Weblog2

Gijs

Ik had indertijd leuk contact met Ton Heekelaar, een collega van ome Gijs, die bezig was om een boek over hem te schrijven. Hij stuurde me verscheidene verhalen over Gijs.

Toen jachtopzichter Gijs van Velthuizen op zijn verzoek in 1942 werd overgeplaatst van Wassenaar naar de Onzalige bossen e.o. ging hij in de kost bij Koos en Heintje van Middelkoop te De Steeg. Zoals te doen gebruikelijk moest op een bepaald moment hoognodig de schoorsteen van de boerderij worden geveegd (geschuumd). Anders loop je immers de kans op schoorsteenbrand! De handige jonge kostganger -Gijs van Velthuizen- wist er wel raad op. Hij gaf Koos in overweging om geen halsbrekende toeren uit te halen met een gammele ladder tegen het rieten dak.’ Dat is niet goed voor het dekriet en daarbij levensgevaarlijk’, aldus Gijs. Hij wist wel een techniek om het varkentje snel en doeltreffend te wassen! ‘En waaruit mag die techniek dan bestaan’, vroeg Koos nieuwsgierig? Gijs was kort van stof en liet vervolgens weten: ’Dat zal je wel zien!’

Terstond haalde de jonge jachtopzichter zijn jachtgeweer voor de dag en zette er twee proppen fijne hagel op. Hierna sommeerde hij Koos een emmer bij de hand te houden om de roetaanslag in op te vangen. Vervolgens knielde Gijs onder de schouw en schoot zijn hagelgeweer leeg in de schoorsteen. De loden hagelkorrels caramboleerden zich met geweld een weg door de schoorsteen naar boven. Uiteraard was Koos niet in staat om de massaal neerdalende roetdeeltjes in de emmer op te vangen. Gevolg: dat in no time de keuken zich vulde met één grote zwarte stofwolk. Men kon geen hand voor de ogen zien. Als het Sinterklaastijd was geweest kon Koos zo doorgaan voor Zwarte Piet!!! Heintje, de vrouw van Koos, was hier uiteraard niet blij mee. Het moreel van deze anekdote: Een schot hagel door de schoorsteen jagen blijkt een probaat middel -edoch- Gijs werd nimmer meer gevraagd!

Ik, Ton Heekelaar oud 67 jaar, kan mij nog goed herinneren wanneer Gijs dit voorval diverse keren gememoreerde.

Nabrander: Wij, bosmensen zijn bij voorkeur houtstokers. Ook toen ik trouwde en bijna 20 jaar, van 1971-1989, de jachtopzichterwoning in de Imbosch aan de Lange Juffer heb bewoond, bleef dat zo. Gevolg: ook regelmatig schoorsteen schumen. Indien Gijs hiervan lucht kreeg volgde steevast de geijkte kwinkslag met glimmende pretoogjes: ‘Moet ik soms even langs komen met het hagelgeweer!!!’

Velp, 26-april-2011

Gijs Meer lezen »

’t Geliek van opa de Bruin

Een herinnering uit 2011–

’t Geliek van opa de Bruin.

‘Ik hebbe speciaal wat veur oe mee ebrach’, meldt Ben wanneer hij met Niesje het erf op komt. Hij heeft een krant bij zich.

‘Zie wel dat opa de Bruin geliek had in 1955’. De krant meldt dat Rotterdam de onveiligste gemeente is van Nederland. Ik had het wel gelezen, maar och… Rotterdam. Wij zitten hier nog veilig denk je dan. Hier kunnen we de deur nog gewoon open laten als je binnen zit. We zijn wel eens de hele middag weggebleven met de buitendeur wagenwijd open, per ongeluk… dat wel. In 1955 was Wim in Zoetermeer gelogeerd samen met opa de Bruin. Opa vond dat hij Wim in de gaten moest houden maar eigenlijk was het andersom.

In Rotterdam werd dat jaar de Expo gehouden, de E 55. Wim mocht er van oom Paul en tante Catrien heen samen met Lenie. Wim was toen 15 en Lenie waarschijnlijk 13. Opa de Bruin had het niet meer. ‘Meid’, zei hij tegen tante Catrien, ‘je kunt die kinderen toch niet alleen naar Rotterdam laten gaan… dat is een gevaarlijke stad. Ze voeren daar de kinderen snoepjes met vergif. Dat kun je niet doen’. Maar Wim en Lenie gingen toch en hadden de dag van hun leven in dat grote Rotterdam. Onveilig daar? Ze hadden er niets van gemerkt.

‘Zie wel’, zei Ben en hield me de Stentor voor van deze week, ‘opa de Bruin had toch geliek’.

Foto: ook 2011, de oudste en de jongste waren het altijd samen eens..

’t Geliek van opa de Bruin Meer lezen »

En daarna kwam de sint…

De eerste sinterklaasviering toen ik niet meer thuis woonde was in Hattem. Ik had een kamer bij de familie Sobering, met kost en inwoning heette dat. Ik had het er bijzonder gezellig. Mevrouw Sobering was weduwe, maar regeerde de boel met liefde èn vaste hand. Dineke was de jongste, toen een jaar of 15, Sietse was volwassen maar woonde nog thuis en Albert was in militaire dienst of op de binnenvaart; dat weet ik niet meer precies. Het huwelijk van de oudste dochter Tiny had ik ook al meegemaakt. En toen kwam dat sinterklaasgebeuren. Ook hier hadden we lootjes getrokken. Alles liep volgens plan en er werd wat afgelachen bij de gedichten. Toen was er voor mij nog een extra pakje. Het bleek een grote lichtblauwe onderbroek met pijpen tot op de knieën te wezen. Die had het thuisfront gestuurd, mama natuurlijk. Het was ook een berekoude winter, die winter van 62-’63. Ze dachten geloof ik dat ik zo’n beetje omkwam van de kou daar in Hattem. Ze kwamen daar niet meer bij van het lachen…
Daarna vierde ik het met de familie van der Kolk, ook goed voor wat lachsalvo’s. Marry van Piet was ook al in beeld.
Maar toen we eenmaal in Aalten woonden was er geen familie meer in de buurt en maakten we het zelf maar gezellig. We hadden zelf nog geen auto, zelfs nog geen tv. Ik had de familie op de Boomgaard wat kleine dingetjes gestuurd en op 5 december….daar zaten we dan ’s avonds…. ,Wim met z’n nieuwe pijp en ik met nieuwe gele pantoffeltjes met pompon er op, achter de chocolademelk met speculaas. Gerhard had nog nergens benul van. Die moest nog een jaar worden. Toen nam ik me voor om wat er ook zou gebeuren… al moest ik de hele familie vragen, ik nooit meer zo’n saaie sinterklaasavond wilde hebben. En zo gebeurde het dan dat het jaar er op de familie bij ons kwam om sinterklaas te vieren. Dan maar geen wit paard door het grind naar de voordeur, maar een ferme bons op de kamerdeur, een zwartepietenhand met strooigoed en even later een mand met pakjes voor de deur. En zo bleef het niet alleen in Aalten, maar ook vele jaren in Hengelo tot Diny kleine kinderen had en de beurt naar haar ging. Daarna nog een keer naar De Boomgaard toen Johan en Joke de kleintjes hadden en toen was het een tijdje gebeurd met de pret… tot.. Robin kwam en we weer als een complete van der Kolk- Veen familie aan de sint gingen….

En daarna kwam de sint… Meer lezen »

Ach die dekentjes…

Alles wat vroeger normaal was in ieder gezin zie je vanzelf verdwijnen. Zo hadden we op ieder bed een degelijke gestikte deken, lekker warm en zwaar. Het voelde veilig. Er zat een vulling in van katoen dat in blokken of strepen ingestikt was om dat op zijn plaats te houden. Ik wist niet beter of iedereen had dat op zijn bed. Het was ook geen overbodige luxe want er waren nog geen verwarmde slaapkamers. De enige luxe die er voor mij aangeschaft werd was een straalkacheltje dat ik onder de tafel zette waaraan ik op mijn met Diny gedeelde slaapkamer mijn huiswerk maakte. Het was geen succes, ik kreeg er verbrande scheenbenen en een koude rug van. Dan zat ik in de winter nog liever beneden in de keuken èn de drukte van alle dag. Ik kon me overal wel concentreren gelukkig. Er waren ook alleen tweepersoons bedden, dus flinke gestikte dekens. We wisten niet anders en je wende er aan. Broer Johan was er al helemáál aan verknocht. Toen hij later met Joke op vakantie ging naar Italië of Oostenrijk ging behalve een zakje aardappels voor 2 weken ook zijn gestikte deken mee. Maar tijden veranderen, i.p.v. kachels kwam er verwarming met een ketel op zolder en we gingen net als iedereen van lakens en dekens over op een dekbed.

Jaren later kregen we van tante Catrien toen ze naar haar bejaardenwoning verhuisde nog weer zo’n gestikte deken, wat kleiner formaat. Onder het motto ‘Het eet geen brood’ van oom Paul hadden ze veel dekens en beddengoed op zolder bewaard en die vonden nu gretig aftrek binnen de familie. Deze is minder zwaar door een synthetisch vulling. Nee, die ligt niet op mijn bed maar lag lang aan het Schoolpad als dekentje in het kleine kamertje beneden als we even een middagslaapje wilden doen en werd later gebruikt als dekentje in de Finse kota.

Nu is het nieuwste op gebied van beddengoed een zgn. verzwaringsdeken. Het is een deken gevuld met glazen microparels. Het zou je een veilig gevoel geven, wordt gezegd… Nee zover ben ik niet gegaan. Maar intussen heb ik wel een dekbed die zo in de wasmachine kan

Foto: Nu werd aan het Schoolpad  een volwassen ruim bed in het kleine kamertje, door buurman Alle getimmerd. En ook hier hebben we een van onze eerste dekens op dit bed gebruikt.

Ach die dekentjes… Meer lezen »

Sophietje

Bij het zien van deze foto, Hermien met haar kleine zusje Sophietje, komen heel wat herinneringen boven:

1949- De grote dag is aangebroken. ‘Ie mag met Sophietje mee naor schole’, had mama gezegd. De aankomende eerste klassertjes mogen een dagje proefdraaien en ik mag dus met Sophietje mee, Sophietje Brinkerhof. Die is al groot, ze zit al in de vijfde klas. ‘Gerke geet ok met Sophietje mee’, zei mama er achteraan. Gerke en ik zijn al naar de kleuterschool geweest of ‘de bewaarschole’ zoals opa Bijenhof dat altijd noemde. Maar voor we die eerste dag naar school gaan, fietsen mama, Diny en ik naar Sophietje en haar ouders. Die wonen ook op een boerderij. Mama heeft onze mooiste jurkjes klaargelegd. Ik een roze jurk met fladdertjes en Diny een mooie gele. Die waren vanuit Amerika opgestuurd. Ome Herman en tante Nettie stuurden na de oorlog regelmatig kinderkleding naar de familie en daar waren we heel blij mee. Bij Sophietje Brinkerhof aangekomen gaan we meteen op onderzoek, veel ruimte is er op de boerderij. We gaan ook even onder een loods kijken en ineens…. Tja… hoe dat nou kan…. zit er allemaal zwart op mijn jurk. We gaan meteen weer op huis aan want de wagensmeer moet meteen grondig aangepakt.

En nu gaat het dan gebeuren. Gerke en ik mogen de hele dag dicht bij Sophietje zitten. De meester kan mooi vertellen, ze zingen dan nog en daarna gaat Sophietje rekenen, hele moeilijke sommen. Maar Gerke en ik mogen tekenen. In het speelkwartier zie ik meer kinderen die bij ons op de kleuterschool waren, in iedere klas wel een paar. Ik ben blij dat ik bij Sophietje mag. Sophietje komt wel eens bij haar grote zus, onze buurvrouw Hermien. Daar is pas een baby’tje geboren. Diny en ik mochten al eens kijken hoe het kleine jongetje in badje ging, heel lief.

Dit wordt het begin van een hele lange schoolperiode.

Sophietje Meer lezen »

’t Vlieg- ende

Facebook is een gelegenheid om met anderen informatie, verhalen of ideeën te kunnen uitwisselen. Sommigen hebben alleen een account aangemaakt om op de hoogte te blijven van de wederwaardigheden van kinderen, vrienden en familie maar hebben zelf nooit wat te melden of vinden dat eng. Tja.. dat kan. Ikzelf vind het beide leuk. En op de hoogte blijven van de wederwaardigheden van anderen, vrienden, familie of gelijk gestemden. Soms komt met een woord of zin een mooi beeld naar voren.

Zo heeft Boezewind of de Dialectkring af en toe woorden waarbij ik ogenblikkelijk pa, opa, opoe of moeder Coba weer voor me zie. Zo vroegen ze vandaag de oplossing voor ‘Vlieg-ende’. Is het een uiteinde, het achterste van een vlieg of wordt er misschien het einde van een vliegreis bedoeld?

Meteen zie ik onze moeder op verjaardagen thuis tussen kamer en keuken zitten. ‘Jao, ik zitte weer an ’t vliegende’, zei ze dan. In mijn optiek betekende dat gewoon dat je inderdaad aan een uiteinde zat, maar wel zo dat je de keuken in en uit kon vliegen om de visite te kunnen bedienen.

Vaak verzuchtte ze dan: ’A-k de deerns eerst maor es groot hebbe’. Die tijd kwam vanzelf. Diny heeft, meer dan ik, heel wat aan en af gesjouwd vooral toen de voorkamer verbouwd was en er meer visite bij kon.. Ook Anneke en later Joke kwamen de hulp versterken en ik weet nog dat we het met elkaar heel gezellig hadden in de keuken en op moeders commando vanaf het vliegende de bediening verzorgden. Tja… ook dat doet Facebook.

Foto: Opa Bijenhof viert zijn 80e verjaardag.

’t Vlieg- ende Meer lezen »

De witte waterlelie

Het is al weer10 jaar geleden dat we afscheid namen van Roelie Manrho. Ze was al wel een tijd ziek maar vier weken daarvoor deed ze nog volop mee in ons overleg van de Expo- groep bij hen thuis. Ze was een zachte vriendelijke vrouw bij wie je je op je gemak voelde. We  missen haar nog steeds net als haar man Co die intussen ook is overleden. Co heeft haar erg goed verzorgd en wilde haar de laatste weken geen moment alleen laten.

De zaal bij Het Oeverse Bos was afgeladen vol en er moesten heel wat stoelen bij gezet worden. Beiden zijn hun leven lang actief geweest binnen allerlei werkgroepen in de kerk en hadden wij zelfs de onderwerpen voor het komend seizoen van V en T aan haar te danken: over de zeven deugden uit het boekje van Hanna van Dorssen: Lieve Deugd.

Ook nu bij haar afscheid hield Co de regie in handen, zocht de muziek uit waar ze beiden zo van hielden en las persoonlijk de schriftlezing die ook hun trouwtekst bevatte: Psalm 37: 1- 11. Bijna 55 jaar waren ze getrouwd en een hecht stel. De dominee memoreerde hoe ze elkaar ontdekt hadden, Roelie in de bank van de verpleegsters in de Kapel terwijl Co ook toen al organist was in diezelfde Kapel in Emmen. Hun drie dochters en de kleinkinderen vertelden ook vol liefde over hun moeder en oma. Roelie aquarelleerde graag en was dol op waterlelies die ze in alle kleuren en maten schilderde. Toch vond zijzelf de witte waterlelie het mooist net als het gedicht van Frederik van Eeden over de witte waterlelie. Een van haar dochters las het voor… heel mooi!

De Waterlelie

Ik heb de witte waterlelie lief,

daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon

uit plooit in ’t licht.

Rijzend uit donker-koelen vijvergrond,

heeft zij het licht gevonden en ontsloot

toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak

en wenst niet meer….

Frederik van Eeden,

Uit: Enkele Verzen, 1898

foto: de witte waterlelie, geschilderd door Roelie

De witte waterlelie Meer lezen »

Zomaar even….

Sommigen schöt ze ’t inens in de kop um op vief december de vliering op te ruum’n. Ik zol denk’n da’j wel wat anders te doon hadd’n zoas dicht’n. Nee Johan en Joke ruumt dan de vliering op en dan kö’j wel es ’t een en ander tegen komm’n.

Zee kwamm’n een klein buuksken tegen dat ze in’t eerste jaor van hun verkering ekreeg’n hadd’n van sunterklaos. ’t Handschrift van disse Klaos kwam ze bekend veur. ’t Buuksken had de völzeggende titel: ‘Hoe leer ik vrijen’en een groot hatte met twee pijltjes d’r deur met eur namen ston op de veurkante. In de ogen van disse sint was t’r de laatste jaoren wel wat verandering ekommen in wat zo in huus wel en niet mog a’j verkering hadden.

Vrogger: werd ‘r wel evri-jd maor dat zag niemand… en as ze ’t wel zagen o…o… wat een schande. De sint wis d’r alles van.

Een betjen later: Af en toe een klein smöksken in ’t openbaar… noe veuruut,…. as d’r maor gien kinder in de buurte bunt. Hier wis disse sint ok alles al van.

Noe: Doe maor gewoon… groot en klein mag bes wett’n waor a’j bi-j heurt.

En wieters had disse sint wat anwiezingen veur zon jong stelleken. Ik hoppe da’j ’t op ’t plaetjen een betjen könt leazen. Sint had allenig beloafd dat e nog meer lesjes zol geven en daor waarn Johan en Joke heel beniejd naor. Maor jao Americo ston al op scherp, de advies Piet was al vot. Mot ze toch nog mor efkes een jaor wachen. Ie-j zollen toch ok denken dat ze nao 30 jaor dat neet meer neudig hebt.

En waorumme ik noe efkes in de sunterklaostied zit? Dat kump umdat Johan en Joke vanmiddag hier efkes ankwamen zetten. Ze waren op een luxe kampeerplek in Noord Sleen anekommen met de camper en umdat ze mien verjeurdag nog niet metevierd hadden kwamen ze noe anzetten met een mooie plante veur op het terras. Toen ze weer vot waren op hun mooie nieje fietsen dach ik an dee oprumerieje van hun in de sunterklaostied, ok al weer een hötjen elene. En dee verkeringstied is nog völle langer elene. Ik denke 1975.

Vooruit… voor de niet Achterhoekers de volgende versie:

Sommigen krijgen het ineens te pakken om in de sinterklaastijd de vliering op te gaan ruimen en dan kun je het een en ander nog eens tegenkomen. Zo kwamen ze een klein boekje tegen dat ze in het eerste jaar van hun verkering kregen van de sint. Het handschrift van deze sint kwam hen al bekend voor. Het boekje had de veelzeggende titel: “Hoe leer ik vrijen”. En op de voorkant stond een groot hart met een paar pijltjes erdoor met hun namen. In de ogen van deze sint was er wel het een en ander veranderd in wat er wel en niet mocht als je verkering had..

Vroeger– werd er ook wel gevrijd maar dat zag niemand, want als ze het wel zagen…. O..o.. wat een schande. De sint wist er alles van.

Wat later– Af en toe een kusje in het openbaar… vooruit… als er maar geen kinderen in de buurt waren. Hier wist de sint ook alles al van..

En nu…? –Doe maar gewoon… groot en klein mag best weten dat je bij elkaar hoort.

Verder had deze sint nog wat aanwijzingen voor zo’n jong stelletje. Ik hoop dat het op ‘t plaatje nog een beetje te lezen is. Sint had alleen nog meer lesjes beloofd en daar waren Johan en Joke nu nog heel benieuwd naar. Maar Americo stond al op scherp, de adviesPiet was al weg. Moeten ze toch nog maar even een jaar geduld hebben. Je zou toch ook denken dat dat na zoveel jaar niet meer nodig hebben.

En waarom ik nu nog opnieuw even in de sinterklaastijd zit?. Dat komt omdat Johan en Joke hier vanmiddag even aan kwamen waaien vanaf de luxe kampeerplek in Noord Sleen bij Café Wielens. Ze hadden vorige week mijn verjaardag gemist en kwamen nu gezellig aan met een prachtige plant voor op het terras. Toen ze weg waren op hun mooie nieuwe fietsen dacht ik aan hun opruimerij in die sinterklaastijd toen ze nog niet zo lang verkering hadden, ook alweer heel wat jaren geleden. Ik denk 1975, want we hebben nog heel lang met de Egginksfamilie samen sinterklaas gevierd.

Zomaar even…. Meer lezen »

Over vliegen, muggen en een baard…

Wim had een machtige hekel aan vliegen, muggen en al dat andere gefriemel in de lucht. Moeder Siet was net zo, die zat vaak met een opgevouwen krant in de handen om een vlieg of mug die in haar buurt kwam naar de eeuwige jachtvelden te sturen. Ze ving ze zelfs zo uit de lucht, zo maar: kip ik heb je.

Wim zat meestal met de vliegenmepper onder handbereik en zat ze door de hele kamer achterna.

In deze bewuste vakantie in Auvergne in 1978 gingen we voor het eerst naar Frankrijk, samen met Dick en Anda en hun jongens, en was het in Pont d’Alleyras een eldorado voor muggen volgens Wim. Hij kleedde zich er op…. als een Arabier.

Deze vakantie liet hij voor het eerst zijn baard groeien. ‘Die gaat er af’, zei zijn baas toen hij zich na de vakantie weer meldde. Maar dat moet je natuurlijk nooit tegen Wim zeggen…..De rest van zijn leven droeg hij een baard, aanvankelijk een stevige ietwat langere baard. Later een bescheiden baardje.

Over vliegen, muggen en een baard… Meer lezen »

Boskamp familie 3

Ook dit onderdeel was tot vermaak van de rest van de familie. Wie durfde het aan om vanuit de hilde naar beneden in een bult hooi te springen? Hier zitten Diny en ik er klaar voor. Ik durfde toen wel. Diny uiteindelijk ook… onder gejuich van de ouderen beneden.

Boskamp familie 3 Meer lezen »