Weblog2

Herman en Netty 5 Een eigen farm

De farm bij Melvin.

Een hond is je beste vriend. Op onze huwelijksreis stopten we op de terugweg bij de Thed Kaemingk’s in Sioux Centre. Ik was in 1925 met hem mee gereisd.
Ze vroegen of we al een hond hadden, want elke farmer had indertijd een hond. Er was een hond bij hen aan komen lopen, een cockerspaniël die waarschijnlijk bij de jacht was ontsnapt. Hij was bang voor schieten. Het zou hun huwelijkscadeau aan ons worden. Deze hond werd een deel van ons gezin en bleef meer da 12,5 jaar tot ze van ouderdom stierf.
De hond was bang voor onweer. Dan verstopte ze zich onder ons bed. Toch werd het een goede waakhond. Wanneer ik de mest uit het weiland haalde kon ik het hek gerust open laten. Geen koe of varken kwam er uit. Zelfs onder etenstijd kon ik het hek gewoon open laten.

En zo begon ik met het kopen van de belangrijkste zaken voor een farmer, een paar koeien_ Holsteins_50 en 65 doller per stuk, een zelfbinder, een mest verspreider een paar paarden enz. Bovendien wat huisraad.

We hadden daar bij Melvin een geweldige buurman, Andy Knock . We hielpen elkaar zoveel mogelijk.
Wanneer Netty en ik met de auto weggingen ging onze hond gewoon naar de buurman en wanneer hij ons terug zag komen rende hij vlug weer naar huis. Toen Andy dat vertelde raadde ik hem aan om de hond bang te maken wanneer hij nog eens zou komen. Toen de hond weer eens kwam bond Andy’s oudste zoon wat kleine blikken aan haar staart en pa Knock schoot in de lucht met z’n buks. Die ging er toe gauw vandoor richting huis, maar kroop zich onderweg vast in een smalle duiker in de modder vlak bij de spoorlijn. Een andere buurman had dat gezien en reed met ons mee naar de hond. We riepen, maar ze jankte alleen maar terug. De schoolbus stopte en de kinderen vroegen wat er was en wij vertelden dat de hond vast zat en dat wij te dik waren om in die duiker te kruipen. Eén van de jongens van Andy Knock bood ik een kwart dollar als hij die duiker inging om de hond er uit te krijgen. Hij ging zich toen gauw omkleden en kroop in de modder in de duiker, maar kon niet met hond en al terugkruipen. Ik kon net bij zijn voet met m’n hand en zo trok ik hem met hond en al naar buiten. De hond wilde nog geen stap zetten voor alle blikken van haar staart gehaald waren en rende toen in één streep naar huis. Nooit ging ze meer alleen naar buurman Knock. Ze werd een leuke speelkameraad voor de jongens en trok zelfs hun karretje.
Een bijkomend voordeel was dat wanneer er zwervers langs de spoorlijn liepen die niet aan de deur durfden te komen want onze hond hield ze al grommend op afstand.

We begonnen ook kippen en varkens te houden. De kippen brachten we in de herfst naar de winkel. Daar konden dan ook eventuele schulden mee betaald worden.
Van buurvrouw Knock kregen we een paar flinke broedhennen te leen en kochten goede eieren om er onder te laten uitbroeden. Die zomer hadden we verschillende hennen met kuikens.
Op een nacht hoorden we een ongerust gekakel van de hennen en waren bang voor ongedierte. De volgende nacht lieten we onze hond met haar puppy vlakbij de kippen slapen. Die nacht hoorden we een vreselijk gevecht buiten en roken een nog verschrikkelijker stank. De hond had haar pup willen verdedigen en was in gevecht met een skunk en was helemaal onder gesproeid. We konden haar een hele tijd niet binnen hebben, maar hebben nooit geen last van stinkdieren meer gehad.

Herman en Netty 5 Een eigen farm Meer lezen »

Herman 4 Bij de Petrick’s

Een maisplukker uit die tijd. Door die pijp kwam de mais in de wagen terecht.

Eenmaal terug op het station van Sanborn werden we opgehaald door Gilbert, de oudste zoon van Heuvelen. Hoewel hij zo erg vermoeid was en zich al dagenlang niet geschoren had werd hij wel met een kus begroet door zijn vrouw. I shook hands with all, but received no kiss!

Ik ging hierna bij Mr Petrick werken, maar ook hier was het niet alles. Een harde wereld! Een week voor ze verhuisden naar Melvin besloot Patrick een te oud paard te doden. Hij wilde de huid verkopen en liet het vlees bij de varkens liggen zodat die er van konden eten. Die eerste nacht hoorde ik honden blaffen maar kwam er niet toe om te gaan kijken. De volgende morgen gingen we voeren en melken en vonden één dode zeug en één half opgevreten en verschillende varkens met afgebeten oren. ’s Nachts hadden de honden uit de buurt en ook hun eigen hond zich op het paardenvlees gestort en de andere varkens aangevallen die er van wilden eten. Een triest verhaal.

Deze mr Petrick had een paar bokkige paarden die het vertikten om de wagen met corn te trekken en ook niet zonder corn en hoe ze ook met de leidsels sloegen en schreeuwden… er kwam geen beweging in, zelfs niet toen de mais i.p.v op de wagen op hun hoofden terecht kwam. Ik vroeg Petrick of ik dit stel mocht proberen om met de wagen naast de mais kneuzer te rijden. Ik gebruikte alleen mijn stem en zei:”Get up”, meteen begonnen ze naast de maiskneuzer te lopen en het gaf geen enkel probleem meer.
Het bleek dat één van deze bokkige paarden gewend was om het lichte karretje van de dokter te trekken en we leenden hem uit aan de buurman waar hij met 5 andere paarden ingezet werd bij het ploegen met een dubbele ploeg om hem te laten wennen aan zwaarder werk.
Ik zou hier twee jaar blijven, werkte een tijdje zonder betaling omdat Petrick in financiële nood zat, werkte zelfs tijdelijk bij iemand anders. Het belangrijkste vond ik dat ik behandeld werd als een lid van het gezin. Elke morgen werd er een stichtelijk stuk gelezen na het ontbijt en werd dan besloten met een gebed. Deze Petricks waren lid van de Lutherse kerk.
Eens zakte een stel paarden weg in de modder bij het gerst zaaien en moesten we die er met de tractor weer uit trekken. Dat werd geen gerst op die plek, maar wat later wel boekweit dat in 4 maanden rijp is om te oogsten.

Netty en ik hadden trouwplannen. Ik kon een farm huren met 80 acre dichtbij Melvin. Er liep wel een spoorweg door, maar het was dicht bij Petrick. Toen hoorde ik van een farm in de buurt van Volga, die te huur was voor dezelfde prijd- 600 dollar, maar met 160 acre. Toen ik dat aan Netty vertelde dat ik van plan was dat te huren, zei ze: You can go where you want, but I am staying close to my family. Het werd dus Melvin.
Vlak voor we trouwden werd ik ingeschreven als Amerikaans staatsburger. Ik moest een heel boekwerk doornemen en ik moest getuigen meebrengen die me zolang gekend hadden om te kunnen zeggen dat ik nooit de wet overtreden had.
Op het moment surprème vroegen ze net als bij de anderen voor m":"Are you marriëd?". Toen ik ontkennend antwoordde ging Mr Struyk, een van mijn getuigen staan en zei:"This man is getting married next week." Toen ik daarna kon vertellen waar ik het huwelijk had aangevraagd vroegen ze niks meer en daar had ik nu zo hard voor gestudeerd,

We trouwden op 18 december 1930 thuis bij Netty’s ouders door ds Fikse. Er werd een groot diner gegeven, ook mr en mrs Patrick waren er. ’s Avonds waren de buren uitgenodigd voor de honeymoonparty.
De volgende dag gingen we op een korte huwelijksreis naar vrienden in Volga in Zuid Dakota

Herman 4 Bij de Petrick’s Meer lezen »

Herman 3 — Even terug in Holland 1928

Ik had de laatste maanden goed geld verdiend en ik vertelde bij de van Heuvelen dat ik mijn familie wilde gaan bezoeken. Ik kwam nu iedere vrije zondag uit de kerk bij hen en de verkering met Netty was ondertussen aan!
Vader van Heuvelen had er wel oren naar om mee te gaan en zijn vader en familie ook op te kunnen zoeken. Veel geld hadden ze niet op dat moment en ik was in staat hem wat te lenen, wat hij in de zomer terug zou betalen.

De trip naar Holland zou 12 dagen duren. In de trein ontmoetten we een jongeman, Willemsen. Die kwam oorspronkelijk uit Ede net als mijn toekomstige schoonvader.. Diens vader had een grote houthandel, maar zoon Henk raakte aan de drank en mocht niet bij zijn vader in het bedrijf. Die vader hoorde dat het in Iowa verboden was drank te verkopen en vond een sponsor voor hem om hem op een farm daar te laten werken. Deze jongeman ontmoette een meisje , trouwde en huurde zelf een farm. Deze jonge boer was erg muzikaal en kreeg een baantje als organist in de kerk. Toen z’n vader dit goede nieuws hoorde, stuurde hij hem geld om over te komen naar Nederland. Omdat hij ook gek was op accordeon spelen nam hij die accordeon mee op reis naar Holland.
In New York hadden we een beetje tijd voor we de boot op gingen. Hij keek rond en vond dat hij nu wel een glaasje kon kopen.
Eenmaal op de boot kon je ook drank kopen en al gauw was hij zo dronken dat hij spelend op zijn accordeon niet door had wanneer het dinnertime was.

Onderweg naar Holland kwamen we in een storm terecht net onder etenstijd. De meeste borden gleden van tafel en we moesten er weer uit en er werd opnieuw de tafel gedekt, nu met een rail er omheen. Maar er waren zoveel mensen zeeziek dat er niet veel gegeten werd. We mochten op een gegeven moment zelfs niet aan dek, maar Van Heuvelen voelde zich zo beroerd en was zo bang dat hij toch de trap opging en de deur naar het dek opende. Meteen kwam er een golf en spoelde hem de trap weer af. Kletsnat kwam hij weer in de hut. Hij kleedde zich om omdat ik hem dat zei en sliep de hele nacht niet. Ik had ontdekt dat Van Heuvelen geen best reisgezelschap was.

Van Heuvelen werd door zijn familie in de haven van Rotterdam opgehaald en mijn vader haalde mij van de trein in Lochem van af hetzelfde station waar ik in 1925 van vertrokken was.
Het bezoek was niet van erg lange duur, want van Heuvelen kreeg een brief van thuis dat de hele familie de griep had. Dus wilde hij een paar weken eerder naar huis dan gepland en vroeg me met hem mee te gaan. Toen ik thuis vertelde dat ik met hem mee moest gaan omdat hij erg zenuwachtig was op reis, waren mijn ouders heel erg teleurgesteld omdat ik tot dan overal op bezoek en niet zoveel thuis was geweest.

Die Willemsen die op de boot al zo dronken was geweest ging ook eerder dan hij gedacht had weer terug. Zijn drankprobleem was een grote teleurstelling geweest voor zijn vader.
Op de terugweg had hij geen geld meer en vroeg ons op de boot geld te lenen. Dat leek ons geen goed idee, maar iemand uit Minnesota deed het wel en moest later bij Willemsen’s vrouw aankloppen om het terug te krijgen. Willemsen vroeg ons om alsjeblieft niets te zeggen thuis over zijn drankprobleem anders zou hij zijn baantje als kerkorganist zeker kwijt zijn

Herman 3 — Even terug in Holland 1928 Meer lezen »

Herman 2: De eerste tijd in Zuid Dakota.

De broer van mijn vriend Arnold was al geëmigreerd naar Iowa. Deze Thed Kaemingh zou naar Holland op bezoek komen en in januari konden we samen de grote reis naar Amerika maken. Zo gebeurde het. Op 21 januari vertrokken we. Aan boord was nog een jongeman die de stap ging wagen en samen brachten we de tijd door met kaarten. Ik was dat niet gewend en was nog niet handig met het schudden van de kaarten, wat hen de opmerking ontlokte: “An hour is too long to just shuffle cards”.
Ook ontmoette ik een dame met twee dochters die naar Utah gingen en bij de Mormonen hoorde. Daar had ik geen beste dingen over gehoord als zouden de mannen meer dan één vrouw mogen hebben. Toen dan op een gegeven moment één van de meisjes vroeg of ik mee wilde wandelen aan dek en mijn arm pakte, wist ik niet hoe snel ik de andere kant op zou gaan.
Eindelijk zag ik na 10 dagen voor New York het Vrijheidsbeeld waarover ik net als over het Wilde Westen gelezen had.

Via Chicago belandde ik uiteindelijk op het station van Volga in Zuid Dakota met mijn koffer. Daar stond een oude man die me vroeg:”Ben jij Herman Eggink?” Deze bracht me naar de boerderij met paard en buggy, bood me een met bont gevoerde jas aan. Maar die weigerde ik, ik had er nog geen idee van hoe koud het hier kon zijn.
De volgende morgen na een ijskoude nacht in een soort voorraadkamer, ging ik met deze boer naar zijn vee. Er waren een paar kalveren met lang zwart haar met zo te zien slechts een deel van hun oren. Hij had wel geprobeerd om de koeien in het voorjaar te laten afkalven, maar er was een Angus stier uitgebroken en nu had hij de kalveren al in de winter. Later bleek dat hun oren afgevroren waren omdat ze op elkaars oren sabbelden en die natte stukken bevroren met dit barre winterweer.
Alles gebeurde hier met paard en buggy, de kinderen naar school en de boter naar de creamery brengen en de boodschappen doen. Ik kocht meteen maar werkkleding, maar zo’n pet met kleppen over de oren leek me raar en pas later toen ik de noodzaak ervan inzag kocht ik die ook.
Mijn eerste ritje in een auto had ik ook al die eerste dag. Een stel jongelui die ik in de winkel ontmoette waren met een Ford en het bleek dat het onze buren waren en ik mocht met hen mee terug rijden. We kwamen klem te zitten in een nauw straatje en een andere auto moest ons met een ketting los trekken.

Mijn zussen thuis hadden hun eerste autoritje al eens gemaakt met de auto van onze huisarts, toen één van de kinderen thuis ziek was.
Toen m’n jongste broer Bram geboren moest worden ging ik de dokter waarschuwen die toen met een motor kwam en me vroeg bij het laatste stuk op hem te wachten om hem te kunnen helpen wanneer hij vast mocht komen te zitten in de modder, maar de dokter was er nog eerder dan ik.
Veel eerder was ik al eens uit een schommel op een groot stuk hout gevallen zodat ik geen adem meer kon krijgen. Mijn ouders liepen net zo lang met me tot ik weer kon ademen en gingen met me naar de dokter. Het bleek dat een stukje wervel in mijn rug verschoven was, maar het enige wat hij adviseerde was een brede riem te gaan dragen. Dat gaf wel verlichting, maar goed gekomen is het nooit.

[i]Herman vertelt over de zware eerste tijd bij deze arme boer, met z’n oude paarden die door het zware werk dood gingen, over een stier die onthoornd werd en allemaal wormen in de wond kreeg, over het zware werk. De zelfbinder met de paarden die het amper konden trekken en door Herman aan gejaagd werden met een soort vishengel op een zitje voorop die binder. Wanneer ze eens uit gingen op een picknick van de kerk op 4 juli kon hij niet met de jongeren mee doen. Hij kende die balspelen niet . Die dag had farmer Niesink waar Herman voor werkte ook een Ford gekocht die hij naar die picknick reed hoewel hij nog nooit een auto bestuurd had. De familie ging later naar huis met de Ford en hij kon met de paarden en de buggy naar huis. [/i]

Eigenlijk heb ik bij deze boer Niesink niets geleerd, vertelt Herman.
Ik ontmoette wel de Levenkampjongens die de vorige eigenaren waren van deze farm en nu in Orange City woonden. En ik had er maar 185 dollar verdiend omdat mijn deel van de oogst door hagel en de arme grond bijna niets opbracht.
De volgende winter kon ik gaan werken bij Mr Hans Jensen op een gehuurde farm met 320 acres voor 40 dollar per maand. De fam van Heuvelen die ik al eens had ontmoet ging nu verhuizen naar Iowa. Bij de verkoop van de boedel was het bijzonder druk. Familie werd uitgenodigd voor het eten en Netty, hun dochter had ik al eens eerder ontmoet bij een bezoek aan hen,—she blinked her eyes at me–, vroeg of ik ook mee aan tafel wilde, maar dat sloeg ik af, maar ik bleef zeker geïnteresseerd in de van Heuvelens familie.
Ik had al gauw door dat deze boer Jensen het heel wat beter deed dan Niesink.
Hoewel ik het hier beter had dan daar voor dacht ik erover om naar Iowa te gaan. Ik was gaan corresponderen met Netty en zij wisten een plek bij een oom voor me om te helpen bij de maisoogst . Maar ik vatte kou, werd erg ziek en kon pas per 1 december naar Iowa. Daar kon ik gaan werken bij een farmer met beefcows.. Dat was er één die nogal opvliegend was. Ik hield me maar in, maar was gewoon bang voor hem en durfde al helemaal niet te zeggen dat ik na mijn reis naar Holland niet terug wilde komen werken. Ik kon dan aan het werk bij een van origine Duitse farmer Bob Petrick, die me dat tijdens het dorsen had gevraagd. Eigenlijk was ik aan het eind van mijn Latijn. Op de boot naar Holland was er zelfs een oudere man die zei:”Jongen je moet meer gaan eten anders kent je moeder je straks niet meer”!

Herman 2: De eerste tijd in Zuid Dakota. Meer lezen »

Oom Herman 1: Amerika, het land met mogelijkheden

Een foto achter de boerderij in Barchem

Nadat ik opa Egginks dagboekje in hapklare brokken op weblog 2 had gezet en ook de Amerikaanse familie had voorzien van een zo goed mogelijke vertaling, bedacht ik dat Harold ons ooit de Memoires van Herman gestuurd heeft, nadat hij 12 jaar geleden met zijn vader Herman in Nederland was. Hij beschrijft hierin voor kinderen en klein kinderen wat hij beleeft heeft vanaf het moment dat hij in z’n hoofd kreeg dat hij naar Amerika wilde om boer te worden.
Het is weliswaar in het Engels maar het heeft toen best indruk op me gemaakt vooral natuurlijk het gedeelte waarin hij vertelt over zijn bezoek aan Nederland na de oorlog net nadat papa Hendrik Jan overleden was.
Ik vind het de moeite waard om stukken hieruit weer te geven en neem de vrijheid om voor ons minder interessante stukken over te slaan.

America, the land of opportunity

Toen Herman een jaar of 10 was wist hij al dat hij naar Amerika wilde De meester op de 2-mansschool in De Wildenborch had aan het eind van de middag tijd over en vroeg iedereen om de beurt wat ze later wilden worden. Toen het Hermans beurt was zei hij dan ook:”Ik wil naar Amerika”. Toen de meester hem vertelde dat hij eerst het Engelse alfabet maar eens moest leren met de goede uitspraak erbij. Die schreef alle letters op met hun uitspraak er bij en die avond begon zijn plan al een klein beetje helder te worden.
Toch duurde het nog tot z’n 18e voor hij de emigratie aan mocht vragen. Toen was Hendrik Jan van school af en kon de klusjes en werk dat hij in tussentijd had gedaan, overnemen. Hij had zolang opoe geholpen met werk thuis en opa die op het land die druk was met het ontginnen van ik denk Het Kieftenbos om er dan gebruik van te kunnen maken.
Herman vertelt: Toen ik 18 was vertelde ik mijn moeder dat ik niet in het kleine Holland wilde blijven en dat nu Hendrik Jan aan de beurt was om thuis te helpen. Mijn vader had er nooit bezwaar tegen gehad. Hij had mèt zijn broer ook die plannen gehad hoewel hun moeder daar niets van wist. Haar ouders waren ooit op weg naar Amerika in een storm verzeild geraakt. Het schip zonk en iedereen kwam om. Nadat mijn moeder haar toestemming ook had gegeven kon ik mijn naam op de Immigratielijst laten zetten op het Immigratiekantoor in Amsterdam.
Intussen had ik via mijn oudste zuster mensen ontmoet die familie in Zuid Dakota hadden en toen die hoorden dat ik naar Iowa wilde, vertelden ze dat ik beter naar Zuid Dakota kon gaan omdat in Iowa de zomers zo vreselijk warm waren dat je ’s nachts niet kon slapen. We kregen het adres van die familie en ik was daar welkom om te gaan werken.
Het zou nog twee jaar duren voor ik aan de beurt was.

Oom Herman 1: Amerika, het land met mogelijkheden Meer lezen »

De grote leegte

A.s zondag houdt deze Giel d’Arrest een lezing over zijn passie: De Burton. Wie interesse heeft om hier een leuke middag door te hebben en alles te horen over deze uitzonderlijke hobby, meldt zich aan bij De Gruitpoort in Doetinchem.
Door op de titel De grote leegte te klikken krijg je de website van de Gruitpoort waar je kunt reserveren.

[i]De grote leegte

Ik ga vandaag een Burton bouwen
Maar nee! Dat hoef ik nu niet meer.
Hoe gaapt de leegte in mijn leven,
Hoe lokt mij nu die hangplek weer!

Ik was nu net mooi van de straat af,
Zal ik in dit benard moment
Opnieuw tot kattenkwaad vervallen
Of zelfs tot knokken in de tent?[/i]Giel d’Arrest

uit: De ontketende Eend

De grote leegte Meer lezen »

Herman

Mama met ons tweeën.
Diny in zo’n rood-wit gestreept "voetbaljurkje", zoals we dat noemden en ik in een jurkje met fladdertjes. Ik weet niet of Berdena deze ook gedragen heeft, waarschijnlijk wel. Berdena is ruim een jaar ouder dan ik.
foto: Sjoerd Aartsen

Inderdaad heeft opa Herman een tijd lang niet teruggezien. Maar opa is oud geworden en heeft Herman èn Netty nog een aantal keren meegemaakt wanneer ze naar Nederland kwamen. Hermans gezin breidde zich uit en de oorlog kwam. Pas in 1946 kwam Herman voor het eerst weer naar Nederland. De reden was niet zo prettig. Op 9 januari 1946 overleed papa Hendrik Jan, eigenlijk toch onverwacht terwijl hij herstellende was van een zwaar motorongeluk. Er werd een rouwkaart gestuurd en zus Hanna stuurde een uitgebreide brief. Toen Herman die eerst onder ogen kreeg en las dat ze bij de begrafenis van Hendrik Jan zijn lievelingslied "Neem Heer mijn beide handen" en ook "Nader mijn God tot u" gezongen hadden, was hij zó geschrokken. Pas later kwam de rouwbrief, waarschijnlijk per boot. Hij kwam korte tijd later naar Nederland, bracht kinderkleding mee omdat daar zo’n tekort aan was. Diny en ik hebben nog lang Amerikaanse borstrokjes gedragen en mooie jurkjes. Ook hadden we een soort jumpsuitjes met korte pijp met zo’n klep aan de achterkant met knoopjes voor als je naar de wc moest: hansopjes.
En we kregen klompjes, Diny rode en ik blauwe. Ik neem aan dat hij die gewoon in Nederland gekocht had. Ik kan me de opwinding herinneren toen hij bij ons op "De Haar" aankwam en naar de deur liep:"Daor he’j Herman… Daor he’j Herman…!"Ik hoor het opoe nog roepen.

Herman Meer lezen »

Opa’s reis 15 — Weer thuis

Onze Amerikaanse familie in ± 1947. Oom Herman, tante Netty, Harold( r) , Charlie, en Berdena.

27 september.
Niet zo goed geslapen als de vorige nachten. Ik denk dat ik te veel heb gepraat omdat er nog een Hollandse familie aan boord is. We maken elke dag een 300 mijl. Tegen zondag zijn we een heel eind heen. Het is weer bijna avond. Verleden week om deze tijd gingen we op de trein in Sheldon. Zaterdag denken we in Plymouth te zijn.
Het is grijs weer, nogal koud, maar kalm. Slaap goed.

28 september
Voor middags 12 uur. Weer muziek in algemenen room.
Ze spelen goed, maar ik wou dat ze de Schöne Donau maar weer eens speelden.
Na ’t supper. Vandaag weer gestadig weer. Het schijnt dat volgens de kaart die elke dag wordt bijgetekend hoever de tocht is, dat we zaterdagvoormiddag Engeland in zicht krijgen. Slaap wel.

29 september half 10
Gisteravond werd storm voorspeld. De zee is nu ook tamelijk ruw. ’t Is verbazend nu de wind opzij tegen de boot drukt, wat zij op zij kan liggen, maar door de grootte van de boot gaat dit slingeren in langzaam tempo, ongeveer 10à 12 sec. duurt dat op en neer gaan. Aan de achtersteven waar ik nu op een bank zit, uit de wind natuurlijk, raast het water zo, datje niets anders meer hoort. ’t Weer blijft tamelijk goed, geen zeezieken, iets kouder. De wind steil op de voorsteven nu. Het is guur, ik ga zo maar naar kooi.
Slaap goed, moeder en kinderen.

30 september
Vandaag erg buiig. Als je dan schrijven wilt, moet je een beetje oppassen al zit je uit de wind. ’t Is ook nogal koud, ik denk geen aardig weer voor aardappels steken. Nog een dag en dan zullen we Engeland wel zien, ofschoon die tegenwind schaadt wel in de spoed. Verder de hele dag zeeziek. Rust wel.

1 oktober
Gisteravond 12 uur te Plymouth. Ik heb het ontbijt achter de rug. Terwijl ik hier op een bank op dek zit, zie ik weer land, ik denk de Franse kust. Het zeewater lijkt hier lang niet zo diep groen als de grote oceaan. Het water is bijzonder vlak, ik denk dat het op de grote plas nooit zo effen kan wezen.

Vanmiddag 12 uur in Le Havre. Om half 2 weer in zee te gegaan naar Londen. Nu zien we nog net het laatste restje van Frankrijk. Het is nu half drie.
Zondagavond half 9. We zien nu links en rechts lichten. Naar gezegd wordt kunnen we om 2 uur vannacht in Londen zijn. En als dit meevalt, kunnen we morgen nog door naar Rotterdam. Of we dan nog naar huis kunnen is een andere vraag.
Slaap wel, moeder en kinderen.

Dinsdag 9 uur. Londen
We zitten nog op de Carinthia. Onze paspoorten zijn gestempeld. Het zal wel avond worden voor we op het Kanaal komen.
Nm 3 uur Ik heb me vergist. We waren vanmorgen niet in Londen, maar een half uur sporen er van af. Nu zit ik dan weer in hetzelfde hotel als in het voorjaar. Vanavond na supper gaan we met de bus naar de trein die ons naar Harwich brengt, dan direct weer op de Batavier.
We horen nu af en toe weer Hollands . Alles op de Batavier herinnert weer meer aan Holland, ook ’s morgens in de vroegte het ontbijt..Wat pietluttig is alles hier vergeleken bij het verblijf op de Carintia!
We gingen in Hoek van Holland aan land en toen namen we afscheid van de Cunard Mij, die ons zo gerieflijk van ’t een op’t ander voorthielp. Toon herinnert de agent van de Cunard aan de reiskoffer die bij vergissing in New York achtergebleven was. Nu, hij beloofde naar New York te seinen en dan kwam zijn koffer wel in Holland en ook aan het adres dat Toon opgaf, onder voorwaarde dat hij bij zijn terugkeer naar de U.S. ook weer van de Cunard gebruik zou maken, iets wat Toon grif beloofde, blij als hij was met zijn verloren koffer.
De aansluiting van Hoek van Holland verliep best. In de trein van Rotterdam hier naar toe bezorgde een postbode ons een minder prettig half uur. Met een rode kop, verder leeg, zat hij op een eng onhollandse manier uit te weiden over het volgens hem onvoldoende loon en een heel foutieve pensioenregeling. “En”, vervolgt hij, “nu kan je wel zeggen Onze Vader in de hemel zal wel voor ons zorgen”, maar daar verwachtte hij niet veel van. Als je positie verbetering wilde, zoals zij zo hard nodig hadden, moest je je er zelf voor inspannen, anders kwam er niet van. Geen van ons beiden, want hij had het vooral tegen ons, voelde lust die windbuil op zijn nummer te zetten. Het zou niets meer dan nog meer gekakel opgeleverd hebben.
Toen, in Apeldoorn- ach wat leek Holland toch klein- wachtte ons een nieuw incident dat evenwel goed afliep. We moesten even wachten. Ik vraag aan een medereiziger of de trein hier nog lang zou stilstaan. “O, ja geruime tijd.” Toon en ik er uit, even naar de wc gelegenheid. We zijn er goed en wel uit, daar stoomt de trein weg. Ik vraag de chef hoe we onze koffers nu weer kregen, die waren er mèt de trein tussenuit. Nummers en opschriften op de etiketten opgegeven en de chef kabelde naar Zutphen om de koffers uit de trein te halen en even te bewaren. Toen we met de volgende trein in Zutphen aankwamen, stonden de koffers al op het perron op ons te wachten.
Dan komen we in Lochem en zien dat deze zomer een stuk gracht in een nieuwe verkeersweg is veranderd. Daar nemen we een auto die ons tot bij Boeink brengt en zo kom ik dan weer thuis, in gezelschap van Toon Levenkamp ’s namiddags om ongeveer 4 uur op 5 oktober terug in mijn huisgezin, dat ik op 22 april verlaten had.
Blij en dankbaar, dat ik dit zomer bij mijn oudste jongen mocht doorbrengen, zijn land, zijn vrouw en de familie van zijn vrouw heb mogen leren kennen, zie ik nu toch in en weet ik uit ervaring dat het een gewaagde onderneming is geweest om een hele zomer zo ver van huis te gaan. Hoeveel had er in die tijd niet kunnen gebeuren. Gelukkig was alles goed.

=====================================================================================

Home again.

September 27
Last night I did not sleep well. I think I’ve been talking to much, because there is another Dutch family on board. We’re sailing 300 mile every day. On Sunday we’ll be close to Holland. It’s almost evening again. Last week at this time we were on Sheldon Station. I think we’ll be in Plymouth on Saturday. It is grey, rather cold, but calm weather. Sleep well.

September 28
At noon. Music again in the lounge. I’m sure they are good musicians, but I would like they played De Schönen Blauen Donau again.
After supper. It seems, that according to the map, which is kept up every day, we’ll see England on Saturday morning. Sleep well.

September 29
9.30 o’clock. Yesterday evening the weather forecast was storm. The sea is rather rough. It’s amazing to see that the wind is pushing the boat on his side, but because it is such a large vessel the moving is very slowly, about 10 à 12 seconds from one side to another. At the stern, where I’m sitting now, out of the wind of course, the water is so raging, you don’t hear anything else than that . The weather is good, no seasickness, a bit colder again. The wind is on the stern on the front now, it’s raw., I will go to my berth. Sleep well mother and kids.

September 30
Heavy rain today. When you want to write , you have to take care even if you are out of the wind. It’s rather cold too, I think this weather is not suitable to dig potatoes (aardappels steken)
One day and we’ll be able to see England, though that wind can cause a slower speed. Seasick all day. Sleep well.

October 1
Yesterday evening 12 o’clock Plymouth. I’ve just had my breakfast. While I’m sitting on a bench I see land, I think it may be France. The water of the sea looks different, not so dark green as on the big Atlantic Ocean. The sea surface is as flat as it cannot be on the Ocean.
Noon 12 o’clock Le Havre. At half past one we were sailing again for London. The last rest of France disappears. It is half past 2.
Sunday evening half past 8 . We can see lights on the left and on the right. Probably we’ll be in London at 2 o’clock at night. Than hopefully we can go through to Rotterdam. Sleep well mother and children.

October 3
Tuesday 9 o’clock. We are still on the Carinthia. Our passports are stamped. It will be evening before we are on the Channel again.
3 o’clock.–I made a mistake. We weren’t in London but half an hour by train from there. We are in the same hotel as we were in spring. This evening there will be a bus who brings us to Harwich and straight to the Batavier. We hear Dutch now and then. On the Batavier all things do you more remember on Holland, also the breakfast early in the morning … It’s all more nigglingon this ship than at our stay on the Carinthia.

In Hoek van Holland we ‘re back in Holland and we say the Cunard Company good bye, who did help us so well from one to another. Toon remembers the Cunard agent at his suitcase which has been left in New York by mistake. He promised us to telephone to New York and his suitcase would be in Holland in a short time and also on the address Toon gave him. He had only to promise to book for the Cunard Line again on his way back to the U.S.. That’s what Toon promised, as happy as he was he should get his lost luggage back.
In the train from Hoek van Holland to the east of Holland we’ve got an annoying half an hour.
A postman with a red, but further empty, head, further was talking on a very unpleasant scary not Dutch way about his, as he said, inadequate salary and a very bad pension scheme. “And”, so he said, “you might say: our Father in heaven will take care of us”, but he did not expect anything in that way. When you wanted to improve your position, as he needed so hard, you had to do it all by yourself. None of us both, because he just talked to us, wanted to say anything back to that windbag. It would only deliver more cackle.
When we were in Apeldoorn, –ach what is Holland looking small –, there was a new incident, what had a happy ending after all. We had to wait in Apeldoorn. I asked an other traveller if the train would stay there for a while. “O… Yes quite a while”, he said. Toon and I went out to look for a toilet. But just as we were gone… the train steamed away. I asked the station master how we could get our luggage back. They were left within that train. So we told about the numbers and inscriptions on the labels and the chef rang with the next stationmaster in Zutphen to get the luggage out of that train. So… when we came in Zutphen with the next train the luggage was there on the platform waiting for us.
When we arrived in Lochem I saw that a part of the canal around this old small town has changed into a road during this summer. There we arranged a car which should bring us until Boeink. And so I came home, accompanied by Toon Levenkamp on October 5 in the afternoon at 4 o’clock, to my family which I had left on April 22.
Happy and grateful that I could be this summer with my eldest boy, his land, his wife and child and the family of his wife and have learned to know them. But I also realize and know by experience that it has been a risky enterprise to go so long and so far from home. What could have happened during that time?
Fortunately, it was all right.

Opa’s reis 15 — Weer thuis Meer lezen »

Opa’s reis 14 Afscheid

De Carinthia.

13 september
Vandaag een goede dag gemaakt. Weer een silo helpen vullen. Heb nog een paar kiekjes genomen, dat was bij Patrick.

16 september
Een paar dagen niet geschreven. Er gebeurt ook niet altijd evenveel bijzonders. Eergisteren wat om ’t huis geklungeld, ik was nog niet erg vlug. Gisteren weer bij een buurman silo helpen vasttrappen. ’t Is nu morgen. We gaan vandaag nog naar Theo Kaemingk en misschien nog naar anderen.
–Naar Theo Kaemingk geweest, naar Keunen en naar Theo’s schoonvader Schut. Ook nog naar één van de Levenkampjongens, die evenwel niet thuis was. Zonet kwam buurman Knock nog en bracht mij een paar zijden sokken en een knipmes met mijn naam er op. Dat moest ik mee naar Holland nemen.. Slaap wel.

18 september
Gisteren wat geklungeld om het huis. Gisteravond nog alleen naar van Dijk geweest en vandaag nog mee naar de kerk. Vanavond kregen we nog visite van een zekere Struik met zijn vrouw. Ze hadden gehoord dat ik gauw wegging. Nu… morgen nog een grote visitedag. Slaap wel.

19 september
Vandaag de hele van Heuvelenhuishouding op afscheidsvisite gehad, nu komt de dominee nog. Weer avond. Slaap wel.

20 september
Van voormiddag gestadig visite gehad. Eerst kwam Jan Hoogland afscheid nemen, toen van Dijk met zijn vrouw, en toen de naaste buur Andy Knock. Ik heb van allen kiekjes genomen.
Toen werd het tijd om de thuisreis te beginnen. We reden naar het Sheldon Station. Daar moest ik afscheid nemen van mijn jongen, van Netty en van kleine Harold. Een zeer moeilijk uur. Ik verlangde hard naar mijn gezin en ik had toch ook zo gaarne gebleven, ik was er helemaal gewend en zoveel was me daar lief geworden. Ik zei tegen Herman:”Blijf daar maar zolang staan, dan kunnen we mekaar nog zolang mogelijk in de ogen zien”. Ik had de deur van mijn coupé open gelaten. Eindelijk… de conducteur wenkt, nog een laatste blik in mekaars ogen, misschien op ’t laatst op deze aarde, de deur gaat dicht en het is voorbij.
Nu is het half 11 en we zijn op weg naar Chicago.

21 september ’s morgens 8 uur
Zojuist in Chicago aangekomen, moeten 2 uur wachten.
Half 2 Battle Creek, dat is het punt waar de heen- en terugreis elkaar kruisen. Nu gaat het richting Detroit, op de heenreis kwam ik van Lansing.
Jackson half 3… An Arbor kwart over 3… Detroit 4 uur… St Thomas half 7… Buffalo half 9. Hier moesten we wat wachten en zagen nog een kleine Zeppelin, van de Good Year fabriek, wat roadkruisen.

22 september half 11 We zijn juist in Hoboken aangekomen, we gaan logeren in het Chr. Zeemanshuis.
’s Avonds. Ik heb een potlood van Toon gekregen, ik had er één willen kopen, maar nu was ik het vrij. We eten hier in een restaurant, goedkoop en goed. Ik heb een brief aan Herman geschreven. Slaap wel allen.

23 september.
Vannacht hebben we in het Chr. Zeemanshuis goed geslapen. Ben nu weer in het restaurant voor het gebruik van de lunch. Verder zijn we vandaag met een passagiersboot voor 5 cent overgezet naar New York, toen voor een paar cent dwars door New York gereden, 18 mijl naar een plantsoen met een diergaarde. Daar zag ik voor het eerst een stokoud negerinnetje op een bank zitten, een echt zwartje, ze keek nogal goedhartig. Dan in de stad een uur in een movie en vervolgens met een bovengrondse trein weer terug naar de haven en weer met een ferryboot terug naar Hoboken.
Dit alles onder geleide van een arme jongen, een Hollander van geboorte, een zeldzame jongen. Hij was ook al zeeman geweest, eenmaal alleen van een schipbreuk gered, vliegerleerling geweest, op ’t kantje af bijna verongelukt door het in de brand vliegen van de plane. Hij brengt ons terug naar onze boot, de Carinthia.
Kwart over 8 Nu ben ik weer aan boord. Ik zit op dit moment in de smokingroom. Toon vraagt alvast de weg naar de wc. Het lijkt me hier veel deftiger dan op de Aurania. ’t Mag misschien de tweede klas wezen, maar dat moet ik nog uitvinden.
Zo’n boot is ook zo groot, nog wat anders dan een groot hotel. Slaap wel.

24 september
Vannacht goed geslapen. We hebben best weer. In Hoboken was het broeiend warm, maar hier is het heel koel. Het eten is, net als op de heenreis, heel goed. Toon houdt zich ook heel best. We zitten nu samen op het dek, op een bank. Juist dinner gehad. Weer avond, ik denk vanavond bijtijds naar bed te gaan. Slaap wel.

25 september half 9 ’s morgens
Goed en lang geslapen en Toon ook. De zee maakt meer beweging dan gisteren, van zeeziekte zie je nog niet veel. Toon houdt zich ook best. Het is nu zondag, de volgende zondag, als alles meevalt, kunnen we thuis wezen.
Dat nimmer nimmer rustende water, altijd in beweging, alsof het altijd is waar het niet wezen wil. Net als de mensen in New York, altijd op weg naar een andere plaats. De zee is een wondere wereld, goed voor je zenuwen. Het is hier al haast een Hollandse lucht.
Juist naar de kerk geweest, ik liep de mensen maar na, die ook vragen moesten. Deze dienst was precies als in de Londense kerk, zoals wij die over de radio horen. De voorganger leest iets, een lofpsalm of een gebed, en de mensen lezen het mee. Dit maakte een diepe indruk op mij. Veel gezongen, heerlijk is dat om die Engelse hymnen mee te zingen. Ik kon moeilijk verstaan welk lied er opgegeven werd. Ik zag bij de uitgang dat de Engelsen vreselijk royaal waren, allemaal dollarbriefjes of meer. Ik heb de Schot gespeeld en gaf een dubbeltje.
—Maar die dienst vergeet ik niet weer.
Namiddag op dek. Wat wonder toch, terwijl ik over de verschansing staar de zee in, is het net of ik de vorige reis net achter de rug heb en toen ik bij Herman was, in ’t laatst, leek het mij zo lang geleden dat ik bij hem gekomen was. De wind steekt wat op, het wordt kil en mistig. Wat een verschil met die broeierige warmte in Hoboken en New York
Half 9 We zitten na het dinner nog wat op ’t dek. Ofschoon het weer wat ruwer wordt, merk je nog niet veel van de zeeziekte. Een heel enkele maar. Ik zal deze dag meer besluiten. Slaap wel, moeder en kinderen.

Maandagmorgen 26 september
Weer heel best geslapen en Toon ook wel. Hij was er al bijtijds uit. De mist is nu weg, de zon schijnt, maar het waait nogal. ’t Voelt zo fris aan, als je op dek komt. Ik denk er nog weer aan dat het z.g. kerkgebouw hier zo prachtig mooi is
Half 10 Schitterend mooi weer, kan ik dat mooie toch maar vastleggen op een kiekje en dan ook dat geluid. Weet je moeder, waar dat geluid goed op lijkt? Als je ’s zomers in de weide aan Baanks kant onder een peppel ligt te zoemen, maar dan sterker. Het is toch zo mooi! De tranen springen je soms in de ogen van ontroering over dat mooie! Je komt in zo’n soort dommel, net als onder die peppels, maar dan met die schitterende zonneschijn! Je zou wensen dat je zo zou mogen blijven zitten, maar dan mijn vrouw naast mij, hand in hand. De grote boot schommelt zo behaaglijk. Ik zit op een bank vlak bij de verschansing, elke 10 seconden ben je het verst van het water èn het dichtst er bij. Zojuist een school vissen gezien, ze sprongen uit het water op en neer, net als een troep konijntjes. Zou dit speelsheid wezen of zou er een ondier in de diepte worden bespeurd?
Van voormiddag een uur goede muziek gehad, nu vanavond dansmuziek, meest foxtrot, niets aan. Het laatste stuk een tango, daar zat nog wel muziek in. Nu komt er nog een soort foxtrot, maar zo wild, net goed om jonge mensen het hoofd te doen verliezen. Nu ga ik slapen. Ook allen wel te rusten.

slot volgt.

=========================================================================================

September 13
I had a good day. Helping to fill a silo at Patrick ‘s place. Took a few pictures.

September 16
I did not write for a few days, it does not always happen some thing new. The day before yesterday I was bungling around the house again, I wasn’t very fast yet. Yesterday again stamping down the greencorn in neighbours silo. It is morning and we are leaving to day to go to Theo Kaemingk and perhaps others.
— Went to Theo Kaemingk, to Keunen and Theo’s grandfather Schut. And also to one of the Levenkamps boys, who wasn’t at home. Just neighbour Knock came in and briught me a pair of silk socks and a knife with my name on it. I had to take it with me to Holland. Sleep well.

September 18
Yesterday I was bungling again, did all kind of small things. Yesterday evening I’ve only been to van Dijk and today to church. This evening a certain Struik was visiting us with his wife. They had heard I was leaving soon.
Also tomorrow another last visiting day. Evening again. Sleep well.

September 19
Today the whole van Heuvelen household was here to say good bye, now the reverent will come. Evening. Sleep well.

September 20
This morning we had visitors all the time. At first Jan Hoogland came to see good bye, then van Dijk with his wife. After them our next door neighbour Andy Knock. I took pictures of all of them. It was time to go home now. We drive to Sheldon Station. There I had to say farewell to my boy, to Netty and little Harold. A very difficult moment. I desired for my family very much and I would have stayed here too. I‘ve got used to this place, the people and the country. I loved it all. I said to Herman: ”Please, keep staying there, so we can have a look in each others eyes as long as possible”. I had left the door open. At last… the conductor gave a sign, one last look, it might be for the last time on these earth, the door closes and it is over.
Now it is half past 10 and we are on our way to Chicago.

September 21 – 8 o’clock in the morning
Just arrived in Chicago, we’ve to wait for two hours.
Half past 1 Battle Creek, this is the point where we crossed the way in May when I came to Iowa. Now we are going toward Detroit. When I came it was from Lansing.
Jackson …. half past 2—. An Arbor…. a quarter pas 3 … Detroit 4 o’clock… St Thomas …half past 6…. Buffalo half past 9. Here we had to wait and saw even a small Zeppelin from the Good Year factory crossing the road.

September 22
We just arrived in Hoboken and we stay here in the Chr. Sailors home. We’ve had dinner in a restaurant, cheap and good. I wrote Herman a letter. Sleep well all of you.

September 23
We slept very well in that Chr. Sailors home. We are in the restaurant again for lunch. We’ve been on a ferry who brought us for 5 cent to the other side of the river to New York. Then we went through New York for a few pence, 18 miles to a garden with a zoo. It was there that I saw a very old black woman sitting on a bench, a real black person, she was looking as a mild little woman. Afterwards we went to the movie for an hour and then with a train back to the harbour and again with the ferry back to Hoboken. A poor boy, a Dutchman too was our guide, a strange boy. He has been a sailor, once saved as the only one in a shipwreck ,was student pilot, almost died in an accident because of an aircraftfire. He brings us back to our boat The Carinthia.
A quarter past 8— We are on board and on this moment I’m sitting in the smoking room. Toon is asking for the toilets. It seems much genteel than it was on the Aurania. May be it is the second class, I have to find out. Such a boat is so huge, very different from a large hotel. Our supper we’ve had in Hoboken already. Sleep well.

September 24
I’ve slept very well. The weather is nice. In Hoboken it was sweltering hot, but here it is cool. The food is as it was on the Aurania very good. Toon is doing well. We are sitting on a bench on deck. We just have had our dinner. Evening. And I think I will go to bed early. Sleep well.

September 25— half past 8 in the morning.
I had a long and good sleep tonight like Toon had. The sea is making more movement than yesterday, no sickness to see. Toon is doing well. It is Sunday, next Sunday when all is going as it would go, we’ll be home again.
That never resting water, always moving, just as it is where it doesn’t want to be. Just like the people in New York, always on the move to other places. The sea is strange, surprising, good for your nerves. We almost have a Dutch air here.
I’m just back from church, I followed the people who had to ask the way to church too.
This service was the same as in the London church, as we heard by radio. The reverent is reading something, a psalm or a prayer, and people are reading too. This impressed me very much. We were singing a lot, wonderful to sing all those English hymns. At the exit I could see that the English were very generous, all dollar notes or more. I’ve been playing the Scotchman and gave a dime—- but that service I will never forget!
Afternoon on deck. It is strange, it looks like I’ve just had my first trip to Quebeck. And when I was at Herman’s farm, especially the last few weeks, it looks like I came there long time ago. The wind is rising, it is becoming chilly and misty.
What a difference with Hoboken and New York.

September 26 Mondaymorning
Again I had a very good sleep and Toon too. He rose up early The mist is gone, the sun is shining, but it is rather windy. It feels so fresh when you are coming on deck. I have to think at that service in the church, that so beautiful church room.
Half past 9— Such a beautiful weather. I wished I could make a picture of it and than with that sound. Do you know mother what it is like? When in summer you are lying under a poplar at Baanks side and hear that humming that sound, but stronger. It is so beautiful! Sometimes you’ll get tears in your eyes of emotion. You just are in a kind of doze, just as under the poplars, but than with that beautiful sunshine. You could wish sitting there for ever but then with my wife next to me, hand in hand. The large boat is fluctuating so nice. I’m sitting on a bench near the railing, every 10 seconds I’m the farthest and the nearest to the water. I’ve seen just a school of fishes jumping out of the water, just like small rabbits. Can it be playfulness or would they have discerned a monster in the depth.
This morning we’ve had for an hour very good music, now in the evening dance music, most foxtrot, that’s nothing. That last piece of music, a tango, that was real music. Now there is a foxtrot coming again, but so wild, young people should loose their head.
I’m going to sleep. Have a good night, all of you.

Opa’s reis 14 Afscheid Meer lezen »