Weblog2

Canada

Ik weet niet of wij als Nederlanders nu zo chauvinistisch zijn. Duitsers kunnen er wat van: Bei uns in der Heimat….. Fransen vinden ook hun eigen land nogal superieur. Engelsen moet je niet aan hun koningin komen. Dat ondervond oom Bé toen hij het Engelse volkslied meezong als God shave the Queen. Hij kreeg meteen een klap in zijn gezicht.
Maar dat de Canadezen er nog een schepje bij op zouden doen had ik niet gedacht. Joop stuurde me deze kaart per mail toen hij hoorde dat wij naar Canada zouden gaan, een ansicht uit Toronto 1911 met het opschrift: Potatoes grow big here.
Tja, het was toen al bijna zover, we waren praktisch klaar. D.w.z. Wim was naar de voetbal, FC Emmen speelde een thuiswedstrijd. Rick was de buren aan het gedag zeggen en ik werkte de laatste mail bij en maak de labels aan de koffers. Ben en Niesje deden het nog meer ontspannen. Die hadden in Hattem zelfs nog een bruiloft. Konden ze in het vliegtuig bijslapen. Het was 2010 en we stonden op het punt om opnieuw een droomreis te maken, dit keer naar Henry en Tonny die in de buurt van Fred en Gera woonden in Alberta.
Ik begon intussen toch wat bibberig te worden en wou dat ik maar vast boven in de lucht zat.
Ik hoopte in Canada af en toe achter Henry z’n computer te mogen, om zo onze wederwaardigheden aan het thuisfront door te kunnen geven. Alleen weblog 2 nam vakantie….. net als wij. See you!

Het werd opnieuw een droomreis net als  de weken in Nieuw Zeeland daarvoor. Ook Canada is een prachtig land. En doordat Fred en Gera er naar toe zijn geëmigreerd hebben wij het verschillende keren mogen ontdekken.

Nu ik de foto van Joop tegenkom beleef ik het weer opnieuw. Wanneer je onderaan op weblog 1 van www.hettysite.nl op nr. 411 klikt, lees je nog onze belevenissen vanaf 27 augustus 2010 in Canada met Ben en Niesje als gasten bij Henry en Tonny..

Canada Meer lezen »

Waarom kan ik niet stilzitten?

Herinnering– Dat werd een rustige Pinksteren…zo’n 12 jaar geleden.

‘Mis ie ok wat?’, hoorde ik. Ik was nog niet helemaal wakker, maar Wim stond al naast zijn bed en keek uit het raam. Ik kon met mijn nog duffe brein nog net uitbrengen: ’De katten’. We zijn steeds bezig om de katten overdag buiten en ’s nachts binnen te houden zodat ze niet steeds op het dak zitten te mauwen als ze naar binnen willen, dit om ons nieuw gerenoveerde dak te sparen. Maar nee… dat was het niet. ‘Heur ie niks?’ Nee ik heure niks en dan dringt het tot me door. De weg die langs ons Schoolpad loopt was afgezet om te worden opgeknapt. Het was onwezenlijk stil… zo stil zoals we het eigenlijk altijd wensten. Daarna zouden de grote machines aan hun werk beginnen … afschrapen, vegen en nog eens vegen en de volgende week en de week daarop wordt aan de bovenlaag gewerkt. We moesten toen met de auto een omweg maken. Mark probeerde het Schoolpad richting Bargeroosterveld al uit. Dat was nu zo’n smalle landweg geworden dat hij aan beide kanten wel krassen op z’n auto moest hebben, maar ja… je bent jong.. en hij hield wel van een uitdaging. Hij had ooit zo’n cabriootje en deed niets liever dan met Robin door de kuilen en gaten scheuren van de landweggetjes hier in de buurt. Maar het cabriootje ging en een degelijke auto kwam.

Het lijkt nu heel lang geleden dat ik Robin wat tips aan de hand kon doen. Meneer had strafwerk! Hij zat al bijna een jaar in de brugklas van het Hondsrug College maar hoe redde hij het om  strafwerk op te lopen. Hij moest voor zijn juf Frans een opstel van twee bladzijden schrijven over het onderwerp: Waarom kan ik  niet stil zitten?.
Zoiets vond hij vreselijk. ‘Wat moet ik schrijven… ik weet niks’, jammerde hij. Hij kreeg wat ouderwetse tips van mij en ik ben benieuwd of hij hiermee twee bladzijden vol heeft gekregen. Een groot lettertype scheelt ook al natuurlijk. Verder is het gewoon onderwerpjes bedenken:
– Waarom hij niet stil kan zitten?… Hij zou zo graag willen, maar…
– spanning… kriebel aan de neus…last van de rest van de klas… stoel zit zo rottig.. heb zo’n honger… dorst… zin in…
– Waarom de rest van de klas het ook niet kan… zie boven.
– Het 8e uur op donderdag is natuurlijk ook niet bevorderlijk.
– Hij de juf zo beter in de gaten kan houden… of juist niet.
– Hoe hij beter zou kunnen opletten.. stoel met kussentje misschien? Leuke bril?
– Hoe de juf de Franse les misschien spannender kan maken…. Videootje?
Nou ja… wie zijn gat brandt moet gewoon op de blaren zitten, Robin!

En nu vraag ik me af… wat het geworden is met dat opstel…Moet ik hem toch nog eens vragen.

Waarom kan ik niet stilzitten? Meer lezen »

De Sint

Ik kom ineens deze foto tegen van een sinterklaasviering bij Stork en herinner me de mail van zijn jongere collega uit die tijd: Arie van Dooren. Terwijl ik een foto aan het zoeken was van de Machinistenschool, ooit door Wim bezocht en afgerond in Zwolle kwam ik op een site terecht waarvan me de taal bekend voorkwam. Bovendien liet hij bekende namen vallen, zowel over de leraren op school: Kip ‘- Oh..’, riep Wim toen al ‘Kippe van Diek’, als ook over schepen waar hij op gevaren had en over Stork. Hier bleek hij net als Wim ook in de Kwaliteitsdienst gewerkt te hebben. Het was even zoeken, want zijn naam bleef beperkt tot een kreet van de conciërge Nieuwenhuize, die door de jongens liefkozend Joepie genoemd werd. Die had blijkbaar een goed geheugen voor namen en gezichten. Als hij te laat kwam riep Joepie nl met een Zwols accent:’ Van Dooren, waagrom zijn wij te laat’? En kreeg meteen een briefje mee voor de directeur.
Toen ik Wim er bij geroepen had kwamen we een foto tegen waar de onze bekende Arie van Dooren op stond met de titel: It’s me. In de tijd bij Stork werkte hij in de Kwaliteitsdienst waar Wim in die laatste jaren een soort opperhoofd was. We herinnerden ons ineens deze site die we doorgestuurd hadden gekregen van Arie.
Hij had gelijk door te zeggen dat Stork voor deze functies in de Kwaliteitsdienst graag WTK’s  aantrok om de inspecteurs van Stoomwezen, Kema, TUV e.d. te begeleiden bij de inspecties in de Ketelmakerij en de Pijpenbuigerij. Deze mensen hadden vaak zelf gevaren en ‘spraken dezelfde taal’. ‘Buiten’ Buis zat zelfs nog in de examencommissie van het Zeevaartonderwijs. Er was nl bij het Stoomwezen nog een Buis. Die deed meer berekeningen en werd de ‘binnen’- Buis genoemd. Wim kon uitstekend met deze ‘buiten’-Buis opschieten en ook privé bleven we contact houden nadat we naar Emmen waren verhuisd. Het bronzen plaatje van die oude Storkketel uit 1906 heeft hij aan deze Buis te danken.
Arie is tegelijk met Wim van baan veranderd in 1983. Terwijl wij met onze drie opgroeiende tieners naar Emmen en Holvrieka vertrokken ging hij met Ria en baby Jorg ook naar het noorden om bij de NAM te gaan werken. Dat doet hij nog steeds. Pas kregen we nog een leuke mail met de vraag of Wim nog interesse had in wat foto’s uit hun Storktijd. Natuurlijk had die dat.
En baby Jorg? ….Die vaart nu als WTK net als zijn vader vroeger.

Foto: =/- 1980: Wim z’n groepje van de Afname bij de Kwaliteitsdienst van de Ketel- en Apparatenbouw-KAB-afd. Pijpenbuigerij Stork maakte overal een feestje van. Hier wordt sinterklaas gevierd.
Piet de Jager als zgn. zwarte Piet en Arie van Dooren met de mijter als sint.

Ik hoorde deze week van vrienden over hun sint viering met de intussen volwassen kinderen. Pa had zich ook op een alternatieve manier als sint uitgedost en dat gaf vreselijk veel lol. Toen hij een jaar later in compleet sint pak aantrad zeiden ze  dat het vorig jaar toch veel leuker was geweest.

.

De Sint Meer lezen »

Truuken

Net as et gedicht ‘Hans Knol ‘dat opa ons veurdroeg veur wi-j in onze hansopjes naor bedde ebrach werden, kennen opa ok het lange soldaotengedicht van ‘Wat za-k mien Truuken schrieven’, kats uut de kop. In 1961 hef e mien dat regel veur regel helemaole langzaam op ezeg zodat ik et op kon schrieven. Disse gedichten ware onderdeel van et vermaak op de Jongelingsvereniging in ‘t begin van de veurige eeuw, meer as 120 jaor elene dus.

Wat za’k toch an mien Truuken schrieven

Ik zat ‘r al een uur of wat,

Te suffen, denken en te wrieven.

Strakjes m’ow weer op ‘et pad

Lopen aover vaste weage

die deur mensen bunt eleg,

Draven dan deur smeer en reagen

Da’j gin boe of bah meer zegt

Za’k noe an mien Truuken schrieven

‘k Heb et onbenullig goed,

Bli-j da’k onder ’t volk kan blieven?

Van zonne leugen kokt mien ’t bloed

Toe ‘k uut huus ging zei miene mooder

Trekt oewen slechten jas noe an,

Die-j neet hoeft weerum te sturen

Da’s oe makkelijk Hendrik Jan.

Maor jaowel daor stao ‘k al 9 dage

Met mienen olden jas.

‘k Heb gin mouwvest nog ekregen

Den mien krek van passé was.

As een bedelaar kan ‘k daor lopen,

Spring ie-j neet dan heb ie-j et neet

A’k verkeerd doo vliegt de knopen

Da-j oe haost gien raod meer weet.

’t Is um tureluurs te wodden

Maor wat za’k daor noe an doene

Onder ’t springen met miene vodden

Springt et vuur mien uut de schoene

Disse jas weerum te sturen

Is onmeundig wisse wal

Maor toch deur mooder met die kuren

Zit ik  in een gek geval.

‘k Begriep mien dat gezanik neet

’t Is in allemans verdreet.

Ik een boerenzönne kan daor lopen

Met dee gekke klungels an

Van op en neer en hort en keer

Maor ten spot van alleman

A’k met de arme stao te zwaaien

Krek zoas dat bi-j ons mot

Zee-j een bos van lompen laaien

Is-t-er wind… zi-j vlaogen vot.

En toch et löp en et wil zo ’t geet

Van draej ie neet zo heb ie neet.

’t Is links om rechts om rechtsomkeert

Da-j haost oew linkerbeen bezeert.

Wat za’k toch an mien Truuken schrieven

Ik wet et neet ’t is vaste waor

Et zo leur al onmeundig grieven

Da-k zon mal figuur slao daor

Doo-k mien veur as een soldaote

Vol courage en verstand

Leugen is wa-k schrief of praote

Leeve tied wat he-k et land

Beste Truuken kon ie-j es wetten

Wa-k hier al beleaven mot

‘k wed ie-j konnen niks meer etten

Mocht ik maor ik leepe vot.

In de riege met ons achten

Köw daor urenlange staon

Draejen, knielen, springen, wachten.

In huus, et neudigste blif ongedaon.

Gisteren stormden wi-j alle achte

Op onze olde plaatse weer

Juust vertrok et spoor; ik dachte

Mocht ik maor mee weer gaon dit keer.

Ik zol eur in de arme vleegen

As een echte wildebras

Ik wed ik zol een smöksken kriegen

Ondanks mien gescheurde jas.

Maor terwiel ik ston te denken

Met een glimlach um mien mond

zag ik plots mien makker zwenken,

Draejen as een tol in ’t rond.

]“Stomme boer, ik zal je leren”,

Klonk et schrikk’lijk in mien oor.

“Mocht je soms wat straf begeren?

‘k Zal er wel voor zorgen hoor”.

Vleuken  van den kwaojen jonge

Dee mien ’t haor te berge staon

‘k wazze  plots verlamd van tonge

’t Had mien völ verdriet edaon.

Laatst stonne wi-j in een rie-j te zwaaien

En de arme as een rad te draaien

En lange Hein, den onverstand

Stond suffend an mien linkerhand

Al draejende slöt e mien um de oren

Da-k mien benul haost had verloren.

Ik raken vinnig uut de tied

En mien politiemutse kwiet.

Et ding lei in een plas te drieven

Ik vissen et rood van kwaadheid op.

Daor geet den korporaal an ’t kieven:

“Hou op”, riep hij, “Jou boerekop.

Wat kan die lamme muts jou schelen?

Weet exerceren is geen spelen.

Links om, rechts om, draai je eens andersom.”

O… a-k toch denk an vrogger dage

Toe ‘k op den broedlachtaovend daor

Den arm um Truuken had eslagen,

Grien ik haost da-s vaste waor.

Dree paar vriendjes en vriendinnen

Zaten fluustrend naost mekaor

Ik mos met vriejen ok beginnen

‘k schamen mien da-s vaste waor!

Op de deale, in een höksken

Zat ik stil bi-j Truuken neer.

‘k Gaf en kreeg zo mennig smuksken

‘k kwam zundagaovend nog es weer.

’t Was zo aordig stil in ’t duuster

’t wodden week mien in ’t gemoed

En bi-j miene leef gesmuuster

Veulen ik warmte weer in ’t bloed.

Och… wat zatte wi-j aordig samen

Op dee tonne met karnemelk.

Ik drukken eur, ik gaf eur mooie namen

Zoiets aoverkump niet elk.

Jao, anies met suuker

Dronken wi-j bei uut ’t zelfde glas.

Better drank werd nooit eschonken

Umdat et zo zuut as honnig was.

’t Is mie-j of ik eur weer heur sprekken:

“Ik heb oe leef mien Hendrik Jan.

Jammer dat ie-j aover zo weinig wekken

Onder diens mot hier vandan.

Maor ie-j bunt er veur coupabel

Altied eaven resonabel

Vlug ter been en flink van taal

Ik wed ie wodt nog korporaal.

Maor ze meug toe ere schenken

Ik vin dit alles meer as goed

As ie-j um Truuken maor blieft denken

En ik wet zeker da-j dat doet”.

Korporaal dat kö-j begriepen

Eer ‘k het zo wied had ebracht.

Volle meer kans um uut te kniepen

’t Geet slechts boaven miene macht.

Letst toen ’t zo onmeundig reagenen

Mosse wi-j in de kazerne hier

Dat gekoeieneer verdragen:

Knielen liggen… een kwartier.

Toen de porporaal op ’t leste

Et sein gaf um weer op te staon

Was dat zo makklijk niet edaon.

‘k was al umtrent buten westen.

Alle butte dejen mien zeer

En miene grote teen mo-j wetten

Den al zo lang had krom ezetten

Was verdoofd al in ’t begin,

Maor noe ha-k de kramp d’r in.

‘k Leet  mien op de planken zakken

‘k dach dat mien de butte brakken.

En toe-k met alle vrees en hoppe

Endelijk oaverende kroppe

Lachten de and’ren lang en luud

Maor den kwaojonge schol mien uut.

O, a-k nog stao te prakkezeren

An den aovend klaor en schoon

En de maan zie exerceren en de sterren zie pareren

An den hemel wonderbaor,

Is ’t vaak of mie-j weer ummegeven

Vriejers, vriejsters bli-j te moe

Die plezierig naoder zweven

En mien strekt de arme toe.

O.. et was zu-k een mooie hemel

Toe-k van Truuken kwam vandan.

’t Is mien veur ogen zon gewemel

Van nog zo: “Mor Hendrik Jan,..

Vin ie-j et huus wel heel allene”,

Vroog mien Truuken o zo zacht.

“Stao noe vaste op de bene.

’t Is zon sterrenklaore nacht.

Za-k maor meegaon, dan mo-j ’t zeggen

Want ik bun niet bange… niks”.

“Wo-j mien dan in bedde leggen Engel”,

Vroog ik,”Nou dat is fiks!”

Zi-j was rood, ik ston te beven

En te siddren op de been

Ik wol mien neet verloren geven

En vervogde:”Ik gao alleen.”

Ik gaf eur nog zon heerlijk smuksken

En nog zon enkel hartelijk druksken

Volle meer a-k zeggen kan.

Maor endlijk zei ze :”Hendrik Jan,

As ie-j mien noe neet lös wilt laoten

Za-k toch anders motten praoten.

Schei toch uut, wat doo-j toch raar.

Ie-j stoot mien de hele mutse deur mekaar”.

Ik gaf eur nog zon heerlijk smuksken

En nog zon lekker hartelijk druksken

En toen was de broedlacht dan veur mi-j

En veur Truuken ok veurbi-j.

En op deze wieze bun’k begonnen

Met mien eerste vriejerie.

‘k Sleppen dan mien muuje bene

Langzaam oaver straot en stene.

‘k kwam gelukkig bi-j ons huus an eland

‘k Mos toen met mien verstand

 nog es bezinnen

Wa-k noe wieter mos beginnen.

En a-k vol spektakel maken

Zol ‘k de oldeluu nog wakker maken.

‘k Kreeg dan wisse een rappelement.

Dat was mien van olds bekend.

Laot ze rusten, dach ik, ik zal

Mien maor schikken in ’t geval.

Ik dee de vensters lös en ’t raam

Schoaf ik op zo zacht a-k konne

En nuumen zuutjes Truukes naam

Veur ik et waogstuk nog begonne

Trok toen kordaat het rechterbeen

D’r op en toen d’r oaverheen.

Ik kwam mien oaver stuule binnenvallen

met een naar gestommel.

Schaven ’t vel mien van de kneene,

‘k was zo niedig as de drommel.

‘k Krop maor gauw met vol gedruus

Oaverende en was in huus.

Ik brach toen tot mekaar mien hande

Um met vuulen en zuuken in bedde te belanden.

En zo stommelen ik lange nog deur

Langs stuule en wanden.

Van hort naar hier en hen en weer

En kon trots al ’t spektakel maken

Toch maor neet in bedde raken.

Maor opens, ik ston haost te karmen

Ha-k de kachel in mien armen.

Ik heel ze krek vaste as Truuken

En bleef mismoedig staon van ’t zuuken.

’t Was een kold en naar gevoel,

Ik zocht met heel een ander doel.

Toen ‘k mien endlijk hellig maken

Lukken ’t mien in bedde te raken.

Ik dreumen al gauw van Truuken weer

En dreumen van eur nog menig keer.

Dat was nog eerst een tied in ’t leaven

Waor i-j oew leaven veur zollen geven.

Vergeliek daor noe es bi-j

‘k Bun gien ogenblik meer vri-j.

Met gestrekte rug en strotten

Lepe wi-j vanmergen daor

Meer as schaopen bi-j mekaor

As een wolf kump an eschotten.

“Links uit de flank, markeer de pas.”

Jao, bokkesprongen völs te kras

Dat kan een boerenmens wel merken

Met stieve butte van ’t werken.

Maor a-k dan denk an vrogger dagen

Toen ‘k op den broedlachtaovend daor

D’n arm um Truuken had eslagen

Grien ik haost, da-s vaste waor.

Maor da-s noe veurbi-j: Ik motte zingen

Noe ‘k mien deur zon kwaojonge laote dwingen.

En dee goeie tied,

Dee tied kump nooit weerumme.

Maor wa-k ok praote, hier mo-k blieven

En ik vuul mien ok heel niet fiks.

Wat za-k toch an mien Truuken schrieven?

Ik wette nog better: ik schrieve niks!

Truuken Meer lezen »

Mien venten

Wim komt uit een familie van uitvinders… . Wim, Piet en Ben zijn de praktische oplossers en Henry meer de theoretische. Moeder van der Kolk was trots op haar handige jongens- mien venten-….vooral op Ben, die zag ze het meest uitvoeren. Maar soms kon ze ineens zeggen: ‘Maor ik heb d’r ene die nog handiger is…. Henry… die löt alles doen’.

Ben kon ’s nachts soms net zo lang liggen puzzelen tot hij de oplossing voor een probleem gevonden heeft. Wim slaapt als hij het bed voelt… meestal dan…! Ben en Wim waren altijd twee handen op één buik. Niet alleen met het bedenken van oplossingen, maar ook met hun goed bedoelde adviezen. Ze weten overal raad op, maar o wee als je dat niet opvolgt. Ze herhalen dat tot in den treure en worden beiden bijzonder mieterig als je het dan nog niet gesnapt hebt. Want dat je hun goede raad niet ter harte neemt omdat je daar toevallig geen zin in hebt komt niet bij ze op. Dan is het pas goed mis! Nies en ik waren er experts in hoe daar mee om te gaan.

Bij Stork en later bij Holvrieka had je meer van die handige mannen natuurlijk. Zo hangt de door Holvrieka mensen gefabriceerde brievenbus nog bij Gerhard en Judith aan de Kuifmees te pronken. De zonneluifel, wel voorzien van nieuw doek eveneens. De boerentuinbank waarvan het onderstel nog bij Stork gemaakt is wordt om de zoveel jaar van wat nieuwe latten voorzien en krijgt een likje verf. Op onze schuur zitten de witte vliegende vogels, symbool voor ons uitvliegend kroost –Holvrieka made- en bij Ben en Niesje sierden ze indertijd hun huis aan de Dorpsweg. We hadden een veiligheidsslot op de dissel van de caravan, twee barbecues, een aantal van die handige priktafeltjes voor in de tuin… inderdaad.. allemaal van roestvrij Holvrieka-staal. De vogels zijn aan het Schoolpad gebleven en verder heeft de rest nu een nieuwe bestemming gevonden.

Aan het Schoolpad hadden we ook een spiltrap, ooit door Willem Dubbelhuis bij Drentea- de voorloper van Holvrieka- gemaakt toen dit huis in 1975 verbouwd werd. Het is niet één van de makkelijkste trappen, maar daar hebben we mee leren leven door handgrepen te plaatsen. En toen het een paar jaar geleden nodig werd kwam de traplift, het bleek een grandioze uitvinding..

Een paar jaar terug begon er ineens een trap trede wat te bewegen. En ja hoor… scheurtjes. Toen riep Wim ‘Handige Dolf’ die dat even kwam lassen. Tja… soms moest hij het ook even laten doen zoals veel de laatste jaren.

Mien venten Meer lezen »

Hattemer duifjes

In het Bakkerij Museum heb ik al eens horen vertellen hoe de naam Hattem ontstaan zou zijn. Het is de 18e eeuwse legende van de duif.
De burgemeester had mooie duiven waarvan er op een dag eentje weg vloog. Hierdoor was de hele stad in consternatie. De stadspoorten werden meteen gesloten zodat de duif niet zou ontsnappen. Maar ja… een duif hè… die vloog er overheen.
Het was een geluk bij een ongeluk. Een oude vrouw die voor de poort stond ving de duif en riep: Hier… ik ‘had ‘em’. En daarom is deze kreet verbasterd en werd het Hattem.
Het zou waar kunnen zijn….
In het Bakkerij Museum worden de Hattemer duifjes verkocht. Ze worden gemaakt van bloem, honing, suiker èn wat verfijnde specerijen. En daarbij nog wat noten en zuidvruchten.
Dat Bakkerij museum is zeker de moeite waard. Voor kinderen is er in vakantietijd en op woensdagmiddag een speciaal programma waarbij er zelf broodjes gebakken mogen worden en wordt er op een leuke manier een speciale voorstelling gegeven.

Wikipedia meldt twee heel andere redenen voor de naam Hattem:
De naam “Hattem” is een typische heemnaam. Wat deze naam echter precies betekent is onduidelijk. Er zijn grofweg twee veronderstellingen. Hattem zou het heem zijn van mensen die eerder tot de stam van de Chattuarii (ook wel Hattuarii of Hatten) behoorden of het heem van mensen wier leider Hatto heette. De laatste veronderstelling is gebaseerd op het feit dat de meer dan de helft van de heemnamen afgeleid is van een persoonsnaam. Waarschijnlijk vinden de Hattemers de laatste veronderstelling de juiste of de leukste, gezien de naam van de voetbalclub Hatto Heim
Hattem wordt omstreeks 800 voor het eerst in de geschiedschrijving genoemd. Hattem kreeg zijn stadsrechten in 1299 van graaf Reinoud I van Gelre en is een Hanze- en vestingstad.

Ik weet niet wie dit leuke beeld van de vrouw met duif gemaakt heeft maar dit staat vast op een prominente plek in Hattem. Misschien weet Tonny het…?

Hattemer duifjes Meer lezen »

Met de VUT

De tijd staat niet stil. Zelf ben ik al bijna 20 jaar klaar met mijn leven voor de klas, Wim was het al 23 jaar van zijn werkzame leven aan boord, de Staalkat, Stork èn Holvrieka… en we hebben er al die jaren van genoten om geen verplichtingen meer te hebben maar uit vrij wil dingen aan te pakken. Maar ook voor Henk zat zijn werk bij de Nijha er 11 jaar geleden op en ging ook hij met de VUT dat toen nog een mogelijkheid was. . En dat heeft ie geweten. We kwamen ervoor vanuit Drenthe.

‘Krieg ie zo dat melkkänneken d’r bie-j op?’ Ik stond klaar om een prachtige kunstwerk vast te leggen. Henk had me hierop gewezen. Zijn voormalig collega en tevens hondenvriend Henk Harkink had het voor hem gemaakt en probeerde ik te fotograferen. Ja.. en zo’n attribuut er achter bederft de boel. De fotograaf spreekt!

Het was een heel spektakel. Toen we aankwamen in Laren dacht ik minstens dat er een bruiloft aan de gang was, zo vol was die zaal, maar nee… het was het afscheidsfeestje van Henk. De zaal zat vol met collega’s, oud-collega’s, vrienden en familie. Zelfs de Duitse vrienden uit het Sauerland waar Henk een paar jaar voor de Nijha gewerkt heeft, waren er, Jürgen en Jutta. Henk woonde toen in een deel van hun huis.
De vriendschap hield toen al 20 jaar stand. Ook de liefde voor voetbal deelden ze. Vooral wanneer Nederland tegen Duitsland moest voetballen werd er nog steeds druk ge sms-t.
De toespraken typeerden Henk uitstekend. Recht door zee en zoals hij vond dat dingen moesten gaan, daar konden ze maar beter naar luisteren. Na 35 jaar Nijha kende hij de kneepjes van het vak om gymzalen, speeltuinen en dergelijke in te richten.
Henk kreeg zijn feestje en hij heeft het verdiend. Natuurlijk deelden Anneke, Yvonne en Monique en de boys in de feestvreugde.

We wisten al dat hij  echt niet in een diep gat zou vallen, want Henk heeft meerdere hobby’s. Alles wat je bij het woord jachthond kunt voorstellen valt hieronder. Het uitzoeken, opvoeden, trainen en fotograferen van bij voorkeur jachthonden in alle soorten en maten hoorde al jaren bij hem. Soms druipend van het water met een eend in de bek, dan weer keurig zittend en naar de baas opkijkend. Hij weet altijd de goede momenten te pakken. Het fotograferen allang niet meer slechts een hobby maar wordt het professioneel aangepakt. Het scheelde bij wedstrijden dat hij zo’n bordje met pers op zijn tenue kon dragen. Zo kon  hij er altijd met z’n neus bovenop staan in de perfecte positie.

En zo was hij pas ook present bij de grote Nimrodproef die wij ook mee mochten maken in Drenthe en ook hier maakte Henk  prachtige foto’s.

Maar ook fotograaf Jeroen was aanwezig en wist een prachtige foto te knippen van Henk, zoals je ziet.

Op Henks FB pagina Fotojacht kun je meer van zijn foto’s bewonderen…

Met de VUT Meer lezen »

Opa’s reis…

Er is in onze familie van de Boskamp oneindig veel bewaard en met de mogelijkheden van deze tijd kun je het ook digitaal verspreiden. Zo kom ik af en toe iets tegen waarbij ik een glimlach niet kan onderdrukken. In 1932 bezocht opa Eggink zijn oudste zoon Herman in Iowa. Hij was er op 21 jarige leeftijd naar toe geëmigreerd. Hij was intussen getrouwd met Nettie van Heuvelen en hun eerste zoon Harold was net een half jaar.  Opa zag zijn kans, was altijd al zijn wens geweest om naar Amerika te gaan, al was het nu alleen op bezoek. Dat bezoek duurde wel van begin mei tot eind september. Het werd een reis per boot en trein vol belevenissen. Intussen was Hendrik Jan 21 en Jan 16 en samen met opoe zorgden zij voor de boerderij. De Nederlandse gemeenschap was hecht in Melvin en ook opa ging graag mee naar de kerk al was het alleen voor het zingen. Werd het te warm dan ging hij niet mee want in alleen een overhemd vond hij niet passend in de kerk. Zijn verblijf daar bleef niet onopgemerkt, te lezen in dit kleine stukje uit een plaatselijke krant die door de Nederlanders daar gelezen werd.

Zoals de meesten weten hield opa een klein dagboekje bij dat na thuiskomst de familie rondging net als de brieven van Herman die ook van de een naar de ander meegegeven werden. De familie Eggink was hecht, ook te merken aan het contact van de Nederlandse familie en de Amerikaanse neven en nichtje Berdena en hun kinderen. Veel van ons zijn er al met open armen ontvangen. Ja, ook Wim en ik in 2012. Alle belevenissen zitten in mijn geheugen gegrift. Ook de familie van opa’s broer Hendrik Eggink van de Jaeger is hecht. Vier van de 10 kinderen zijn ook geëmigreerd en nog steeds wordt er regelmatig een reünie gehouden op de Jaeger met nakomelingen uit Indiana USA, Luxemburg en Nieuw Zeeland.

Opa’s reis… Meer lezen »

Van ’t Helderboom…

‘Ie wet wel.. van ’t Helderboom. Die mensen hadd’n zelf gien kinder, maor as t-r snee lag ging e wel met ’t peerd en de slee een pad maken dat de kinder uut de buurte naor schole kon’n. Henk Braakhekke zit op de praatstoel terwijl hij me prachtige oude foto’s laat zien. Hij weet meer dan ik wat betreft de namen uit Linde. Hij is dan ook met Gerrie Knoef getrouwd die daar dichtbij woonde.
Dit is net zo’n sleetje als vader Hein had. Die deed het net zo. Het was een zelf getimmerde houten slee die bestond uit een soort driehoek. Als je er zelf op zat was het zwaar genoeg om een pad te maken door de sneeuwbulten die vaak door de jachtsneeuw veroorzaakt werden. Toen ik in mijn eerste jaar aan de van Heemstraschool in Hattem weer terug moest vanaf de Boomgaard in Linde lag er op maandagmorgen ook zo’n pak sneeuw waar je met de fiets niet zomaar door kon. Dus pa met paard en slee voorop en zo kon ik naar de trein  in Vorden. Ik leende wel eens een fiets bij tante Hermien en soms haalden ze me met de auto op. Die ochtend was ik  te laat op school in Hattem. Roelie had de tussendeur even open gezet om zo met beide klassen een begin van de dag te maken….Ik bedenk me dat het nu 60 jaar geleden is, de tijd dat ik Wim tegenkwam…Bij alles in mij leven daar na speelde hij een hoofdrol…….
Het Helderboom in Linde wordt nu door nieuwe mensen bewoond die het aardig en origineel hebben gelaten. Vorig jaar stond er een uitgebreid artikel over hen in Landleven. Het is ook een Bed en Breakfast … dus wie de rust in Linde wil zoeken kan natuurlijk naar Camping de Boomgaard gaan, maar het Helderboom is een goed alternatief.

-Mooie foto, is gemaakt in de jaren 60 schat ik, door Henk Braakhekke.

Van ’t Helderboom… Meer lezen »

Zicht op Hattem

Zicht op Hattem vanaf de Geldersedijk 
Door J.H. Wijsmuller (Amsterdam, 1855 – 1925).
Vanuit zijn woonplaats Amsterdam reisde Wijsmuller het hele land door. Steeds opnieuw zocht – en vond – hij mooie plekken om vast te leggen. Dat is goed te zien aan de vele landschappen en dorps- en zeegezichten die hij schilderde. Gedurende meerdere zomers verbleef hij maandenlang in de provincie Gelderland. Zutphen en directe omgeving waren favoriet, maar hij trok ook meer noordwaarts. Hattem was een geliefde bestemming.
Datering: ca. 1900.
Olieverf op doek, 32 x 22 cm.
Bron: nazaten van J.H. Wijsmuller. 

Zicht op Hattem Meer lezen »