Weblog2

Happy New Year from Australia

Ruud, onze neef uit Australië, schrijft ons als familie voor de Kerst en Oud en Nieuw. Hij maakt zich zorgen om moeder Josien en de andere oudjes in de familie hier.
Bij hem in Victoria was het virus al 50 dagen weg tot een paar dagen geleden. Toen kwam iemand terug uit Sydney en hup, het was er weer en zitten ze weer in isolatie en mogen de mensen niet meer bij elkaar op bezoek met Kerst. Strenge regels helpen ze het virus uit te bannen.
Hij zou wel meer willen schrijven over het corona virus, en wat Rutte had moeten doen of niet gedaan heeft. Maar dat helpt jullie niet, schrijft hij
Het is in Victoria hoog zomer, temperaturen van boven de 40 graden en daarna weer snel afgezakt waardoor vooral de kalveren longproblemen krijgen en weer antibiotica nodig hebben. De koeien zijn happy, maar de boer, ik dus, niet, zo schrijft Ruud. De melkproductie valt tegen maar de oogsten doen het goed in Victoria, maar die boeren hebben juist geen vee meer.
De laatste maanden was het hard werken en is hij afgevallen, maar Josien hoeft zich geen zorgen te maken want eten doet hij goed. Als hij met zijn volle kar de supermarkt uitrijdt ontlokt dat bij anderen: ‘When is the party?’
De loonwerkers kregen door de zware regenval tussendoor de buizen voor het water niet voor de Kerst in de grond. Er moet geploegd, gelaserd, gegraven en gelegd voor de 3km waterbuizen in de grond zitten.
En dan worden de afrasteringen vernieuwd er zitten nog oude in van 1900. Zijn veel geld waard maar hij schonk ze voor de Kerst aan buurvrouw Wendy die was er dolblij mee.
Ook gaat Ruud altijd voor de Kerst naar de kapper en hoopt dan op kapster ‘Dolly Parton’, maar jammer voor hem, het was dit keer Frankie.
Ruud heeft zelf heb een goed gevoel voor 2021. Er zijn dingen uit 2020 die hem bij zullen blijven.
Dat is de enorme graanoogst bij de Australische boeren, na die enorme droogte en bosbranden. De prijzen van het vee zijn heel hoog. Iedereen heeft gras ,maar geen vee..
Ruud besluit met een foto van het schaap van de family. Zo grappig, ze loopt als laatste door de melkstal. De ochtendzon zorgt ervoor dat de foto niet erg scherp is.

En dan wenst hij de hele familie een Happy New Year.

Happy New Year from Australia Meer lezen »

In de kost…

De jongeren in deze tijd kennen dit niet meer: in de kost. Maar als je vroeger buiten je eigen woonplaats een baan had was het vaak zo dat je in de kost ging. Je zocht een kamer en daarbij kon je mee eten en als het van beide kanten klikte had je het ook nog heel gezellig.
Voor mij werd er in het kerkblad in Hattem een advertentie gezet: onderwijzeres aan de van Heemstraschool zoekt per 1 september een kamer. Zo kwam ik bij mevr. Sobering terecht, inderdaad Berkenlaan 27, en heb er een hele gezellige tijd gehad. Sietse en Dineke woonden nog thuis. Ik kreeg een nette kamer met een wastafel en kon ook de badkamer gebruiken waar nog zo’n ouderwets lavet in zat. Het was voor mij een ideale overgang van mijn eigen thuis in Vorden op de Boomgaard, waar ik kamer en zelfs het bed deelde met mijn zusje, naar straks een eigen kamer met gebruik van keuken. Mevr. Sobering sprak keurig Nederlands maar er was één woord dat nieuw voor me was. Als Dineke het ergens niet mee eens was en vroeg: ‘Waarom mag ik niet…’, dan was het vaste antwoord van moeder Sobering: ’Omtoch’ en dat kende ik nog niet.
Voor de eerste sinterklaas die ik meevierde door lootjes te trekken kwam er met de post nog een pakje voor mij van thuis en dat werd bij de mand met verrassingen in gedaan. Er was grote consternatie toen ik het uitpakte en er een lichtblauwe onderbroek met lange pijpjes tevoorschijn kwam. Mijn moeder was altijd bang dat ik kou zou vatten.
Zoals de ouderen onder ons nog weten was het een berekoude winter van 1962-’63. Zo koud dat er een 11 stedentocht verreden is en de bussen niet meer reden vanwege de gladheid.
Ik wilde het weekend voor de vakantie wel naar huis en mocht daarom met dhr en mevr. Aartsen meerijden in een taxi naar het station in Zwolle. De treinen reden gelukkig wel.
Maar om na het weekend weer op tijd op school in Hattem te komen was me wat. Het had die nacht vreselijk gesneeuwd en pa moest eerst met de sneeuwploeg met paard de weg vrijmaken. Dat waren nog eens tijden. Die ochtend kwam ik te laat en het werd me vergeven. De deur tussen de beide klassen werd open gedaan en juf Roelie Stapel zal daar de Bijbelvertelling wel gedaan hebben voor beide klassen. Daarna ging ik liever op zondagavond weer richting Hattem.
Kort daarop maakte ik voor het eerst de rapporten voor de kinderen van klas 2 en zat hier op school aan te werken. Dat was de keer dat Wim, die studieverlof had, door de gangen liep en voor het eerst een praatje kwam maken. Hij hielp zijn oom Anton die conciërge was door ’s avonds de school te controleren. Hij woonde ook precies naast de school en stond ‘s middags te kijken hoe wij als collega’s na schooltijd eens per week gingen volleyballen. Vaak werd hij gewenkt want we kwamen meestal iemand te kort. Tja… zo begint er iets….

In de kost… Meer lezen »

De zoete inval

Bij moeder Siet aan de Dorpsweg was het een zoete inval. Alle vrienden en vriendinnen van de jongens waren er welkom. Zo werden mij in het begin al de kneepjes van het kaartspel boerenbridge bijgebracht. Ik won meteen omdat ik alles anders deed dan wat mijn medespelers verwachtten.
In onze verkeringstijd was Wim regelmatig op zee voor zijn werk als scheepswerktuigkundige. Gelukkig niet zo lang als vroeger, toen was hij wel eens een half jaar weg en lag moeder Siet bij storm wakker terwijl Wim ergens in de Indische Oceaan dobberde en naar een stralende sterrenhemel keek. Nu was het telkens 8 weken en werkte hij op een van de boten van de Nederlandse Stoomboot Mij die op West Afrika voer. Ik had een lijstje met namen van havens langs die Westkust en zorgde dat er in elke haven een brief van me was. Was er iets heel belangrijks aan de hand dan kon je nog een telex laten sturen.
In die paar jaren ontfermden de broers van der Kolk zich wat over mij en namen me wel eens mee uit naar een film in Zwolle. Zo offerden Henry met zijn vrienden Hans de Bruin, Jan Neuteboom en Bert Nawijn zich wel eens op, altijd heel gezellig. Zo ook een keer naar de film ‘The bridge over the River Quai’, een oorlogsfilm. Het werd mij snel duidelijk dat alle jongens daar gek op waren. Maar ik stond doodsangsten uit en kneep degene die naast me zat de armen blauw, maar broer Ben die dat toen was relativeerde dat op zijn eigen wijze. Op een keer toen een van de hoofdrolspeelsters al aan het begin van die film heel dramatisch aan haar eind kwam en ik het van ellende niet meer had, zei Ben zachtjes en heel droog: ’Dee hef et weer gauw verdiend’ waarop ik spontaan een lachbui kreeg. Dat werd me door de bezoekers om me heen, die helemaal in het verhaal opgingen, niet in dank afgenomen.
Met Wims moeder ging ik naar de Sound of music wat me toch qua inhoud beter leek.
En was Wim weer eens thuis was er altijd wel een film op zaterdagmiddag die ons beiden wel aanstond.
Wim reed ook motor, een DKW 125. Die had hij aangeschaft om mee naar een vervolgcursus te gaan in Apeldoorn. Daarvan waren er slechts twee in Hattem. Zag een agent er eentje rijden dan wist hij ogenblikkelijk of de goede berijder er wel op zat. In die tijd moest er op zaterdagavond vaak het briefje met de psalmen en gezangen bij ds Nawijn opgehaald worden. Wim zat op zee en Henry zou even gaan, op de fiets dacht moeder Siet, maar hij kon de verleiding niet weerstaan en nam de motor. Tja… hij werd gesnapt en kreeg 40 gulden boete.
Ik heb veel aan de broers en hun vrienden gehad in de tijd dat Wim voer en toen we getrouwd waren en bij juffr. van der Meulen aan de Eijerdijk introkken kwamen ze vaak nog even buurten.
Henry en Jan Neuteboom bleven in Hattem wonen en de gezinnen zijn altijd bevriend gebleven.

De zoete inval Meer lezen »

Ingelijfd

Albert en Roelie werden eigenlijk meteen ingelijfd bij de familie van der Kolk. Zus Dineke trouwde ook nog met neef Bert van der Kolk. Albert en Roelie waren bij alle hoogtijdagen van de familie present. Toen Wim en ik trouwden en bij juffr. van der Meulen aan de Eijerdijk gingen wonen hielp hij Wim met het renoveren van het kleine keukentje, eigenlijk een doorloop naar de tuin.
De eerste morgen na onze huwelijksdag kwam Albert al vroeg met een oud VW busje de cadeaus nabrengen en toen Wim nadat hij kon stoppen met varen en een baan bij Staalkat in Aalten kreeg en wij gingen verhuizen, vroeg Albert of hij de vloerbedekking mocht leggen. Het werk in Papierfabriek Cramer had hij ingeruild voor een baan bij een bedrijf in vloerbedekking.
‘Albert… Aalten ligt in de Achterhoek, is een end weg’, zei ik nog. Maar Dat maakte niks uit, vond Albert. En zo kwam hij op een avond de maten opnemen.. in Aalten. Ik stond hem op te wachten en een vermoeide en verbaasde Albert stapte uit.
’Man man, wat een ende vot…’.
‘Dat zei ik toch Albert”.
‘Jawel, maor ik dache dat die Achterhoek ergens achter Oeken lag’. Ja dat ligt het ook natuurlijk maar wel een heel eind achter Oeken. De vloerbedekking kwam er keurig in net als bij de rest van de familie van der Kolk als er vloerbedekking gelegd moest worden. De volgende stap in zijn werkzame leven was Meubelboulevard Eijerkamp in Zutphen waar hij al snel promotie maakte want een echte verkoper was hij wel. Tegenwoordig woont hij zelf in de Achterhoek, in Borculo op een steenworp van Aalten.

Foto: Ons huis in Aalten

Ingelijfd Meer lezen »

Op het bovenhuis…

Toen Wim slaagde voor zijn examen werktuigkundige kreeg hij van opa de Bruin een horloge. Dat was me wat. Ook de andere drie konden er geen genoeg van krijgen. Om de beurt mochten ze het horloge wel even om. Vooral Ben kon er moeilijk weer afstand van doen. Het was me ook een stelletje muiters.
Op een gegeven moment toen Ben met het horloge om de pudding pan uit mocht schrapen moest het even gebeuren. ‘Ben, hoe late is et?’ Ogenblikkelijk draaide Ben zijn pols in de kijkstand en daar gingen de restjes pudding, zo over hem heen. Moeder Siet kon wel wat hebben maar of ze ook mee gelachen heeft betwijfel ik.
Het zal me wel wat geweest zijn met 4 jongens en een opa op dat bovenhuis. Toen bleek dat opa na het overlijden van opoe en de verhuizing van het gezin van zijn jongste zoon naar Nunspeet, het liefst bij Siet en Gerard zou willen wonen had Siet haar bedenkingen over dit plan en hun krappe bovenhuis. Maar vader Gerard hakte de knoop door:’Waor d’r zes kunt wonen könt d’r ok zeuven wonen’, besloot hij de discussie. En zo gebeurde het. Verder ken ik alleen maar positieve verhalen. Nou ja.. het behang krulde wel eens los van de muur vanwege de bijna hooibroei van buurman van ’t Land die er tegenaan woonde. Als ze bij buurman naar binnen gingen door de grote achterdeur stond er een bezem klaar die je omhoog moest houden voor de haan die de aanval in zette vanaf de hanenbalken. De boeren woonden in die tijd allemaal binnen de stadsmuren. Pas in het voorjaar ging vooral het jongvee naar Homoet, de uiterwaarden bij de IJssel. De schoolkinderen kregen er zelfs een dag vrij voor om dat spektakel mee te kunnen maken.
De rookstoel die later ook aan de Dorpsweg stond was van vader Gerard en als hij tussen de middag even in die stoel zat moesten ze er niet tegen aan stoten want dan kromp hij ineen van de pijn veroorzaakt door de jicht waardoor hij uiteindelijk vanwege complicaties zo vroeg zou overlijden. En dan heb ik het nog niet over het beroemde balkon waar Piet met de bezemsteel in de handen liep te balanceren en waar Wim en Piet om de beurt Ben lieten hangen. Kijken wie dat het langst vol kon houden.
Het kamertje waar Wim sliep werd afgestaan aan opa en ik denk dat het viertal daarna net als later aan de Dorpsweg in twee tweepersoons bedden op één kamer zou slapen.
Ik vermoed dat opa er nog niet was toen ze op zondagmorgen de Harmonie naspeelden. Wim met vaders trompet, Piet met de stofzuigerslang om zijn nek, Henry met twee pannendeksels en Ben voorop met bezem en dweil er overheen als vaandel. Ik vroeg Wim wel eens: ‘Werden die ouders van je dan niet wakker?’ Nee, dat wist ie niet… maar ze kwamen er in elk geval niet voor uit bed. Vader Gerard was doof en moeder Siet liet het gebeuren.
Of ze gingen zgn. duiken in het zwembad. Hierbij sprongen ze vanaf de linnenkast zo op het bed. Toen ze het eens met z’n tweeën probeerden zakten ze er met een klap doorheen en hebben ze zelf met kunst en vliegwerk de boel weer enigszins hersteld. Nee, Siet en Gerard zaten met dit stel niet zonder. Altijd leven in de brouwerij. En zo hoort het met vier jongens….

Op het bovenhuis… Meer lezen »

Hattem en het Rode Kruis…

In 1963 ging ik het huis uit en begon mijn loopbaan in het onderwijs aan de van Heemstraschool in Hattem. Al was ik vast van plan om maar eens in de maand het weekend naar huis te gaan, dat viel vies tegen. Ik had wel geen heimwee, maar wat was er voor mij in het weekend te doen? Ik stond daarom het eerste jaar gewoon om kwart over 4 bij de bushalte om met bus en trein naar huis te reizen.
Toch raakte ik gauw ingeburgerd, ook al omdat ik leuke collega’s had en de eerste tijd in de kost was bij mevrouw Sobering. Dat gaf veel gezelligheid. Ik maakte de bruiloft van dochter Tiny mee en vierde met hen sinterklaas. Met Sietse ging ik ook naar de wekelijkse trainingsavond van het Rode Kruis. Dokter Sypkens Smit leidde de avond en ik heb er heel wat geleerd. Op een avond was er een onverwachte training. Er was een ontploffing geweest bij de papierfabriek en wij moesten laten zien hoe we de gewonden veilig konden verzorgen. In het pikkedonker kwamen we bij een kanaal waar we met een bootje naar de fabriek aan de overkant moesten roeien. In tweetallen gingen we daarna op zoek naar de gewonden. Sietse en ik waren bij elkaar ingedeeld en al gauw zagen we een kermende man op de grond liggen. De wond werd provisorisch aangegeven op een briefje dat op zijn broek gespeld was met de tekst: gescheurde balzak. Daar sta je dan met je goede gedrag. Sietse was snel in het bedenken van een oplossing:’Wi-j doet em gewoon een luier veur’, ik die nog nooit een volwassen balzak had aanschouwd. En dat gebeurde. De arme man onderging lijdzaam onze handelingen.
Korte tijd later kwam Albert weer thuis wonen, de jongere broer van Sietse. Was Sietse een van het serieuze soort, Albert was meer van de onverwachte dingen. Bracht me ’s avonds een kroketje. Hij werkte na zijn diensttijd ook een tijdje in Kramers papierfabriek en zo kwam het dat deze herinneringen bij het zien van de film over de papierfabriek zomaar tevoorschijn kwamen.

Wim en Robin bij de pomp in Hattem. Je moet je kleinzoon toch wel laten zien waar de roots van de familie van der Kolk liggen?

Hattem en het Rode Kruis… Meer lezen »

Opa de Bruin

Op de Fb pagina van Oud Hattem stond gisteren een filmpje van de Berghuizer papierfabriek in Wapenveld, later bekend als Kramers papierfabriek. Mijn gedachten gingen meteen naar Wims opa Piet de Bruin die er, na zijn huwelijk in 1913 met Berendina Eilander, ging werken. Op de huwelijksakte stond nog dat hij botermaker van beroep was. Dat was hij ook in Zoetermeer waar hij geboren en getogen is en waar hij zijn Dientje tegenkwam als hij zuivel kwam brengen bij het rijke huis waar ze in de huishouding werkte. Je moet wat overhebben voor je geliefde en zo trouwden ze in Heerde en gingen wonen in Wapenveld waar de bruid opgroeide. Opa de Bruin woonde de laatste jaren van zijn leven bij zijn oudste dochter Siet en haar gezin eerst nog op een bovenhuis in Hattem. Opa de Bruin was, hoewel klein van stuk, een imposante man. Zo beschreef neef Henk hem die als kleuter achter op de fiets mee mocht met zijn oom Gerard van der Kolk naar diens verkering Sietje in Wapenveld. Hij kreeg er hete thee en een koekje, zo wist hij nog. Van deze opa Piet de Bruin werd verteld dat hij in zijn goede jaren niet één papierrol onder zijn arm kon optillen maar zelfs twee.
Eenmaal in Hattem herinnerde zich menigeen deze statige man met zijn spierwitte snor die nog even wat rechterop ging lopen als hij de kerk binnenkwam. Elke week ging hij naar de barbier voor een scheerbeurt en een borreltje, tot hij Wim op z’n verjaardag een scheerapparaat gaf. Wim mocht hem daarna elke week scheren en kreeg er een stuiver voor. Als hij dan een stuiver uit zijn portemonnee pakte bekeek hij die eerst en vaak zei hij dan: ’Nee joh.. die is nog te mooi’ en ruilde hem om voor een minder glimmend exemplaar. Toen hij echt oud was verdwaalde hij eens in het bos en raakte wat in de war. Daarna wilde dochter Siet hem vaak om half 10 naar bed hebben. Daar was dan geen sprake van. Maar als Wim hem vroeg: ’Opa wat dach ie d’r van?’, zei opa steevast met de klankkleur van Zoetermeer:’ Ja joh, het wordt tijd’ en ging opa zonder morren met Wim naar boven. Wim kon met opa lezen en schrijven…Toch sloeg hij eens op die slaapkamer met zijn stok door het betengelde behang toen hij in zijn beleving iemand aan het verjagen was in het bos. ‘Geef mien die stok maor opa, ik jage em wel veur oe weg’, zei Wim dan. En opa ging weer gerust slapen.

Foto: Piet de Bruin en Berendina Eilander bij het huwelijk van hun jongste zoon Bé de Bruin met Triny Wiersma.

Bij de sluiting van de Papierfabriek werd er op de laatste productiedag 12-5-2007 een open dag georganiseerd en werd er een film gemaakt.
Door een klik op de titel van dit stukje krijg je een impressie.

Opa de Bruin Meer lezen »

In de klumpkes…

Mijn eerste herinnering aan Sinterklaas waren de ‘klompjes’ die Diny en ik mochten zetten op de Haar. Bij de schoorsteen in de grote keuken werden ze gezet met een wortel en een plukje hooi voor het paard en zongen we een sinterklaasliedje waarbij opoe Bijenhof en mama braaf meezongen. Ik vroeg me nog niet af hoe Zwarte Piet via de schoorsteen en kachel in de grote keuken zou komen. Hij kwam zeker, zo had opoe beloofd. En ja hoor…. De volgende morgen zaten er cadeautjes in de klumpkes. Diny kreeg een rood doosje met kralen en ik een lichtgroene. We waren helemaal blij. Dank je Sinterklaasje, zongen we.
De volgende herinnering die ik heb was dat we Sinterklaas van de trein haalden. Het was het laatste jaar op de kleuterschool, of de bewaarschole zoals opa Bijenhof deze noemde. In het Nutsgebouw mochten de kinderen van mijn klas voor de Sint en zijn gevolg de Drikusman dansen, een bekende Achterhoekse volksdans. We zongen flink mee:
En kön ie mien ok zeggen wat mien Drieksen zeg, mien Drieksken zeg, mien Drieksken zeg..
Mien Drieksken zeg: Boh jao.
Vader en moder wilt mien slaon. ‘k Mag niet meer met Drikusman gaon.
Drikusman, Drikusman. Draeit oe es umme en kiek mien es an.
Ene Henkie was mijn danspartner.
De laatste herinnering in de tijd dat we nog heilig geloofden in die goede Sint was in het eerste jaar dat we op de Boomgaard woonden. Vader Hein bleek zich al helemaal in te leven en presteerde het om met zijn lievelingspaard, voorzien van een wit laken, door het grind naast het huis te lopen en zo bij de voordeur te komen en door het kleine raampje in de deur bij mama te informeren naar die lieve of stoute kinderen.
Het was een totale teleurstelling toen ze later vertelden dat sinterklaas niet echt was en dat ze zelf dat hele toneel meespeelden. Ze moesten eerst uitgebreid uitleggen hoe pa met hulp van timmerman Ruiterkamp die poppenwagen had getimmerd en dat de natte verf in een diepe kast in opoe en opa’s kamer had staan drogen. Toen pas viel ik van mijn sinterklaasgeloof af, Diny deed mee.
Later was het de beurt aan Henk en Johan om met bibberende beentjes te zingen voor die sinterklaas aan de voordeur. Ha!

In de klumpkes… Meer lezen »

Familie op de Jaeger

Er was nog een foto die Stefan was opgevallen en waar zijn overgrootvader ook op stond. Ik kende alleen de bewoners van de Jaeger zelf. Dat waren Hendrik Eggink, (broer van opa Johan Eggink) en Bartje Eggink- Heuvelink.

Stefan kon het aanvullen met hulp van zijn oma.

Bij de foto van zaterdag 1 december 2018 onder het stuk ‘’De koffer’’ had u geschreven dat dit u nog een foto leek waar Hendrik en Bartje beiden opstonden en dat u niet wist wie de andere familieleden waren. Rechts achteraan staan inderdaad ome Hendrik en tante Bartje. Naast Hendrik staat Bernardus Antonius Heuvelink (1889-1949) en daarnaast zijn tweede vrouw Anne Heuvelink-Lichtenberg (1898-1988). In het midden zitten Reint Heuvelink (1854-1941) en Bernardina Hendrica Grotenhuis (1865-1949), de ouders van tante Bartje. De twee meisjes ervoor zijn, aan de linkerkant, Marietje Eggink (de dochter van Hendrik en Bartje, die later met Jan Spithoven trouwde en naar Luxemburg emigreerde) en Diny Heuvelink (een zus van mijn oma).

Familie op de Jaeger Meer lezen »

Tante Bartje

Vandaag kreeg ik een aardige mail van Stefan Haarman, een jongeman uit de Heuvelinksfamilie, familie van tante Bartje Eggink- Heuvelink van de Jaeger.
Stefan is pas 26 maar al 10 jaar bezig met stamboom onderzoek. Hij kwam al googelend op mijn website terecht en ontdekte foto’s van zijn familie bij de foto’s van de Jaeger die hij samen met zijn oma bekeek. Hij bleek erg geïnteresseerd en vroeg zich af of er nog meer oude foto’s in de oude koffer van de Jaeger te vinden zouden zijn. Hij wil voor zijn oma’s 90e verjaardag een fotoboek samenstellen. Hoe leuk is dat?
Stefan kon mij een paar aanvullingen geven bij enkele foto’s van de Jaeger die ik plaatste in de tijd dat ‘Brieven uit Barchem’ uitkwam. Zo was er een aardige foto bij die ik de titel ‘Even klinken’ had gegeven, gemaakt ter gelegenheid van de 86e verjaardag van tante Bartje in oktober 1973. Opa aan de ene kant van tante Bartje en een jonge vrouw aan de andere kant en ik versleet haar voor een dochter of schoondochter van tante Bartje. Het blijkt de oma te zijn van deze Stefan Haarman, Mia Haarman- Heuvelink, geboren in 1930 als jongste dochter van Bernardus Antonius Heuvelink, de oudste broer van Bartje. Ze is dus een nichtje van tante Bartje.

Tante Bartje Meer lezen »