we are friends, waren die jongens niet uit de hoogstaande rogge gekomen. Pas veel later klopten ze bij een buurman aan en ja… dat was iemand van de NSB.  Pech..

Wanneer Diny en ik weer de deur uit gingen moesten we meteen door naar tante Riek en daar kwamen we weer bij. De jongste van tante Hermien en oom Sjoerd kon  de zussen goed imiteren. Hij gaf graag  een staaltje toneel weg op een manier die me bijna tranen in de ogen bezorgde. Hij liet zien hoe mama bij zus Hermien binnenkwam en de jas aan de ene kant van zich af gooide en de tas aan de andere kant en naar de wc snelde! Hij vertelde die keer dat een van zijn zonen drama-docent op het ROC is. Dat verbaasde me toen helemaal niet meer. Ha! Ook wist hij nog tussen neus en lippen door te vertellen hoe mama het helemaal niet zag zitten dat er in de nieuwe Simca een pookversnelling zat i.p.v. een stuurversnelling. Na een week kwam ze weer langs bij Hermien.

‘En hoe bevalt de auto, Coba?’ ‘O, een fluitje van een cent’, antwoordde die. ‘Dat kön i’j ok’ .

Ik vergeet nooit hoe hij ook op het 40-jarig huwelijksfeestje van Gerke en Wim vertelde wat de reactie van oom Sjoerd was toen de eerste brief van Gerkes aanbidder binnen was gekomen. ‘Daor begint het gedonder al!’ En Gerke was de eerste pas!

Maar ze trouwde wel met hem.

Coba en Hermien Meer lezen »