Foto’s vertellen 2
Deze hoort er natuurlijk bij, nu met het schortje even af.
Foto’s vertellen 2 Meer lezen »
Deze hoort er natuurlijk bij, nu met het schortje even af.
Foto’s vertellen 2 Meer lezen »
Foto’s vertellen soms hele verhalen… als je je even in de situatie verdiept en je jezelf even de tijd gunt. Wim Harwig was altijd al een fervent fotograaf en dat begon al jong. Hier is hij met zijn moeder mee naar opa Bijenhof die toen al lang bij ons op de Boomgaard woonde. Zo ging dat in die tijd. Opoe was al zo’n 10 jaar eerder overleden maar opa deed nog kleine hand- en spandiensten. Eén ervan was het wegjagen van de kraaien en eksters en vooral spreeuwen uit de spekkersenboom door telkens aan een touw te trekken die aan een bel vastzat boven in de spekkersenboom. Mama was zuinig op die spekkersen, met van die vogelbeten in de mooie wangetjes van zo’n kers leek dat niet in de bowl waarvoor ze deze gebruikte. Tante Riek was de rust zelve, leek wat dat betreft ook op haar vader. Hier zitten ze gezellig samen op de bank voor de boerderij. Ik zie mama net voorbij lopen. Ze was bezig met de was want dat moest altijd doorgaan op maandag. Wat heeft ze wat lopen sjouwen met water vanaf de regenput aan de ene kant van het huis naar het washok aan de andere kant. In het water dat uit de grond opgepompt werd zat roest en dat zag je later terug in het wasgoed en dat mocht natuurlijk niet. Toch ging even later het schortje af. Ik denk dat Wim ook een foto wilde maken met zijn tante Coba erbij. En zo zie ik het hele tafereel weer voor me. Ik denk dat dit omstreeks 1968-1970 is. Opa is dan bijna aan het eind van zijn leven.
Foto’s vertellen… Meer lezen »
Ook gezien vanavond? De regenboog, de zon en de blauwe tentdaken aan de overkant. Mooi genoeg voor een plaatje….
Hier sta ik dan… mooi te wezen. Ik ben door een speciale schapenliefhebber gemaakt en kreeg een plekje in een mooi huisje tussen andere dieren en dierenvellen van konijn tot koe… tot ik werd ontdekt. ‘O… kiek toch es… een schaop’ en ze streken me maar eens over mijn wollen rug. Ik werd grondig bekeken. ‘Tja… ’t is wel geen echte, maar toch…’. Het besluit bleek snel genomen. Ik mocht mee. De man van deze shop met een puntdakje nam me onder zijn arm en daar ging ik… op de achterbank van een auto naast een paar houten loopeenden die in de vorige winkel gescoord waren. Zouden ze zo gek op dieren zijn in mijn nieuwe huis?
En nu sta ik hier dan naast een grote stoel en het zachte kleedje van Storm die mij eerst met aandacht van een afstandje bekeek. Er zijn hier meer schapenvachtjes die overal op de stoelen liggen, maar blijkbaar was hier nog niet schaap genoeg… Het baasje hier blijft me af en toe even over de rug aaien en ik hoor: ’Het is toch net of het meer mijn huis aan het worden is’. En ik hoor een zucht…. Zou ik daarvoor meegegaan zijn? Een nieuwe taak? Ik zie mijn baasje voor zich uit zitten kijken. Zou ze in gedachten terugdenken aan al die echte schapen en lammetjes waar ze vroeger zo graag voor zorgde? Weet je wat ik nu denk? Ik denk dat dit voor mij helemaal de goede plek is.
Jazeker… ik ben Beertje het fleslammetje komt er aan. Binnenkort krijg ik een proefdruk. Ben benieuwd. Drukkerij INPRINT, waar Peter Koers zolang heeft gewerkt, gaat het verzorgen. Peter heeft het voorwerk gedaan.
Het is een voorlees- en vertelboekje voor kleintjes. Ik meld me als de proefdruk door mij goedgekeurd is. Van de boekjes Ik ben Moniek en Ik ben Scotty heb ik er ieder nog één van. Waarschijnlijk worden er van Ik ben Scotty opnieuw een aantal geprint.
Herinnering–‘Hebt jullie hier nog iets an?’ Wim komt aanzetten met een kledinghoes met een zwart pak er in, zijn oude pak dat hij droeg toen hij net bij zijn Mannenkoor Valerius was en zijn eerste optreden had. De broek was iets aan de wijde kant maar dat zag je toch niet onder dat jasje.
Nu heeft hij zich net omgekleed in zijn nieuwe antracietkleurige outfit met crème overhemd en voor deze gelegenheid met zwart strikje. Hij hangt de hoes met het oude pak maar even aan de kastdeur.
Ben en Diny zijn toch gekomen. Het was even lastig geweest want de achterklep van hun auto wilde niet dicht en dat wordt onhandig als je naar Emmen op en neer moet. Wouter hielp ze uit de brand door de klep provisorisch vast te binden.
Ben en Diny zingen ook bij een koor in Eefde. Misschien dat iemand van dat koor er nog iets aan heeft? Het pak was ook al eens meegegeven aan Johan voor een buurman. Wanneer er in de buurt een begrafenis is vindt hij het belangrijk dat wanneer je als drager functioneert je er netjes bijloopt. Maar jammer… het paste niet. Maar wie weet, misschien is er in Eefde gebrek aan.
Wim haalt nu het pak zorgvuldig uit de hoes en legt het over de rugleuning van een stoel. ‘Maor Wim, dat is gien zwart pak, liekt meer blauw’, zegt Diny. ’Nee, et is echt zwart’, Wim weet het zeker.
Ik had me er nog niet mee bemoeid, maar werp nu ook een blik op het bewuste pak dat nu over de stoel hangt. Ik zie ook dat het geen zwart kostuum is. Het verbaast me niet dat Wim dit voor zwart verslijt. Moeder Siet had ook moeite met kleuren.
Ineens weet ik het. Ik kijk Diny aan en zij weet het ook. We schieten tegelijk in de lach. ‘Wim den he-j an ehad met de brulfte van Jaap en Mirjam’, weet Diny nog. En ik zie het: ‘Wim kiek dan, et is oew donkergrune pak da-j ekocht heb toen Gerhard en Judith trouwden’. Hij kan het zelf nauwelijks geloven, maar het pak dat hij bijna verpatst had is zijn eigen en enige nette kostuum dat alleen voor heel bijzondere gelegenheden uit de kast komt. Dat was dus twee keer in de afgelopen 21 jaar.
En het Valeriuspak? Dat had hij na de eerste afwijzing naar het Leger des Heils gebracht. Dat was hij even kwijt…
Ouder worden bevalt me nog steeds niet. Alles wat je doet begint moeite te kosten. Rende ik vroeger als een jonge meid de trappen op, dass war einmal. Ik denk met liefde terug aan de tijd dat alles me nog gemakkelijk afging. Met name de tijd nog aan het Schoolpad toen we de zorg voor veel dieren hadden. Frans Kollmer leerde ons alles over schapen, de eerste kippen kregen we van Henk en Anneke. Prachtig soort, cochins meen ik. Toen moesten er een paar pony’s komen. Was leuk, maar daar kon ik minder mee overweg in tegenstelling tot Eva en ons logeermeisje Agnes. Die konden alles met ze doen maar als ik wat met ze wilde grijnsden ze alleen maar. De laatste, Amber, liep nog lang bij Jans en Geesje. O ja de geitjes waren gewoon het einde, zulk leuk spul. De laatste twee gingen naar de kinderboerderij in Emmer Compas. En dan de nestjes met pups van Kim en Scott en later nog een paar keer van Tessa en Scott. Het was genieten en iedereen die hier kwam genoot mee. Na onze eigen schapen kregen we schapen van Rob in onze wei. Je weet wel: alleen de lusten en niet de lasten. Ik genoot ervan net als van de fleslammetjes die Rob ook altijd voor me had. Maar toen was het klaar, de leeftijd ging meespelen: geen fleslammetjes meer aan het Schoolpad, de laatste kippen zijn geroofd door de vossen of doodgebeten door een steenmarter.
Daarna moesten we het doen met wat onze bostuin ons gaf: heel veel vogels om ons heen. Ook mooi! Mussen, mezen, vinken, bonte spechten, merels, duiven, eksters, roodborstjes, boomkruipertjes en boomklevers, nijlganzen, Vlaamse gaaien, blauwe reigers, wilde eenden, buizerds, sperwers, spreeuwen, goudhaantjes, putters en sijsjes. En ik vergeet er vast nog een paar.
Nu heb ik hier aan de Torflang alleen nog Storm. Onze Dirk die het muizen en rattenbestand onder controle hield doet dat allang bij Alle en Anja. En…. de familie Mol was gek op ons stukje grond aan het Schoolpad dat naast dat van de boer ligt. Daar zijn geen wormen meer en bij ons blijkbaar wel. Dus hadden we de laatste jaren veel molshopen en mollengangen net als bij Alle en Anja. Zo houden de hobbyboeren de grond gezond en wildstand toch redelijk op peil. Gelukkig gaan er meer boeren op de biologische toer. Vergt wel een andere manier van boeren, maar komt het bodemleven ten goede.

De Moespot is een 3 maandelijks blad van het Verbond van de Nedersaksische Dialectkringen. Afgelopen jaar kregen we de vraag om naar aanleiding van een schilderij van een vrouw met haar hondje een verhaal te schrijven voor de volgende Moespot. Dat leek me wel wat want ik zag mezelf al staan met Storm aan mijn voeten. Toen nu de eerste Moespot in de bus lag zag ik tot mijn verbazing en ook plezier mijn verhaal van ’t Hundjen van ome Gijs meteen al voorin staan. Een deel ervan had ik al wel eens in het Nederlands geschreven maar nu moest Storm er een plekje in zien te krijgen. En dat is gelukt zoals je ziet
t Hundjen van Gijs Meer lezen »
Afgelopen week hadden we onze bijzondere gezamenlijke middag van de ZWO en Vorming en Toerusting. We leefden er naar toe. De laatste zondagen werd er aan het eind van de kerkdienst door Marcus al aandacht aan besteed. Dit jaar was het Zuid Soedan waar dringend hulp nodig is. Jan Gelijnse vertelde uitgebreid over de dramatische toestand zoals het de laatste tijd daar is met ook nog alle vluchtelingen die vanuit Noord Soedan komen. Na een korte pauze deed Diny met ons een spel met foto’s van een vluchtelingekamp in Zuid Soedan, waarbij wij mochten zeggen wat er als eerste bij ons opkwam. En toen kwam de Soedanese maaltijd. Annie had het recept en de ingrediënten verzorgd. Samen met Annie en Petra was het ook mijn taak om aan het eind van deze middag een uiterst sobere Soedanese maaltijd op tafel te kunnen zetten. Dat werd eerst ten Huize Bos uitgeprobeerd. Tonnis gaf volmondig zijn goedkeuring. Op de dag zelf werd de maaltijd voor de nu 48 personen in de kerkeraadskamer voorbereid. Er hing een aangename geur vanwege de kruiden die er ter plekke werden gesneden. Uiteindelijk was het een flinke klus maar de Soedanese bonenschotel en de salade werden erg gewaardeerd. Voor deze middag werd geen entree geheven, maar ik ben benieuwd wat de collecte bij de uitgang opgeleverd heeft.
Zo ging het nog 7 jaar geleden….
Het derde flessenlam ging niet door. Ik kreeg een nieuw berichtje van Rob: ‘Heb je het de komende dagen erg druk?’ Ik berichtte terug: ’Breng ze maar’. Het bleken lammeren van een paar weken oud al, nu zonder moeder. Ze wilden met geen mogelijkheid de fles aanpakken. En Rob heeft meer te doen in deze drukke lammerentijd. Meestal probeert Egbert deze klusjes, heeft meer geduld. Maar dit keer lukte het hem ook niet. Zo kwam Egbert gistermiddag met twee hele aparte lammeren aanzetten, lange poten, lange nek en allemaal krullen. En wild.
Het bleken Wensleydale lammeren te zijn, een longwool ras. Een dunne witte ram en een hele dikke ooi. Ik wil ze eerst in het nest in de keuken hebben om ze te wennen aan de fles en dat nest stond al klaar.
Na de koffie met Egbert probeerde ik er maar eens eentje aan de fles te krijgen. Hup op schoot en open dat bekje. De witte begon meteen te zuigen, kleine trekjes zoals hij dat bij de moeder had gedaan. Egbert wist niet wat ie zag. Daarna de dikke zwarte. Ook die moest ik de bek flink open drukken maar toen hij eenmaal begon te drinken klokte ze zo de 250 ml naar binnen. Ze waren waarschijnlijk erg hongerig. Egbert snapte er niks van. ‘Ach Egbert, ze missen het warme moederlijf. Daar kunnen jullie met z’n beiden niet tegenop’.
Maar nu moet ik bedenken hoe ik ze naar de stal krijg. De witte is geen enkel probleem, maar de zwarte is wel 4 keer zo zwaar en til ik niet even 120 m verder. En in de kruiwagen? Daar springt ie zo uit. Zal ik Frank bellen? Die zit op fitness en heeft goeie spierballen. Of pak ik die oude tas op wieltjes en prop de zwarte er in?
Het is Frank geworden. Ze zitten nu gezellig met z’n vieren in de stal.
Het warme moederlijf Meer lezen »