Weblog2

Opa Hendrik van de Jaeger 5- Toegift

In het schriftje van opa Hendrik van de Jaeger stonden behalve wat gedichten ook voordrachten, lange voordrachten zelfs…. En er achteraan stond vaak een korte als toegift. De humor uit die tijd. Rond 1900 moest men zichzelf en elkaar vermaken. Dat gebeurde met name op jongelings- en meisjesverenigingen. Zo stond er ook dit gedichtje als toegift na zo’n langere voordracht.:

Mond dicht of betalen

Een fattrig heertje uit Den Haag

At in een restaurant

Hij at op z’n Haags met grage maag;

Dat noemt met met ‘élan’.

Maar in de soep vond hij, ’t is naar

Een lange zwarte vrouwenhaar.

‘Hier kelner, dat heb ik niet besteld!’

Riep hij met drukte en veel geweld

“Wees stil”, zei die, “ssstt! Geen jota

Want anders komt het op de nota!”

Bij de foto: Deze toegift komt  zo na een lange voordracht ‘Achter het net gevischt’. – 8 bladzijden- Je ziet dat er een paar woorden veranderd zijn, wegens ‘niet netjes genoeg’? Gek= suf. Verliefd= onder de indruk.

Verder is aangegeven waar de klemtoon extra aangezet moet worden en waar even een rust ingelast is. Leuk om zo meer dan 100 jaar mee terug in de tijd te gaan.

Opa Hendrik van de Jaeger 5- Toegift Meer lezen »

Opa Hendrik 4

Op een van de kladblaadjes in dit schrift van opa Hendrik heeft hij zelfs nog een gedicht van Clinge Doorenbos geschreven. Van Clinge Dooren bos (1884-1978) is Rijmend door het leven In het Goois Museum in Hilversum te vinden.

Deze schreef veel aardige kinderboeken en zelfs een dieren alfabet. Het gedicht waar Hendrik voor viel was nogal melodramatisch wat in zijn tijd gewoonte was. Hier komt ie dan:

Vergeten

De verlaten oude zwerver

Moe gelopen door de dag

Was gelukkig en tevreden

Toen hij op de celbrits lag

Voor zo’n afgeleefde stakker

Is er niet veel medelij

Want zo’n man betaalt zijn tol niet

Aan de grote Maatschappij

In het hok voor arrestanten

Kreeg hij gratis nachtverblijf

Op de koude harde slaapplaats

Strekte hij zijn oude lijf

Achttien dagen, achttien nachten

Gingen troosteloos voorbij

Niemand dacht aan deze zwerver

Net als in de Maatschappij

Toen ineens kwam de ontdekking

O, wee het Politiehok!

Achttien dagen, achttien nachten

Dood gehongerd in het hok

Alles kwam in volle actie

Resultaat van ’t onderzoek.

De agent vergat te kijken

In het officiële boek

Arme afgetobde zwerver

Ben je nou niet dankbaar blij

Dat je niets meer hoeft te vragen

Van de grote Maatschappij

Nu ben jij in andre oorden

Voor een fijner onderzoek

Daar krijg jij een beter plaatsje

In het Officiële boek.

Meer over Clinge Doorenbos? https://www.dbnl.org/tekst/coil001lexi01_01/lvdj00271.php

Foto: Het Muizenboek, nog steeds te verkrijgen op Marktplaats

Opa Hendrik 4 Meer lezen »

Hendrik Eggink van de Jaeger 3

Dan is er  nog een bijzonder lijstje met allemaal zaken die bij een inboedel horen waarschijnlijk bij een erfhuis of ander soort veiling, waar Hendrik en Bartje misschien iets van hun gading bij zouden kunnen vinden. De onderdelen zijn keurig genummerd.

No 438 tafeltje geverfd,  no 425 wagentje, no 432 deken, no 160 pot, no 323 kapstok, no 318 klein nachtkastje, no 461 bak met rommel, no 418 en 419 ledikanten, no 79 kaminet, no 67 bak met scharen, no 356 scheurgoed( ik neem aan aardewerk), no 355 slopen, en 450 kinderstoel. De rest was niet meer te lezen.

Tja ….bijna 100 jaar geleden en met potlood geschreven. Toch had Hendrik net als zijn broer en zus een prima handschrift, al is dat op dit blaadje niet te zien…

Hendrik Eggink van de Jaeger 3 Meer lezen »

De Juffrouw en de Herder

Voorin het schrift van opa Hendrik waren de aantekeningen van de Landbouwwinterschool. Veel scheikunde en leer over gezonde gewassen, koolhydraten, steriliseren en pasteuriseren van de melk. Aan de achterkant was Hendrik gedichten en toneelstukjes aan het opschrijven. Er is zelfs een hele lange bij, ‘Mijn Jantje’, heel grappig wel en is ondertekend met DJ Eggink , April 1902. En dat is van hun zus Hanna, de jongste van het drietal van de Egginks van de Jaeger.

Maar de eerste en met het mooiste handschrift is: De Juffrouw en de Herder. Ik vermoed dat hij het zelf nog heeft voorgedragen op de Jongelingsvereniging. Jammer, geen dichter bekend.

De Juffrouw van de Villa,

Reed langs de Lindenlaan

Hoe blonk heur kleed van lila,

De jonge herder voelt een steek

En ziet haar smachtend aan.

Hij hoort de zweepslag gonzen

En wordt dan raar als ooit….

Zijn hart vol hoop gaat bonzen

“O zoeven wil ik haar tegemoet

’t Gelukt mij nu of nooit!”

Toen ving hij aan te blazen

Zo vol zo luid zo zoet!

De schaapjes lieten ’t grazen

En hoorden toe; ja zelfs de beek

Stond stil  bij ’t schoon getoet.

En toen die gouden stemmen

Weergalmden langs de wei,

Liet plots de juffrouw remmen…..

Zij buigt zich schuchter uit ’t portier

En smeekt: “Kom dichterbij”.

Hij nadert liefdedronken

In vliegende galop,

Maar nauw ter aard gezonken

Spreekt vleiend hem de juffrouw toe:

“Mijn herdertje sta op”.

Hoe zwoegt haar welvend keursjen

Hij had het nooit geloofd!

Daar grijpt zij snel haar beursjen:

“Pak aan maar schei met blazen uit,

Ik heb zo’n pijn in ’t hoofd”.

Het rijtuig rolde verder

En tranen stroomden neer

Uit de ogen van de Herder…

Hij stak …. de stuiver in zijn zak

En blies geen drommel meer!

Soms was er een woordje waarvan hij niet zeker was of het netjes genoeg was. Zo had hij boven het woord ‘drommel’ het wat algemene woordje: ‘stukje’, geplaatst.

De Juffrouw en de Herder Meer lezen »

Hendrik van de Jaeger

Vandaag kreeg ik een bijzonder pakketje met de post. Nancy Crossan, een van de dochters van Alfons Eggink van de Jaeger, stuurde het op vanuit Nieuw Zeeland. Alfons was begin 50er jaren met zijn vrouw daarheen geëmigreerd.. Het bevatte een bijzonder schriftje van haar opa Hendrik Eggink, de broer van onze opa Johan Eggink van de Boskamp.. Het dateert uit het begin 20e eeuw, 1902 las ik ergens. In dat schriftje lagen nog wat losse aantekeningen uit later tijd toen hijzelf al boer was en getrouwd met zijn grote liefde Bartje.

Eén deel in dat schriftje waren aantekeningen van zijn Landbouwwintercursus. Het was gebruikelijk  voor aankomende boeren om zo de kneepjes van het boerenvak te leren.

Maar daarnaast vond ik behalve verschillende gedichtjes en toneelstukjes die gebruikelijk waren op jongelings- en meisjesverenigingen, ook aantekeningen uit later tijd, zoals deze:

1924—Kloeken gezet.  Paasmaandag 2/ 28 april 1/ 3 mei 2/ en 12 mei 2.

Ik stel me voor dat dit heel wat nieuwe kuikens opleverde

Een aanvulling hierop vind ik ook nog:

1924– Broedeieren verkocht. Ik neem aan dat br. staat voor een bret, misschien 24 stuks? En dat het bedrag er achter in centen is  weergegeven.  En hier lees ik veel bekende namen uit de omgeving van Mossel

Greutink 2 br.- 29. Koskamp 1 br. 15. Slagman 1 br. 15. Olthuis 3 br. 47. Nijland2 br. 25. Horselman 1 br. 14. Maalderink 1 br. 15. Lenselink 1br. 15. Olthuis 2 br. 32. Mennink 1 br.15. Taathe1 br. 15. Kreunen 1 br. 15. Nijland 2 br. 30.  Mennink 1br. 15. Koning 2br. 30. Boersbroek 2 br. 30. Eggink 3 br. 45. Wassink 2 br. 32. Gotink 2 br. 30, Mombarg 1 br. 14, en Visser 2 br. 30.

Hendrik van de Jaeger Meer lezen »

Roggemeelse pap…

Deze brief, gestuurd door vrienden van de familie,  is als een kleinood bewaard en kregen tante Jo en oom Hendrik Jan Groot Nuelend na de geboorte van hun oudste zoon Wim. In augustus was net het Joodse Meisje Ellie opgehaald bij opoe en opa op de Boskamp waar ze anderhalf jaar had gewoond en gewoon met nichtje Ineke naar de school in de Wildenborch ging.. Ook ik was toen net geboren. Een heftige tijd voor de familie en ons hele land.
Deze brief komt van de familie Berkhout, waarschijnlijk bevriend met de familie Eggink. Het blijkt dat in 1943 alles al op rantsoen was en ze al heel blij zouden zijn met wat rogge. Daar werd dan wat grof meel van gemalen, ik denk met de handkoffiemolen. Ik zie zelf opoe Bijenhof op de Haar nog zitten met dat vierkante ding tussen de knieën en dan maar draaien aan de zwengel. Het schijnt dat iedereen dat toen heerlijke pap vond. Tante Gerritje vertelde ooit dat ze toen de oorlog bijna over was, had gezegd:  ”D’r kan wel een hoop veranderen straks, maor een bordje roggemealse pap zal ik altied blieven etten. Maor “, zei ze er achteraan, ”wie-j hebt et later nooit meer ehad”.

Haarlem, 26 september 1943

Waarde Vrienden,
Bij deze delen wij u mede dat wij uw tijding in dankbaarheid en vreugd hebben begroet.
Zo is het dan gekomen, een flinke zoon. De vreugde zal wel groot zijn en opa Eggink zal ook blij zijn. Nu wij wensen u geluk ermee en hopen dat hij zoals zijn vader en moeder mag opgroeien, dan zal het een lieve jongen worden.
Is het met de moeder ook goed?. Hier is alles nog dik in orde. De kleinste weegt al 15 pond en is nu 5 maanden. Het is zulk lief goedje die kleinen.
Hoe gaat het met vader en moeder Eggink? We hopen van goed en doe hun bij deze de hartelijke groeten.
Hoe is het met de boerderij, Hendrik Jan? Heb je nog koeien over? Hier in Noord Holland is het droevig zoveel als er geleverd moet worden. Als het zo doorgaat blijft er niets over. Het begint wel te dagen in het Oosten maar voor velen komt het te laat en vooral hier in de stad als je de kinderen aanschouwt. Och het rantsoen is ook zo klein.. Als de winter nu maar weer zacht is dan kan het veel leed voorkomen.
Was de roggeoogst goed? Hier in Noord Holland wel, ook de Wieringermeer was het gewas heel goed. Mocht je soms nog wat rogge over hebben dan wil ik het graag van je kopen. Het is zo lekker voor de kinderen, een bordje roggepap. Per postpakket gaat dat best met een pond of tien. Afijn, kijk maar eens wat je kunt doen en dan hoor ik er nog wel van.
Nu nogmaals onze hartelijke groeten en gelukwensen, ook aan de beide ouders van uw vrienden.

D. J. Berkhout en echtgenote en kinderen.

P.S. Krijgen we nog eens een lettertje van u of komen jullie van ’t winter zelf voor een paar dagen? Dat het liefst!

Roggemeelse pap… Meer lezen »

Master Mind en la vache qui rit…

Je kunt nu niet eenmaal alles bewaren. Ik heb plakboeken vol met foto’s en herinneringen aan vakanties en schooltijd van de jongens. Meestal kom je bij toeval tussen die herinneringen, zoals toen ik pas gevraagd werd naar foto’s van oude foto’s van caravans vroeger. Zo liggen hier nog een paar plakboeken te wachten om teruggezet te worden. En ineens wat ie d’r: de tekening van Jaap. In 1989 zal hij 8 of 9 geweest zijn en wij gingen voor het eerst helemaal zonder jongens op vakantie, maar nu het eerste deel met Ben en Diny en hun jongens. Jaap was altijd in voor een spelletje en dat was in dit geval Master Mind, een van mijn geliefde spellen. Wim was blij toe dat het kaarten in de vakanties afgelopen was en ik heb hem inderdaad nooit meer kunnen strikken voor iets wat op een spel lijkt. Maar Jaap wilde wel, zo zijn er twee zoet, toch? Of eigenlijk drie, Wim meegerekend. In deze vakantie tekende Jaap voor mij deze vrachtauto, tot in de puntjes uitgewerkt. Echt iets om te bewaren. In het plakboek schoot hij los en ik bewonderde zijn creativiteit en opmerkingsgave opnieuw.

Behalve het spelen van een potje Master Mind deelden Jaap en ik ook tijdens die vakantie in 1989 de liefde voor ‘La Vache qui rit’, een lekker smeerkaasje voor op brood of een toastje

Master Mind en la vache qui rit… Meer lezen »

Gezellig bezoekje

We hadden die keer tijdens ons verblijf op camping De Boomgaard nog één bezoekje af te leggen. Tea en Reini hadden een paar zakken wol voor me bewaard van hun eigen schapen. Bovendien had ik van hen het dagboekje van ome Jan geleend dat hij bijhield tijdens hun droomreis naar Amerika samen met tante Jo en ome Hendrik Jan om Herman en Nettie op te zoeken in Iowa en later nog de neven Bernard en Antoon Eggink van de Jaeger die in Indiana woonden. Ik heb het al eens in stukjes laten lezen op deze site. Voor wie dat nog eens wil nalezen kan even op www.hettysite.nl weblog 2 op nr 113 .klikken. Dit boekje kwam na het overlijden van tante Jantje te voorschijn, een juweeltje in mijn ogen.

Het was druk in het gezellige huis van Reini en Tea aan de Schooneveldsdijk. Dianne was over uit Dubai met hun beide meisjes. Intussen is het gezin al uitgebreid met nog twee en wonen ze nog steeds in Dubai waar haar man als piloot werkt. Voor Storm was het een gelukje want er werd weer gespeeld. We hadden een paar erg gezellige uurtjes. Familie hebben is toch een bijzonder iets. Is het nu de bloedband of het hebben van dezelfde achtergrond en interesses? We gingen daarna gauw inpakken en na bij Johan en Joke bijgepraat te hebben gingen we weer richting Schoolpad. Zes mooie dagen waren het. We denken  met plezier  terug aan al die mooie weken bij Johan en Joke.

En natuurlijk hoort er een plaatje bij van Juliet met Storm. Hij heeft altijd moeite om de bal weer af te geven als hij die een keer te pakken heeft, maar Juliet mocht hem gewoon uit zijn bek pakken. De rest van de dag hadden we er geen hond aan…

Heerlijk zo creatief jonge kinderen zijn. Juliet tekende zomaar even Storm met bal en bot en kreeg ik deze prachtige tekening mee. Vinden jullie ook dat ie  goed lijkt?

Gezellig bezoekje Meer lezen »

Opa Bijenhof

Vandaag heb ik een minne dag. Weer een blaasontsteking. Gelukkig heb ik altijd een kuur in huis en kon meteen beginnen. Toch is zo’n eerste dag altijd heel vervelend. Wim zit voor de buis naar het wielrennen in Groot Brittannië te kijken. Ik heb even geen energie om aan iets te beginnen en kom al kijkend deze aardige foto tegen van opa Bijenhof. Was opa Eggink meer een filosoof en had zo hij wel eens opmerkte aan de Bergrede in de Biebel genog,. Opa Bijenhof verdiepte zich ook graag in Bijbelse zaken, maar dan ook heel nauwkeurig en mocht er graag over vertellen. Zo ging hij wel eens de buurt in en opoe Lettink was een aandachtig toehoorder. ‘Hee wet nog meer as de dominee’, zo zei ze eens. Beide opa’s waren fijne mensen die aandacht voor je hadden.  Vertelde opoe voor het naar bed gaan de verhalen over de muuskes en  kabouter Pum, opa Bijenhof droeg altijd  een  gedicht voor. Zo vaak zelfs dat ik ‘Hans Knol’ nog steeds uit mijn hoofd ken.

Op deze foto, gemaakt door Wim Harwig zie je opa Bijenhof in het laatste jaar van zijn leven. Wim ging hier met zijn moeder mee om opa en de rest van de familie op de Boomgaard op te zoeken. 1969 meldt het opschrift op de achterkant van de foto. Opa heeft nog lang allerlei kleine klusjes gedaan op de Boomgaard, van kippen voeren, aardappels schillen en tot hij op het laatst nog de wacht hield onder de spekkersenboom. Wanneer er weer een stel brutale spreeuwen het op die lekkere dikke kersen gemunt hadden, trok opa gewoon aan het touw van de bel die bovenin de boom hing… en weg waren ze, zodat er wat overbleef voor ons èn voor de bowl van moeder Coba.
Tante Riek heeft in deze tijd vaak op opa gepast wanneer pa en mama weg moesten. Ook tijdens het huwelijk van Ben en Diny op 30 mei 1970, was tante Riek er om bij opa te blijven. En niet alleen bij opa. Mark was toen bijna 4 maanden en werd ook tijdens de plechtigheid op het gemeentehuis en in de kerk opgepast door tante Riek èn- als ik het me goed herinner- door neef Gert Bijenhof, de postbode. Vroeger bleven de meesten toch in de buurt wonen waar ze opgroeiden, zo ook alle vier Bijenhofjes. Alle vier in Vorden of directe omgeving en opoe en opa gewoon bij ons in huis zoals dat in die tijd heel gewoon was. Pas begin 50er jaren kwam de AOW en begon dat langzamerhand te veranderen. Opa Bijenhof heeft zodoende altijd op vadertje Drees gestemd. Die gaf door de AOW de oudjes wat meer vrijheid hoe hun leven in te richten.

Opa Bijenhof Meer lezen »