Weblog2

Opa’s reis 6 De eerste dagen bij Herman, Netty en Harold

Het gezin Eggink. Ik denk ±1924 voordat Herman naar Amerika vertrok. Bovenaan tweede van links staat Herman, Hendrik Jan helemaal rechts.

5 mei- de eerste dag bij Herman
Ik was toch blij dat het leeglopen achter de rug was. Ik heb Herman wat geholpen met het mest rijden om die manurespreader te leren kennen. De laatste twee vrachten bracht ik alleen weg. We hadden er 4 paarden voor. Zodoende konden ze het gemakkelijk trekken.
Vanmiddag heb ik een voor of wat geploegd. Ik merk dat je er toch beter op kunt zitten dan er achter lopen, zoals bij ons. Toen anderhalve koe gemolken en nu is het dan bedtijd. Het is al aardig warm geweest. De zon staat hier ongeveer zo hoog als bij ons op 21 juni.

6 mei- Afgelopen nacht heeft het geonweerd. Vandaag is het zacht, betrokken warm weer tot de avond. Van voormiddag heb ik Herman helpen klungelen aan de fence van zijn varkensyard. Toen zijn we naar Netty haar ouders geweest. Herman heeft Netty’s broer 4 schapen helpen scheren en ik heb kennis gemaakt met Netty haar moeder. Haar vader kende ik dadelijk weer terug. Hij was blij dat ik toch gekomen was. Door de zeereis was er wat vertraging ontstaan doordat de route vanwege de ijsbergen verlegd was.
Netty is een zeer hartelijk mens, geen wonder dat Herman zich tot dit gezin aangetrokken heeft gevoeld.
Nu is het avond, we zitten weer aan tafel en dan maar weer naar bed.
Slaap wel mijn gezin.

7 mei
Van voormiddag heb ik Herman geholpen een waterkarretje te maken, daarna hebben we 10 varkens naar Melvin gebracht met 2 wagens, brief van Hendrik gehad, vandaag heeft het op wat plaatsen 3 cm geregend.
Slaap wel.
9 mei Gisteren is er niets bijzonders gebeurd, een buurman kwam praten, met Herman naar zijn kerk geweest, verscheidene mensen een hand gegeven ter kennismaking, allen gemakkelijke ordinaire mannen.
Van voormiddag als gewoonlijk eerst helpen melken, toen centrifuge draaien, na ’t eten met de beide beste paarden een bunder land 2 x gedisd. Namiddags naar Patrick geweest heen maaidorsen, weer met heel wat mensen kennisgemaakt. Slaap wel.

10 mei Van voormiddag met twee paarden maisland geploegd. Na ’t eten kregen we eerst Nettie haar moeder op visite, heb toen zolang gepraat, daarna heb ik nog wat hout kapot gemaakt, toen nog 1,5 uur met 4 paarden gedisd, toen helpen melken en centrifuge draaien, wat ik geregeld doe en toen was het weer avond. Slaap wel.
In plaats van naar bed te gaan kregen we nog zowaar visite van onze naaste buurman, wondere gewoonte om ’s avonds na 10 uur nog op visite te gaan.

11 mei – Een week in Iowa.
Zowat de hele dag met 4 paarden gedisd, van namiddag nog een uur geëgd met 3 paarden. Ik kan er wel mee omgaan, maar optuigen kan ik nog niet goed. Vandaag is het een heldere warme dag geweest, met het werk zijn we goed opgeschoten. De akkers waar ik op geploegd heb waren ongeveer 700 m. lang Morgen komt hier het corn in.
Hoe zou het met Dika wezen? En zou er nog een koper op hun huisje komen?
Hendrik Jan en Jan zullen het nu wel niet zo druk hebben denk ik. En Jo’tje, wen je al zachtjes op de Bijvanck. Ik hoop het maar. Slaap wel allen.

12 mei- Vandaag voor buurman Knock de hele dag met 4 paarden gedisd, een enorme oppervlakte klaargemaakt. Die akker was een halve mijl lang, dus goed 800 m. denk ik Buurman vertelde me vandaag nog dat de vader van zijn vrouw vroeger uit Duitsland was gekomen. Ze had er nog een oom die in de oorlog( 1e WO) drie zoons had verloren, één overgehouden. Wat een jammer en verdriet. Ik heb gisteren nog een kiekje genomen van Nettie, haar moeder, grootmoeder en de kleine Harold, alzo vier geslachten.
Slaap wel allen.

13 mei
Ik heb mijn voet wat bezeerd in de dish. Daarom heb ik maar opgehouden en wil nu even schrijven. Ik was gisteren heel blij met de brieven van Hendrik en van Hanna. Ja jullie denkt nog wel aan mij, nu, ik ook aan jullie.
Ik mag lijden dat mijn voet weer gauw beteren mag. Ik heb van voormiddag weer met 4 paarden gedisd en van namiddag tot 4 uur, toen was dat af. Nu komt Herman straks ook weer thuis van het werk en dan melken en voeren wij weer en dan is het weer avond. Het was vandaag al aardig warm, ruim 40º. Nog een kiek gemaakt van Harold en mij en nog van een zgn. skraper en een mestwagen.
Slaap wel allen.

14 mei Van voormiddag weer met 4 paarden gewerkt, maar nu geëgd. Ik geloof dat ik iedere keer zowat 7 m. meenam. Van namiddag ook nog een paar uur, en toen nog een paar uur, ook met vier paarden, gedisd. Toen gemolken, centrifuge gedraaid, en mij eens goed gewassen. Je komt vooral achter die dish zo vol stof te zitten en dat laat zich ook niet zo gemakkelijk afspoelen. Warm weer 85-90º ( F denk ik), maar je merkt het niet zoals in Holland. Maar aan mijn polsen kan ik het wel zien. Zover de boezeroen maar reikt is het wit, en wat er onder heen kijkt bruin.
Slaap wel.

=========================================================================================

5 may. The first day at Herman’s place.
I’m so glad the idling is over. I was helping Herman with the manure-spreader. I had to learn working with that machine. The last 2 freights I brought them by myself. We had 4 horses to work with. So it was easy for them to handle that. This afternoon I ploughed an hour. It seems it’s much better to sit on it than you have to walk behind the plough as we have to do in Holland. Than I milked a few cows and now it is already bedtime. It is rather warm. The sun seems to me just as high as on 21 June in Holland.

6 may
Last night it was thundering. Today it is nice warm, a bit cloudy weather. This morning I helped Herman fixing the fence of the pigs-yard ( opa used the word: klungelen what means such as: to bungle)
After that we went to Netty’s parents. Herman helped Netty’s brother at the shearing of 4 sheep and I made acquaintance to Netty’s mother. I recognized her dad immediately. He was glad I had come yet. I was later because the ship had to change its course when those icebergs appeared.
Netty is a very warm-hearted woman, no wonder that Herman feels so well with this family.
It’s evening now, we are sitting at the table and than to bed again.
Sleep well my family

7 may
This morning Herman and I fixed the small water-cart , than we brought 10 pigs to Melvin with 2 carriages, I’ve had a letter from Hendrik ( Dika’s husband), today it has rained about 3 cm. Sleep well.

9 may Nothing special yesterday, a neighbour came for a little talk, then I went with Herman into church, shaking hands with several people to made acquaintance, all easy going men.
This morning as usual the milking job, than separate, after dinner with the 2 best horses a ha land 2 x dished. This afternoon we went to Patrick to combine, again made acquaintance to people. Sleep well.

10 may.
This morning I was ploughing the corn land. After dinner at first Netty’s mother visited us and we talked a bit. Than started with chopping logs, for 1,5 hour dishing with 4 horses, helped with milking and separating , that’s what I usually do.
Than it is evening again. Sleep well.
In stead of going into bed we’ve got visitors… our nearby neighbour. I’m wondering about that habit to go visiting after 10 o’clock.

11 may.
One week in Iowa. I went dishing with 4 horses almost all day long, in the afternoon one hour harrowing with 3 horses, It’s hard for me to caparison the horses. It was a clear and warm day. We did a good job today. The fields I ploughed were about 700 meter long. To morrow the corn will be planted. How will Dika doing? Hendrik Jan and Jan will be not too busy at the moment, I think. And Jo-tje, do you feel pretty at the Bijvanck now? I hope so!
Sleep well all of you!

12 may
Today I went to our neighbour Knock to dish with the 4 horses, in the afternoon again harrowing, a huge area is ready for planting.
This field was half a mile long so about 800 meter, I think. Neighbour told me his wife’s father was from Germany. She had an uncle over there who lost 3 sons in WO 1. There was only 1 left. What a pity, what a loss and sadness. I’ve made a picture of Netty, her mother, grandmother and little Harold, also 4 generations.
Sleep well.

13 may,
I’ve hurt my foot with dishing. That’s why I stopped for now and I would like to write a bit.. I was so happy with the letters I’ve got from Hendrik and Hanna. Yes you still think on me, just as I do on you.
I hope my foot will be better soon. This morning I dished again with 4 horses and this afternoon until 4 o’clock. That’s ready again Today it was rather warm, more than 40º.
Again a picture of Harold with me and one of the so called scraper and a manure spreader.
Sleep well all of you.

14 may
This morning I worked again with 4 horses, but now harrowing. I think every time I took 7 meter. This afternoon too and after that dishing again also with 4 horses. Than milking and separating again and after that I had to wash me properly. Behind that dish you got a lot of dust everywhere and that’s not so easy to wash it away. Warm weather 85-90º( F I think)
But it is different from Holland. Even you can see it at my wrists. So far my blouse reaches it’s white, but what you can see is brown.
Sleep well.

Opa’s reis 6 De eerste dagen bij Herman, Netty en Harold Meer lezen »

Opa’s reis 5 Quebeck- Melvin

Vanaf Quebeck- bij de Q rechts onder in Canada- gaat de reis via Toronto en Chicago naar Melvin- zo ongeveer bij het kruisje- in Iowa.

Namiddag 5 uur
Terwijl ik hier in de smokingroom zit komt daar een man, een vrouw en een jongen bij mij zitten. De man is vol goede moed, de vrouw erg zwaarmoedig en de jongen ziet ook nog wel kans. De man lijkt nogal op van Heuvelen (Netty’s vader, die in 1928 met Herman naar Holland kwam om o.a. z’n Friese familie op te zoeken), ook een bril op… alleen een beetje dikker. Er zijn ook nog wel wat loslopende kerels onder de passagiers, maar van de meeste kan ik al wel een huisgezin vormen. Zo te zien zijn ze allen uit de gegoede stand. Heel wat, vooral bij de vrouwen, zie je met een hoop goud in de mond.
Het komt me overigens goed van pas dat ik niet erg op conversatie gesteld ben. Ik laat de Engelsen maar praten, het bevalt me best zo. Misschien dat ik er meer van snap als ik in de herfst terugkom, maar het laat me toch ook koud.

2 mei- Koud weer aan dek; je zou haast denken dat die schuimkoppen van sneeuw zijn.
Het land dat we gisteren zagen, zijn we kwijt. Toch wordt het huiselijker op het water. Je ziet boten en straks zag ik een soort sliet drijven zoals wij midden door de varkenshokken hebben, maar ik geloof toch niet dat het daarvan was.
Ik stond net nog op het dek een Fransman op de kaart aan te wijzen waar we nu waren en waar ik heen ging. Nu, daar had hij respect voor. Ik denk zelf als het met de boot moest gebeuren, dan zou ik nog wel een weekje voor de boeg hebben. Hoewel…. Ik deed dat liever; op zee verveel ik me blijkbaar nooit.

Maandagmorgen 3 mei 7 uur.
Voor ’t laatst nog even aan dek. De manschappen zijn druk met het in orde maken van al die hijskranen, lieren en een hoop touwwerk en schijven als hierbij te pas komen. Bij dit soort werk moet je wel met touwen kunnen omgaan. Het water lijkt hier niet meer groen, maar vuilgeel.
We zijn nu dadelijk in Quebeck. Aan boord heerst weer dezelfde koorts al in het Londen Hotel. Niemand kan meer zitten. Ik ook niet. De boot mindert vaart. Onze koffers zijn al weer op een hoop gesleept net als in Gravesend en in het Cunardhotel om straks zo vlug mogelijk te kunnen vertransporteren.
Quebeck station, visitatie op koffers na.
In de trein. ‘k Zag daarnet tegen een muur nog een hoop sneeuw liggen, nu verlaten we Quebeck.
Montreal 8.15 ’s avonds. Een dorre wereld. Hier moet ik 4 uur wachten tot 10.50 voor ik verder kan richting Chicago
Ik zit in de wachtkamer van het station. Geen dominee die deze ruimte bepreken kan. In Quebeck waren de zalen en ruimten die ik doormoest voor de Amerikaanse visitatie ook gewoon ontzettend. Mijn koffers zijn niet gevisiteerd omdat ik doorging naar de United States, dat komt zeker nog.

4 mei Toronto 8 uur
Vannacht heb ik niet veel geslapen. Ik kan elk uur weten dat ik het zuiden inga. De boeren zijn hoe langer hoe verder met het werk. Een potige wereld hier, allemaal bulten en gaten, maar de boeren nemen het zoals het is.
Sarsina- middag. Eindelijk heb ik de laatste controle achter de rug. Ik was de enigste van de boot die naar de Verenigde Staten wilde en ook de enigste Hollander. Wat zijn die Amerikanen secuur. Nog een uur of 5 ..6 dan ben ik in Chicago
2 uur Flint, 20 min. Voor 4 Lansing. Nog 220 mijl en ik ben in Chicago
8.30 Chicago. Ik wist dat ik hier een speciale omnibus moest nemen van het Ooster- naar het Wester-station. Dat leek me niet zo eenvoudig, maar dat viel ook weer mee. Er kwam een beambte van die busonderneming in de trein vóór Chicago om te zien of er reizigers waren die naar het westen door moesten en zo kwam ik, en allen die door wilden, in goed gezelschap.

En zo zit ik dan weer in zo’n ontzaglijke ruimte die wachtkamer moet heten, net als gisteravond in Montreal. Maar het is hier toch zó mooi. De vloeroppervlakte schat ik op 60 x 40 m. Er is een marmeren vloer waar negers gehoorzaam mee aan het dweilen zijn, en een gewelfd glazen dak Toch moeten nu de 6 glazen lampen voor licht zorgen die ongeveer 30 m boven de begane grond hangen.
Ik vraag een neger of dat de trein naar het westen is die zojuist door een luidspreker wordt afgeroepen. Ja, dat had ik goed; hij wekt mij hem te volgen. Het is buiten niet erg verlicht, maar ik volg dat zwartje maar die de zwaarste koffer ook nog voor me draagt. Eindelijk komen we bij de trein. Hij gooit de deur open en beduidt mij plaats te nemen en stelt zich meteen in de postuur voor een fooi. Ik zoek een halve dollar en daar is die drommel blij mee. Dan in de nacht zijn we weg gestoomd. Ik maak mijn opklapbed in orde- een vernuftige combinatie van twee banken- en probeer te slapen. Dat lukte zo goed dat ik een uur of 4 later door de conducteur wakker werd geschud. Ik moest overstappen en toen ging het de hele nacht het noorden in, steeds langs een rivier. In mijn wagen zat niets dan ik en een jongeman uit Noorwegen. Hij vertelde mij dat hij ’s winters in Chicago werkte en zomers in Marquieto.
We hebben elkaar wat taal geleerd, over en weer, Hollands en Noors. Maar we kwamen niet ver; onverwacht waren we in Marquieto. Daar stapte hij uit en ging mijn trein verder in westelijke richting. Ik kwam daar door een heel schilderachtig landschap. Er kronkelden bergbeekjes met zulk helder water dat ik de kiezelsteentjes op de bodem kon zien. Het leek wel een stukje Zwitserland. Zo kom ik in Spencer. Ik dacht dat ik hier een kaartje kon nemen naar melvin, maar ik kon niet verder gaan dan Hartly, 12 mijl van Melvin. Net toen ik daar op het perron overwoog een auto te proberen zei de hoofdconducteur van de trein die nog niet weg was tegen mij:”Ginds loopt een Hollander, vraag die maar.” Ik zeg tegen die man:”Ik moet op de één of andere manier in Melvin zien te komen. “O”, zegt hij”dat kan best. Ginder staat de auto die de mail voor Melvin ophaalt. Die kan u wel meenemen.” Nu dat ging en, omdat ook die man een Hollander was, kwamen we in gesprek.Hij vroeg me waar ik heen moest. Wel, ik vertel het hem. Dan draait hij ergens bij een farm de yard op en spreekt daar met de vrouw des huizes, blijkbaar over mij. Hij vraagt:”Uw zoon heeft toch zeker wel een fone?” Ik zeg:”Ja, dat heeft hij wel”. Toen foonde die vrouw Herman op dat zijn vader onderweg was. Even later komt ze buiten en zegt:”Ik heb Herman-(spreek uit : Heurmen, net als in freule)- niet gesproken, maar een buurman waar Herman ook was. Ze wilden ons dadelijk tegemoet komen. We hadden niet ver te rijden, toen Herman met buurman z’n auto ons tegenkwam mèt Netty en Harold bij zich en zo gingen we samen gelukkig naar de jongen z’n buurman. Daar stond Herman z’n car en zo waren we spoedig thuis. Het was de 4e mei 1932 om 4 uur.

===================================================================================

Monday morning 3e may– 7 o’clock
Just one moment on deck, for the last time. The men are busy with the loading cranes, hurdy- girdles and a lot of ropes. In such a job you must be very good with ropes. The water is not longer green but dirty-yellow.
We almost are in Quebeck. On board you feel the same fever as I felt in the London Hotel. Nobody is sitting somewhere. Me too. The ship is declining speed.. Our suitcases are put together on a table again like in the Cunard Hotel and in Gravesend to transport them quickly when we arrive.

In the train.—
I just saw a lot of snow against a wall, now we are leaving Quebeck.
Montreal 8.15 in the evening. A barren world. I have to wait here for 4 hours until I can leave for Chicago, I’m in the waiting room of the station. No reverent who could preach in such a large space, just like here in Quebeck.

4e may Toronto 8 o’clock.
Last night I did not sleep well. I can see we are going south. Every hour I see the farmers are further with the land work. A robust world here, all lumps and holes, but the farmers take it for what it is.
Sarsina afternoon. At last the last control. I was the only one on the boat who wanted to go to America and also the only one who is Dutch. How precise are those Americans.
In about 5…6 hours I will be in Chicago.
2 o’clock Flint, 20 minutes to 4 Lansing. Again a 220 miles and I will be in Chicago.
8.30—Chicago
I knew I had to catch a special omnibus from east to the west station. It seemed to be difficult but it was easy. Someone from the bus company came by to ask if there might be anyone who had to go west. And so I and all the others got in good company.

And now I’m sitting again in such a huge space which is called waiting room, just as in Montreal last night. But here it is só beautiful. I think the floor is about 60x 40 m.
It’s a marble floor where black people obedient are washing those floors and there is an arched glass roof. Still 6 lamps of glass have to lighten it all, about 30 m. high.
I ask a black person if that’s just the train into the west they are speaking about through that speaker. Yes I was right ; he winked me to follow him. It’s rather dark outside, but I’m following that black man( opa: zwartje) who also is carrying my heaviest suitcase. At last we reach the train. He opens the door firmly and shows me my seat to sit down and is already standing in position to get the tip. I’m looking for half a dollar and that poor wretch was very delighted.
Than during the night we are steaming away to the west. I made my wall bed for the night, an ingenious combination of 2 benches and I tried to go to sleep. That succeeded so well that the conductor had to wake me up after 4 hours. I had to change and now I went north during the rest of the night, along a river all the time. In my coupé was only me and a Norwegian young man. He told me in wintertime he was working in Chicago and in summer in Marquieto. We teached each other a few words Dutch and Norsk. But the time was too short. There he stepped out and my train steamed further west. Than I passed a very scenic landscape. Mountainbrooklets were wounding there way. The water was so clear you could see the pebbles on the bottom. It seems me to be in Switzerland. So I arrived in Spencer. I hoped here to buy a ticket to Melvin, but I only could come until Hartly, 12 mile from Melvin. Just on that platform when I was thinking about what to do, the head conductor of the train who did not leave yet, said to me: ”That man you see over there is a Dutchman. Ask him what to do.”
I said to that man: ”I have to go to Melvin on what way ever. What is the best way to arrive there?” “O”, he said. “Over there you see the postman who brings the mail to Melvin. He can bring you over there. And so it happened and because of that postman was Dutch too we had a conversation. He asked me where I was going to and I told him. Than suddenly he stopped at a farm, spoke to the farmers wife about me. He asked : “Your son has a phone?” ”Yes, he has”.
Than the woman phoned to Herman that his father was coming. A moment later she came outside and said: ”I did not speak to Herman( speak Heurmen just like in freule), but to his neighbour. Herman was there. He would come to us directly. It was not too far as we saw Herman coming wìth Netty ànd Harold. So we went to the boys neighbour. Their stood Hermans car. And so we arrived home soon.
It was the 4e of may 1932.

Opa’s reis 5 Quebeck- Melvin Meer lezen »

Opa’s reis 4 — nog steeds op zee.

S.S. De Aurania

The Aurania had a tonnage of 7,269 tons gross, 3,468 under deck and 4,030 net. Forecastle 102 tons. She had a single screw and was powered by a compound engine with 3 inverted cylinders, 1 of 68 in. & 2 of 91 in. diameter respectively; stroke 72 inches. The engine delivered 1,500 horsepower, which gave the ship a speed of 16 knots. The engine was built by the same company as the hull. She had 3 masts and was rigged as a bark. This came in handy on her maiden voyage when her engine failed due to overheating. The voyage was completed under sail. [i]The Aurania was known as a badly rolling ship, and was never very popular. [/i]Call sign: HRGW. Official registration #: 87839 Owners: Cunard Steam Ships Co. Ltd. Port of registry: Liverpool
[Merchant Fleets in profile by Duncan Haws][Lloyd’s registry of shipping, 1887]

Maandagmorgen 26 april
De zeemeeuwen waar ik gisteren over schreef zijn ineens verdwenen. Wat de oorzaak is weet ik niet, maar ik zie wel dat de zee vannacht roeriger is geworden. Nu heb ik wat te doen gekregen en dat is : vechten tegen de zeeziekte.
Ik zag net nog een jongen op een bank zitten met een gezicht als een oorwurm. Even later begon hij te spieën dat het naar was om aan te zien. Als ik merk dat mijn maag geen gemak wil houden, doe ik net als de rest… loop met grote stappen heen en weer op het dek.
Zonet waaide mij de pet af. Bij mijn pogingen om die te grijpen, kraakte de naad van mijn broek. Ik heb nu het andere pak maar aangetrokken. Ik zal eens zien of er ook een dressmaker aan boord is en misschien kan ik het zelf ook wel.

26 april 4 uur
De zon is weg—zo’n egale lucht. ‘k Zou zeggen mist in de lucht. Op ’t water is het nog wel klaar, maar ’t komt mij voor dat het kouder wordt nu we noordelijker komen.
Vanmiddag aan tafel miste ik de moeder met de baby. Die zal haar bekomst zeker al wel hebben. Ik geloof dat vrouwlui het meest van de zeeziekte te verduren hebben. Ik denk dat die beroerdigheid alleen komt van de dalende beweging, niet van de rijzende. En ik denk als we maar wat te doen hadden dat het dan lang zo erg niet was. Ik zie op ’t moment geen enkele passagier op dek. ’t Is hun zeker te koud.

Dinsdagmorgen 27 april
De zee is vannacht lelijk met kuilen en gaten gekomen. Zo hier en daar lijkt het of ik een ijsbeer op een golf zie rijden, maar ’t is niets dan een kop schuim. Dat de boot nu meer beweging maakt kan ik wel zien aan de mensen. Hele ritsen zitten hier en daar op banken te apegaaien en te ruim hebben ze het niet. Ik ben er ook nog niet vanaf. Als ik er weer bovenop ben ben ik zeker in Quebeck. Ik ben voor mijn Bram toch maar blij dat hij niet meegegaan is. Wat zou dat jongetje zich verveeld hebben. Voor kinderen is er trouwens weinig afleiding.

Woensdagmorgen 28 april
’t Is nu echt storm geworden. Ik schrijf liggende. Als ik overeind wil komen begint mijn maag weer en dat zou jammer zijn van dat sneetje krentenbrood. Op dek is alles vastgesjord. ’t Is verbazend zo’n macht als het water heeft op zo’n grote boot. De achtersteven vliegt af en toe meer dan 6 m in de hoogte en dan valt hij weer met een plons omlaag.
De mensen die ik aan tafel zag keken alle even witjes en toen ik een bordje havermout gegeten had moest ik lópen om hun de boel niet te verknoeien. Ik dacht vanmorgen nog over scheren, maar daar was geen denken meer aan, alleen dat ik nog zo beroerd was. Ik moet maar ophouden, je kunt de pen haast niet op het papier houden.

Donderdagmiddag 29 april
Het weer is inmiddels iets beter en ik geloof dat ik er overheen ben. Ik zit op een bank op het dek. Vanmiddag hoorde ik van mijn oppasser dat de boot niet voor zondag aan zal komen. Die jongen spreekt, als hij mij wat zeggen wil, een soort Duits en dan snap ik het nog het beste.
Gisteravond had ik nog een aardig geschiedenisje. Er werd in de smokingroom, om die enkele bleekneuzen wat moed in te spelen, muziek gemaakt door een paar adelborsten of zoiets en een burger. Ze speelden heel goed. Met dat waggelen van het schip was dit een kunststukje op zichzelf. Toen een stuk uit was, maakte ik me sterk. Even prakkezeren wat ik in ’t engels zeggen moet. Ik vraag aan degene die me de baas leek of zij Am schönen blauen Donau ook konden spelen. Hij floot een paar noten, do mi sol sol sol…. “That?” Ja juist, dat bedoelde ik. Hij verwijdert zich even, komt terug met een paar andere muziekboeken en ze speelden voor mijn plezier dat mooie lange stuk. Ik had het nog niet zo mooi op de radio gehoord en ik heb extra in de handen geklapt. Wat later loopt hij me voorbij en glimlacht tegen me alsof hij zeggen wou: Blij dat ik je daarmee een plezier kon doen.
De boot vaart nu weer normaal. Vanmorgen kwam ik aan dek en toen zag ik dat de mannen elkaar iets wezen. Toen ik keek zag ik het ook. Af en toe spoot er een waterstraal omhoog. Ik zeg:”Wat is dat?” Een fish, zegt een Engelsman naast mij. Dus dat was een walvis. Ik had niet gedacht dat er op die breedtegraad al walvissen waren.
Je kunt van de zee maar een betrekkelijk klein stuk zien., misschien een klein uur varen of zo dan heb je de kromming van het water al. Ik zie net een Fransman lopen waarvan men zei dat hij ook Hollands kent. Toen ik hem hiernaar vroeg, zei hij: “Wel Duits, Spanish,Inglies, Norsk en nog meer talen, maar Hollands…nee hoor”.

Vrijdagmorgen 30 april
Op ongeveer 300 m van ons af is een geweldige ijsberg. Dat heeft nu eens de belangstelling van al het zeevolk. De afstand is mis, ’t is achter de horizon, misschien wel een uur afstand. Anderhalf uur later drijft de ene na de andere ijsklomp voorbij. Eén er van, een grappig model op ongeveer 1000 m, heb ik nog gekiekt vanaf een hoger dek, maar de vingers staken me van de kou. Ik hoorde later dat ze radiobericht hadden gekregen dat er een 150 ijsbergen in het noorden op drift waren geraakt en dat ze toen een zuidelijker koers hadden genomen. Dat had ik trouwens al gezien aan de bocht, die in ’t zog achter de boot kwam. Ze zijn ons alle noordelijk gepasseerd. Het was een prachtig gezicht in de zon, maar ik begreep nu ook waarom het zo deksels koud was geworden.

Zaterdag 1 mei—
Het is vanmorgen toch zulk schitterend weer, wel wat fris, maar dat is minder. Je kunt tegen de zon in niet lijden dat je op het water kijkt. Als je dan de andere kant uit kijkt, lijkt de zee donkerblauwgroen en de scheiding tussen lucht en water is zo scherp alsof het een schilderstuk is. Ik zag straks nog zo’n spuit de lucht ingaan, maar het ijsbergengebied zijn we voorbij en zeker dat van de walvissen ook.
Een uur later—Ik zie daar land- New Foundland. Ik zie wel dat daar alles sneeuw is
Twee uur later—Maar dat was alweer mis. Het is een barre, troosteloze heuvelrug vanuit zee gezien. Er moeten verderop ook nog mensen wonen, daar staat nog een vuurtoren en op de kaart staat nog iets als St John. Verder zag ik nog een bergmodel, een langzaam toelopende kegel.
Op de boot is het ook nog koud. Ik weet nu dat ik verder kan gaan. Ik heb alles voor mekaar: een spoorkaart Quebeck- Chicago, een autokaart door die stad en een spoorkaart Chicago- Spencer. Reizen is goed bezien geen kunst. Het is makkelijker te leren dan roggemaaien.

============================================================================================

Monday, the 26th of April

The seagulls are gone. Why? I only can guess, but the sea has become very turbulent during the night. So I ‘m busy… fighting against seasickness.
Just I saw a boy, sitting on a bench. He looked like a bear with a soar head, he was so sick.
When I notice my stomach is also upset, I do like the others… walking on the deck with large steps.
Then my cap was blown off. I tried to catch him and then my trousers cracked. So I put on my second suit. I’ll see if I can find a dressmaker on board, but perhaps I can repair it myself.

4 o’clock
The sun has gone—such an uniform grey sky. I should say…fog is in the air. It’s just like it will be colder coming north.
At noon with lunchtime I missed the mother and her baby. It will be bad for her. I think women are suffering more with seasickness. I think it’s more from the alighting than the rising of the boat. And it would be better to do something. On this moment there is nobody on deck. It will be too cold.

Tuesday, the 27th of April

This night it was a very rough sea. Sometimes it looks like an ice bear riding on a wave, but it’s just foam. At the people you see the boat makes more movements. Lots of them are sitting on the benches, all seasick. I don’t feel happy either. I’m sure it won’t be better before we’re in Quebeck.
Now I’m glad Bram did not go with me. It would have been very boring for him. There’s not much to do for children on board.

Wednesday the 28th of April
It’s a real storm now. I’m writing lying on my bed. When I go up my stomach protests against it and that would be a pity of that nice slice of raisin bread. On deck it is all belayed. It is surprising about the power of the water on such a large boat. Now and then the stern is flying high more than six meter and is falling down with a big splash.
At breakfast this morning everybody looks very pale and when I had my oat porridge I had to run… not to spoil their it for the rest. I thought a moment to shave, but I only had to think on feeling so sick. I have to stop now, because I cannot write any longer.

Thursday the 29th of April

The weather looks a bit better and I think I’m all right now. I’m sitting on a bench on deck. I heard the boat will not arrive before Sunday . That boy speaks a kind of German when he wants to tell me something and I can understand that rather well.
Yesterday evening I was in the smoking-room where they were playing music. It sounds very well. It was a master piece in such a weather. I was thinking how to ask them to play something for me. Then I asked who I thought it might be the boss if it was possible to play: Am schönen blauen Donau. He whistled a few notes: do mi sol sol sol… “That?” Yes that’s what I meant. He went for a moment and came back with an other music book and they played that beautiful long piece special for me. I never had heard it on the radio like this and I clap my hands extra. Later on he was walking along and laughed at me like he would say: I’m glad I could do that favour to you.
The ships movements are normal again. This morning I came on deck and saw that the men were pointing to something. When I was looking I saw it too. Now and then you could see a jet of water. I asked:”What’s that?” “A fish”, said that Englishman next to me. So that was a whale. I did not know that there would be whales on that degree of latitude.
There’s just a short distance to see here, perhaps an hour by boat and then there is that curvature already. I just saw a Frenchman. They said he was able to speak Dutch. When I asked him, he said:”Well,… German, Spanish, English, Norsk and a few more, but Dutch…? No!

Friday morning the 30th of April

About 300 meter before us is a enormous iceberg. The sailors are very interested, but the distance is not right, it’s beyond the horizon, perhaps on more than an hour distance.
After one and an half hour several icebergs are passing us, one of them, a funny model, even on 1000 meter. I could make a picture of it from a higher deck.
Later on I heard they’ve got a radio message that there would be 150 icebergs north of us. That’s why they took a route more to the south. They all passed us north. It was a beautiful sight in the sun, but I understood why it was so terrible cold.

Saturday, the first of May

It’s such a beautiful weather, a bit fresh yes, but that’s no point. It’s not possible to look against the sun when you see the surface of the water. And looking at the other side, the sea seems to be darkbluegreen and the dividing line between air and water is so sharp as it would be a painting. I just saw a jet of water again from a whale, but the aerea of icebergs is gone and that from the whales too.
An hour later I see land — New Foundland. It’s all snow over there. It was wrong again. It’s a raw and desolate range of hills, to be seen from the sea. There must live people further on and there’s a lighthouse. On the map I see a place… St John

On the boat it’s very cold also. I know I’m ready to go. A trainticket Quebeck- Chicago, a map of the city Chicago and a trainticket Chicago- Spencer. Travelling is not so difficult after all. It’s easier to learn than rye mowing.

Opa’s reis 4 — nog steeds op zee. Meer lezen »

Opa’s reis 3 –Op zee.

De baby aan boord die zo op Dina leek.

Een beetje koorts onder de gasten. Een deel zal met de White Star boot gaan. Ik denk: de volgende is voor mij en maak me gereed. Een hoteljongen pakt me bij de mouw en zegt: “Ai tel joe wo joe go”. Goed …ik ga zitten en heb geduld. Dit was het eerste engels dat ik direct begreep. Eindelijk komt mijn beurt: Aurania.
Zondagmiddag 1 uur
Ziezo, de treinreis achter de rug, de controle door en nu zit ik in de hut die een week minstens mijn woning zal worden. Ik heb halverwege Londen- Southampton nog weer een kiek gemaakt, maar de trein reed zo hard! Het zal me benieuwen of ’t wat geworden is.
En nu de indruk van Londen Ik kan het niet best vatten; een beetje boven mijn begrip ging ’t wel. Het Oost station dat ik gezien heb, heeft een overkapping van minstens 2MT.
Vanmorgen 9 uur zijn we uit Londen vertrokken, om 12 uur waren we over en om half twee gingen we in zee. Goed weer. Bij het nazien van mijn papieren ontdek ik dat ik de treinkaart Quebec- Spencer kwijt ben, een geval dat me 46 dollar had kunnen kosten.
Ik in de hut, met het taalboek voor me, schrijf hierover aan de steward. Ik geef de hutjongen mijn brief. Ja… hij kon het wel lezen en wilde zorgen dat de letter bij de steward kwam. Een halve dag later komt de hutjongen me mèt de steward opzoeken: Trevvel tikket lost?” Ik zeg:”Jes mister, in Southampton.” “Next moorning joe get joe tikket.” Een dag later wordt het me op het dek aangereikt. “Nicht meer verlieren.” Ze zagen me misschien voor een Duitser aan.
Ik hoop dat het mijn huisgezin goed mag gaan en ook vooral dat Dika mag blijven beteren.

Zondagmiddag half 3

Helder fris weer. Heb drie kiekjes gemaakt, één aan het einde van de boot waar de schroeven het water zo geweldig laten koken dat het een paar honderd meter terug nog de gewone golfslag niet weer heeft, één terzijde waar ’t water nogal nijdig is door ’t geweld van de boot en één van dek no 2 waar een groepje op een bankje zat met een kinderwagen er voor, waarin een baby lag die goed op Dina leek. Dit dek is er zowat drie meter boven. Een jonge matroos, die zag wat ik wilde, kwam vlug bij me en hield zijn pet boven de camera om de zon te weren. Zo vind je overal mensen waar je in je hart van blijft houden
Er was nog een hoger dekje, maar toen ik daar met een Engelsman op was geklauterd begon onder mij één van de officieren zo te foeteren dat we maar vlug naar beneden haspelden.
Nu zie ik in de verte het laatste restje van Engeland. Het water is niet erg lastig. Van waar ik nu zit, een 40 m van ’t eind van het schip, kan ik het zowat begroten. Het rijzen en dalen maakt misschien een meter verschil. Hoe is dat nu met die golfbeweging? Je kunt een golf nooit lang vasthouden, dan duikelt hij weer onder en op elke golf zijn nog weer kleine golfjes die een apart leventje hebben. Dat leven is dan wel niet zo lang soms, maar dat is tot daar aan toe.
Ik geloof dat een zeereis voor mensen die overspannen of overwerkt zijn de beste medicijn is. Als je rustig zit te kijken naar dat maar nooit rustende water… dan voel je in je hoofd iets als een weldadige ontspanning. Maar nièt uit te maken is of de zee mooi of lelijk is. Als een mens geen bijzondere zorgen heeft dan kan de zee niet anders dan schoon wezen. Maar ’t is onwezenlijk, want het volgende ogenblik als je ergens over piekert of zo, dan is alle mooiigheid er af. Ondertussen is onze aarde toch maar een potsige bol. Dat het een bol is kun je op zee met een half oog wel zien. Ik vraag me alleen af wat we toch met al dat water moeten doen? ’t Is eigenlijk niets dan water met hier en daar een stripje land.
Aan dat niets dan engels horen ben ik al gewend, al kan ik het zelf dan nog niet. Als je een engels woord zegt dan schrik je van je eigen woorden. En wanneer je weer in je eigen land bent, hoorde ik een mevrouw op de Batavier zeggen, dan vind je het weer raar om de Hollandse taal weer te horen. Aan alles went een mens.

9 uur ’s avonds.
Voor ik naar bed ga wil ik iets schrijven over die meeuwen. Ze zijn ons nu al nagevlogen vanaf Southampton. Wondere dieren, want ze moeten wel doorvliegen. Als ze willen rusten op het water, blijven ze achter. Ze hoeven de vleugels haast niet te bewegen, dan kunnen ze al meekomen. Ze vliegen mee, geloof ik, omdat ze weten dat door die geweldige beweging die de schroeven in het water maken de visjes in dat zog naar de oppervlakte komen, misschien ietwat bedwelmd denk ik.
Als ze er één hebben gepikt gaan ze op het water zitten en eten het visje uit hun pootje op. Even later zijn ze er al weer. Ze zijn heel tam. Tot een paar meter boven je hoofd scheren ze rond. Ik geloof dat er wel honderd zijn. De meeste zijn wit met een staalkleur en donkere vleugelpunten, maar enkele zijn ook donkergrijs.
Er zijn maar 60 derde klas passagiers. Hiervoor zijn zes tafels in gebruik met elk een eigen bediende. Overal liggen de spijslijsten op tafel en dan komen ze vragen wat het wezen moet. Steeds drie gerechten, maar als je potatos met meat bestelt krijg je een paar aardappels met veel vlees. Mij dunkt het is niet goed de mensen zo te verwennen.
===============================================

There’s a little bit of hectic under the guests. A part of them will travel with the White Star boat. And I thought I will be next. A hotel boy took my arm and said:” I tel joe wo joe go.” Allright… I sit down and had patience. This was the first time I understood the English words. At last it was my turn: Aurania!

Sunday afternoon
So I went by train, through the control and I’m in my cabin now, what will be my house for at least a week. I tried to make another picture in the train between London and Southampton, but the train drove too fast.
At 1.30 we were at sea already. Good weather.
I was looking at my papers and I missed the train card Quebeck- Spencer. It could have cost me 46 dollar. In my cabin with the dictionary before me, I wrote a message to the steward. I gave it to the boy. Yes… he could read it and promised me he would give the letter to the steward. After a few hours the boy returned with the steward: ”Trevveltikket lost?”. “Jes mister in Southampton”, I said. “Next moorning joe get joe tikket.” After another day it was handed to me “Nicht meer verlieren.” Perhaps he thought I’m a German.
I hope my family is doing well and especially that Dika will be better soon.

2.30.
I took 3 pictures, one at the end of the boat where the shrews are so powerful…its just like boiling water so it takes a few hundred meter before the wash of the waves is normal again. One picture of deck 2 where a group is sitting on a couch with a pram with baby which just looked like Dina. I’m on a deck about 3 m. higher. A young sailor saw what I planned to do and took his cap and held it above the camera to keep the sun out. So everywhere you can find people you like.
There was another higher deck too, a small one. But when I had clambered on it together with an Englishman, one of the officers beneath started grumbling at us, so we quickly went down again. Just far away now I ‘m seeing disappear England. The sea isn’t very heavy yet. I’m sitting about 40 m. from the end of the ship. The rising and alighting makes a difference of about 1 meter. How is that movement going. You never can keep a wave long, than he goes down again and on each wave there are little ones who live their own live, however it’s not too long.
I believe that a voyage at sea is a good medicine for people who are stressed or have a burn out. Looking out over the sea so steadily to that never resting movements of the waves… you feel in your head something like pleasant relaxing feelings. But you never can tell the sea is beautiful or she’s ugly. When you don’t have any sorrow the sea only can be beautiful, but it’s not reality. Next moment when you are worrying about something it will look very different.
Than all the beauty has gone. In the mean time our earth is a strange bowl. That it is a bowl, you can see clear from this spot. I’m thinking about what we have to do with all that water. Really thinking… it’s just water with some stripes of land.
I’m already used to listen to all that English language, even if I don’t speak it myself .
When I speak an English word I take fright of my own words. And just as a mrs said on the Batavier… when you are back in your own country it’s strange to hear your own Dutch language again.
Before I go to bed I would like to tell something about the seagulls. They fly with us since Southampton. Strange animals.. they have to fly all the time. If they need a rest they stay behind. They only have to move their wings a bit to stay with us. I think they stay with us because of the enormous movements of the shrews in the water which make the little fishes coming at the surface of the water. They look a bit stupefied. If they have picked up one they eat the fish out of their leg while they are sitting on the water. After a moment they are back again. They are very tame. They just skim over our heads on a few meter. There are more than hundred of them. Most of them are white with steel grey and dark wingtips, but also some of them are dark grey.
There are just a 60 third class passengers. They use therefore 6 tables with each one their own servant.
On the tables are the menu’s and then they come and ask you what you would like to eat.
Three courses all the time, but when you order potatoes with meat you get a few potatoes and a lot of meat. I believe it’s not good to spoil the people that way.

Opa’s reis 3 –Op zee. Meer lezen »

Opa’s reis 2 —Londen

Opa’s boekje uit 1932. Voorin staat op de eerste bladzijde:

Dagboekje, behelzende mijn belevenissen van mijn reis náár, mijn verblijf ín, en mijn terugkeer ván america.

Nu in de auto die ons naar het Cunard hotel brengt. Nu hoor je niets meer dan engels. Het is nu bijna half 11 voormiddag. In Rotterdam is het erg met de auto’s, in Amsterdam nog erger, doch hier is het het toppunt.
Maar ik weet niet hoe het komt, het lijkt me hier niet zo gevaarlijk. Ze wijken hier naar links i.p.v. rechts. De grootste heibel op straat vormen de enkele rijtuigen en karren. Als je paarden ziet kun je gerust rekenen dat er een 20—25 auto’s vlak achter zitten. ’t Schijnt dat ze er in alle straten niet langs mogen. Verder is het er erg rokerig. Alle huizen zijn er van boven gezien zwart van de smook en het dampt er aanhoudend boven de daken. Ik kan dat zien van boven uit mijn kamer, ik geloof de vijfde verdieping.
Jullie zijn nu druk aan ’t werk en ik heb niks te doen. Voor een paar dagen gaat het wel in een hotel, maar ik ben liever op zee. Ik verlang ernaar dat ik op de Auroria kom.
Het is hier mooi zonnig weer. ’t Begon vanmorgen op zee al zo prachtig. Ik heb op de boot het ontbijt nog gekregen en toen ging het verder vlug achter mekaar.
Ik dacht mijn koffers nog uit de hut te moeten halen, maar die rappe jongens waren mij al voor geweest. Ik werd met de anderen de trappen afgeschoven, de boot af, een lange wandelgang in en daar lagen onze koffers al, netjes op een lange rij op lange tafels of banken, ik weet niet wat het waren. De grote koffer moest ik nog openen en wat lostrekken. Over de sigaren moesten ze nog even praten, maar ’t was toch wel goed. Ik heb nog geprobeerd een kiekje te maken in de trein van Gravesend naar Londen, maar ’t was niet veel zaaks. Het mooiste was net voorbij.

Kwart voor zeven. Het zgn. middageten is aan de kant. Voor een boer kon ’t wel met een beetje minder drukte maar ’t eten was, net als op de Batavier, heel goed.
De taal, vooral als ze je wat vragen, is eerst wel lastig. Maar op zichzelf is dat ook al weer niet erg, ’t komt steeds terecht. Zonet wilde ik in een boekwinkel een map schrijfpapier kopen. Een juffrouw kijkt me vragend aan en dan moet ik het er maar op wagen:”A mep raiting peper?” Ze kijkt me nog steeds vragend aan. Ik denk, heb ik dat dan nog niet mooi genoeg gezegd, nog eens dan:”A mep raiting peper”. Ik probeer de r niet uit te spreken. Dan klaart haar gezicht wat op, ze neemt een map in de hand en houdt me die voor. “Jes”, zeg ik. Er staat een lange man achter mij. “Ook een Hollander?” Toen wilde ik op het dichtstbijzijnde postkantoor wat buitenlandse postzegels kopen voor briefkaarten. Dat ging ook al niet gesmeerd, omdat ik stamps voor foreign briefkarten vroeg i.p.v. postcards. Er staat een bejaarde dame naast mij:”Joe a e Dutchman? Ik zeg lachend maar weer:”Jes” en dan lacht die goede ziel ook met zoiets beschermends er in, in die glimlach! Wat had ik die oude dame graag nader willen leren kennen. Maar op het postkantoor namen ze geen Amerikaanse munt en Hollands nog minder. Toen zocht ik maar zo’n klein geldwisselkantoor op en daar kreeg ik voor een dollarbriefje Engelse munt en betaal hiermee mijn stamps op het postkantoor.
Wat later dacht ik: Waar blijf ik nu met dat beetje Engels geld. Ik weer naar dat kleingeldkantoor en leg daar voor het foreign loket mijn Engelse geld neer en de paar Hollandse guldens er naast. Maar toen hij dat Hollandse geld zag moest hij eerst nog nazien wat de koers was.
“t Is vreemd, maar ik had een kaart die diende voor de logieskosten hier. Daar staat in zeven talen dezelfde mededeling op, maar niet in het Hollands. Ik geloof dat ik zo bijtijds mijn kamer maar eens opzoek. Van voormiddag kon ik mijn kamer niet eens vinden! Daar zie ik zo’n witschort aan ’t boenen. Ik ga vlak voor haar staan:”Roem twenty sevn?”Ik had gezien dat ik kamer 27 had. Dat begreep ze dadelijk en wenkte me langs een andere trappenrij naar mijn kamer.
Zaterdag 24 april
Ontbijt achter de rug. Een bediende tikte me op de mouw:”Breakfast”. Goed, ik naar de diningroom. Een zusje komt bij mij, zegt een paar onverstaanbare woorden. Ik zeg op de klank af één van de woorden na en ze gaat weer heen. Ik denk nog: ’t zal me benieuwen wat er nu gaat gebeuren. Er wordt mij een bordje havermout gebracht. Gauw op. Dit wordt weer weggehaald en men brengt mij een gebakken ei met wat gebakken spek. Na een kop koffie ga ik naar de smokingroom en straks zal de auto wel komen die me naar het station brengt. Zou Dika goed geslapen hebben?

Opa’s voyage 2
London
Now i’m in the car which brings us to the Cunard hotel Now you only hear english spoken. It’s almost 10.30. In Rotterdam it’s terrible with all the cars, Amsterdam is worse, but London is worst. But I do not know why, but it seems not so dangerous here. They drive to the left in stead of to the right. The biggest noise on the street is caused by the few carriages. If you see horses you can be sure there are about 20 – 25 cars behind. It seems they are not allowed to pass. There’s also very much smoke. From above all the houses are black because of the smoke and steadily it’s damping above the roofs. I’m able to see it from my room on the 5e floor.
So… at home you will be very busy and now I have to do nothing at all. For a few days it ’s o.k. in a hotel, but I would prefer to be on the boat. I like to be on the S.S.Aurania.
It’s nice and sunny weather. This morning at sea was already a beautiful start. We’ve got our breakfast on the boat and after that it went all very quickly.
I thought I had to get my luggage, but those boys were too quick. I was pushed with every body downstairs and through a long corridor and there on tables was all our luggage. The big trunk had to be opened. About the cigars they had a little talk, but than it was o.k. I tried to make a picture in the train from Gravesend to London, but that was nothing. The lovely things we had been past already.
18.45 We’ve got our dinner. For a farmer it could be with les ado, but the food was good, just as on the Batavier. The language is a problem especially when they ask you some. But it is not too bad, it always will be right.
I just was in a bookshop and wanted to buy a map of writing paper. A lady looked asking at me. Than I did a try: ”A mep raitingpeper?” She persist looking at me. So I tried again to say : A mep raiting peper, but now I did not pronounce the r. Now her face cleared up, she took a map and showed it to me. “Yes”, I said. A large man was standing behind me. “Also Dutch”, he said. Than I would like to buy stamps at the post office. That went wrong because I asked for stamps for briefkarten in stead of postcards. An elderly lady is standing next to me:”Joe a e Dutchman?” Again, with a smile I said :”Yes”. And than that good woman smiled at me with such a protecting smile! I would like to know her better!

It’s strange I had a card for all the costs with 7 different languages on it, but no Dutch. I think I go to my room and go to bed early this evening. This morning I even could not find my room. So I looked around and so a cleaning woman. I just stood for her: “Roem twenty sevn?” She understood it well and brought me to the right room.

Saturday 24e april. This morning a waiter touched my arm :”Breakfast”. So I went to the dining room. A girl came and asked some strange words. I just repeated one of them and there she went. I thought in myself: What will happen now? Then I got a plate with oatmeal porridge. That went quickly. She took the plate with her and than she brought me ham and eggs. After a cup of coffee I went to the smoking room and in a few minutes the car will come to bring me to the station again. Would Dika have slept well?

Opa’s reis 2 —Londen Meer lezen »

Opa’s reis

Opa en opoe Eggink in de jaren 30 op de Dam in Amsterdam

In 1932 gaat opa Eggink op reis. Hij gaat zijn oudste zoon Herman bezoeken die naar Amerika vertrokken is om boer te worden. Zijn bevindingen onderweg en in Amerika heeft hij trouw weergegeven in een klein zakboekje.
In de brugklassen heb ik vaak een stukje voorgelezen aan het eind van een les. Het maakte indruk en vaak vroegen ze aan het eind van een volgende les om nog een stukje.

22 april 1932 –kwart voor 6
Voor ’t eerst van mijn leven aan boord van de Batavier2. Ik had er niets mee te doen. Afgehaald van de trein, weggebracht naar de Batavier. Ik geloof niet dat er veel passagiers meegaan. Ben best op mijn gemak. Ik hoop dat Dika nu steeds beter mag worden.
Door dat getakel aan boord van het schip is het schrijven nog niet zo gemakkelijk..
Straks, 6 uur, krijgen we middageten.
Kwart voor 7. We zijn gedurende een uur in volle zee. ’t Begon mij op ’t dek te koud geworden. Ik bemerk terwijl ik dit schrijf, dat we in de ruimte zijn aan de bewegingen van de boot. Je voelt je rijzen en dalen, altijd zowat hetzelfde tempo.
Zojuist hebben we het middageten gebruikt. Met mekaar was het heel goed, maar ik had wel een paar borden minder vuil kunnen maken. Maar ik zal maar zeggen dan hebben ze ook wat te doen. Ik begin nu slaap te krijgen. Ik ga zo naar mijn kooi. Er zijn niet veel passagiers, ik heb een vier persoons hut alleen. Zo ben ik dan op de grote grens tussen Holland en Engeland.
‘t Is zeer rustig aan boord, de zee is betrekkelijk kalm. Morgenvroeg om 7 uur of half 8 zijn we in Gravesend. Vandaar gaat het met een speciale trein van Cunard naar Londen, waar we blijven tot zaterdagmorgen 24 april.

Vrijdagmorgen 23 april 6 uur
Tamelijk goed geslapen. De zon scheen zowat in mijn bed. Ik er uit, naar boven. Ik heb twee kiekjes genomen, omdat het zo geweldig en zo mooi was, maar ’t is misschien toch nog jammer. De indruk die de zee je geeft knippen, gaat niet.
7 uur, weer boven. De zon, de geweldige zee, het nu opkomende Engeland. Deze plotselinge schoonheid is haast teveel. Kon moeder en al mijn kinderen dit toch ook zien! Ook Dika en Hendrik. Dika, hoe is het toch met u? Kon ik u dit toch maar laten zien!
De boot verandert iets van koers, we zijn zo in Gravesend. O die lichtbaan, die opkomende zon over het water tovert!
Half 9, ‘k Zit nu in de trein die mij naar Londen zal brengen. Controle Engeland al weer achter de rug, erg lastig waren ze niet.
Ik kan aan alles merken dat ik niet meer in Holland ben. Het voornaamste verschil in huizenbouw is wel dat ze hier allen met leien gedekt zijn, maar op het land zie ik ook andere gewassen en vruchten die ik niet ken. Ook wel boomgaarden, maar daar staan ook weer onbekende struiken tussen. Die bloeien zowat als bij ons de heggedoorn en lijken er ook wel op
Maar al brengen we ook al die dingen in Holland, dan is het toch Engeland nog niet.
De trein stopt. Londen Station.

Opa’s journey

In 1932 opa Eggink went on a journey to visit his oldest son Herman, who went to America to become a farmer. About his experiences on his way to and in America he wrote it down in a small little book. I often read it to the pupils on Highschool at the end of a lesson. They always asked for more.

22e of april
For the first time in my life on board of the Batavier 2. Easy for me. I’ve been kept from the station and they brought me to the Batavier. I don’t think there will be a lot of passengers. I’m feeling well.
I hope Dika will be better soon.
It’s not easy to write with all that tackling on board…….
At 6 we ‘ll get dinner.
18.45 We’re already at sea for about an hour. It became cold on deck. I notice while writing we’re in a big space because of the movements of the boat.
You feel the rising and alighting is always the same .
We’ve just had our dinner. It was a good meal, but it would be better to use less dishes. I would say :So they have to do something. I’m getting sleepy. I’m going to my bed. There are n’t many passenger, I have a 4 persons room just for me.
So I’m on the large border between Holland and England. It’s quit on board, the sea is calm. Tomorrow at 7 we’re in Gravesend. From there we go with a special train from Cunard to London. We’ll stay there until saturdaymorning the 24e of april
23 april 6 oclock
I slept rather well. The sun was shining almost on my bed. I rose and went upstairs. I took 2 pictures because it was so overwelming and beautiful, but perhaps it’s a pity too, because you never can give the impression of that sea.
7oclock, upstairs again. The sun, the marvellous sea, that now coming coast of England. This sudden beauty is almost too much. Oh, I wish mother and all my children could see this. Also Dika and Hendrik. Dika how are you doing? Oh would it only be possible to show you this.
The boat is changing something, we’ll be in Gravesend soon. O that light, caused by that rising sun !
8.30. Now I’m in the train who will bring me into London. At the control there were no troubles. I notice while looking around that I’m not in Holland any more. The main difference are the houses who are covered with slate, but als on the land I see different trees, vegetation , fruit and vegetables, but even if we should bring all those to Holland , it wouldn ’t be England. The train is stopping. London Station.

Opa’s reis Meer lezen »

Bronckhorst

Het was in mei goed toeven in Bronckhorst toen Curtis en Berdena in Nederland bij Ben en Diny logeerden.

Bedankt voor je reactie Puzzelaar. Het is inderdaad Bronckhorst.
Onder het kopje Nieuws kun je de link aanklikken.
Klein Knoevenoord heb ik een paar jaar geleden bezocht met een groep van Groei en Bloei vanuit Emmen. Wat een prachtige landschapstuin! Beslist een aanrader voor iedereen die van tuinen, sfeer en wandelen houdt.
Sinds een paar jaar bestaat de gemeente Bronckhorst niet alleen uit het kleine stadje, maar ook uit heel wat Achterhoekse dorpen, waaronder Vorden.

Bronckhorst Meer lezen »

Einde van de Achterhoekse Spreuken van 2008

Het kleinste stadje van ons land.

Ik geleuve da-k mien maor es gao opbergen
( naor bedde gaon)

Gien kwaod zo groot
As een huus vol kinder en gien brood

De ogen lös of de knippe lös
( als je niet te veel wilt betalen moet je goed opletten)

Waor lippen warkt , hebt de hande röste.
( Als er gepraat wordt, wordt er niet gewerkt)

A-j wetten wilt wat röste is, mo-j eers leren werken.

I-j bunt pas old as de leu zegt
Da-j d’r nog schier uut zeet…
( schier = goed)

A-j griep hebt, hej gien last van volle anloop.

En….:
Ferry woont in een dörpken, maor hee geet op zwemles in de stad, in een aoverdekt zwembad. Toen e daor veur ’t eerste keer met zien va ankwam, vreug e:”Papa, zwemt ze hier in huus?”

Te late um ’t antwoord naor Reurle in te sturen, maor wie wet welk stadje d’r bedoeld wodt?

[i]Ik ben de laatste in de rij
Van dorpen en van steden.
Gelukkig doe ik nog net mee!
’t Jaar is voorbij gegleden.
Zoek mij in de Achterhoek,
De enige, de ware.
Haal uw neus op en besef:
Patatten! Kant en Klare!
’t Kleinste stadje van het land
Ligt hier op drie keer vallen.
Elke zondag propjesvol!
Auto’s op afstand stallen.
Ik denk dat u het al wel weet.
Ik weet het bijna zeker.
Stuur een kaart naar Ruurlo toe,
Win of verlies de beker…[/i]

Einde van de Achterhoekse Spreuken van 2008 Meer lezen »

Unieke eenvoud

Unieke eenvoud

Ik ga vandaag een Burton bouwen,
Op zich natuurlijk niets unieks
En absoluut niet voorbehouden
Aan dubbeldoorgeflipte freaks

Het is zo simpel als de pieten,
Je kunt het bijna op de tast.
Al kijk je er nog zo geleerd bij,
Je draait alleen wat schroefjes vast.

Uit: De ontketende eend van Giel d’ Arrest

Unieke eenvoud Meer lezen »