Weblog2

Herman 21. Vader Eggink overlijdt

Opa, al schrijvend, op zijn favoriete plekje in de keuken.

November 1974 overleed mijn vader. Deze winter zouden we niet naar Arizona gaan omdat we met Kerst nu thuis wilden zijn.
We kregen zaterdags een telefoontje dat vader overleden was en de begrafenis zou pas op donderdag zijn. Ik kon het redden om er toch bij te zijn. Via Minneapolis, Boston en Londen kwam ik … nee niet in Amsterdam, maar in Straatsburg aan. Vanwege de mist op Schiphol kon er geen vliegtuigen landen. Met veel moeite werd er een gepensioneerde buschauffeur gevonden om ons naar Amsterdam te brengen. Ik reisde samen met een Amerikaans echtpaar die die middag al op een legerbasis hadden moeten zijn en het was al 11 uur ’s avonds. Ze voelden zich compleet verloren omdat ze de taal niet spraken. Bij de informatie balie legde ik alles voor ze uit en er bleek een buschauffeur beschikbaar om ze naar die Amerikaase basis te brengen.
Ik had mijn broer Bram al een paar keer gebeld vanaf het vliegveld, maar kreeg geen antwoord, toen ik plotseling een hand op mijn schouder voelde. Het was Bram die al voor de derde keer op Schiphol was. Hij bracht me naar Jo en Hendrik Jan Groot Nuelend. Het was ondertussen half 4 in de morgen. Bram ging terug naar Amsterdam en ik ging nog even wat slaap inhalen.
Die middag werd de afscheidsdienst gehouden in de kerk in Barchem.
[i]Ds Barnard, tevens een goede vriendin van opa, leidde de dienst hoewel hij geen lid meer was van de NH kerk. [/i][i]Hij kon zich daar niet meer in vinden omdat hij vond dat de houding van de kerk tijdens de oorlog niet genoeg anti -Duits was geweest.[/i]
Voor de dienst werd gevraagd wie een dankwoord wilde uitspreken na de begrafenis op het kerkhof en een dankgebed voor en na de broodmaaltijd. Iemand deed de suggestie dat de oudste- ik dus- dat het beste kon doen. Ik deed het, maar had er grote moeite mee.
Tijdens de dienst was alleen het hoofd van mijn vader te zien achter glas. Je kon zien dat zijn lichaam niet gebalsemd was.
Ik bleef nog een paar dagen bij de familie en toen ik naar huis ging kreeg ik een tape mee met een interview op tv waarin mijn vader als 95 jarige als een bijzonder mens en schrijver te horen was.

Herman 21. Vader Eggink overlijdt Meer lezen »

Herman 20 Friesland

We waren nu in Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland het eind van de Dairy Trip, aangekomen waar ons door de Friese Holstein Association een etentje was beloofd. Eenmaal aangekomen in het hotel moest de voorzitter ons vertellen dat het etentje niet door kon gaan, want het hotel zat vol met Spaanse stierenkopers. Die moesten ze zien bezig te houden. Die waren van plan om de volgende dag naar een grote Bull Show te gaan. Wij begrepen hun redenen, maar zij leken erg teleurgesteld dat we geen interesse hadden voor die Bull Show. Wij wilden liever naar een melkveehouderij, maar omdat al die boeren naar de Bull Show zouden gaan ware we wel verplicht om onze laatste dag ook hieraan te besteden.
Die andere dag werden de Spaanse stierenkopers uitgebreid welkom geheten en een paar woordjes werden ook aan ons besteed. Ze vertelden dat het alleen voor fotografen foto’s mochten maken, maar omdat John Kemp dat niet verstaan had en er bijzonder professioneel uitzag met twee toestellen om z’n nek, maakte hij heel wat foto’s. Eén van de bezoekers, een Holstein koeienhouder sprak Engels en toen hij hoorde dat we teleurgesteld waren omdat we vanwege die show geen Holsteiners meer zouden zien, nodigde hij ons uit om na de lunch achter hem aan te rijden naar zijn boerderij. We belden een stel taxi’s en we reden zo achter hem aan. Nadat we zijn kudde bewonderd hadden wilde hij ons zijn voedersilo ook nog laten zien, dus reden we met de taxi’s weer achter hem aan naar zijn boerderij. De taxi’s lieten hun motoren steeds draaien en toen ik de farmer vroeg waarom ze dat deden gaf hij ten antwoord:””Dat is omdat ze betaald worden voor de tijd die ze rijden voor die rijke Amerikanen”. De silo’s waren dezelfde als die wij in Amerika hebben en toen we weer terug waren bij het hotel bleek dit een kostbaar tripje te zijn geweest.
Netty deed opnieuw goed werk toen ze bij het shoppen alles kon vragen voor haar medereizigster
Onze stagiair uit 1955 Talsma was ook op deze laatste avond. De volgende morgen vertrok de groep naar Schiphol en bedankten ons uitgebreid voor onze hulp bij de gesprekken overal onderweg. Netty en ik stapten even later op de trein naar Zutphen waar zwager Gerrit Voortman al op ons stond te wachten. We zouden nog een maand in Holland blijven om familie en vrienden te kunnen bezoeken.

Herman 20 Friesland Meer lezen »

De Wildenborch

Op de website van de Wildenborch is o.a te lezen dat de eerste bewoner de Roofridder Sweder Rodebaert van Wisch was in 1372. De latere familie Staring werd pas in 1780 eigenaar, de vader van de beroemde dichter Staring.
Ook wordt er genoemd dat grote stukken van het landgoed gekapt, ontgonnen en verkocht zijn aan de pachters in 1907, zoals Herman beschrijft.
Op de 40 jarige bruiloft van oom Martin en tante Catrien Kornegoor, die ook in De Wildenborch wonen zaten we naast een alleraardigst bejaard echtpaar. Ik wist dat meestal de hele buurt bij zo’n gelegenheid uitgenodigd werd en ik vroeg de aardige mevrouw. “Woont u ook in de Wildenborch?” “Wij wonen òp de Wildenborch”, antwoordde ze. Even later maakte ze met haar man een dansje op de dansvloer. Zijzelf is een dochter van de laatste baron Staring. Dit kasteel is één van de weinigen die nog particulier bezit zijn.

De Wildenborch Meer lezen »

Herman 19

De Groninger Blaarkop.

Het gebied in Holland waar ik geboren ben ligt dicht bij de Duitse grens . Daar zijn ook 8 kastelen. Tot 1907 woonden onze buren op kleine boerderijen van de kasteeleigenaren, de baronnen. Ze moesten werk voor die baron verrichten tegen weinig loon. In 1907 werd er veel van dat land verkocht aan die kleine boeren. Ook bos en laaggelegen weilanden werden verkocht, behalve het land vlak om het kasteel. Het hout van deze percelen was voor de verkoop al verkocht aan een houtverwerkingsbedrijf.
Mijn ouders woonden net buiten dit gebied en mijn vader had deze bomen gekapt. Hierna werd het land zelf ook verkocht tegen een zacht prijsje, maar de mensen die hier altijd gewoond hadden konden dit extra stuk niet betalen. Mijn vader en een ongetrouwde oom wel en een laaggelegen weiland er bij ook.
Mijn vader begon alle stronken er uit te spitten en te takelen. Daarna vulde hij de gaten met zand. Mijn oom deed toen het meeste werk op de kleine boerderij. Er werd mest op de nieuwe stuk grond gebracht, want kunstmest kenden ze nog niet. Toen de pachtbaas dat in de gaten kreeg vond hij dat niks en verzocht mijn ouders te vertrekken per maart 1908. Hij stuurde dat echter te laat en ze konden nog een jaar blijven. Samen met mijn oom maakten ze dit land klaar voor productie, bouwden een huis en met die laaggelegen wei hadden ze genoeg weiland voor het paard en de koeien.
In deze tijd zijn veel landgoederen verkocht omdat de belastingen niet meer op te brengen zijn.

In Heidelberg maken ze het Wijnfest mee, veel lawaai en de film die ze wilden gaan zien was alleen in het Duits. De boot, waarmee ze de Rijn zouden gaan afzakken kan niet varen vanwege de mist en ze pakken de trein. Eenmaal bij onze bus gaan ze direct door naar Amsterdam, de hoofdstad van Holland net als het Washington DC van de USA. De Kalverstraat, Artis, de Bijenkorf… hier kijken ze hun ogen uit.
Herman vertelt verder over hun bezoek aan een melkveehouderij met Holsteiners, tevens kaasmakerij, in de polder. Een boerderij op de bodem van de voormalige Zuiderzee. Helemaal goed, bovendien zien ze een bedrijf dat ook suikerbieten verbouwde, die naar een suikerfabriek vervoerd worden. Deze boer heeft rode koeien met een witte kop: de Groninger Blaarkop, deels gebruikt voor de melk en deels voor het vlees. De boer had z’n stier al voorgeleid, maar deze was ook al niet erg gesteld op vreemd volk. Hij keek heel gemeen. Herman stelde de man voor hem gauw weg te brengen voor hun veiligheid.

Herman 19 Meer lezen »

Herman 18 Jersey en Guernsey

De Jersey koeien.
Deze twee werden als hobby gehouden in de buurt van Harwich bij onze eerste camping wanneer we weer eens de oversteek maakten met de caravan.

De volgende plek die we bezochten was het Britse belastingvrije eiland Jersey, slechts 20 x 25 km groot. Het heeft een prettig klimaat, maar de enige buitenlanders die er mogen blijven zijn de dokters en leraren die door de eilandbewoners gevraagd worden. We bezochten een zuivelfabriek. Kleine trucks op batterijen zorgen voor vervoer van de zuivelproducten. Wanneer ze weer terug komen bij de fabriek worden de batterijen verwisseld. Dit bleek economischer dan dieselmotoren. We bekeken ook een paar kleine melkveebedrijven. De koeien en kalveren staan aan sticks met een touw en worden drie keer per dag opgehaald, twee keer om te melken en om 12 uur om water te geven. Een beetje gezin heb je hiervoor wel nodig. Het is handiger om op dit eiland zelf de zuivel te produceren dan alles per boot aan te moeten voeren.

Tijdens de tweede WO had Hitler een hele verdedigingswal gebouwd aan de wetzijde van het eiland. Hij had verwacht dat de invasie hier zou beginnen zo vlak voor de Franse kust.
Ook zagen we boeren die zeewier van de kust ophaalden, op rekken droogden, maar ik kon niet uitvinden of ze dit voor voedsel of strooisel gingen gebruiken. Ik maakte heel wat foto’s van deze mooie Jerseykoeien, zelfs van een 19 jaar oude Jersey koe die nog steeds melk gaf.
De volgende dag gingen we per boot naar het eiland Guernsey, waar we met een bus naar een Guernsey farm gingen. Onderweg konden we een auto niet passeren op een erg smalle weg. Vier van ons stapten uit en tilden de auto verder aan de kant en we konden door. De Farm werd erg goed onderhouden Ook hier koeien aan sticks, zelfs een stier die niet erg vriendelijk naar ons vreemdelingen keek. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren wanneer ie los kwam. De eigenaar was benieuwd wat wij van zijn koeien vonden vergeleken met de Guernsey koeien die we in de USA hadden. We wilden ze niet onderwaarderen, maar vertelden dat ze net zo waren als de Guernseys 10 jaar geleden bij ons omdat ze nu bij ons veel meer graan gevoerd wordt. Wanneer een boer hier op Guernsey stopte met farming gingen ze op die plek meestal groenten in de volle grond verbouwen voor Engeland omdat het klimaat hiervoor erg geschikt is.

Via Londen, weer met die wilde buschauffeur naar Heathrow, vlogen we nu naar Zwitserland waar we met een tegenovergestelde juist rustige chauffeur naar ons hotel werden gebracht.

Herman vertelt over het mooie landschap, de bergen, het rustiger verkeer vergeleken met Londen, de kuddes schapen op de weg waarvoor ze moesten wachten. Het valt hem op dat de meeste boerderijen van onbehandeld hout zijn gebouwd en laat zich vertellen dat wanneer het geverfd zou zijn dat er dan vocht zich zou ophopen en rotting veroorzaken. Hij ziet hoe er wordt gehooid en ziet alleen gras en klaver maar geen alfalfa, later alleen wat Luzerne klaver.
Ze bewonderen de koeien met de bellen en zien zelfs oudere soldaten op oefening. Alle mannen moeten om het jaar op oefening tot hun 65e, hoewel ze nog nooit in oorlog zijn geweest. In het Simmenthal stopten ze ook bij een boerderij. Deze Simmenthaler koeien zouden meer melk geven dan de bruine Zwitserse koeien, die ze hierna gaan zien.
De dames worden op die boerderij binnen ontvangen terwijl de mannen de kudde gaan bekijken. Omdat Netty Nederlands kan heeft ze heel wat vragen kunnen stellen en begreep ze de meeste antwoorden die in een soort Duits gegeven werden. Hij leek trots op haar te zijn.
Het was alleen zo jammer dat chauffeur niet wilde stoppen wanneer ze onderweg een foto wilden maken, maar ja dat mocht lang niet overal. Wanneer ze ’s avonds laat in hun hotel aankwamen waren de winkels al gesloten. “Dat spaart de mannen hun geld”, vond de gids. Op een keer zagen ze twee roodbonte koeien die een wagen voederbieten trokken met het boerenechtpaar er bovenop.
En al die kastelen die tegen de bergen aan waren gebouwd!

Herman 18 Jersey en Guernsey Meer lezen »

Herman 17 De Dairytrip naar Europa

Ayrshire vee in Schotland.

In 1971 zou er een reisje georganiseerd worden langs melkveebedrijven in Europa en ons Holstein Board moedigde ons aan om mee te gaan. Hoewel Netty er eerst niet zo veel voor voelde-[i] misschien dacht ze nog aan die koude natte winter van 1965- [/i]haalden we haar toch over. Met een leuke groep dairy people vertrokken we en bij onze eerste stop in Preswick, Schotland, ontmoetten we onze gids Mr David Preese, een Engelsman. Schotland is prachtig en heeft een goed klimaat voor vee, mooie groene weiden, zelfs nu eind september. We bezochten hier een melkveebedrijf met Ayrshire koeien, hier de belangrijkste soort. Verder veel Shorthorn koeien, net zo dik als onze beefkoeien in Iowa en verder schapen… veel schapen
We zagen een geweldige demonstratie van een Schotse collie die het jongvee bij elkaar dreef. Ik merkte de afrasteringen op die uit muurtjes van stenen bestonden. Er werd nu eind september nog steeds gecombined en om de twee mijl kwam je een golfcourse tegen.
Bij het volgende melkveebedrijf haalden ze per 1 oktober hun 70 Ayrshire koeien binnen voor de winter vanwege het lage proteïnegehalte van het gras en voeren ze ’s winters hooi en kuilvoer. De schapenfarmers kunnen dan hun schapen op de weilanden laten grazen. Dan waren ze in het voorjaar meteen van het oude gras af. Even later kregen we nog een demonstratie schapendrijven te zien door een herder met z’n beide honden, bordercollies dit keer.
Per vliegtuig ging het hierna naar Londen waar we naar een zuivelfabriek gingen voor een rondleiding. Hier werd melk gesteriliseerd en in pakken gedaan, die houdbaar zijn zonder koelkast.
Hierna gingen we per bus naar een melkveebedrijf waar verschillende soorten koeien gehouden werden en onderling gekruist om de beste soort te krijgen. Dit bedrijf was van een zoon van een rijk parlementslid die aan het Iowa College had gestudeerd. Er werd tarwe gecombined, dat na die tijd gedroogd moest worden, net als de balen stro die er af kwamen, voor het opgeslagen werd. De gebouwen zagen er niet zo verzorgd uit als in Schotland en ze werkten met veel ingehuurd personeel. Daarom leek het me niet erg winstgevend. We waren niet erg onder de indruk van dit experiment.

Dat verkeer links is ook erg apart net als die dubbeldekkers. We hadden de hele tijd een zéér snelle wilde buschauffeur, zelfs in dat drukke verkeer. Die avond bezochten we een mooie show en de volgende dag gingen we nogmaals Londen in om de straat optredens, de schilderijen en al die mooie gebouwen te zien waaronder de beroemde Big Ben en de West Minster Abbey, de prachtige kerk die ook door Winston Churchill werd bezocht.

[i]googlen op [i]www.teye.nl [/i]brengt je op een prachtige reissite van Lies en Teye. Wanneer je nog geen vaste plannen hebt kun je je hier laten inspireren of gewoon in je stoel genieten van prachtige reisfoto’s.[/i]

Herman 17 De Dairytrip naar Europa Meer lezen »

Herman 16 .Dan bu’w minstens in Rusland…

Hank en Irene op bezoek op De Boomgaard.

Na ons bezoek in 1965 aan Holland kwam er meer familie onze kant op. Ook Hein Eggink en Coba kwamen ons bezoeken , samen met Coba’s zuster Hermien en haar man Sjoerd Aartsen die het Engels machtig was. Sjoerd was in Holland een top kleermaker die ook regelmatig naar Engeland ging o.a op zoek naar mooie stoffen. Nadat ze een poosje bij ons geweest waren namen we ze mee naar Berdena en Curtis Ackerman. Daarna gingen we ook naar Volga. Onderweg kwamen we langs een centrum met rijpaarden en Hein en Coba wilden stoppen om een paar foto’s te maken, maar we werden in Volga verwacht en zouden op de terugweg een stop maken. Toen we in Volga aankwamen merkte Coba op:”As wiele bi-j ons zo wied mot riejen dan bu’w minstens in Rusland.”
Op de terugweg stopten we bij de rijpaarden ranch. De eigenaar was leraar. Hij liet ons een paar snelle rijpaarden zien, één paard werd in de herfst gebruikt om buffels bijeen te brengen die verkocht waren. Er was maar één paard in de buurt van Rapid City, Zuid Dakota, dat sneller was dan de buffels. Deze leraar liet ons ook zien hoe je een jong veulen kon leren aan de teugel te lopen door die lijn die hij in z’n hand hield, terwijl hij ook het halter touw vast had, langs het achterste van het veulen te houden. Wanneer het veulen dan niet wilde volgen zou het touw strak trekken en het veulen zou achterover vallen. Wanneer dat een paar keer gebeurd was zou het dan gemakkelijk volgen.

[i]Moet ik eens met Sara proberen… Zou het ook bij Shetlanders werken?
Herman was de jaartallen even kwijt, want hij dacht dat ze in 1969 bij hen waren, maar het was echt 1975 vlak nadat ze 25 jaar getrouwd waren op 10 februari 1975 en net voordat Henk en Anneke zouden trouwen in juni. Oom Sjoerd heeft zich ook verdienstelijk gemaakt door voor Netty een paar mooie rokjes te maken. Het viel ze op dat Herman veel naar de tv keek en dat Netty erg druk was om hen alles naar de zin te maken. Ieder morgen bakte ze bv. brood. Mama was helemaal weg van haar, zo hartelijk als ze was. De heenreis was niet zonder slag of stoot verlopen. Op Schiphol kregen ze voor het opstijgen al een lekke band en moest het opstijgen afgebroken worden. Daardoor misten ze in Chicago de aansluiting op ik meen Sioux Falls, zodat ze een nacht op het vliegveld van Chicago moesten wachten. Ze waren na die tijd zo vol van alles wat ze meegemaakt hadden dat ze er nog lang over vertelden.[/i]

In 1971 woonden Hank en Irene in El Paso, Texas, dichtbij de Mexicaanse grens. We zochten hen daar op. Hank liet me een enorm melkveebedrijf zien die de Price Dairy werd genoemd. Ze molken daar 1150 koeien met goedkope mankracht. Eén gekleurde man was de hele dag bezig om balen hooi te voeren en sleepte die met een muildier voor de koeien langs en wanneer de lading op was haalde hij nieuwe. Dit muildier was zo getraind dat hij telkens een stukje verder liep, uit zichzelf stopte en ook weer verder ging. Er werd overal vandaan met grote trucks ook nog kuilvoer gebracht. Veel melkveebedrijven verhuisden in die tijd naar Texas omdat daar wegens een tekort aan melk de melkprijzen zo goed waren en de arbeidskrachten goedkoop. Later zou er een overschot aan melk komen en werd de melk weer naar noordelijker staten vervoerd, zelfs naar Iowa.
We brachten zelfs een bezoekje aan Mexico. Op de terugweg vanuit Mexico werden de auto’s zo grondig geïnspecteerd dat we daar maar een auto huurden. Het vlees was er goedkoper dan in Texas. Er waren veel bedelende kinderen en in de winkels moest je afdingen. We waren nu in Mexico en kochten wat souvenirs.

Herman 16 .Dan bu’w minstens in Rusland… Meer lezen »

Herman 15–Jan en Jantje, Jo en Hendrik Jan in Iowa

In de Black Hills: Mount Rushmore met de presidenten Washington, Jefferson, Roosevelt en Lincoln.

Eén van de mooiste herinneringen heb ik aan het bezoek van mijn broer Jan Eggink en zijn vrouw Jantje die samen met mijn zuster Jo en haar man Hendrik Jan Groot Nuelend de grote stap waagden en het vliegtuig instapten. Ze kwamen begin mei 1970. Ik vroeg ze of ze het planten van mais wilden zien en nam ze mee voor een bezoekje aan Clarence van Diepen die mais zou gaan planten met zijn nieuwe 6 rijen John Deere planter. Clarence nodigde Jan uit op z’n grote tractor om mee te rijden en Jan merkte een elektrisch lampje op dat ging branden wanneer één rij van die planter niet goed werkte. Ze keken ook bij buurman John Steen bij het gras maaien en balen van het hooi. En we namen ze mee naar de Black Hills. Groot Nuelend reed in Holland veel op en neer naar Friesland om Holstein vee te kopen voor de Coöp in Vorden, want ook daar veranderden ze steeds meer van het roodbonte Maas- Rijn en IJsselvee die behalve voor de melk ook als vleeskoeien gehouden werden naar de zwart-witte Friese Holsteiners. Omdat hij veel reed nam hij op deze rit naar de Black Hills regelmatig het stuur over.
Op de terugweg stopten we voor een kop koffie en een ijsje in Sioux Falls. Jan was zo onder de indruk van een bord met self help coffee 10 cent dat hij er een foto van wilde maken. Hij zei:”Wanneer ik in Nederland vertel dat je hier koffie voor 10 cent kunt krijgen, geloven ze me niet”. Hendrik Jan wist te vertellen dat in Nederland de koffie al 95 cent kostte.
We namen ze mee naar veel interessante plaatsen, ook naar Volga en Zuid Dakota waar ik de eerste jaren had gewerkt. Ik nam ze mee naar een jonge vriend van mij Arie van der Wal, die van melkkoeien op beefkoeien was overgestapt en nu een kudde van 1000 stuks had. Hij had verschillende grote mais- en graansilo’s en een grote voederbunker waarvan Jan opmerkte dat je er wel met een auto in kon rijden en rondjes draaien. Mijn jonge vriend was ook een uitstekend monteur en had z’n eigen werkplaats waar hij zijn eigen trucks kon bouwen èn repareren. Met hulp van zijn zwager had hij ook een diepe bron gegraven evenwijdig langs de rivier. Hier kon hij genoeg water in bergen voor de 160 acre waarin de bron was gegraven. Met pijpleidingen werd ook water geleid naar de 160 acre waar de gebouwen stonden en het vee. Hij heeft na die tijd opnieuw flink uitgebreid en bewerkt nu samen met zijn zoons 1200 acres land en bouwden ze er twee grote huizen bij.
We bezochten ook Netty’s broer, die ook net gepensioneerd was, in Minnesota. Jan merkte op dat er bloemen geplant waren in met aarde gevulde autobanden die binnenste buiten waren gekeerd. Dat wilde hij ook proberen. Nou had ik genoeg oude banden om het huis liggen, maar we kregen die met geen mogelijkheid binnenste buiten. Dus gingen we er mee naar een garage in Allendorf en toen was het zo voor elkaar. We hebben het nu al 20 jaar in gebruik als bloembed en hebben het 4 jaar geleden meegenomen naar Allendorf en daar ligt hij weer. Netty merkte wel op dat ik hem nu maar eens een verfje moest geven, dan zou hij nog mooier afsteken bij het groene gras.
Toen we later weer eens in Holland waren ontdekte ik dat Jan ook een paar autobanden had gebruikt voor bloemen.
Voor ze weer weggingen was het een paar dagen erg warm. Jan zette zo’n avond een stokje naast een maïsplant om de volgende morgen te zien dat die in de nacht inderdaad gegroeid was.

[i]Ik weet dat tante Jantje tijdens die reis ook een soort dagboekje heeft bijgehouden en ben benieuwd of bij haar dezelfde belevenissen zijn bijgebleven.[/i]

Wanneer je googled op "[i]Black Hills foto’s [/i]" moet je eens de derde blz proberen en klikken op USA 2003 Noord Wyoming en Black Hills. Het is een reissite van ene Harry die in het kort iets vertelt over deze streek en er prachtige foto’s bij heeft gezet.
Het lukte niet om hem als link onder de titel van dit stukje te krijgen.

Herman 15–Jan en Jantje, Jo en Hendrik Jan in Iowa Meer lezen »