Weblog2

Herman 14– Een winter in Arizona

[i]Wild Imagination
Kanowan Kayotawape
8 jaar 2e prijs.[/i]

Na de oogst besloten we om onze nicht Tressa van Heuvelen te bezoeken die met Harry van Dam getrouwd was. Hij was begeleider op een school voor Indiaanse kinderen in Tempé, Arizona. Ze stelden voor om te overnachten in hun gebouw voor de vrijwilligers.
Dat bleken meest gepensioneerden te zijn uit alle staten van ons land. We aten met ze en ze maakten ons enthousiast om ook mee te gaan helpen als vrijwilligers. Netty vond werk in de keuken samen met de andere dames en naaide gordijnen voor de kamers van de leerlingen. Het werd een nieuwe maar geweldig mooie ervaring. Iedereen had weer een andere achtergrond en beroep, maar ik kon alleen maar sjouwen, graven, aangeven.
Er moest veel graafwerk gedaan worden en dat in die harde kleigrond. Ik had hulp van één Indiaanse jongen die graag een zakcentje wilde verdienen. Die was zo weinig spraakzaam. Later bleek dat ze erg tegen ons opkeken, maar ons wel als vreemden beschouwden.
Samen met Henry Sweep , een gepensioneerde uit Minnesota bouwden we een broeikas die door iemand gegeven was, maar die naar mijn mening in dit klimaat niet eens nodig is. De Sweeps werkten wel op meer plaatsen waar hulp nodig was en vroeg eens mijn hulp in bij de Reformed Church for Indians in Macy, Nebraska. Ik ontdekte dat ik niet voor timmerman in de wieg gelegd ben. Er moest een hoog plafond gerepareerd worden met zo’n lange uitschuifladder. Na drie dagen gingen we weer naar huis en ik verzekerde hem dat ik altijd zijn vriend zou blijven, maar niet zijn hulp bij moeilijk timmerwerk.
We bleven die winter niet zo lang want er zou nog een sale gehouden worden om al mijn machinerieën te verkopen. Zo kwamen we terug in een koud en winters NW Iowa.
We zouden nog vaker een winter in Arizona doorbrengen.

[i]Door op de titel Arizona te klikken kom je op de site van kunst van Indiaanse kinderen uit Arizona. De moeite waard![/i]

Herman 14– Een winter in Arizona Meer lezen »

Herman 13 –juli 1969– Ik werd 65.

Ik denk ong. 1948. Herman, Harold en Charlie met hun topkoeien.

In juli 1969 werd ik 65 en had recht op Social Security, een soort AOW. De kinderen stelden ons voor om met pensioen te gaan. Ze hielpen ons bij de verkoop van de veestapel die zo belangrijk voor me was. We waren met hulp van onze zonen in staat geweest een uitstekend bekend staande kudde op te bouwen, gedeeltelijk door het winnen van shows en door de productie. Eén speciale koe had zoveel eerste prijzen gewonnen op shows dat een foto van deze beroemde koe op de voorkant van de verkoopcatalogus was gedrukt.
Een paar weken voor de verkoop had ze gekalfd en het leek of ze melkziekte had. Een jonge veearts behandelde haar voor melkziekte en zei me dat ik haar niet melken mocht. Die nacht werd ze zieker en de volgende morgen kwam de veearts en constateerde uierontsteking. Hij gaf haar nog wel een injectie tegen uierontsteking, maar eigenlijk was het al te laat. Hij zei dat ze voor 11 uur of beter zou zijn of dood. De koe stierf die morgen.

We hadden een goede verkoop, hoewel de prijzen die winter nog zouden stijgen. Hank had ook een koe, die zijn 4-H project geweest was. Daar had al heel wat prijzen mee gewonnen en was een koe met hoge productie geworden. De stierkalveren van haar verkocht ik tegen flinke prijzen net als de vaarzen van deze koe. Omdat hij nog op College was had ik hem geschreven dat zijn koe met haar jongste kalf ook zou worden verkocht en dat ik verwachtte dat ze samen wel 1000 dollar op zouden brengen. Hij betwijfelde dat omdat de koe al aardig oud was. Maar ze brachten samen zelfs meer dan 1000 dollar op, hoewel de prijzen voor het vee vrij laag waren.
Harold had al verscheidene goede stamboekkoeien en kocht er nog een paar van mij bij net als de melktank die ik een paar jaar er voor aangeschaft had. Net als een aantal andere boeren was ik over gegaan op melken met een tank die elektrisch gekoeld werd en slechts om de andere dag opgehaald hoefde te worden. Hij zou onze farm ook gaan huren.

Herman 13 –juli 1969– Ik werd 65. Meer lezen »

De top 12 dairymen

Nog een foto van opoe Jansen, de moeder van opoe uit Barchem.Volgens opa was dit "[i]een heel best mense[/i]"!

In 1963 kreeg ik een brief van het Departement van Landbouw en Veeteelt waarin ze meedeelden dat ik tot de top van 12 melkveehouders hoorde en of ik naar Chicago wilde komen om een studie te volgen in Federal Grade A Milk Marketing Order.
Ik was geschokt, dat ik als immigrant met niet veel studie uitgekozen was voor deze marketing studie. Ik ging er mee naar Don Gregg . Die zei dat wanneer ik dacht dat dit voor mij te hoog gegrepen was of wanneer ik het niet aandurfde dat ik maar moest schrijven dat ik een goede vrijwilliger had om in mijn plaats te gaan. Ik dacht nog een week na.

Toen ik voor het eerst in Chicago kwam met de andere uitverkozen top melkveehouders in de USA voelde ik me enigszins misplaatst. Alle anderen hadden diploma’s. De meesten gaven toe dat ze zelf geen koeien molken, maar eigenaren of gedeeltelijk eigenaren waren van grote melkveeondernemingen.

Tijdens die eerste sessie bleek al een groot probleem in De Chicago aerea. Alle melk tot en met 200 mijl rondom Chicago moest naar de fabrieken daar geleverd worden als A melk. Wanneer er teveel werd aangevoerd vanaf 200 mijl weg werden de trucks vaak gewoon weer teruggestuurd en werd het in hun eigen buurt afgeleverd, was 400 mijl vervoerd en nu als B melk verkocht. We gingen weer naar huis met de opdracht om in onze eigen omgeving te informeren naar problemen. Ik ging dat doen in Iowa, Nebraska en Zuid Dakota.

Een tijdje later was er een tweede meeting, konden de informatie over onze eigen gebieden geven. We konden de marketing wet niet veranderen maar wel aanbevelingen doen om het aantal marketing problemen te verkleinen. We kregen een heerlijk diner en onze reiskosten en uren werden netjes vergoed.
Nu eind 80er jaren is er een tekort aan melkproducten wat eigenlijk al in de 70er jaren begon. De regering verhoogde de melkprijzen in Texas om meer productie te krijgen. Daarom gingen veel boeren naar Texas die nu met een overproductie zit. Nu wordt het teveel weer naar noordelijker staten vervoerd.

Ik heb me steeds afgevraagd waarom juist ik uitgekozen werd om in zo’n belangrijke commissie te gaan zitten. Maar later ontdekte ik dat ik tot die top 12 gekozen was omdat ik secretaris was van de grootste Creamery van Iowa en president van de Iowa State Registered Holstein Association was.

1965 Harold en Luella

Onze oudste zoon Harold woonde nog bij ons en samen zorgden we voor de Borgmanfarm die we een paar jaar geleden kochten. Ook huurden we de Druyvenstein farm die op ongeveer 8 mijl oost van onze farm ligt.
Charlie was al getrouwd in 1957 met Leona Stander een onderwijzeres uit Melvin en ze wonen in Allendorf. Charlie heeft een werkplaats en doet allerlei mechanisch werk voor de Cooperatie
Berdena is in 1963 getrouwd met Curtis Ackerman nadat ze een tijdje bij een tandarts gewerkt heeft. Ze gingen in Pipestone wonen.
Hank onze jongste zoon is dan nog op de Highschool, maar zal in de herfst naar College in Orange City gaan studeren.

Harold ging meestal eens per maand naar Sioux Falls en kwam soms pas laat thuis de volgende morgen. Op een keer kwam hij pas thuis toen ik net opgestaan was om te melken. Toen ik hem vroeg waar hij geweest was zei hij dat hij uit was geweest met de boys. Maar één keer vertelde hij me:”Jullie krijgen volgende week zondag gezelschap”. “Ja, dat weet ik”, zei Netty, “dat weekend komt m’n moeder”. Toen kwam het er uit bij Harold: ”Mijn vriendin komt en we gaan in juli trouwen”. Luella Vandervoort kwam, ze trouwden in Sioux Falls waar ze verscheidene jaren had les gegeven. Ze maakten een korte huwelijksreis terwijl ik de laatste oogst van de sojabonen voor hem verzorgde.

De top 12 dairymen Meer lezen »

De familie foto 1965

De familiefoto die steeds boven Hermans bureau heeft gehangen.
Wanneer je goed kijkt zie je dat de eigen kinderen links staan en de aangetrouwde- de kolde kante- rechts. Alleen tante Heintje ontbreekt. Mama neemt de plaats van Hendrik Jan in. Op de voorgrond opa tussen Herman en Netty in.
Van links naar rechts: Dika, Mies, Bram, Hanna, Coba, Jo en Jan, Jantje, Hendrik Jan Gr. Nuelend, Koos Middelkoop, Hendrik Kettelarij, Gijs van Veld huizen, Hein Eggink en Gerrit Voortman

De familie foto 1965 Meer lezen »

Herman 14 Samen naar Holland

Een foto gemaakt voor vertrek vanaf het ouderlijk huis naar Schiphol.
Mocht je je afvragen wat opa daar om z’n nek draagt? Dat is een verrekijker!

Eind november was de oogst klaar en wat later bracht Harold Nettie en mij naar het vliegveld. Op Schiphol werden we weer afgehaald door mijn familie. Zij zouden ons naar mijn broer Jan en zijn vrouw Jantje brengen die samen met mijn vader op hun boerderij woonden. Nettie kreeg nu de kans om mijn hele familie te ontmoeten die ze nog nooit gezien had. In de tijd dat we er waren is er een groot familie portret gemaakt met bijna de hele familie. Die foto hangt nog steeds boven mijn bureau.
Mijn moeder was al jaren daarvoor overleden. Jan stelde voor op de fiets langs de familie die dichtbij woonde te gaan, maar daar waagden we Nettie niet aan die nog nooit gefietst had. We gingen lopen en verder met de auto.
Onze zwager Hendrik Jan Groot Nuelend was veekoopman voor de Coöp in Vorden. Hij ging iedere week naar Friesland om Holsteiners te kopen voor de boeren in de Achterhoek. Hij kende veel Friese boeren en daarom hadden ze hem gevraagd voor Friesland.
We hadden in 1954 een stagiair gehad uit Holland, uit de buurt van Leeuwarden, genaamd Talsma, net een maand nadat Harold terug was uit Korea. Die wilden we graag opzoeken. We spraken met hem af op de markt in Leeuwarden. Op die dag nam Hendrik Jan Groot Nuelend ons mee naar die veemarkt. Daar wachtte Talsma ons op. We zaten daar een tijdje in een café waar de koop bezegeld werd. Ook de vader van Talsma was er, een soort bemiddelaar die moest bemiddelen wanneer er problemen bij de verkoop tussen koper en verkoper ontstaan waren. We merkten op dat de lucht van alcohol in zo’n café verschrikkelijk voor ons was omdat we dat niet gewend waren.
In Friesland was het Holstein vee geregistreerd in het Friese Stamboek, en werd nu ook zuidelijker aangekocht. Oorspronkelijk werd er zuidelijker meer het roodbonte vee gefokt omdat die meer vlees zouden hebben. De Holsteiners hebben een hogere melkproductie. Daarom werden die nu ook daar meer gehouden.
Bij Talsma thuis werden we erg gastvrij ontvangen. Ze hadden een baby die in een onverwarmde kamer boven sliep en voor de voeding en verwisselen van de luiers naar beneden gehaald werd. Toe Nettie vroeg waarom de baby in een onverwarmd kamertje lag, antwoordde de moeder dat je daar sterke baby’s van krijgt en dat ze ook wel in de kinderwagen buiten staat, zelfs als het iets sneeuwt.
We reisden ook wel per trein, bezochten Nettie’s familie in Ede. Ik was er in 1929 en 1946 ook geweest, maar ze waren erg blij dat Nettie als eerste van de Amerikaanse tak van hun familie hen opzocht.

[i]Ze maakten op 3 maart ook ons huwelijk mee. We trouwden in het mooie oude stadje Hattem. Samen met opa en Jan en Jantje maakten ze de hele dag mee. Ook overdag waren zo’n beetje alle ooms en tantes aanwezig.

Toen Luella en Harold 10 jaar geleden in Nederland bij Ben en Diny waren, vertelde Luella dat Netty het zo koud had gevonden in de winter in Nederland en dat ze er nooit meer in de winter naar toe zou gaan[/i]

Herman 14 Samen naar Holland Meer lezen »

Herman 13 Meetings voor de Creamery, Church en de Holstein Association

De huis bij de farm in Sibley, waar het gezin vanaf 1942 woonde en waar veel van de ooms en tantes gelogeerd hebben. Ben en Diny maakten deze foto toen ze een paar jaar terug op bezoek waren bij Harold en Luella.
Nu woont achterkleindochter Amanda er.

[i]Herman bezocht meerdere meetings voor hun Creamery omdat de directeur vliegangst had. Eens vloog hij naar Des Moines waar ze hem aan het eind van de middag weer zouden oppikken om op tijd voor het melken thuis te zijn. Hij had beloofd te zullen melken, want Harold was een 15 mijl verderop aan het mais planten. Vanwege een storm kon er echter niet gevlogen worden. Dit werd hem thuis niet in dank afgenomen! Netty had op en neer moeten rijden om Harold te waarschuwen en hij had het mais planten niet af gekregen.
Ze beleefden ook eens een spannend moment toen op weg naar een meeting één van de motoren van het vliegtuig uitviel. Daarop maakten ze na overleg op het vliegveld van Des Moines een extra lange landingsbaan vrij. Na dat gesprek met het vliegveld werd het helemaal stil in het vliegtuig. Dons vrouw vertelde later: "Wanneer één van de kinderen met melk knoeit dan maakte hij er een toestand van– he almost blows the roof–, maar als het gevaarlijk wordt dan valt hij stil."… Het was verdacht stil geweest.

Een andere meeting werd gehouden in Miami Beach in Florida. Netty had hier ook wel zin in en mocht mee op kosten van de zaak. Eenmaal aangekomen was haar koffer zoek en omdat ze alleen de kleren bij zich had die ze aan had zou er wat nieuws gekocht moeten worden. Dat leek Herman niks. Die was heel erg blij toen ’s avond die koffer nagebracht werd. Die zondag maakten ze een kerkdienst mee aan de kust, gewoon in de buitenlucht. Ze liepen met blote voeten over het strand van de Atlantische Oceaan en Herman maakte zelfs een foto van Netty met de voeten in de golven. Dit was voor beiden een mooi uitje.[/i]
Een aantal jaren werd ik gekozen als president van de Iowa State Holstein Association en in die positie moest ik ook vele meetings bezoeken, ook van andere soorten koeien. Drie keer ging ik naar de Nationale Annual Holstein Meeting, de eerste keer in Washington DC. Netty ging hier niet mee naar toe.
Om de aandacht te trekken hadden ze een Holstein koe binnen een afrastering op het gras voor het hotel gezet. Er was één man bij die er voor zorgde en vragen van het publiek beantwoordde. Toen ik er dichtbij stond kwamen er een paar dames langs die vroegen of deze koe ook melk gaf. Het antwoord was:”Yes”. Toen vroegen ze of ze ook melk van deze koe konden kopen. De man vertelde dat de melk eerst naar de Creamery moest voordat het verkocht kon worden. Toen vroegen ze: “Is this cow happy?” De verzorger antwoordde:”I don’t know”. Toen zei de ene dame tegen de ander: ”The cow is switching its tail, so it must be happy for when a dog switches his tail it shows the dog is happy”.
Als ze het mij hadden gevraagd, zou ik gezegd hebben dat die koe alleen de vliegen wegslaat. Hier zag ik pas echt hoe weinig stadsmensen weten over koeien.

1960 De trip naar Californië.

Als ouderling van de Melvin Reformed Church was ik gevraagd om naar de speciale synode van de East Sioux Classis te gaan in Santa Anna in Californië. Samen met Fred van den Oever van de West Sioux Classis en zijn vrouw gingen Netty en ik er heen. De beide vrouwen zouden hun familie bezoeken terwijl wij de meeting van de synode bezochten. We bezochten eerst familie van Fred in het noorden van Californië. Terwijl hij ons aan zijn nicht voorstelde als mr en mrs Herman Eggink, maakte die opmerkingen als “Jij kunt iedereen wel wat wijsmaken”. Het bleek dat dit ook een Egginks familie was. Die avond kwam de hele familie opdraven, want de Egginks familie uit Iowa was er. “Je ziet er net uit als één van ons”, zei haar zuster. Jammer het was toch niet zo, maar we hebben het erg leuk gehad.
Hierna brachten we onze vrouwen naar hun familie en gingen samen naar de synode meeting. Het was niet iets bijzonders dit keer.
Ik hoorde verschillende mensen over Knott’s Berry Farm praten en toen ik weer bij Netty en haar familie was vroeg ik er naar. “Daar wilden we jullie net mee naar toe nemen”, zeiden ze. We gingen uit eten en zo kregen we een mooie avond. We zagen witte paarden een postkoets trekken die overvallen werd door boeven die weer door de politie gepakt werden.
Op de terugweg namen we de zuidelijke route en stopten bij de grote Hoover Dam en later in Las Vegas, Nevada, een grote gokstad. Er was een speciale feestdag en langs die straat waren allemaal gokplekken en er waren heel wat kleine gevangeniscellen opgesteld langs de straat. Toen we door die straat liepen ontdekten we onze dominee in zo’n jail, die verkeerd geparkeerd had gestaan. Gelukkig had ik de auto ergens anders geparkeerd. Ik heb ook maar een munt in zo’n gokapparaat gegooid zodat ik nu kan zeggen dat ik gegokt heb.

De trip naar Seattle

Een jaar later gaan we samen naar Seattle, Washington voor de National Annual Holstein Convention. Naar Washington DC was Netty niet mee geweest, maar nu kon ze mee om haar oom op te zoeken. Mijn oude vriend Bosma had wel zin om mee te gaan om ook familie te bezoeken in die buurt. We bezochten veel vrienden en op Labour Day namen we ze mee naar de beroemde World Tower die net het jaar er voor gebouwd was voor de World Fair. De grote toren was zo hoog dat je over de hele stad Seattle kon kijken en het bewoog zo langzaam in het rond dat je precies in een uur rond was.
Zondags in de kerk wees onze vriend een zoon van Bert Kaemingk aan, met wiens broer Arnold ik in Holland zo goed bevriend was.
Op de terug weg pikten we onze vrienden Mr en mrs Lou Bosma weer op en bezochten samen hun vrienden in Montana. We bleven een weekend en hebben nog sneeuwballen gegooid in het Yellowstone Park. Dit was een bijzonder en mooie trip!

Deze Bosma’s maakten ons ook enthousiast om Nederland weer te gaan bezoeken, maar Netty had nog nooit gevlogen en was daar wat anstig voor. Ik zei dat eens tegen Don Gregg en die stelde voor om met ons vieren naar een zuivelmeeting te gaan in Minneapolis. Zo kon Netty er vast wennen om te vliegen. Hope Gregg kwam Netty in de winkel tegen en haalde haar over. Het werd een prachtige vlucht met mooi weer en nu durfde Netty het aan om mee naar Nederland te gaan.

Herman 13 Meetings voor de Creamery, Church en de Holstein Association Meer lezen »

Herman 12 Don Gregg

Een Creamery, ..nee niet in Iowa, maar de Union Mills Creamery in Oregon in de eerste helft van de vorige eeuw.

Een aantal boeren wisselden van de Creamery (zuivelfabriek) van Sibley naar die van Sanborn, omdat Sanborn werkte met vaste melkboeren, die de melk ophaalden. Daarom werden er in Sanborn nieuwe melkboeren aangenomen.
Eén van hen was Don Gregg, een jonge man die in Sioux City in een fabriek had gewerkt die vaccins tegen cholera, een dodelijke ziekte bij varkens, produceerde.
Maar Donald was net getrouwd en wilde weg uit die bloedbusiness en nam een melktruck over van iemand die er mee wilde stoppen. Later werd hij onze melkboer, omdat de onze een farm begon. De melkboeren moesten de gevulde kannen optillen en in een van de andere melkbussen op de truck schenken. Maar Don Gregg was een kleine magere man en het was moeilijk voor hem om die zware kannen boven op de andere melkbus te tillen. Op een dag toen hij het meeste al opgehaald had stopte hij om onze melk op te halen. Hij was te ziek om die zware kannen op te tillen en vroeg of ik hem wilde helpen. Hij moest nog naar een paar andere boeren en vroeg me om met hem mee te willen gaan. Bij de Creamery zou hij zijn vrouw bellen om hem op te halen.
Ik ging met hem mee en ontdekte dat hij bij één farm die melkkannen zelfs helemaal van de andere kant van de farm moest halen en er het hele erf mee over moest sjouwen. Ik zag dat je voor een melkboer een sterke flinke man nodig had.
In 1955 of 1956 ontdekte ik dat Don Gregg in z’n vrije tijd een markt voor cottage cheese ontwikkeld had tot in Cherokee toe. De zuivelfabriek kocht een nieuwe truck voor hem om de cottage cheese te kunnen afleveren. Ik was best trots op mijn kleine melkboer met zo’n grote ambitie.

De Sanborn Creamery had een vooruitstrevende manager, Mr Alvin Baldwin. Hij kreeg het voor elkaar om veel boeren uit de buurt van Sibley over te halen hun melk aan hen te leveren. Op een jaarlijkse meeting van de Coöperatieve Creamery’s ontdekte ik als secretaris dat onze directeur zich zowel door de Association in Mason City als door onze eigen Creamery liet betalen voor de onkosten. Omdat onze manager vond dat ik het voor me moest houden vertelde ik niets aan de andere bestuursleden. In 1957 zou onze bestuursmeeting in de winter gehouden worden.
Er werd verteld dat onze directeur op een visvakantie in Canada was met andere andere directeuren van de State Brand Creamery’s. We hadden echter een groot probleem met onze melkboeren. Ze staakten voor hoger loon. Eén van hen was op de meeting en vroeg om een redelijke verhoging. We realiseerden ons dat ze er recht op hadden en we boden ze ¾ van wat ze vroegen. Daar gingen ze mee akkoord en ze gingen weer aan het werk.

Op onze volgende meeting was mr. Wheeler, onze directeur, weer aanwezig en leek zeer boos over de salarisverhoging van de melkboeren. Voor de meeting begon schreef hij op een groot schoolbord het bedrag dat we hiermee verkwist hadden. Hij vond dat die salarisverhoging teruggedraaid moest worden anders zou hij aftreden. Daar schrokken een aantal van, maar niemand durfde wat te zeggen. Eindelijk diende ik een motie in dat we zijn aftreden zouden inwilligen en ik kreeg bijval en unaniem stemden we in met het aftreden van deze directeur. Hij ging kwaad weg..
Daarna praatten we als bestuur met de manager. Hij had veel problemen veroorzaakt, maar beloofde beterschap. Toen dat echter uitbleef stelde ik hem onder vier ogen voor zelf te vertrekken en dan zou ik het bestuur voorstellen om 3 maanden salaris door te betalen, maar dat weigerde hij. Hierna diende ik de motie in om hem te ontslaan met doorbetaling van 3 maanden. Er werd gestemd: 4 voor en twee tegen. Die twee tegen beschuldigden me van een groot probleem omdat we zo gauw geen andere gediplomeerd manager zouden kunnen vinden.
Omdat niemand een geschoold manager wist stelde ik voor om onze melkboer Don Gregg te benoemen. Hij had in zijn eentje een grote afzetmarkt van cottage cheese ontwikkeld, waaraan hij werkte nadat hij iedere dag de melk opgehaald had. De Creamery had immers zelfs een nieuwe truck voor hem gekocht om alle producten te kunnen afleveren. Niemand had een beter voorstel en zo werd Don Gregg voor drie maanden benoemd op proef. Voordat de drie maanden om waren was iedereen zo vol lof door alle verbeteringen dat hij net zo lang als manager mocht blijven als hij wilde.
Van 1957 tot 1963 ontwikkelde zich deze Creamery van een noodlijdende fabriek tot de grootste Creamery van Iowa. Het meeste hiervan hadden we aan Don Gregg te danken.
Deze reisde veel om de verkoop te bevorderen en vroeg daarom het bestuur om een nieuw één motorig vliegtuig te kopen om grotere afstanden te kunnen afleggen. Dat werd toegestaan. Een paar jaar later werd deze ingeruild voor een tweemotorig vliegtuig om veiliger te kunnen reizen. Omdat ik als secretaris ook vaak naar meetings moest van zowel de Creamery als ook de American Dairy Association en andere aan de melkveehouderij gerelateerde meetings maakte ik ook vaak gebruik van dit vliegtuig dat door één van onze medewerkers gevlogen werd. Zo kon ik steeds diezelfde dag weer thuis zijn.

Herman 12 Don Gregg Meer lezen »