Weblog2

Memories

Die keer kwam ik al een beetje in de kerstsfeer… Hoe dat kwam? Dat kwam door Eva, toen een jaar of 14. Och je weet hoe dat gaat met die meisjes… een beetje van dit en een beetje van dat om je wat op te tutten. Afgelopen weekend had ze voor haar verjaardag  allerlei opmaakspulletjes gekregen, waaronder een leuke roze nagellak met glitters. Ik denk dat ik al geen 40 jaar meer nagellak geprobeerd heb. Het enige wat ik ooit gehad heb waren blanke en heel lichtroze nagellak.

‘A-j hier met van dee rooje naegels ankomt is daor et gat van de deure’, zei vader Hein ooit toen ik een jaar of 15 was en ik verstopte meteen m’n heel lichtroze nagels onder de tafel.
Maar nu kreeg ik een herkansing. Deze glitternagels wilde ik ook wel proberen en Eva deed er meteen maar een dubbele laag op. Anda ging de laatste jaren voor blauw, BBB Caroline voor groen en tegenwoordig zie je werkelijk alle kleuren van de regenboog. Ik zag m’n mede – amateurschilders kijken die eerste morgen… En ook buurvrouw Wielens had het ’s middags meteen opgemerkt toen ik daar voor m’n wekelijks koffie bezoekje met praatje was. ‘Ja kleindochter hè…’, meldde ik meteen maar. Toen ik de schapen hun brood bracht dacht ik zelfs dat ze even aarzelden voor ze het brood voorzichtig uit die handen met glitters aanpakten.
Zonet probeerde ik voorzichtig om er wat af te krabben, maar nee… dat gaat zo gemakkelijk niet. Heb ik niet nog ergens een flesje aceton. Och nee… een oma met glitternagels heeft toch ook wel wat, vind je niet?

Memories Meer lezen »

Een oud trommeltje

Terwijl ik de foto’s en oude kaarten uit de ‘oude doos van tante Jantje’ bekeek bedacht ik ineens dat ik ook een trommeltje met kaarten heb. Ergens in de 50er jaren had ik zo’n verzamelwoede van kaarten en ik bewaarde ze in een trommeltje van Urk. Ik kan je vertellen dat dit trommeltje alle verhuizingen heeft doorstaan. En laat er nou nog een ansicht van een oude pentekening van de Kieftskamp in zitten.

Het zijn niet alleen de oude kaarten van 65 jaar geleden die mijn aandacht kregen, maar bij het zien van dit trommeltje komt meteen de herinnering aan de excursies tijdens mijn schooltijd op ons oude trouwe Baudartius weer boven. Ik was niet echt gewend aan uitstapjes. Die gingen aanvankelijk niet verder dan tante Riek en ome Jaap in Zutphen. Maar eenmaal op het Baudartius kwamen er excursies zoals deze naar Schokland en Urk. Dit was een souvenirtje vanuit Urk. De beste man in de winkel vertelde ons er bij dat de Ommelebommele steen die op het plaatje aan de bovenkant van het trommeltje aan werd gewezen iets bijzonders was. In plaats van de ooievaar die bij ons de kinderen brengt hebben ze daar in de zee een grote steen liggen: de Ommelebommele steen. De Urker kinderen wordt verteld dat daar de kleine kindertjes vandaan komen. Alleen denk ik dat er tegenwoordig andere voorlichting is…

Een oud trommeltje Meer lezen »

Gerda van Ark

Een zus van onze vader Hendrik Jan was Dina. En deze vriendin van Dina, Anneke, had een zusje die echt door Hanna op de foto moest worden gezet. Geen wonder… wat een schatje. Zie je hoe ze onbevangen die grote hond vasthoudt?
“Nee onze hond dut niks”, zeggen ze dan, maar wanneer iemand in de buurt van z’n kleine baasje komt…. weet je het niet.
Zou ze misschien nog leven? De foto zal van begin jaren 30 zijn.
Wat vroeger van Ark was is nu de Wildenborcher Hof, waar we indertijd het feestje van Ben en Diny vierden.Voor ons misschien een gelegenheid om een B en B te boeken.

Gerda van Ark Meer lezen »

Schilderen

Ik hou wel van schilderen… op papier of doek wel te verstaan. Verder in huis schilder ik de wat minder in het oog springende delen. Gisteren pimpte ik een oud rieten stoeltje op. Die zit zo lekker en moest daarom mee naar de nieuwe plek. Maar de rotan delen waren wat afgeschilferd en die heb ik nu van een passend kleurtje voorzien. Straks even lak er op en kunnen ze weer een paar jaar mee in de tuin of onder ons afdak bij de voordeur. Wim schildert niet graag, hoewel vader Gerard huisschilder was en bovendien mooie pentekeningen maakte. Wim schildert best goed, maar hij houdt er gewoon niet van. Volgens mij is in ons gezin Gerhard degene die het goed kan en het ook nog leuk vindt.

Foto: Vader Gerard in zijn jonge jaren. Zo jammer dat ik hem nooit gekend heb.

Schilderen Meer lezen »

De dresseerkar 3

Zo’n dresseerkar diende voor vele doeleinden. De familie Braakhekke, de naaste buren van de Boskamp, bezat er ook één en hier gaat de familie op pad met de kleine Johan om naar het consultatiebureau te gaan voor een controle of een inenting.- nog even zoeken naar de foto van Henk Braakhekke-

De dresseerkar 3 Meer lezen »

De dresseerkar 2

Ook bij ‘Top’ hadden ze ook een dresseerkar zo te zien. Ome Hendrik Jan Groot Nuelend vervoert hier een aantal gasten. wanneer ik Joop wel eens vroeg wie er toch op een bepaalde foto stonden en hij wist het niet, kwam steevast de oplossing: ‘Dat zult wel zommergasten wean’. Want net zoals op ’t Timmermanshuus en andere boerderijen werd er wat bijverdiend door zomers gasten op te nemen die het buitenleven wilden meemaken.

De dresseerkar 2 Meer lezen »

De dresseerkar 1

Deze foto is gemaakt in de Wildenborch, Vorden, en wel op de dag van het huwelijk van oom Wim en tante Janna, ik denk in 1938 of ’39. Ik wist niet dat oom Sjoerd ook kon mennen. Lijkt wel stoer met de beide zussen Hermien en Coba naast zich. Ik heb het zelf nooit gezien maar het veulen loopt gehoorzaam mee, met een touw aan de merrie vast. De dresseerkar, zoals die heet, heeft vaak dienst gedaan. Opoe Bijenhof ging ermee op bezoek. Wanneer er eentje jarig was in de Wildenborch werd Koos, of later op de Boomgaard Jonita, ingespannen, een kruik in de warme voetenzak en daar ging opoetje.

De dresseerkar 1 Meer lezen »

Opa en omoe Jansen

Op mijn website kan ik alles netjes onderverdelen in soorten: heden en verleden. Soms overlapt het elkaar. Dat gaat op mijn Facebookpagina niet. Mijn FB vrienden zullen af en toe wel denken: wat een zootje, ik kan er geen wijs meer uit worden bij de Achterhoekse in Drenthe. Maar ja… als je bijna 80 bent bestaat je leven en alles wat er in gebeurde ook uit veel verschillende periodes en ervaringen. Dus na de stukjes over de kippen en hun verstopte eieren komt dan zomaar onze overgrootmoeder in beeld, het laatste beeld van haar overigens. Hier zie je haar in het laatste jaar van haar leven. Opa vond zijn schoonmoeder een hele lieve vrouw. ‘Het was allene zo jammer’, vond hij, ‘zee had twee stule neudig om op te zitten’. Nu waren toen de stoelen toen nooit breder dan een ouderwetse keukenstoel maar zegt toch wat van haar omvang. Opa zelf was zo mager als wat en opoe was ook niet fors gebouwd. Tja…

Opa Eggink was eigenlijk een soort uitvinder. Hij was graag in zijn werkplaats en wist alles van elektra en probeerde van alles uit. Vaak moest hij geroepen worden als het melkenstijd was: ’Johan… de beeste mot emolken worden!’ En rukte hij zich weer los van zijn hobby. Hij was ook geïnteresseerd in fotografie en had voor zijn tijd al vroeg een fototoestel, waar ook Hanna graag gebruik van maakte. De eerste foto’s zijn uit 1928 en opa maakte foto’s van de hele familie maar ook met vriendinnen en aanhang. Dit zal een van de eerste foto’s zijn geweest van omoe Jansen en de nog jonge Bram.

Ons aller overgrootmoeder omoe Jansen, de moeder van opoe Eggink, zit hier bij de kippetjes achter het huis bij de Boskamp. Bram, de jongste van de Egginks staat er bij op. De foto is in zeer slechte staat, maar is de laatste van omoe die vlak erna in 1929 overleed. Henk Braakhekke heeft nog geprobeerd om er iets aan te verbeteren. ‘Niet best’, schreef hij toen hij hem terug stuurde.
Het was volgens tante Heintje een hele lieve opoe. Opa Jansen was veel chagrijniger, kon niet veel van de kinderen hebben. De meisjes mochten graag de versjes zingen die ze op school geleerd hadden maar dat was opa teveel. Omoe zei dan tactisch: ‘Och kinder… kiek de andere kante maor op a’j zingt… opa is toch doof.’

Opa en omoe Jansen Meer lezen »

Wiersse of Lijster..?

Wat een foto al niet teweeg kan brengen. Ik wist niet beter of opa Eggink was in zijn jonge jaren melkrijder geweest voor de ‘botterfabriek’ De Wiersse. Het was ook een mooie duidelijke foto, alleen de naam van de melkfabriek was niet te lezen. Ik kreeg een mail van Jacob van zuivelhistorienederland over de foto, want hij had foto’s van later datum en die zag er wat anders uit. Ik keek eens naar de foto’s die Joop uit de Lamitofilm had gemaakt en ja… ik zag ook wel verschil, maar dat was ook 20 jaar later.

Tot Joop vandaag zus Erna en broer Reini sprak op de receptie van Wim en Lydia Ruiterkamp die vandaag precies 50 jaar getrouwd zijn. En toevallig kwam de zuivelfabriek in de Wiersse in het gesprek voorbij. Joop was er pas nog geweest met zijn ‘Rosalie’. Reini wist het. Hij vertelde dat opa melkrijder was geweest voor de zuivelfabriek De Lijster aan de Schoneveldsdijk, vlakbij de smid. Het huis heet nog steeds de Lijster en Reini heeft persoonlijk gezien dat de pekelbaden zich nog steeds onder dat huis bevinden. Het raadsel is dus opgelost. De fabriek heeft niet zo lang bestaan. In 1909 is het al gesloten. Opa zal toen ook geen tijd meer gehad hebben om melk te rijden. In 1909 woonden ze net op hun nieuw gebouwde boerderij De Boskamp en werd er nog druk ontgonnen. Opa en zijn zwager Berend hadden stukken bos van kasteel de Wildenborch gekocht en beiden ontgonnen het voor hun eigen bedrijf.

Toen tante Jantje die keer deze foto zag wist zij het zeker dat het toch de ‘Botterfabriek in de Wiersse was.

Wiersse of Lijster..? Meer lezen »

Kay en Hilbrandt Boschma

Kay, over wie ik al eens schreef, is bezig met een onderzoek over Hilbrandt Boschma. Af en toe stuurt hij me iets wat ik interessant zou kunnen vinden. En dat is vaak als opa Johan Eggink iets aan of over Boschma schreef. Zo  werd ook na het overlijden van deze Hilbrandt Boschma  in een krant aandacht besteed over wie hij was. En daarin kwam ook één van zijn vrienden en geestverwant Johan Eggink aan het woord.

Deze schreef , ook aan het eind van zìjn leven,

Zo is onze vriend, Hilbrandt Boschma, evangelist- schrijver, 9 december j.l. heengegaan naar het land waarvan de grote Men zegt, dat nog nooit iemand is weergekeerd. Hij werd in 1905 door de Evangelisatie in Ruurlo aldaar benoemd als voorganger. En al heel spoedig bleek, dat men met een man te doen had die wat te zeggen had. Hoewel volgens de mening van sommigen of velen niet al te zuiver in de leer, kreeg hij toch niet veel openlijke vijanden, zijn woorden waren te klaar en te nuchter, hier kon men niet tegenop.

Toen kwam de eerste Wereldoorlog die mensen en in het bijzonder onze evangelist wel drong om de betekenis, het karakter van het geweld, te toetsen aan de leer die Jezus van Nazareth had nagelaten. Toen verscheen zijn boek ‘Oorlog en Christendom’. Dat werd niet verdragen, noch door de orthodoxie, noch helaas door veel vrijzinnigen. Iedereen greep naar de pen. Fijnbesnaard als de geest van Hilbrandt Boschma was, heeft hij onder al die kritiek onzegbaar veel geleden. Veel verdriet en slapeloze nachten heeft het hem toen bezorgd. En zijn vrienden, de mensen die zijn boeken en vele geschriften met zegen hebben gelezen? Grepen al die mensen ook even vlug naar de pen om hun dankbaarheid te uiten voor zijn klaar en onontkoombaar getuigenis, zijn beroep op Jezus’ leer en geweten?

Was dat maar waar geweest! Och, we weten allen hoe dat gaat. Ja, we willen hem er over schrijven, maar vandaag komt het niet zo best uit, morgen, morgen schrijf ik hem, maar ‘morgen’ komt nooit. En zo bleef die eerlijke man verstoken van datgene wat een enorme steun voor hem zou zijn geweest. Hier was dus aan beide zijden schuld, ook schuld bij ondergetekende, die hem van het begin af heeft kunnen begrijpen en voor wie hij een grote zegen is geweest.

Wel heel duidelijk werd dit geïllustreerd door enkele woorden die hij tot mij sprak, toen ik hem bij zijn ziekte bezocht. ‘Weet je Johan, deze dagen zijn de gelukkigste van mijn leven’. Als een bliksemstraal ging dat door mij heen. Daar hebben we het. Zijn ganse openbare leven is een leven van strijd geweest, en van onnoemelijk veel verdriet.

‘Ja’, zegt hij tot mij op een onuitgesproken vraag, ‘nu komen de mensen, die eens iets van mij gelezen hebben, mensen waarvan ik nooit gehoord heb, mij achter mekaar opzoeken, en dat doet mij zo goed’.

Zijn lichaam, dat hem de laatste maanden aan zijn bed kluisterde door een defect in zijn ruggewervels, heeft hij nu mogen verlaten en kan nu in ongekende vrijheid zijn leven en zijn werken voortzetten. Ik gun hem dat van harte. En mijn wens en mijn verwachting is, dat hij straks als ik ook mijn oude lichaam mag vaarwel zeggen, dat hij dan opnieuw mijn leraar zal mogen zijn.

Zijn begrafenis verliep niet zo stil als (zo goed ik weet) hij gewenst had. Aan huis werd door ds. Diederik een kort en goed woord gesproken. Maar daarna in de aula bij de begraafplaats ook nog een lange toespraak gehouden door een mij onbekende, en eindelijk bij het graf werd nog het woord genomen door zijn schoonzoon, en daarmee was alles voorbij.

Een betrekkelijk klein aantal vrienden had een uitnodiging voor het bijwonen van de begrafenis ontvangen, hoewel er in de aula toch een vrij groot publiek was samengekomen. De eigenlijke aankondigingen werden eerst na de begrafenis rond gezonden. Was dit eerder gebeurd en had iedereen vrijheid tot spreken gehad, welk een loftuitingen zou die goede man niet hebben moeten aanhoren, het zou een marteling voor hem geweest zijn.

J.E. te B

Met dank aan Kay Wils die dit tegenkwam tijdens zijn onderzoek naar Hlbrandt Boschma

Kay en Hilbrandt Boschma Meer lezen »