Weblog2

Dierbaar

Dit zal een van de eerste foto’s zijn die oom Sjoerd maakte op de Haar. Opoe, met hond, geflankeerd door twee van haar dochters. Coba links en Hermien rechts. Waarschijnlijk zijn Sjoerd en Hermien hier al verloofd.

Nee… ik zou niets kunnen bedenken waar ik erg goed in ben, maar er zijn wel dingen die ik leuk vind en dan kom ik tot het uitsluitsel: aardig.

Ik kan aardig: vertellen, werken met kinderen, bloemstukken maken, schilderen, knutselen, spinnen, weven, wandkleden maken, naaien, schrijven, met de hond spelen en fotograferen. Dat laatste gaat niet alleen om goede foto’s qua kwaliteit maar om het verhaal er achter.

Het scheelt dat ik die kan delen met anderen op mijn website www.hettysite.nl en facebook en als ik zelf het verhaal niet compleet heb zijn er anderen die het voor me aan kunnen vullen. Ik heb aan beide kanten van mijn familie neven en nichten met een goed geheugen. Zo weet Johan Aartsen veel te vertellen over de Bijenhofs. Wim Harwig bezit er weer veel leuke foto’s van. Bij de Egginks is het Joop Groot Nuelend die heel veel materiaal heeft met een verhaal. Bij zijn zus Erna wordt bijna de hele verzameling foto’s en herinneringen bij elkaar gehouden na het overlijden van tante Jo. Ik ben nog steeds heel blij met oom Sjoerd Aartsen die vaak zondags naar de Haar en later de Boomgaard kwam met het gezin. Hij had dan zo’n vierkant zwart boxje bij zich waarmee hij foto’s maakte. ‘Kijk eens naar het vogeltje’, riep hij dan. Nu zijn die foto’s en herinneringen van onschatbare waarde voor me.

En dan is er nog iets dat ik ‘aardig’ kan: luisteren. Ik denk dat je zoiets tijdens je leven leert. Er is niets zo ergerlijk als wanneer iemand iets aan het vertellen is en een ander gaat met zijn eigen belevenis verder. Je moet soms mensen gewoon hun hart kunnen laten luchten en alleen te luisteren en te laten weten dat je meeleeft.

Dierbaar Meer lezen »

Gijs en zijn hagelgeweer…

‘Hebt jullie et ok ezeen in de nieje Landleven’, zei Aly al weer wat jaren geleden  toen we ons verzamelden bij het Dorpshuis in Zuidbarge om naar de orchideeënkwekerij in Erica te gaan. Ja, de dames van onze vrouwengroep Hedera, toen nog Passage, stonden klaar.

‘Der staot een paar aardige verhaaltjes in, in’t Achterhoeks, van Hetty.’ Ik wist niet wat ik hoorde. ‘Verhalen?’, vroeg ik. ‘Jao aover schossteen vaegen en nog wat’. Ineens ging me een lichtje op. Meer dan een jaar geleden vroegen ze om een paar korte verhaaltjes in de streektaal, voor elke maand een paar. Voor de zomer zochten ze er nog een paar. En ik had er wel wat liggen. Allemaal ‘van heuren zeggen’. Zo stuurde ik er een stuk of wat op, maar het enige antwoord dat ik kreeg was dat ze de foto die ik er bij had gestuurd te weinig pixels had. Nou… meer konden we er ook niet van maken… van zo’n oud fotootje van de Voortmans. En nu ineens… Ik had de nieuwe Landleven nog niet eens ingekeken. Nou ja… Het fotootje hebben ze wat klein afgedrukt, maar toch een leuk idee dat jonge Anton nu na 80 jaar in Landleven staat . En verder zullen er vast meer in de familie zijn die het verhaal over de methode van het schoorsteen vegen van Gijs kennen.

Hier komt ie, maar nu het origineel.:

Toen jachtopzichter Gijs van Velthuizen op zijn verzoek in 1942 werd overgeplaatst van Wassenaar naar de Onzalige bossen e.o. ging hij in de kost bij Koos en Heintje van Middelkoop te De Steeg. Zoals te doen gebruikelijk moest op een bepaald moment hoognodig de schoorsteen van de boerderij worden geveegd (geschuumd). Anders loop je immers de kans op schoorsteenbrand! De handige jonge kostganger -Gijs van Velthuizen- wist er wel raad op. Hij gaf Koos in overweging om geen halsbrekende toeren uit te halen met een gammele ladder tegen het rieten dak.” Dat is niet goed voor het dekriet en daarbij levensgevaarlijk”, aldus Gijs. Hij wist wel een techniek om het varkentje snel en doeltreffend te wassen! “En waaruit mag die techniek dan bestaan”, vroeg Koos nieuwsgierig? Gijs was kort van stof en liet vervolgens weten: ”Dat zal je wel zien!” Terstond haalde de jonge jachtopzichter zijn jachtgeweer voor de dag en zette er twee proppen fijne hagel op. Hierna sommeerde hij Koos een emmer bij de hand te houden om de roetaanslag in op te vangen. Vervolgens knielde Gijs onder de schouw en schoot zijn hagelgeweer leeg in de schoorsteen. De loden hagelkorrels caramboleerden zich met geweld een weg door de schoorsteen naar boven. Uiteraard was Koos niet in staat om de massaal neerdalende roetdeeltjes in de emmer op te vangen. Gevolg: dat in no time de keuken zich vulde met één grote zwarte stofwolk. Men kon geen hand voor de ogen zien. Als het Sinterklaastijd was geweest kon Koos zo doorgaan voor Zwarte Piet!!! Heintje, de vrouw van Koos, was hier uiteraard niet blij mee. Het moreel van deze anekdote: Een schot hagel door de schoorsteen jagen blijkt een probaat middel -edoch- Gijs werd nimmer meer gevraagd! 

Ik, Ton Heekelaar oud 67 jaar, kan mij nog goed herinneren wanneer Gijs dit voorval diverse keren gememoreerde.

Nabrander: Wij, bosmensen zijn bij voorkeur houtstokers. Ook toen ik trouwde en bijna 20 jaar, van 1971-1989, de jachtopzichterwoning in de Imbosch aan de Lange Juffer heb bewoond, bleef dat zo. Gevolg: ook regelmatig schoorsteen schumen. Indien Gijs hiervan lucht kreeg volgde steevast de geijkte kwinkslag met glimmende pretoogjes: “Moet ik soms even langs komen met het hagelgeweer!!!

Gijs en zijn hagelgeweer… Meer lezen »

Herinneringen

Toen Gerhard en Robin vorige week een dag flink aan het opruimen waren aan het Schoolpad benoemde Robin het ook al: ‘Jullie verhuizing is ook voor mij afscheid nemen van mijn jeugd hier aan het Schoolpad’.. Hij en Eva waren er geregeld, het leven met ons, de honden, pony’s, schapen, geitjes en kippen is een deel van hun jeugd en vormen herinneringen voor de rest van hun leven. Dus niet alleen voor ons een afscheid maar voor iedereen die de laatste 29 jaar bij ons over de vloer kwam. En zo is het bij iedereen.

Zo ook bij moeder Siet. Oude kindergedichtjes die ik nooit van haar gehoord had, kwamen zomaar te voorschijn. Moeder van der Kolk had er ooit blijkbaar heel wat geleerd, maar wat er verder om haar heen gebeurde… dat was ze zo weer kwijt. Wel apart dat ze haar zoute harinkje niet lust, nee ze heeft nergens zin in.
Dat is wel eens anders geweest. Haar vaste hulp vroeger moest er wel eens om lachen wanneer moeder haar vroeg:”Wo’j ok wel een stukkien keze bi-j de koffie”. Ook een flinke plak leverworst was altijd favoriet. Wat dat betreft had vooral Henry, maar ook Wim, wat van z’n moeder weg. Henry gruwde vroeger van gebak en cake en andere zoetigheden, maar een schoteltje met stukjes kaas en worst sloeg hij nooit af. Rick was die keer ook meegekomen en moeder begon meteen de namen van haar kinderen en aanhang te oefenen, maar bij de kleinkinderen bleef ze steken bij Gerhard, Rick en Mark. Tja… die waren er ook het eerst. Even later gaat ze met Wim al zingend “Er ligt een stadje aan de IJssel “ de lift in als we haar weer naar de mooie vernieuwde ruimte van de dagopvang brengen… en komt er beneden weer uit met: ”Daar moet je Hattemer voor zijn….”
Weer aan de Dorpsweg was Niesje helemaal in haar element en had een heerlijke zuurkoolschotel klaar. We konden weer bijpraten. Wat zou ik dat graag nog eens doen. Ze zaten toen nog midden in de opvang van hun kleindochters, soms wel vier tegelijk. Dat heb je als ze in de buurt blijven wonen. “Oma… mag ik wel bij jou blijven eten”, vroeg Isa vaak, want dan hoefde ze tussen de middag niet op en neer naar huis. De basisschool was immers vlakbij.
Het is net als eerder wanneer Gerard of Paul Sietse om de beurt met een vriendje bij oma van der Kolk mochten blijven eten. En natuurlijk waren ook Catharina, Gera en Arend vaak bij oma te vinden, net als tante Catrien. Moeder had het liefst dat je bij haar kwam. Met recht kon je Dorpsweg 4 toen al ‘De Zoete Inval’ noemen.
En zo ging dat .. l’histoire se repète.

Nu wonen Paul Sietse en Annemarie met hun drie dochters in het vertrouwde familiehuis. Alle drie meisjes zitten al in het Voortgezet Onderwijs. Zo gaan de dierbare herinneringen door.

Herinneringen Meer lezen »

Liefde voor het leven

Een jaar of 20 geleden waren we op vakantie in Groot Brittannië. Was niet zo verwonderlijk want wij hebben iets met dat land. Sinds onze kennismaking met de Engelse Tom en Joan in de jaren 80 ging ons eerste bezoekje naar het Lake District in een van hun geleende caravan. En het bleek liefde voor het leven, zowel voor het land als onze vrienden zelf. Tom is intussen overleden en Joan heeft met haar tweede man Brian de hele wereld rond gereisd met een groot Cruiseschip.. Ook Brian is niet meer en Joan woont nu in een appartement aan de kust van Noord Wales dichtbij haar dochter Lorraine.
Steeds als we de oversteek maken slaan we het Lake District niet over. Maar toen we daar dus ergens omstreeks 2000 terug waren wilde ik het uitzicht op het Derwentwater wel schilderen en had geen verf bij me, maar de caravan lag wel vol met kleurige folders uit al die Tourist Centres die we bezocht hadden. En voor ik er erg in had begon ik te scheuren. Het werd een kleurig geheel en de sfeer werd gevoeld. Toen ik thuis was heb ik met de foto’s die ik niet gebruikt had om in het vakantie boek te plakken genomen om een collage van deze vakantie te maken. Het werd vooral Viv Bellingham met haar demonstratie schapen drijven met haar bordercollies in Moffat in de Borders van Schotland. En nog steeds gebruik ik deze techniek om te illustreren. Nadat het digitaal fotograferen bij ons zijn intrede deed was het gebeurd met de plakboeken en ging het over in een verslagje en een vakantiedoos, een schoenendoos helemaal beplakt met collages van alle gebieden en indrukken die we meegemaakt hebben.
En nu…? Tegenwoordig maak ik hier op de site de verslagen en zet ik de leukste foto’s er bij. Niet meer van Groot Brittannië maar meer van wat dichtbij te zien en te beleven is. Maar wat je eenmaal hebt gezien en meegemaakt vergeet je nooit meer.

Liefde voor het leven Meer lezen »

Voorbij de Blauwbrug

Ik kon me toen  met moeite losrukken van mijn nieuw verworven boek: ‘Voorbij de Blauwbrug‘ van Joosje Lakmaker die het leven van haar grootvader Lakmaker beschrijft en hiermee heel veel vertelt over het leven van de Amsterdamse joodse families. Achter de Blauwbrug lag de joodse wijk waar sommige mensen vroeger niet eens uit kwamen. Ik heb al ontdekt dat deze grootvader Leman Lakmaker Duitse vluchtelingen opving op zolder in de vooroorlogse tijd. Hiermee zou het heel aannemelijk kunnen zijn dat Julius, de Oostenrijkse jongen die de militaire dienst wilde ontvluchten en bij opa en opoe in Barchem een poosje logeerde, in 1938 bij deze familie aangeklopt heeft voor tijdelijk onderdak. Deze Leman Lakmaker had gekapt met de joodse religie wat hem niet in dank afgenomen werd door zijn familie. Hij werd een echte socialist, eerst SDAP en later OSP (onafhankelijke socialistische partij) . Bovendien was hij anti -alcohol èn pacifist, hield van boeken en schrijven, corrigeren en vertalen en werd uiteindelijk uitgever, al ging hij enkele keren failliet. Hij was actief binnen de Wereldbibliotheek en vond het belangrijk dat boeken voor iedereen beschikbaar zouden zijn.
Als dit niet iemand zou zijn die bij opa Egginks ideeën paste, weet ik het niet meer. Opa schreef met veel gelijkgestemden. Ook met de socialist ds Buskes. Maar Julius meldde dat hij daar geen gehoor vond toen hij dat adres bezocht nadat hij uit de Achterhoek kwam.
Het boek van Leman Lakmakers kleindochter Joosje is van historisch belang en als je eenmaal begint te lezen kun je haast niet meer stoppen. Een bijzonder boek. Bijna de hele familie is omgekomen in Auschwitz of Sobibor. Enkelen waaronder zoon Hans, de vader van Joosje, ontsprongen de dans. Hij kon net op tijd onderduiken samen met een leeftijdgenoot in Giethoorn in de Doopsgezinde pastorie. Hij werd na de oorlog arts in Amsterdam en zweeg vooral over zijn verleden. Uiteindelijk pleegde hij in 1991 zelfmoord. “Nu heeft de oorlog hem nog te pakken”, zei een zoon. Door heel veel zoekwerk heeft Joosje het verleden van niet alleen haar eigen familie achterhaald maar ook van de achtergrond van veel joden in Amsterdam, Scheveningen en Antwerpen.

Ik kon die nacht niet slapen, ben opgestaan en heb het laatste stuk van ‘Voorbij de Blauwbrug’ uitgelezen, een meeslepend en ontroerend boek.
Ondanks de totaal verschillende werelden hebben onze grootvaders ook veel gemeen gehad en ik zou graag eens met deze Joosje van gedachten wisselen.

Voorbij de Blauwbrug
het verhaal van mijn joodse grootvader
319 blz.
Uitgegeven door de Wereldbibliotheek Amsterdam
ISBN 978 90 284 2249 0
€19,95

Of ….wie geïnteresseerd is mag het boek ook van me lenen. Het heeft de verhuizing overleefd en is met zorg door Paul Sietse met veel andere boeken in de kast gezet.

Voorbij de Blauwbrug Meer lezen »

Vader Hein

Bij een verhuizing gaat alles nog eens door je handen. De dozen met dia’s had ik al bijna weggegooid, ik kwam er niet meer door. Het werd te veel om mee te kunnen nemen en van veel dia’s heb ik wel een plekje op de pc. Tot Gerhard zei dat dit voor Rick een leuke bezigheid zou zijn om het nog eens door te spitten.. Dus hebben ze nog even een plekje gekregen. Ging net zo met het film materiaal. Na het overlijden van Mark hebben we die eerste Kerst alles nog eens doorgekeken. Filmpjes en dia’s gekeken samen met Rick. Gezellig èn waardevol. Je haalt meteen de mooie herinneringen aan vroegere vakanties op. En nu zit ik ook nog met dozen vol oude foto’s. Wat ik al gescand heb kan weg, maar telkens zie ik toch weer wat leuks.

Zo kwam ik deze foto van Pa tegen aan het eind van zijn leven. Pa was een echte peerdekaerl. Hij sloeg geen premiekeuring over. Ik zie hem nog lopen met zijn paard in witte kleding met het paard aan een touw om hem in draf goed te laten zien. De middag ervoor was hij druk geweest met het oppoetsen van het paard en het invlechten van de manen. Heb er vaak naar gekeken. Paarden waren zijn hobby en daarin vond hij in Ben en Diny medestanders. Ik meen dat ze lang samen een paard hebben gehad. Ben en Diny voor het rijden en pa fokte er elk jaar een veulen bij. Johan is minder van de paarden en wist Joanne nog net tegen te houden om  paard te gaan rijden. De pony die Henk en Johan van pa kregen was toch niet het ware voor ze. Maar zo zie ik die paardenliefde toch in de volgende generaties terugkomen. Wouter is nog altijd een fanatiek ruiter en Ben en Diny’s kleindochter Sascha net zo. En als ik naar de kinderen van Yvonne kijk zie ik dat dat ook paardenmeisjes zijn. Pa zou het prachtig gevonden hebben.

Vader Hein Meer lezen »

26 juni 2023

26 juni 2023–

Vader Hein zou afgelopen zondag 109 geworden zijn als hij nog geleefd had. Op zijn 100e geboortedag zaten wij als kinderen samen bij ons onder de luifel van de caravan op camping De Boomgaard, de boerderij die hij samen met zijn eerste vrouw Hanna Kornegoor in 1938 begon.

Het was nog de tijd van het maaien met de zicht en het melken met de hand. Ik heb op de Boomgaard de combine en de melkmachine zien komen. Zolang ik er woonde, tot mijn 19e, was het een gemengd bedrijf met kippen, varkens, koeien en paarden, een geit en een tijdlang een pony. En natuurlijk een hond en een paar katten om de muizenpopulatie in bedwang te houden.

Het was Juno toen wij in 1950 op de Boomgaard kwamen, een herder die in een ren zat op het erf. Hij mocht er wel eens uit en daarvan heb ik nog steeds de erfenis van een klein litteken naast mijn oog. Het was geen kwaaie maar hij was nog geen kinderen gewend. Het was de waakhond.

Daarna kwam Max en weer later Sacha. Die waren de goedheid zelve. De ren werd intussen niet meer gebruikt voor de hond maar alleen om de kokosmat uit de keuken uit te kloppen. De hond ging gewoon op de deel als die binnen mocht. Niet in huis, ook de katten niet.

We hebben het goed gehad met vader Hein op de Boomgaard en ook nu komen we er graag nu Johan en Joke er wonen. Wel gemakkelijk ook toen onze caravan er stond. Camping De Boomgaard loopt als een tierelier. Velen hebben deze unieke plek al gevonden, maar wij waren de eerste kampeerders. Onze caravan stond beschut achter het kippenhok en we douchten na het melken in de melkstal met lekker warm en kalkvrij water. Ik denk nu wel eens: wat zou pa hiervan gevonden hebben als hij het zou zien? Geen echt boerenbedrijf meer zoals het was maar een bedrijf helemaal van deze tijd. Ik denk dat hij trots op zijn nazaten is in deze veranderende wereld.

26 juni 2023 Meer lezen »

Zö-w es gek doen…?

Ons leven kun je verdelen in periodes. Onze tijd in Hengelo was de fijnste in mijn leven. Denk er graag aan terug. Toen we, nu jaren terug nog een dagje vrij reizen hadden van de NS moest het gebeuren. Die avond stelde ik Wim voor:”Zö-w es gek doen… wi-j pakt gewoon de trein en zie-w wel waor a’w terechte komt.” Wim vond het best.

De volgende morgen werden mijn plannen wat duidelijker. “Zölle wie-j es naor Deventer gaon en dan naor Zutphen, belle wie-j efkes Ben en Diny of ze ok komt koffie drinken ergens. En dan könne wie-j wel  deur naor Hengelo… ie-j wollen altied nog es naor et Stork Museum.” Een schot in de roos.
En zo gebeurde het. Alleen… Deventer lokte niet erg toen de trein er binnen reed. Maar Zutphen wèl. Jammer Ben en Diny bleken onbereikbaar, dan maar samen een rondje stad. We streken neer in Het Volkshuis. Toen mama en Diny hier vroeger naar de markt gingen kwamen ze hier ook wel voor een kopje koffie, eigenlijk moest mama altijd naar de wc en dronken ze daar gezellig wat. Ach wat een nostalgie om zo je oude stad nog eens door te lopen, die ik vijf jaar lang doorkruist heb, Talamini, de IJsselkade en de patatzaak die ik met de ogen dicht kon vinden en waar wat later Diny en mama met mij de bruidsjurk uitgezocht hebben.
Toen zagen we een soort vlag bij de oude Broederen kerk hangen, de kerk waar vroeger vaak een kerst- of paasbijeenkomst van het Baudartius gehouden werd. Het bleek Zutphense Schatten in het toen genaamd ‘Zutphens Stedelijk Museum’ te herbergen. En dat mòest gewoon bekeken worden. Prachtige dingen waren er te zien, allemaal hebben ze te maken met de geschiedenis van Zutphen. Warempel zagen we een oud schilderij met Berend van Hackfort en één met de bekende dichter ACW Staring, waar ik al eens over schreef. Ik mocht jammer genoeg geen foto’s maken en ik ben nu eenmaal een gehoorzaam kind. De expositie van de schilder en voormalig leraar aan o.a. het Baudartius Jan Bos vond ik prachtig. Het is een overzicht van zijn werk uit de Zutphense tijd. Hij heeft aardig rondgefietst. De aquarel van de dikke boom bij Huize Den Bramel deed me griezelen terwijl ik weer dacht aan de spoken die daar rond zouden dwalen. Maar dan is het tijd om op te stappen als we tenminste het Stork Museum ‘het Heim’ nog willen zien. Het Heim is een Twents Museum over de industriële ontwikkeling van deze streek en is gevestigd in de voormalige Wilhelminaschool, de Storkschool waar veel jongens hun opleiding kregen voor ze bij Stork aan de slag konden. We keken er onze ogen uit. Er zijn een heel stel vrijwilligers die groepen rondleiden. Bertus, onze oud- buurman is er één van. Alleen niet die dag.
De scheepsmotoren trokken Wim natuurlijk het meest. Hij zette ze stuk voor stuk even aan om naar hun geluid te luisteren. “Met deze heb ik gewerkt”, zei hij af en toe. Wil je weten hoe een oude telefooncentrale werkt? Moet je daar gaan kijken en ervaren, want je mag alles uitproberen. Er liep een stel drukke jongetjes rond met een gids en twee juffen en ik besefte dat ik blij ben dat die tijd voorbij is. Toen we uiteindelijk helemaal boven kwamen was er nog veel meer om uit te proberen: een techno- workshop. We zouden er later ook met Robin en ook Eva heen gaan. Ze waren toen een jaar of 13 en die vermaakten zich er uitstekend.
Het was een mooi slot van de dag. Stork is toch een stuk van ons leven. Van 1968 tot 1983 werkte Wim hier met veel plezier. Hij specialiseerde zich als kwaliteitsman.
“Hier was de gieterij, daar de ketelmakerij en daar de pijpenbuigerij waar ik zolang gewerkt heb”, meldde Wim. Ja ja.. ik wist het ook nog wel. Bij de Pijpenbuigerij vonden ze dat er te weinig rekening met hen gehouden werd: ‘Wie-j zit hier an de achterste titte van ’t varken”, zeiden ze wel eens.
Aan de overkant zag je nog een voormalig stuk fabriek van Stork. Er is een nieuwe bestemming voor: parkeerplaats. Maar als herinnering aan glorieuzer tijden toen Stork Hengelo meer dan 5000 werknemers telde, bleef het karkas staan.
In de verte zagen we nog de toren van de RK kerk in het centrum van Hengelo.

Zö-w es gek doen…? Meer lezen »

Opa uut Barchem

Opa uut Barchem was hij voor ons. Hij schreef graag… met theologen, politici en met iedereen die hij iets zeggen wilde. Vaak werden zijn opmerkingen geplaatst in het Deventer Dagblad, maar deze ontboezeming vonden we tussen zijn brieven aan ons gericht en aan iedereen die interesse heeft.

Er kwam eens een Jehova’s getuige aan de deur en wilde daar haar lesje opzeggen. Maar ik zei: ”Kom d’r maar in en ga maar naast mij op de divan zitten.” Dat deed zij. Ik zeg: ”Laat dat bijbeltje maar dicht en laten wij maar eens gewoon met elkaar praten. Goed ik zeg: ”Ik moet van uw rommel niks hebben, maar dat jullie pertinent tegen het geweld zijn is een teken aan de wand voor alle kerken.”. Ze liet mij nogal praten, maar scherpzinnig als ze was zegt ze: ”Ik merk wel dat u spiritist bent en daar houdt u zich aan vast.” Ik zeg: ”Nee, daar houd ik mij niet aan vast, ook aan – God – niet.” Ze deed of ze schrok. Ik zeg: ”Kijk nu eens kind, – God – is geen paal waaraan je je vast moet houden, maar een afgrond en om je nu onderweg je aan elke rotspunt of struik vast te houden is niets dan tijdverlies.” En ze liet me waarachtig maar praten. Ik vertelde haar hoe ik eens in grote angst tot – God – heb gezegd en gemeend ook: ”Ik stel mij tot Uw beschikking.” En dat toen ineens alle angst van mij afviel. Er kwam toen zo’n diepe kalme vrede over mij, dat ik niets kon zeggen dan: ”O, mijn Vader.”
De hele natuur leek mij één gewijde Godstempel. Die toestand duurde een kwartier en toen was alles weer gewoon, maar ik was een grote ervaring rijker. Dat is nu denk ik 40 jaar geleden of nog meer. Maar sindsdien staat – God – niet meer tegenover mij, maar naast mij. Gewoon vergiffenis vragen is er niet bij. Ik kan ’s avonds in bed wel eens tot mijn God zeggen: ”Ik weet zelf niet wat er vandaag goed of slecht was. Je moet mij maar straffen en zegenen naar uw goeddunken.” Zo staat alles nog in het teken van overgave.
En zij kon luisteren. Kwam nog een keer vanuit Lochem. Toen werd ze overgeplaatst naar Zutphen. Nog twee maal kwam ze op de motor met haar broer bij ons. Ogenschijnlijk hield ze zich nog vast aan wat ze geleerd had. Maar waarom kwam ze dan altijd maar weer? Ds. Buskes heeft een andere weg tot – God – ingeslagen. Doch ik moet maar handelen naar mijn eigen inzichten. Schijnbaar laat – God – mij maar prakkiseren, Hij wil blijkbaar geen robotten.
Maar ik ben nog lang geen heilige, net zo min als vroeger. heb in mijn leven heel wat bokken geschoten maar dat hindert mij niets. Ik heb daar juist veel van geleerd, mijn zgn. successen hebben mij nooit iets geleerd. Maar ik heb op mijn manier God gevonden. Waar ik straks zal terecht komen weet ik best, ik kom tussen de mensen die in hetzelfde geestelijke hebben bereikt als ik. En zo gaat het alle mensen. Voor allen staat de weg naar boven open. Ik was ’s nachts eens bij Hendrik Jan. Ik zeg: ‘Jongen hoe gaat het met je?’ ‘Goed vader’, zegt hij, en dan prakkiseert hij even en zegt: ‘Het is haast net als vroeger.’ Ik zeg: ‘Waar is Dina?’ ‘Die is verder’, zegt hij. ‘Ze heeft me al eens meegenomen, maar daar voel ik me nog niet thuis, hier wel.’
Tussen de vrouw en mij is nu alles goed, het hele verleden is van weerskanten nu weggevallen.
Briefje vol, mijn groeten. Geen zorgen maken, alles wordt goed, vader.

Foto: Hendrik Jan met zijn zus Dina.

Opa uut Barchem Meer lezen »

Hilbrandt Boschma

Zo af en toe krijg ik aardige mail over iets dat ik in het verleden schreef. Zo ook over opa’s vriend Hilbrandt Boschma, evangelist in Ruurlo. Nu is iemand alles bij elkaar aan het zoeken over deze toch bijzondere man en kwam ook op mijn website. Deze Kay vroeg zich af of ik nog meer over hem wist. Ik wees hem op een brief die Boschma schreef na het plotseling overlijden van Dina, die geschept was door een slingerende aanhanger terwijl ze met Hendrik Jan op weg was naar haar nieuwe werkgever in Baarn. Ik vond deze brief terug. In 1938 woonden ze nog in Ruurlo en hebben hierna altijd contact gehouden met de familie van de Boskamp. Toch de moeite waard om te lezen.

Ik dacht eigenlijk dat ik alle materiaal over onze tante Dina wel gehad zou hebben. Nu komt Joop toch nog met een brief van opa’s vriend en evangelist Boschma die in Ruurlo stond in die tijd. De meeste van de Egginks zijn bij hem op catechisatie geweest en hadden een goed band met hem. Toen vader Hendrik Jan met mama trouwde in september 1942 zijn ze op hun huwelijksreis nog bij hen blijven logeren in Hilversum waar ze toen woonden. Deze brief schreef hij na het bezoek dat opa aan hem bracht na het overlijden van Dina. Waarschijnlijk heeft hij hem iets van Dina gebracht—misschien haar spaarpotje?

Ruurlo, 5 mei 1938

Lieve vrienden,

Het is me moeilijk gevallen U na uw vertrek dadelijk te schrijven. Mijn hart was zo ontroerd, dat ik me eenvoudig niet tot schrijven kon zetten en liever, onder het overdenken van wat ge namens onze lieve Dien hebt achtergelaten, aan het schreien was gegaan.

Hoe wonderlijk, lieve vrienden, is toch het leven, en wat liggen de dingen uit de toekomst reeds hier, al is het als in nevelen om ons heen!
Toen onze zalige lieveling de laatste avond bij ons was zaten we, na enige tijd gepraat te hebben, wat stil bij elkaar. Ze mocht dat zo graag doen, want de woorden kwamen bij haar niet in een wilde stroom, maar welden uit haar op gelijk een bron, waarvan we in het evangelie lezen dat ze alleen dan in beroering kwam, als een engel daarin afdaalde.
In één van die stille ogenblikken nu, toen ze me had gesproken over haar reisplan en we beiden een beetje bedrukt waren, omdat we in de wereld zo weinig uitzicht voor haar zagen*, was het alsof de gedachte van haar ziel tot mijn ziel overkwam.
“En ik benoem jou tot mijn erfgenaam”!
En ge kunt begrijpen welke gedachte er dadelijk daarop in mij oprees.
“Mal kind”, dacht ik bij mezelf, hoe kan je nu zoiets in je hoofd halen. Jij bent nog zo jong en ik ben al oud! Het was beter dat ik plannen maakte om jou tot mijn erfgenaam te benoemen”
En zo ging die gedachte dus weer met bliksemsnelheid door mijn hoofd, gelijk zoveel ijdele gedachten, die door onze ziel fladderen!
Maar zie nu, dat het geen ijdele gedachte geweest is. Zo lagen dus toekomstige dingen alle reeds om ons heen.
Wat zal ze er nu een vrede mee hebben, in te zien, dat ze alles wel geweten heeft, gelijk onze Heer, die wist, “dat de Schriften vervuld moesten worden”.
Ik zegen haar lieve nagedachtenis, die als een engel door mijn leven is gegaan.
Ik weet haast niet wat ik met het geld doen moet; het is me bijna te heilig om het aan te raken. En toch is het me een beeld van rijkdom, die ze in mijn leven gebracht heeft.
Met hartelijkste groeten, uw

Hilbrandt Boschma

* Dit slaat waarschijnlijk op het feit dat de rechterarm van Dina niet goed ontwikkeld was door? een bacterie? Nu zouden we het misschien dystrofie noemen? Tante Jo vertelde me ooit dat ze ook zoiets aan haar been had gekregen en dat opa er uiteindelijk iets ingegoten had… jodium of nog iets anders en dat het toen genezen was.

Foto: September 1942 Hendrik Jan en Coba op huwelijksreis waarbij ze o.a. Hilbrandt Boschma en zijn vrouw bezochten in Hilversum waar de familie toen woonde.

Hilbrandt Boschma Meer lezen »