Weblog2

Herman 11… We breiden uit

Herman met z’n top Holsteiner!

Omdat ik erg geïnteresseerd was in de Coöperatieve samenwerking op het gebied van graan en zuivelproductie werd ik lid van de Allendorf Elevator. Ik wilde ook wel een functie in het bestuur van de Creamery. Dat lukte na een jaar en ik bleef dat doen, meest als secretaris.
Er werd iemand aangesteld als manager die gestudeerd had in zuivelproductie. Iedereen die eerste klas melk wilde leveren om gebotteld te worden moest de melk elektrisch koelen en nieuwe melkkannen aanschaffen. Onze melk werd getest en goed bevonden en ik ging nu elke morgen naar Sibley om onze gekoelde melk weg te brengen.1949-1950. Toen wat later de kartonnen melkpakken in zwang kwamen werd de melk weer gewoon bij de boeren opgehaald.
Onze jongens Harold en Charlie werden ouder en we breidden onze melkveestapel uit. Er werd een nieuwe stal bijgebouwd, maar toen dat door de ingehuurde timmerlui niet goed lukte vroeg ik in wanhoop advies aan Ed Borgman.

Ed Borgman, één van onze buren, was vroeger op school een ondeugende jongen en werd regelmatig gewaarschuwd door de onderwijzers om beter z’n best te doen, vooral met rekenen, maar Ed dacht wanneer ik tegen die tijd nog steeds niet goed rekenen kan… trouw ik gewoon met een schooljuffrouw. Maar hij trouwde een flink boeren meisje . Later zou hij zichzelf aanleren hoe hij z’n plannen moest tekenen. Toen ik hem eens hielp met mest uitrijden bracht zijn vrouw onze lunch buiten, waarschijnlijk om de mestlucht buiten de deur te houden. In die paar minuten lunchpauze pakte Ed een stuk karton en tekende me z’n plan voor het bouwen van een grote schuur om machines in te zetten. Later zou hij die grote schuur precies zo bouwen als hij getekend had. Hij bleek een groot talent hiervoor te hebben. In zijn werkplaats ging hij allerlei werk doen voor zichzelf en anderen.
Later zou hij een splinternieuw huis bouwen in Sibley en verhuurde hij z’n farm aan een jong stel tegen een gedeelte van de opbrengst.
Een tijdje daarna zou hij zijn farm aan een andere jongeman verhuren, maar die bleek alcoholist te zijn . Ed vertelde me dat hij er geen problemen mee had om mee te helpen z’n kruidenier te betalen, maar dat hij niet van plan was voor de whisky en dat hij die boerderij wilde verkopen.
Toen ik dat hoorde vertelde ik dat die farm wel iets voor Harold zou zijn en daar had Ed wel oren naar. Harold ook, maar omdat hij nog niet zoveel geld had om het hele bedrag te kunnen lenen kochten we de boerderij samen. Na zijn huwelijk zou hij er met Luella gaan wonen.

In december 1952 ging Harold in militaire dienst en moest ook naar Korea. Charlie ging ook in dienst, maar na een korte tijd training in Missouri viel hij bij de veldtraining een aantal keren flauw. Hij bracht nogal wat tijd door in ziekenhuizen, maar de doktoren konden geen oorzaak vinden. Hij verliet de militaire dienst zonder enig financiële ondersteuning, hoewel hij van te voren goedgekeurd was. Dit flauwvallen kwam een paar keer terug toen hij overbelast was bij bepaald werk, maar herstelde helemaal.
Eind 1954 kwam Harold uit dienst en huurde land voor zichzelf en hielp mij ook mee.
Na zijn huwelijk met Luella ging hij op die van Ed Borgman gekochte farm wonen en bouwde een groot melkveebedrijf op.
Er werd een grotere tractor gekocht en een mais plukker en sheller, waarmee Harold ook bij andere farmers kon werken. De John Deer tractor was helemaal populair. Voor de Massey Harris die Harold had willen inruilen had de dealer geen enkele belangstelling, maar wel voor de oudere John Deere van mij. Dus ruilde ik die van mij om voor de Massey Harris van Harold. Deze heb ik zonder mankementen gebruikt tot aan mijn pensionering in 1969.

Herman 11… We breiden uit Meer lezen »

Herman 10…Van Barchem naar Sibley

Tijdens het bezoek van oom Herman werd deze familiefoto gemaakt. Middenachter naast mama staat Herman.

Ik bezocht ook familie van mensen die ik kende, de moeder van Mynard Brouwer, de Bakers in Oost Groningen en de Stellingwerfs in Friesland. Ook zij vertelden over de verschrikkingen van de oorlog toen Hitler hier aan de macht was, de kerkklokken die gestolen werden, het bombarderen van treinen. Ik besefte de tragiek van dit alles en het tekort aan kleding.
Mijn jongste broer had niet willen onderduiken en werd gedwongen in een fabriek te gaan werken in Zuid Duitsland. Die fabriek werd 2 keer gebombardeerd en toen de oorlog afgelopen was had hij alleen de kleren die hij aanhad. Daarom gaf ik hem mijn 15 jaar oude trouwpak.
Ik reisde eens per trein toen iemand mij vroeg waar ik vandaan kwam omdat ik anders gekleed was. Ik vertelde hem dat ik uit Iowa kwam. Hij kwam uit Winterswijk en ik dacht ineens aan de dominee Strakt van Sanborn, die familie in Winterswijk had. Een andere dominee uit onze buurt die ook eens op doorreis in Winterswijk kwam, had de familie niet kunnen vinden. Deze man zei dat zijn vrouw ook bij de familie Strakt hoorde. Ik gaf hem toen een briefje met het adres van deze dominee Strakt uit Sanborn , die me later toen ik terug was heel dankbaar bleek, want dankzij dit briefje had de Winterswijkse familie contact met hem op genomen.
Ik bezocht er nog meer maar had niet genoeg tijd voor iedereen.
Toen mijn vader me met Jan per taxi naar Schiphol brachten vond ik het zo jammer dat mijn moeder me niet met het vliegtuig kon zien vertrekken.

Toen iedereen zat steeg het vliegtuig op. Een paar meisjes die dichtbij zaten merkten op dat ze hoopten dat deze vlucht beter zou worden dan de heenreis. Ze vertelden dat er toen na New Foundland motorproblemen waren opgetreden en ze terug moesten keren naar New Foundland voor reparatie. Toen ze uiteindelijk op Schiphol wilden landen wilde het landingsgestel niet naar buiten komen en moesten de piloten blijven vliegen tot alle brandstof op was. De landingsbanen werden vrijgemaakt en brandweer en ambulances wachtten tot ze landden in een laag schuim. Het liep allemaal zonder schade of gewonden af.
Toen ik ze vroeg wanneer ze uit New York vertrokken waren bleek dat op 1 juli te zijn. En op de vraag of ze zich het nummer van het vliegtuig konden herinneren bleek dat dezelfde te zijn als die waar ik 4 dagen later zou instappen. Niemand van ons wist waarom er indertijd 2 dagen vertraging was en zouden ze het verteld hebben, dan betwijfel ik of iemand van de 99 passagiers die vlucht genomen had. Deze reis ging voorspoedig en via Shannon, en New Foundland kwamen we in de buurt van Boston. Daar ging de piloot lager vliegen en ik zag auto’s rijden en boeren aan het werk.
Ik had wel zin om de rest van de reis ook per vliegtuig te maken en vroeg om informatie, maar de stewardes die voor me zou informeren kreeg heet water over haar handen en ging met brandwonden als eerste van boord na de landing. Ik kon na de landing geen informatie krijgen en reisde 24 uur per trein naar Sanborn waar Netty met Berdena me van de trein haalde.

Weer thuis
Eenmaal thuis werd me op verschillende samenkomsten gevraagd om over mijn bezoek aan Europa te vertellen. Ook degene wiens familie ik opgezocht had vertelde ik over de armoedige toestand van hun familie en Nederland en het gebrek aan alles. Een aantal ging daarop ook naar Nederland om hun familie te steunen.
We hadden geluk dat een paar dagen nadat ik terug was de varkensprijzen behoorlijk stegen en we konden een heel stel varkens afleveren. De oudere man die op de farm geholpen had de jongens goed geholpen.
Ondertussen ging Harold naar de Highschool. De Highschool in Sibley had hem al geaccepteerd, maar omdat de schoolbus naar Sibley het te ver weg vond probeerden we hem op de school in Melvin te krijgen. Door tijdelijk bij een buurman te wonen en mee te helpen kon hij die school bezoeken, want daarvandaan kon de schoolbus van Melvin hem ophalen. Onze andere kinderen zouden daarom later ook naar Melvin naar school gaan.

Herman 10…Van Barchem naar Sibley Meer lezen »

Herman 9….Terug in Nederland

September 1942. Hendrik Jan trouwt met zijn Coba.

Een ouderling uit New York bracht me daarna naar het Zeemanshuis in New York. Daar probeerde ik de verschillende vracht maatschappijen om een plek te vinden op één van hun schepen naar Nederland, maar dit bleek onmogelijk. Daarom reisde ik teleurgesteld in 2 dagen per trein terug naar huis. Wel had ik bij het Rode Kruis aangeklopt om hulp bij mijn reis naar Holland.
Ik was net thuis toen ik via het Rode Kruis vernam dat het inderdaad onmogelijk was per vrachtschip naar Europa te reizen, maar dat ze nog wel één plek in een vliegtuig kon reserveren. En zo gebeurde het.
Opnieuw reisde ik die twee dagen per trein naar New York en ging wat sightseeing doen en ’s avonds naar Broadway. Het vliegtuig had vertraging en opnieuw had ik een dag om New York in te gaan.
Met 99 man werden we bijna met onze bagage het vliegtuig in geduwd. Op New Foundland werd de crew gewisseld en konden we in een café snel ontbijten. De nieuwe bemanning had zo’n haast dat we al weer vertrokken voor iedereen klaar was. Daarna vlogen we naar Shannon, waar opnieuw een nieuwe crew kwam en bijgetankt werd. Opnieuw waren ze erg gehaast. Ze wilden de verloren tijd inhalen, maar niemand legde uit waarom ze zo ’n vertraging hadden opgelopen.
Die nacht boven Engeland kwamen we midden in een vreselijk onweer terecht en degene die wat gedronken hadden moesten overgeven. Gelukkig was het licht uit en zag je het niet. We landden op Schiphol en een busje bracht ons naar het station.

Ik wilde naar Zutphen, maar vlak er voor moesten we stoppen want de IJsselbrug was opgeblazen door de Duitsers. We moesten onze baggage met handkarretjes over de loopbrug duwen.
De bussen waren overvol en konden me niet meenemen. Daarom probeerde ik één van de twee taxi’s die Zutphen toen rijk was, maar omdat die niet op zandwegen wilde rijden vanwege een tekort aan banden, bedacht ik dat hij we wel naar mijn zuster in Eefde kon brengen. Ja, die Gerrit Voortman kende hij wel. Dat was een hele verrassing voor ze, want ze hadden er geen idee van dat ik zou komen.
Ik vernam die dag dat mijn vader me de volgende dag naar Amsterdam wilde gaan om me op te halen. Ik vroeg Hanna waar Gerrit was, want ik dacht dat die me wel naar mijn ouders zou brengen. Hij was een buurman aan het helpen met hooien. Jonge Anton werd naar de buurman gestuurd om Gerrit te waarschuwen. Ik wist dat hij dat paard niet zou kunnen gebruiken, die was immers bij de buurman. Maar ik had een mooi jong paard in de wei ontdekt, pakte die bij de halster en zette hem vast in de paardenstal omdat ik dacht dat deze me wel naar huis zou kunnen brengen. Na een heerlijke maaltijd vroeg ik Gerrit om me naar huis te brengen. Dat werd moeilijk want dit jonge paard was bedoeld om mee naar de keuring te gaan en zou er na dit tochtje niet meer uitzien. Maar toen hij begreep hoe belangrijk het was wilde hij me wel brengen. Hij stapte met Hanna en jonge Anton in de vierwielige sjees. Meteen begon het jonge paard rondjes te lopen op het erf.”Spring er gauw in”, zeiden ze. Maar dat durfde ik eerst niet, omdat ik dacht dat hij op hol zou slaan.
Eindelijk sprong ik er ook in en in gestrekte draf met het schuim op de bek ging het richting Vorden waar ik eerst Coba, de vrouw van mijn pas overleden broer Hendrik Jan bezocht.

Toen ik thuis aankwam vond ik mijn beide ouders op de bank voor het huis. Daarna gebruikte ik de fiets om gedurende de komende twee maanden mijn familie en vrienden op te zoeken, want reizen per trein en bus waren erg beperkt zo vlak na de oorlog.
Maar voor dat eerste ritje moest ik wel mijn broers fiets lenen. Die had echter maar één goede band, maar had al wel een bon om een nieuwe band te kopen. De staat gaf ieder gezin de mogelijkheid één goede fiets te hebben met twee luchtbanden. Dus voor ik aan mijn rondreis begon stopte ik eerst bij Ben Boerle die als immigrant in Minnesota bij een getrouwde zuster gewoond had. Hij had daar gewerkt bij de aanleg van een nieuwe spoorlijn. Zijn vriendin was achtergebleven in Nederland en wilde niet mee. Daarom kwam hij terug en trouwde zijn lief. Voor hij z’n rijwielshop begon had hij in een fietsenfabriek gewerkt. Hij heeft het nooit helemaal naar de zin gehad in dit overvolle Holland. Voor ik naar Amerika vertrok had hij me geadviseerd om niet veel Hollandse kleding mee te nemen omdat de Amerikaanse werkkleding er heel anders uitzag.
Nu haalde hij voor mij op mijn broers bon een nieuwe fietsband en zette die op diens fiets. Zo begon ik aan de fietstocht, eerst naar m’n oudste zuster Hanna en at daar mee. Daarna ging ik naar Zutphen. Daar kon ik met een bus meerijden naar de Steeg, waar mijn zus Heintje woonde die met Koos Middelkoop getrouwd was. De fiets ging er bovenop. We kwamen door een paar dorpjes en plotseling zag ik dat we De Steeg al voorbij waren. Ze vertelden me dat ik aan een koordje had moeten trekken voor een belletje. Maar de chauffeur stopte voor me en hielp de fiets er afhalen.
Daarna moest ik de weg vragen naar de boerderij van Koos. Bij hen bleef ik ’s nachts slapen.
De volgende dag fietste ik naar mijn jongste zus Mies, die met een jachtopziener Gijs van Veldhuizen in de Koninklijke bossen woonde, die voor het jachtgenot van prins Bernard en zijn vrienden moest zorgen. Hij moest zorgen dat er niet stiekem door anderen gejaagd werd en dat de wilde varkens bijgevoerd werden in de winter.
Daar ze op een helling woonden sloeg ik vlakbij hun voordeur over de kop met m’n fiets, maar werd gelukkig niet gewond, maar ik had niet in de gaten dat ik een klein notitieboekje verloor met alle namen en adressen van de mensen die ik wilde bezoeken.
Ik bleef die nacht bij Mies en Gijs slapen en vertrok de volgende dag met de fiets naar Arnhem en vandaar met de trein naar Ede. Daar miste ik dat boekje pas. Daar stond ik dan in een stad met 20000 inwoners. Toevallig kwam er een bakkersjongen aan die ik vroeg naar de fam. Grootenhuis. Hij vroeg of ze ook kinderen met een handicap hadden en ja dat hadden ze. Hij wilde straks de weg wel wijzen. Hij moest alleen eerst zijn brood wegbrengen, maar toen ik hem 2 gulden gaf wilde hij het eerst wel doen.
Ik werd warm ontvangen. Deze Grootenhuis had indertijd mijn schoonvader in 1929 naar mijn ouders gebracht.
De volgende morgen bracht hij me naar de bus omdat Hanna een grote familiebijeenkomst had georganiseerd voor mij om te kunnen vertellen over ons leven in Amerika.
Het bleek dat de bus overvol was èn geen fietsen mee wilde nemen. Grootenhuis vertelde toen dat hij wel eens op de fiets naar de Kranenburg was gefietst. Dat was verder dan Eefde. Ik besloot die 60 km ook te fietsen om in Eefde te komen. Bij Apeldoorn was er maar één brug aan de noordkant waar ik over kon en ging richting Beekbergen, waar een oom van me op een boerderij woonde. Die was erg blij me te zien en maakte een flinke lunch voor me. Het begon al donker te worden toen ik weer verder ging. Het laatste stuk moest ik lopen omdat het licht het niet deed en ik in het pikkedonker niet ergens tegen op wilde rijden. Doodop kwam ik om 9 uur ’s avonds bij de Voortmans aan.

Herman 9….Terug in Nederland Meer lezen »

Opa’s wooden shoe

Toen Luella las dat opa had geschreven dat hij tijdens zijn verblijf bij Herman en Netty in 1932 zijn voet bezeerd had met het discen, vertelde ze dat zij die wooden shoes van opa nog hadden bewaard. Ze heeft nu een paar foto’s gestuurd. Dank je wel Luella.
Wanneer je deze klomp bekijkt moet dat behoorlijk aangekomen zijn.

Opa’s wooden shoe Meer lezen »

Herman 8— Dina en Hendrik Jan

In deze herfst op 11 november werden we getroffen door een sneeuwstorm. Een dag later zou de winkelier komen om de jonge kippen uit de bomen te pakken. De hanen zou hij krijgen in ruil voor de boodschappen die we nodig zouden hebben. Die nacht waren de meeste uit de bomen geblazen, sommigen dood en anderen half bevroren. Ook was veel vee in de weilanden gedood door deze storm.
Er werd nu ook elektriciteit langs de weg aangelegd, maar onze landlord wilde dit bij ons niet laten aansluiten. Toen werd het tijd om een eigen bedrijf te kopen. Dat lukte met een lening en in 1942 verhuisden we naar de farm bij Sibley.
Daar werd Berdena geboren en kregen we meteen veel bezoek uit de buurt. Die hadden allemaal gewacht met kennismaken tot de baby er was.
De jongens gingen naar een school op 1,5 mijl verderop in Melvin. Harold molk elke morgen eerst 2 koeien en voerde de kalveren. Hierna had ik tijd om ze naar school te brengen. Het bleek ook dat ik veel voordeel had door mijn tractor en had iets uitgevonden dat ik zittend op de zelfbinder de tractor aan en uit kon zetten. Daardoor kon ik in mijn eentje veel meer werk verzetten dan anderen met meer man en hun paarden.

Tijdens de oorlog kregen we geen enkele brief van onze familie uit Nederland.
De eerste brief die we daarna kregen stond dat mijn zuster Dina was verongelukt in een auto en motorongeluk. Het bleek dat mijn broer Hendrik Jan haar naar haar nieuwe baan zou brengen in Hilversum om bij een rijke familie te gaan werken. Ze waren even gestopt om naar de verkeersborden te kijken toen ze geschept werd door een auto met een slingerende trailer er achter.

Hendrik Jan was in 1942 getrouwd en had twee kleine dochtertjes en hij en Coba verwachtten de derde. Hij had een zagerij op het Medler en was daarnaast timmerman en meubelmaker. Ze wilden bij die zagerij gaan wonen, maar woonden vanwege de oorlog nog bij de ouders van Coba in Vorden. Hij gebruikte zijn motor om van huis naar zijn werk te gaan en op een mistige avond terwijl zijn koplamp het niet goed werkte botste hij op een stilstaande legerauto die onverlicht half op en aan de kant van de weg geparkeerd stond met een verpleegster en haar vriend er in.
Hendrik Jan was zwaar gewond en werd naar het ziekenhuis in Zutphen gebracht. Coba bezocht hem dagelijks maar die dag zou Sjoerd Aartsen gaan met wat papieren van de zagerij, want hij begon al wat op te knappen. Toen een verpleegster bij hem kwam vertelde hij dat hij zich niet goed voelde. “Adem maar even diep”, zei ze. Hij deed dat en overleed plotseling. Het moet volgens de dokter een bloedprop geweest zijn die zijn hart blokkeerde.

Hierna besloot ik naar Holland te gaan om mijn familie te bezoeken.
In juni 1946 was ik aan de beurt als ouderling van de kerk in Melvin om naar de jaarlijkse Synode meeting te gaan niet ver van New York. Ik maakte daarom plannen om na die meeting te proberen naar Holland te reizen. Intussen had ik een melkmachine gekocht. Ik zorgde voor een oudere man als hulp bij de boys, vroeg een nieuw paspoort aan en probeerde een plaats op een boot van de Holland-
Amerika lijn te krijgen,maar dat lukte toen niet. Daarom besloot ik om na de meeting maar te proberen een plek op een vrachtschip te krijgen.

De meeting maakte veel indruk op mij. Ik trok veel op met een ouderling uit de West Sioux Classis. We vonden beiden dat het jammer was dat we onze vrouwen niet mee hadden gekund, maar in die tijd werden er nog geen vrouwen als ouderling gekozen.
We werden ook uitgenodigd om een Quaker Service mee te maken. Daar gingen we met een paar heen. Om 9 uur gingen de deuren dicht en werd de Service uitgelegd. Geen zingen of preken, slechts een paar korte gebeden en stukjes schriftlezing. Geen collecte en verder werd er geen woord gesproken. Een vreemde ervaring , ik voelde me wat ongemakkelijk tijdens dit uur stilte en meditatie, maar je moet wel bewondering hebben voor deze anti- militaristische beweging. Ze helpen de armen en mensen in nood.

Herman 8— Dina en Hendrik Jan Meer lezen »

Herman 7

Een zelfbinder die door 4 paarden aangeduwd wordt, in Brule County–1930

Een foto van Garnard and Zola Ashley of Pukwana, S.D.

[i]Herman vertelt verder over de geboorte van Charlie, over zijn extra werk voor de buren om een extra centje te verdienen, zijn aanstelling als deken en leider van een zondagschoolklas. Dit laatste zou hij 30 jaar volhouden. De farm werd uitgebreid. In 1933 ploegde hij 66 acre met vier paarden en een enkele ploeg. Hij beschreef zijn werk met de paarden en het temmen van een wilde bronco tot hij geschikt was voor alles. Ik ben onder de indruk van zijn kennis van het werken met en zijn liefde voor paarden en dieren in het algemeen.
In 1934 ging het ze zo goed dat ze een radio kochten die op batterijen werkte. Die werden weer opgeladen met windenergie.
De winter van 1936 was zo streng dat Netty en de jongens 6 weken lang niet van huis kwamen. De eieren en room die weggebracht moesten worden gingen via Andy Knocks en ze gebruikten de spoorlijn met een slee met paarden er voor. Ze moesten er eens af omdat er mensen van het spoor hun kant op probeerden te komen. Het was n.l. verboden om de spoorlijn te gebruiken. Herman en Andy probeerden over het veld te gaan, maar de hele boel kapseisde en Andy zat tot z’n nek onder de sneeuw. Ze moesten de paarden aan de achterkant inspannen om de zaak weer los te trekken.[/i]

Na deze barre winter besloot ik tot het kopen van een tractor. Ik ruilde 4 paarden en de meeste van de machines in en omdat ik geen schulden bij de bank meer wilde hebben en bood ik ook twee flinke Hereford stieren aan de John Deere dealer. Zo kreeg ik behalve de John Deere tractor ook een 12,5 foot disk, een cultivator en een 12 inch dubbele ploeg en ontdekte dat ik met een kleine tractor meer werk kon doen dan met 4 paarden. Alleen voor het mais planten, hooien, dorsen en mais plukken had ik nog steeds een stel paarden nodig.
Ik hielp een buurman die achterop geraakt was met mais planten en om m’n paarden te sparen mocht ik naar huis zijn Model T coupé gebruiken. Maar onze jongens Harold en Charlie wachtten me vaak op. Onze creamophaler had daarvoor al eens gewaarschuwd dat ze op moesten passen voor vreemden. Toen ik die keer met die Model T coupé aankwam zetten waren ze vreselijk bang. Charlie, 3 jaar oud, ging er zelfs vandoor en ik moest hem vangen. Die middag vertelde ik Netty hoe bang de jongens waren geweest en stelde voor om een ritje met ze te maken, maar geen van beiden wilden mee.

Na die 6 weken dat Netty met de jongens opgesloten zaten door het barre winterweer voelde Netty zich niet goed en de dokter adviseerde een onderzoek in het ziekenhuis. Ze had een probleem met de schildklier, maar de dieper liggende oorzaak was psychisch (Herman noemde het: the nerves) en hij adviseerde dat ze er meer op uit moest. Daarom huurden we een meisje in voor het werk thuis en Netty ging de tuin verzorgen, de kippen en de kuikens en deed ook werk met de tractor.
Na die vreselijk strenge winter volgde een vreselijk droge zomer met weinig oogst. In de herfst liet ik een bron boren voor water en liet er een windmolen opzetten.
Gemiddeld over de jaren hadden we toch een goede oogst en we wilden een grotere farm.

Dat gebeurde in 1938. Er kwamen een paar koeien bij en 20 schapen die ik kocht voor 400 dollar. Er was nl een stuk land bij huis dat steeds vol onkruid zat. Daar wisten die schapen wel raad mee net als met de bloementuin! Ook hier hadden we goede buren en hielpen elkaar waar we konden.
Mijn grote doel was om een echte melkveehouder te worden en kreeg hulp van mr John Struyk die in 1930 één van mijn getuigen is geweest toen ik Amerikaans staatsburger werd. Hij wist dat ik geïnteresseerd was in een goed stel Holsteiners en bood me een paar geregistreerde vaarzen aan tegen een redelijke prijs. Ik kocht ook een stier en die liep wegens gebrek aan een eigen plek gewoon los bij de koeien. Tot hij me op een keer wilde aanvallen toen ik de koeien uit de wei wilde halen. Maar onze trouwe hond was bij me en ik riep hem om de stier aan te vallen en dat deed hij door de stier in de achterpoten te bijten. Daar was de stier bang van en rende naar huis. Na die tijd had ik steeds de hond bij me en de stier had heilig ontzag voor hem en bleef op afstand. Toch vertrouwde ik hem nooit meer en verkocht hem in de herfst samen met de andere jonge stiertjes.
Dit werd een goed jaar voor ons.

Herman 7 Meer lezen »

Opa’s basket

In de zomer van 1932 maakte opa zich ook nuttig met het vlechten van manden. Vanuit de hele omgeving kwamen ze kijken en opa leerde de techniek aan een paar jongens.
Deze mand maakte opa voor tante Netty en is nu bij Hank en Irene in Denver. Via Luella kreeg ik deze foto toegestuurd.

Opa’s basket Meer lezen »

Herman 6 …Harold wordt geboren en vader komt.

Op 6 december 1931 werd onze eerste zoon Harold geboren èn mijn vader kondigde aan dat hij de volgende zomer een half jaar bij ons zou zijn. Daar was ik erg blij om. Hij zou per boot en trein komen en ik had onze kruidenier van der Woude gevraagd telkens wanneer er een trein uit het oosten zou komen of hij wilde gaan kijken of vader er zou zijn. Maar mijn vader stapte in Hartley uit de trein, ontmoette de post bode die de post op kwam halen en die begreep waar hij naar toe wilde, nam hem mee en belde vanaf een farm naar ons huis. Netty was er echter niet maar mrs Knock had de boodschap gehoord over de gezamenlijke telefoonlijn en zo kon ik samen met buurman Knock mijn vader tegemoet rijden. Terug bij Knock maakten we eerst het castreren van de biggen af en gingen daarna naar onze farm. Deze buren spraken Duits en in deze zomer werden mijn vader en de Knock’s vrienden.

Andy en ik werkten veel samen met planten en oogsten van de mais en vader hielp mee met alles, ploegen met 4 paarden, disken enz. We kregen veel bezoek en gingen zowel in Iowa als South Dakota op bezoek. Gelukkig kon Netty goed Nederlands, want mijn vader sprak noch begreep de Engelse taal. Wanneer we ergens op bezoek gingen vroeg hij steeds:”Spreken ze daar Nederlands?”Was dat niet het geval dan vroeg hij ons hem naar Andy Knock of Jim van Dyke te brengen. De buren van Dyke kwamen uit Groningen.
Vooral was vader geïnteresseerd in de Levenkamp jongens. Ze waren ooit samen naar de zondagschool gegaan. Later zou Toon met mijn vader terug gaan naar Holland op familie bezoek.

Vader ging vaak met ons mee naar de kerk die ’s middags in Melvin gehouden werd omdat de ds ’s morgens in Bigelow preekte. Hij droeg steeds zijn zondagse pak mèt jasje. De meesten van ons deden die wel uit vanwege de hitte, maar hij weigerde in hemdsmouwen in de kerk te zitten. Wanneer het te heet werd bleef hij liever thuis.
Op een zondag, zonder dat wij het wisten, zou er een ds Dijkstra preken, redacteur van de Volksvriend. We wisten dat vader erg onder de indruk was van zijn schrijven en Netty stelde voor hem alsnog op te halen. Hij ging mee en na de kerkdienst hadden ze een heel gesprek en werden vrienden. Later in Holland terug bleven ze corresponderen.
Wanneer ds Dijkstra later naar Melvin kwam om te preken bleef hij vaak bij ons een nacht over. De jongelui die later veel bij ons over de vloer kwamen konden dat nou niet echt waarderen.
Toen we eens een zondagschool picknick hadden- dat vond vader ook helemaal niks- heeft hij de hele middag houtjes staan hakken zodat wij de hele winter de keuken er van warm konden stoken.

Z’n klompen die hij had meegenomen droeg hij steeds en bij het vaststampen in de maissilo waren ze van groot nut. De buren vertelden nog lang dat er nog nooit zo goed platgestampt was als toen vader het deed met zijn wooden shoes.
Mijn vader was ook erg onder de indruk van de cream separator, die de room van de melk scheidde. De kalveren en zeugen konden direct de ontvette melk krijgen. Terug in Holland probeerde hij de boeren te interesseren voor dit fenomeen, maar dat was toen nog niet geaccepteerd.

Toen we eens samen buurman Hoogland bezochten zag ik een koekoeksklok hangen en zei zo dat ik dat een prachtige klok vond, te meer daar wij alleen een wekker hadden die ons vertelde wanneer we moesten opstaan. Vader moet dat hebben gehoord èn onthouden, want toen Toon Levenkamp terug kwam van zijn bezoek aan Holland bracht hij een koekoeksklok mee van mijn ouders en die doet het na 60 jaar nog steeds goed. Elke morgen trek ik de gewichten op en denk met liefde terug aan mijn ouders. Het werd iets heel speciaals voor mij en ik wil dat hij straks naar Charlie gaat als wij er niet meer zijn.
Ook op onze 50-jarige bruiloft in 1980 kregen we een klok van onze familie uit Holland.

Ik had het idee dat vader wel in de USA had willen blijven als de rest van het gezin mee zou willen gaan, maar die hadden geen interesse.
Ik heb nog een foto van vader met Harold, genomen in september.

Herman 6 …Harold wordt geboren en vader komt. Meer lezen »