Weblog2

Hattem Kerkstraat

Een oude foto uit een serie van Henri van der Vosse. Je ziet nog hoe de boeren in het stadje Hattem zelf woonden terwijl ’s zomers de koeien in de uiterwaarden, op Homoet, liepen. Zo werd het hooi en de oogst opgeslagen. Ook de buren van het gezin van Gerard en Sietje van der Kolk, boer van ’t Land, hadden een boerderij en soms krulde bij hen het behang van de muur af door de warmte van het hooi van de boer. Het was oppassen voor hooibroei! Wanneer ze bij hen door de grote achterdeur naar binnen gingen stond er een bezem naast de deur die ze beter even omhoog konden houden want daar sprong de haan meteen op, anders had je hem met zijn scherpe klauwen in je nek zitten.

Deze foto moet wel van na 1913 zijn want in de verte zie je de van Heemstraschool al staan.

Hattem Kerkstraat Meer lezen »

… en een peerdentand…

‘Een vrouwenhand en een peerdentand die staot nooit stille’, is zo’n uitdrukking die pa wel eens placht te zeggen. Daar moest ik even aan denken toen ik deze foto eens goed bekeek. Ik denk uit 1944 of ’45. Opoe Eggink zit even lekker in het zonnetje voor de boerderij, maar… de sokken moeten gestopt. Tante Jantje staat er tevreden bij, nog niet zolang getrouwd met ome Jan. Ze heeft haar laatste jaren  in haar bejaardenwoning in Barchem gewoond, nog steeds opgewekt.

Niet lang hierna overleed onze tante Jantje, een voorbeeld van eenvoud en trouw. Op haar begrafenis die door heel veel familie en vrienden werd bezocht werd ook nog een oude film gedraaid uit begin jaren 50. We zagen een jonge tante Jantje onder de koe, en ook alle kleinkinderen die vanuit de hilde naar beneden mochten springen in een bult hooi, terwijl de ouderen toekeken. Bij ome Jan Kon alles. Hij werd ooit gemaakt door vriend Jekel uit Amsterdam die vaak op de Boskamp te vinden.

… en een peerdentand… Meer lezen »

Quakers

Ik herinner me dat opa Eggink zich ook verbonden voelde met de Quakers. Hij bezocht eens een bijeenkomst in Amerika toen hij moest wachten op het schip dat hem weer terug naar Nederland zou brengen. Het was een uur stil zitten zonder preek of liturgische indeling. Gewoon stil zijn en in jezelf keren… De bekende schrijver Jan de Hartog was ook een Quaker. Ik kan het in reisdagboekje van opa niet terugvinden, dat hij overigens trouw bijhield vanaf zijn vertrek in april 1932 tot aan zijn thuiskomst eind september 1932. Ik zal het in één van zijn brieven gelezen hebben.

Net als de Quakers was ook opa een overtuigd pacifist. Zo had hij ook respect voor de Jehova’s getuigen, alleen al door het weigeren van de dienstplicht.

George Fox (1624-1691) was de oprichter van de Society of Friends. Dit genootschap is beter bekend onder de naam Quakers en bestond uit een groep ondogmatische gelovigen. In de 19e eeuw breidde de beweging zich snel uit ondanks heftige vervolging, vooral in Noord-Amerika. Quakers weigeren een eed af te leggen; zij nemen geen deel aan oorlogsgeweld en weigeren dienstplicht. Het leven en de overgeleverde uitspraken van Jezus vormen een belangrijke inspiratiebron bij de Quakers. Ze geloven dat er iets van God in ieder mens is, wat door ieder mens ervaren kan worden.

Zo moet ik ineens denken aan een gesprekje over ‘de Biebel’ van opa Eggink met opa Bijenhof. Deze laatste was zeer bijbelvast en kwam met allerlei teksten. Ach, zij leefden elk op een andere golflengte wat geloven betreft. Opa Eggink beëindigde toen de discussie met: ‘An de Bergrede heb ik genog’. Leven zonder dogma’s, geen onenigheid. Lijkt mij wel… ook geen kerkscheuringen meer.

Foto: opa Bijenhof l. en opa Eggink bekijken samen de speciale editie van een krant met wetenswaardigheden, samengesteld ter gelegenheid van ons huwelijk op 3 maart 1965. Deze wordt nog steeds zorgvuldig bewaard in Wims hutkoffer.

Quakers Meer lezen »

1962-’63, nu 60 jaar geleden.

Gisteren was ik op zoek naar die ene foto van mij mentorklas uit 1988. Natuurlijk helemaal onderin de doos met oude foto’s. Maar ik vond tussen de foto’s ook een brief van opa die hij me schreef in de eerste winter toen ik voor de klas stond in Hattem, net 19 jaar, en nog voor ik Wim had ontmoet. Het was die berekoude winter van 1962-’63, ook de winter van een nieuwe Elfstedentocht.

Barchem dinsdag

Goeiendag Hetty,

Ben ik er nu niet vlug bij? Je brief is nog warm van de bode en nu schrijf ik je al weer terug. Wel niet zo’n mooie hand als jij( een complimentje) maar ’t komt er wel om over en als je er dan niet direct uitkomt heb je ook wat te spellen. Maar die kaart van u sprak tot mijn hart want dat is het enigste wat een mens bezit. Bewust of onbewust, zolang het dan duurt. Doch allen worden zich een keer bewust al is ’t niet morgen of volgend jaar. Het komt. Bilderdijk was het zich wel bewust als hij dicht:

‘Schoon de tijd hier ’t al verover,

aan geen tijdperk hangt mijn lot,

Gij, gij blijft mij altoos over,

Gij zijt eindeloos mijn God’.

Ik schreef laatst aan Pater Leopold Verhagen naar aanleiding van zijn mooie toespraak over het woord: openbaring. Ik schreef hem dat het mij leek dat dat eigenlijk twee woorden waren. Open- baring. Een baring door de moeder gaat tenslotte buiten haar willen om. Maar alles wat tot aanzijn komt is het gevolg van zijn willen en zo wordt bij elk mens dat geboren wordt dadelijk Zijn grote hand er beschuttend overheen gelegd. We kunnen op deze wereld niet bewaard worden vóór  ongelukken, doch ín ongelukken. En al die bidderij om bewaring dat we doen en zullen blijven doen heeft voor mij als voornaamste effect dat we ons lot uit handen geven.

Zo schreef ik hem naar aanleiding daarvan over een woord van toen nog Dr de Hartog: God is een afgrond. En zo schreef ik hem, hoe zullen we ooit die bodem bereiken als we ons onderweg altijd aan ’t een of ander vasthouden. Dit laatste ligt in onze aard om ons ergens aan vast te houden en zolang we dat doen kunnen we ons van de Godheid niet bewust worden. Het parool is overgave, een nieuw soort onverschilligheid dus omtrent onszelf. Zijn antwoordbrief begon met: ‘Dierbare vriend. Dat woord dat u gezegd hebt over die afgrond vond ik zo mooi dat ik dat ook voor mijn leerlingen aanhalen zal’. En dat zegt dan een echt roomse geestelijke. Bang zijn om ziek te worden kan ons wel eens ziek maken want vrees is een prachtige bodem voor ziekte. En met ons zieltje is het krek zo, overgave zonder eisen te stellen, dat is het hem. Dat bedoelde Jezus ook als Hij zegt: ge kunt met bezorgd te zijn geen el aan je lengte toe doen. Een klein meisje had iets heel moois gekregen en wist niet hoe ze God daarvoor moest bedanken en gaat naar een kluizenaar om raad. ‘Weet je wat je doen moet, kind? Huppel maar en spring maar over de weg, dat is voor God het mooiste dankgebed.’

Heb ik nu genoeg gepreekt en gefilosofeerd? Ik hoop dat je het laatste het meest juiste vindt. En ik zit hier maar te zitten en niks te doen midden op de namiddag. Vorstverlet man, je kunt buiten niks beginnen en dat al meer dan een maand. Over 50 of misschien wel 100 jaar zullen ze het nog hebben over die winter van 62 op 63. Reusachtig, wat een winter. Maar straks hebben we geen armen en benen genoeg om alles gedaan te krijgen, maar het is nooit zo slim als wanneer het nog slimmer was. Dat zit.

Ik heb net even geslapen en zie dat het papiertje vol is en om nou weer met een vel te beginnen, dan sla ik zo weer aan ’t filosoferen en hier is nog net ruimte voor een bedankje voor je brief en verder het beste gewenst. Opa.

O, ja, die fam. Jekel wilde verlopen zondag voor 8 dagen komen, maar ze willen wat beter weer opwachten…

Foto: Opa Eggink op 95 jarige leeftijd, kort voor zijn overlijden en een gesprek in Ander Nieuws op de tv met Trudy Klein. Er kwam een paar jaar terug een boek uit Brieven uit Barchem, brieven aan kinderen, kleinkinderen en zijn nichtjes in het Klooster, met veel herinneringen en wijsheden.- zie Boeken.

1962-’63, nu 60 jaar geleden. Meer lezen »

Opa’s letter 2

Opa’s letter:

From home, the 4th of Januar 1945.

Dear children,

I’m busy with making light ( don’t know how, but I guess on a sort of bike) while the younger can finish the work .

But I see the work is done. Reinder has the cigarette on again, and now Jan is spinning. Gerrit, boy, thank you for your letter. I didn’t send a New Year’s wish this New Year, if things go after that, it won’t be much special, but I don’t see that I mean it any worse this year than before, so it can still be better than expected. When I stood on the milk truck this morning, I saw 2 V1s go into the air shortly after each other. I thought to myself, if those things come crashing right over your house, the pans can hardly stay on the slats. .What a noise. And that goes on and on, except when it’s clear in the sky, and the Tommies come, they seem to have a taste for that, especially because then they betray themselves.

Here everything is still normal. We still have our horse, and since we only have one horse, no wagon or harness may be requisitioned. And we still haven’t had any difficult Germans at the door. Today a few more came for eggs, nice humble guys.

It seems to be true that they don’t always have it easy with the food, I believe they used to be.

I picked tubers this afternoon with—an iron rake. We had cleverly hollowed out part of the camp the tubers, with the result that they had all become large, and now that the ground was soft on top and still hard, I could pop them out so nicely with the angle of the rake.

It’s freezing again now. The weather is almost like the average Dutchman, afraid of extremes, afraid to express his own opinion.

Berend is slowly deteriorating, the esophagus is as good as closed. He lies patiently, fortunately without pain, in his bed. He neither desires nor fears death, an ideal attitude.

My wish is, as far as I am concerned, to be like him. It is not right, if you are so afraid of death that you want to rake all the doctors together to be able to live one more day here.

I once read a nice fantasy by Frederik van Eeden. A pair of twins, still in the womb, were arguing about the (for their) afterlife. One thought like Berend: the Power that allows us to be here will soon also take care of us, what we will then need, I trust, God will also bring within our reach. And the other, a pessimist, thought, you can’t be sure of that, you know that you are well worried now, and you also know that you will soon have to experience something that resembles death. The bond of life, by which we now get everything, will then be broken! The other couldn’t say anything to this, mate remained quietly comforted, he handed it over…. Still a nice comparison. And meanwhile, here in the so-called second world, we see both kinds of people again, but I don’t think they are completely separate. Some maybe 10% of twin 1 and 70% of 2. And others half of each. But perhaps it can also be said that way: some, usually pessimistic but still with brief flashes of confidence, and others generally quietly believing, with occasional slumps.

Now my paper is already full again, which is good. “I was going through again.

Now children, Gerrit and Hanna, our greetings, to Bertha and Antoon ditto.

-And just try to wait and see what happens, we didn’t create the world-

Foto: Opa, gefotografeerd door Henk Braakhekke.

Opa’s letter 2 Meer lezen »

Brief van opa aan Hanna en Gerrit- 1945

Van huis, 4 januari 1945

Beste kinderen,

Ik draai ’s avonds meestal, de jongeren kunnen op de deel het werk wel af.

Maar ik zie het werk is af. Reinder heeft de sigaret weer aan, en nu draait Jan. Gerrit, jongen, bedankt voor je brief. Ik heb dit nieuwjaar geen een nieuwjaarswens verstuurd , als ’t ons daarna gaan zal, wordt het niet veel bijzonders, maar ik zie niet in dat dat ik het dit jaar slechter meen dan vroeger, dus ’t kan nog meevallen. Toen ik vanmorgen op de melkwagen stond zag ik kort na elkaar 2 V1’s de lucht in gaan. Ik dacht bij mezelf, als die dingen recht over je huis komen donderen, kunnen de pannen haast niet op de latten blijven liggen. .Wat een lawaai. En dat gaat maar door, behalve als het helder in de lucht is, en de Tommies komen, daar schijnen ze tabak van te hebben, zeker omdat ze zich dan verraden. Hier is alles nog gewoon. We hebben ons paard nog, en omdat we maar één paard hebben al er misschien wel geen wagen of tuig gevorderd worden. En lastige Duitsers hebben we nog steeds niet aan de deur gehad. Vandaag kwamen er nog een paar om eieren, aardige bescheiden jongens.

Het schijn toch wel waar te wezen, dat ze het met het eten lang niet altijd ruim hebben, vroeger wel geloof ik.

Ik heb van namiddag nog knollen geplukt met—een ijzeren hark. We hadden een stuk van de kamp de knollen slim hol staan, met gevolg dat het allemaal groten waren geworden., en nu de grond van boven slap was en verder nog hard, kon ik ze er met de hoek van de hark zo mooi uitwippen.

Het vriest nu weer. Het weer doet haast net als de doorsnee Hollander, bang voor uitersten, bang om voor eigen mening uit te komen.

Berend gaat zachtjes aan achteruit, de slokdarm is zo goed als dicht. Hij ligt maar geduldig, gelukkig zonder pijn, in zijn bed. Hij verlangt niet naar de dood en is er ook niet bang voor, een ideale houding. Mijn uiteinde zij- wat mij betreft- gelijk het zijne. Het is toch ook niet in de haak, als je zo bang voor de dood bent, dat je alle dokters wel bij mekaar wilt harken om nog een dagje langer te mogen leven hier.

Ik las eens een aardige fantasie van Frederik van Eeden. Een paar tweelingen, nog in de baarmoeder, waren in twistgesprek over het (voor hun) hiernamaals. De een dacht als Berend: die Macht die ons hier  laat zijn, zal straks ook wel voor ons zorgen, datgene wat we dan nodig zullen hebben, daar vertrouw ik op, zal God dan ook wel binnen ons bereik brengen. En de ander, een pessimist, vond, daar heb je niets geen zekerheid van, je weet dat je nu goed bezorgd zijt, en je weet ook, dat je straks iets moet beleven dat op sterven lijkt. De levensband, waardoor we nu alles krijgen, wordt dan verbroken! De ander kon hier niets op zeggen, maat bleef stil getroost, hij gaf ’t uit handen…. Toch een aardige vergelijking. .En ondertussen zien we nu, hier in de zgn. tweede wereld, de beide soorten mensen nog weer, maar ik geloof niet helemaal gescheiden. Sommigen misschien 10% van de tweeling nr. 1 en 70% van nr. 2. En anderen ieders half. Maar misschien laat het zich ook zo veerstellen: sommigen, meestal pessimistisch maar toch met korte bevliegingen van vertrouwen, en anderen in doorsnee stil gelovend, met af en toe inzinkingen. Nu is mijn papier al weer vol, maar goed ook. ‘k Was toch weer aan het doorslaan.

Nu kinderen, Gerrit en Hanna, onze groeten, aan Bertha en Antoon dito.

-En maar proberen stil af te wachten wat het wordt, wij hebben de wereld niet geschapen-

aanvulling: Dat draaien waar opa over schrijft is vermoedelijk iets om licht te krijgen ’s avonds. Misschien weet Joop er meer over.

Waarde Herman,

Je zult wel denken wat is dat nu weer voor rare brief, maar als je oud wordt dan zoek je het weer in het verleden. En zo kwam ik deze brief van Vader tegen. Hij schrijft wat over de oorlog van toen en over oom Berend. Ik dacht toen bij mezelf, als ik eens een afdruk van deze brief aan de beide Hermans stuur dan is het van meer waarde dan mijn geschrijf en heb Herman gisteravond al zo’n brief geschreven. Ik hoop dat je het nog kunt lezen.

Alfons, mijn buurman heeft het voor me afgedrukt. Omdat de brief wat geel geworden was ( hij is meer dan 50 jaar oud) is hij niet erg duidelijk geworden, maar omdat je vaders handschrift wel kent, zal het u wel niet veel moeite kosten. En Vaders brieven zijn altijd de moeite van het lezen waard. Ik hoop dat jij- er ook de kracht van vaders geloof in mag vinden en tot steun moogt zijn.

Nu is het papier ook nog leeg en volgens Alfons kan ik hier zelf wat bijschrijven. Goed bedacht van hem, anders zou hij misschien te zwaar worden met een extra vel. We hebben prachtig herfstweer, bij u zeker ook. De bladeren worden zo mooi geel( bij u zeker nog geler). Maar de bladeren beginnen ook al te dwarrelen en dat brengt werk aan de winkel. Gelukkig heb ik een goede buurman die de tuin verzorgt, maar vraag niet hoeveel kruiwagens vol blad hij straks bij elkaar moet harken en naar het bos moet brengen. Anton is maar wat blij dat hij van het blad harken af is, want dat was bij de Larxenpasch ook een héle klus.. Vanmiddag ga ik naar de dokter een griepspuit halen. Gerrit wou er nooit van weten en deed het ook nooit, maar nu ga ik toch maar met Anton mee, want die moet het wel hebben vanwege zijn astma. Gelukkig gaat het op0 dit moment aardig goed met hun. Maar nu moet ik eerst Gijs bellen, die is vandaag jarig. Zo dat is gebeurd en het was prima met hem. ‘Het kan niet beter’, zegt hij. ‘Wat mooi om te horen’, zei ik.. Ja Gijs is een prachtmens. Niet klagen als het voorbij is, maar blij zijn.

Nu is het papier toch nog vol en Herman ik wens je ook het beste, en nooit klagen maar blij en dankbaar zijn.

Gegroet van Hanna

Brief van opa aan Hanna en Gerrit- 1945 Meer lezen »

Jan

Af en toe kom ik iets tegen wat me een warm gevoel geeft. In dit geval is het de mail van neef Jan Harwig n.a.v. deze foto. Hij kon het navertellen want hij was er bij. Zo telkens in de loop van mijn leven kwam Jan even langs. Eerst toen hij nog thuis woonde aan de van Hasseltlaan in Zutphen. Later zocht ik hem eens op toen hij net met Gé getrouwd was en hun eerste kind geboren was. Ik zal 14 geweest zijn. Regelmatig kwam hij op de Boomgaard. Toen mama ernstig ziek was kwam hij ook om haar gedag te zeggen. En na jaren opnieuw contact. Hij moest even vertellen dat hij mij op de Haar nog wel eens  de luier verwisseld had. Hij zocht ons zelfs een paar keer aan het Schoolpad op aan het eind van zijn leven toen hij zelf al ziek was. En uiteindelijk belde hij als afscheid toen zijn leven op zijn eind liep om ons gedag te zeggen. Zo was Jan.

Hoi Hetty en Wim,
Ik herken natuurlijk de foto ter gelegenheid van het huwelijk van Juliana en Bernhard. Henk zit op het paard en ik sta ernaast op de voorgrond. Het was een hele optocht, een broer van mijn vader, Wim uit Zwolle, had een paard gehuurd en ook meester Vedders (hoofd 0penbare school in Vorden) reed op een knol van Eskes. Op het moment dat de stoet moest draaien ging de hengst van Vedders bij het witte huis op de Zutphense weg (Ome Willem Bijenhof) even staan , plantte de benen iets van elkaar en hing tenslotte een slurf als een olifant naar beneden en stond enkele minuten de optocht op te houden door een enorme urinelading te lossen. Werkelijk een komisch gezicht. Jammer dat ik de enige ben die het kan navertellen.
Toen tenslotte de optocht met de gouden koets op de Nieuwstad in de te lage versiering bleef hangen was de chaos compleet. De knol van meester Vedders steigerde daarna dermate dat de gehele versiering van de Nieuwstad aan flarden ging.
Dit was het verhaal horende bij de foto van de zgn. gouden koets en Bobby.
A.s weekend ben ik aan het bridgen en het volgende weekend speel ik een toernooi in Gent, België. Dus als je effe nix hoort , ik ben er nog en reageer later. Groetjes van je neeffie Jan.

Jan Meer lezen »

Een naar geval – Toegift

Na een langere voordracht , eigenlijk een soort toneel, kwam er op de jongelings- of meisjesvereniging 100 jaar geleden, nog wel eens een toegift… zoals deze:

Een naar geval

Ik kom als ik ’s morgens mijn woning verlaat

Het huis mijner liefste voorbij

Zij weet reeds het uur en gluurt in de straat

Steeds wachtend naar iedere zij

Verleden, o schrik—was haar venstertje leeg

Hoe scherp ik naar boven ook zag

En niemand van wie ik een morgengroet kreeg

En treurig begon ik mijn dag

Het venster was heel van zijn tooisel ontdaan

’t was somber zo zonder gordijnen

Hij kijkt mij zo hol en zo akelig aan

En… waar zou mijn liefste wel zijn

Verschrikkelijk langzaam verging mij die dag

Ik dacht dat is niet in de haak

‘k loop ’s avonds er eventjes aan

‘k vertel haar het nare geval— groot gelach!

Dien dag werd haar kamer gedaan

Een naar geval – Toegift Meer lezen »

Al te gedienstig

Nog een toegift uit het schriftje van opa Hendrik van de Jaeger.

Al te gedienstig

Niet ver van Arnhems dreven

Aan ‘d oever van de Rijn

Ligt tussen ’t groen verscholen

Een dorpje lief en klein

Dit dorpje heeft een plekje

Door velen zeer bemind

Het bood een laatste ruste

Zo menig lieve vriend

Ik ging er eenmaal henen

Nog vol van levenslust

Mij kwelde geen begeren

Nog naar die zoete rust

Ik vond het hek gesloten

En bleef er peinzend staan

Totdat des gravers sleutel

De poort deed opengaan

Ik liep langs vele graven

Met bloemen rijk bestrooid

En waar de ranke klimop

Den grijzen deksteen tooit

En ’t werd mij bang om ’t harte

Bij zoveel somberheid

Op ’t droeve doodse plekje

Door tranen week geschreid

Ik leefde ’t blijde leven

En kende zorg noch nood

En vlood met rappe schreden

Deez’ akker van den dood.

Aan ’t hek stond reeds den graver

Hij had mijn komst verbeid

En wachtte wis vergoeding

Voor zijn gedienstigheid.

Verruimd geef ik mijn tolgeld

Maar tril gelijk een veer

Als ik buigend hem hoor grijnzen

‘k Bin tot je dienst menheer

Foto: Algemene Begraafplaats Vorden…

Al te gedienstig Meer lezen »

Opa Hendrik van de Jaeger 6 Scheikunde

Eigenlijk werd de achterkant van het schrift van opa Hendrik wat hij gebruikte voor zijn scheikunde les op de Landbouwwintercursus. Op 8 pagina’s werden de grondbeginselen van de organische scheikunde uit de doeken gedaan.

Heel in het kort:

Over vetten en zuren, Koolhydraten en Proteïnen en Fermenten.

Daarna een onderzoek op eiwitstoffen. Een lesje: Het ruwe eiwit wordt gevonden door de stikstof te vermenigvuldigen met 6 ¼.

Hierbij wordt vermeld:

In jong weidegras bestaat het ruwe eiwit uit 73% eiwit en 27% amiden

In jonge ronde klaver 68% eiwit en 32% amide

In aardappelen 55% eiwit en 45 % amiden

En in mangelwortels 36% eiwit en 64% amiden

Ook nog dat scheikundige verschijnselen worden veroorzaakt door micro-organismen.

Verder nog aantekeningen over steriliseren en pasteuriseren.

En verder in het kort: Gistingsverschijnselen, Vergaan( verrotten), Nitrificatie, Denitrificatie, Superfosfaat en Verweringsverschijnselen,

Dan Absorptie van Kalium en Ammonium, van Natrium, Calcium en Magnesium. En dan nog aantekeningen over absorptie van fosforzuur

Allemaal en nog veel meer voor een boer begin 1900…

Foto: kijk eens naar die mooie hoofdletters!

Opa Hendrik van de Jaeger 6 Scheikunde Meer lezen »