Weblog2

Verrassing…

Af en toe komt er nog eens een kleinood boven water. Neef Joop repareerde even de naaimachine van een achternichtje, afkomstig van de Jaeger en kwam het gesprek op het jachtgeweer van onze gezamenlijke overgrootvader Hendrik Jan Eggink van de Jaeger. Dat bleef op de Jaeger na diens overlijden, maar na de dood van opa’s broer Hendrik in 1946 kreeg opa Johan het geweer. Die heeft er nog plezier van gehad net als ome Jan. Daarna ging het geweer mee naar oom Bram in Durgerdam en kwam het uiteindelijk bij Joop terecht. Joop zorgde dat het jachtgeweer met zijn verhaal weer op zijn oorspronkelijke plek kwam: op de Jaeger.
Ons achternichtje had nog een tasje van de familie met wat bijzonderheden. Zo kwam er een paspoort te voorschijn van onze overgrootvader uit 1863, ondertekend door burgemeester Arriëns èn de vergunning die bij het jachtgeweer hoorde. Zo bijzonder. Ze gaat kijken of er nog meer bij is wat interessant voor ons kan zijn. Het paspoort is nog wat in de kreukels en misschien kan ze er nog een betere scan van maken.

Verrassing… Meer lezen »

Verandering door de jaren….

Wat een werk hebben we verricht om nieuwe lesjes te maken voor leerlingen. Het ging allemaal met de hand en als er meer van gemaakt moesten worden werd er gestencild. Dat was voor mij al teveel aan techniek en werd dat door een collega liefhebber gedaan. Ik heb het nu over de 70er jaren want daarvoor hadden we alleen de standaard boekjes. En ik hou wel van experimenteren. Ook van dyslexie hadden we amper gehoord, laat staan dat je wist hoe je een leerling hierbij kon helpen.
Ik weet nog dat Johan Frijlink wel eens iemand hielp die woordblind was zoals dat ook wel genoemd werd. De kinderen met een beperking gingen naar het bijzonder onderwijs, de BLO, en kregen ze in kleine groepen beter aangepast onderwijs.
Zo kwam er in de loop der tijd meer onderscheid: de LOM( voor kinderen met Leer- en Opvoedings Moeilijkheden), de MLK( moeilijk Lerende Kinderen) en de ZMLK en voor kinderen met ernstige gedragsproblemen de ZMOK. Bovendien kwam er voor kinderen met een lichamelijke handicap de Mytylschool bij. Voor blinden en doven was er al wel apart onderwijs. Iedereen heeft vast wel van Bartimeus gehoord.
Toen bleek dat Rick ook zijn handicaps had werd me het boek Buitenbeentjes aangeraden en kreeg ik behalve begrip ook aanwijzingen hoe we hem zelf konden helpen. Ik heb bij mijn studie voor de C acte die de Hoofdakte kon vervangen een heel project gewijd aan zijn begeleiding. Dat was allemaal handgeschreven. Mijn interesse in meer hulp kunnen geven door Remedial Teaching was intussen gewekt en toen we eenmaal in Emmen woonden en ik op school te maken kreeg met verschillende moeilijk lerende kinderen in de brede zin volgde ik een tweejarige cursus en kreeg een bredere taak dan alleen het geven van Nederlands. Dyslexie, Faalangst, afwijkingen in de motoriek, en het begeleiden van de buitenlandse leerlingen die op onze school een plekje hadden gevonden.
Intussen kwam er een uitgebreid internet op school en werk en dat nam veel werk over. Ik werd handig met het kopieerapparaat en computer.
Veel ‘leerlingen met een rugzakje’ kregen een plek in het gewone onderwijs en kan er met klasse assistenten en remedial teachers voor gezorgd worden dat meer kinderen gewoon naar hun school in de eigen buurt kunnen.

Verandering door de jaren…. Meer lezen »

In een notedop…

Er is heel wat veranderd op gebied van vrouwenemancipatie sinds ik ontslag kreeg na de geboorte van Gerhard. Dat kon omdat ik bij mijn huwelijk de vaste benoeming omgezet werd in een tijdelijke. Zo waren de regels toen. Nee, ik mocht niet nog een tijdje doorwerken. Wim had in die periode nog studieverlof en ook oma Siet stond paraat om hulp te bieden. Nee, van Otterlo was duidelijk: ’Een moeder hoort bij de baby ’.
Ik was dan ook compleet verrast toen 6 weken na de geboorte van Gerhard de bel ging en collega Johan Frijlink op bezoek kwam. Het bleek niet alleen voor een gezellig kraambezoekje. Er was nood op school. Onverwacht was er iemand ziek geworden en zou ik misschien…?
En ik ging, net zoals nog een aantal keren dat jaar. In Aalten en later in Hengelo ging het zo door. Er bleek gebrek aan invalkrachten. Met een tussenperiode van een paar jaar, in de tijd van de hele kleine kinderen, ging ik opgelucht regelmatig naar één van de 5 Christelijke scholen in Hengelo. Ze gebruikten allemaal dezelfde methodes en na een eerste invaldag met een eigen programma ging ik gewoon aan de slag waar ze gebleven waren. Ook in die jaren tot 1985 waren er geen gedeelde banen zoals later veel voor zou komen.
Bart Keijl verhuisde me toen in 1966 met de inboedel van onze 2 kamers. De verhuiswagen was nog niet halfvol. Ben ging mee om de verlichting in orde te maken. Gerhard, toen net 10 maanden oud bleef bij zijn oma Siet aan de Dorpsweg en ze kwam hem een paar dagen later met Willem Spannenberg naar ons nieuwe onderkomen in Aalten brengen. Een week later zou Wim Amsterdam binnenvaren en voorgoed zijn carrière aan de wal voortzetten.
Maar Hattem was misschien even uit het oog, maar nooit uit het hart. Ook door onze contacten met de hele familie van der Kolk bleven we op de hoogte van alle belangrijke of interessante gebeurtenissen in het Hattemse.
Vanaf 1983 woonden we in Emmen en opnieuw was er nood, dit keer op een LTS, nu Carmelcollege, en kreeg ik een kans op een halve baan Nederlands in de brugklassen. Ik ben er nooit meer weggegaan en specialiseerde me daarnaast in Remedial Teaching. Ja Sjaak, hier viel behalve begrijpend lezen en faalangsttraining ook hulp bij het ontwikkelen van de schrijfmotoriek onder. Met de kennis die ik intussen had was je vast sneller geholpen.

Foto: De Hattemer van der Kolkjes met oma Siet +/- 1980

In een notedop… Meer lezen »

Nieuwjaarsdag 50er jaren

Nieuwjaarsdag was een drukke dag voor ons kinderen. Dan gingen we met de buurkinderen de buurt rond met onze knapperpistooltjes en ging het er om de buren het nieuwjaar af te winnen. ‘Völle heil en zegen in ’t ni-jjaor’ , riepen we meteen bij het openen van de deur. De jongens vulden het aan met:’Völle hazen en knienen in ’t ni-jjaor’. Dan werden we binnen gevraagd en kregen we een oliebol en twee mierzoete kinderlikeurtjes, want ‘Op één been kö-j neet lopen’. Zo gingen we 6 boerderijen af en de eerste afspraken voor de nieuwjaarsvisites moesten we thuis al doorgeven. Nee, tussen de middag hoefden we geen eten meer en ’s middags werd de andere kant van de buurt bezocht, nu nog 4 boerderijen. Overal werden we met onze wensen binnengehaald en bij iedereen moesten we de oliebollen proeven. Het was een heel sociaal gebeuren.

Nu in ons buurtje waar we 26 jaar wonen bezoeken we de beide naaste buren en praten bij. Ik weet niet of het dit jaar ook zo gaat i.v.m. de regels, maar we zullen elkaar zeker zien al is het een paar dagen later. Van de gewoonte van oliebollen en appelflappen bakken van mijn moeder heb ik alleen de appelflappen er in gehouden en ik weet dat zus Diny in de Achterhoek het bij de röllekes houdt. Geen kniepertjes alleen de rolletjes en bij haar komen haar volwassen jongens ze helpen bakken. Die van mij zijn meer van het opeten. De buurjongens helpen me met het bakken en krijgen zo een schaal mee. Meestal was Mark het eerst van de partij om te proeven, blijft lastig. Maar Rick doet zijn best en komt ze hier opeten en van Gerhard weet ik dat hij ook aankomt en die krijgt een portie mee.
Zo hebben we allemaal onze eigen gewoontes. Dit jaar zit de nieuwjaarsvisite voor onze Hedera groep er niet in, helaas! Nog even en de vaccins zijn er en ik kan niet wachten om me in te laten enten zodat het leven weer socialer kan worden en we elkaar weer gemakkelijker kunnen ontmoeten. We moeten er nu maar iets van maken met elkaar.

Nieuwjaarsdag 50er jaren Meer lezen »

Hattem 1962- 1965

Ik merk intussen dat ik niet de enige ben die onder de indruk was van mijn eerste jaren in Hattem. Leuk om te horen, dit keer ook weer van Anneke Rouwenhorst.
Het eerste jaar in Hattem vierden we met een stel jongere collega’s sinterklaas.
Ik kwam op een zondagavond met trein en bus regelrecht van huis af net als collega Roelie Stapel en we werden bij de bushalte opgehaald met een soort kar. Daar moesten we op gaan zitten en zo sjouwden ze, aangevoerd door Johan Frijlink, ons beiden vanaf de Apeldoornseweg naar de Randweg waar Betty Engelsman woonde en waar onze bijeenkomst zou zijn. Leuke avond. Zo raak je gauw gewend. Bart Dekker was ook nieuw, kwam net uit militaire dienst en was een vrolijke noot in het geheel. Een afwisselend stel collega’s.
Tja… dat ik Wim al zo snel ontmoette had ik ook niet verwacht en dat de kinderen in mijn klas dat ook opmerkten en zelfs meeleefden is me wat. Ik hoorde al van een paar meisjes dat ze zich herinnerden hoe ik uit het raam hing als Wim van zijn reis terugkwam en ik hem aan zag komen. Zouden ze ook mijn emoties gezien hebben als hij vertrok? Onze eerste paar ontmoetingen speelden zich ook in mijn schoollokaal af na schooltijd. Ik had eens knikkers af moeten pakken waar door een paar jongens maar steeds mee gerommeld werd en die lagen er nog. Zo hebben we met z’n tweeën nog een potje zitten knikkeren. Je blijft zelf ook kind, toch? Wim weet het nog. Toen ze iets groter werden maakte ik er zelfs een soort aardrijkskundeles van als ik over zijn reizen naar Afrika of Indonesië vertelde.
De collega’s kregen ook door dat er wat opbloeide tussen ons en dat hebben we geweten.
Op een bijeenkomst met collega’s werden er zelf gefabriceerde dia’s vertoond, waarop wij getekend stonden maar met ons echte hoofd er op. De tekst erbij was: Zij kwam, zij zag, zij overwon. Niemand van ons die het vlugger kon. Ik verdenk Johan Frijlink ervan dat die zijn creatieve aanleg zo liet zien. Zo werd er ook een briefje op mijn fietszadel geplakt met de waarschuwing: ‘Val niet in de Draaikolk’. Moet hij ook geweest zijn, maar hij stond wel altijd voor me klaar als er een film gedraaid moest worden helemaal boven in een filmlokaal en mijn technisch inzicht het liet afweten.
Ze zagen mij natuurlijk ook regelmatig na schooltijd het hekje doorglippen naar het huis van de familie van der Kolk. Wim was veel weg en zijn moeder en de jongere broers Henry en Ben vonden het altijd gezellig als ik aan kwam.
Na een jaar hebben we ons verloofd, dat deed je toen nog, en weer een jaar later werd er getrouwd. En de kinderen waren er bij, mijn kinderen, met bogen in alle soorten en maten. Er werd daarna hevig getekend over de ook voor hen indrukwekkende gebeurtenis en ik herinner me dat Tineke van de Zwaan zelfs mijn sluier met de roosjes aan de voorkant precies had nagetekend.

Hattem 1962- 1965 Meer lezen »

Oudjaar…. vroeger

Ieder van ons heeft zijn eigen herinneringen aan het vieren van oud en Nieuw in zijn eigen streek.
Toen we in 1984 in de Emmerhout kwamen wonen werden we met oud en nieuw gewaarschuwd door de buren. ‘Ruim alles wat loszit bij huis goed op, want hier gaan ze slepen’. De jongelui hadden er zin in om afvalemmers of fietsen ergens anders neer te zetten of hoog in een boom op te takelen.
Dat kenden we in Hengelo niet waar we 15 jaar gewoond hebben. Ook uit de Achterhoek hebben we dat niet meegemaakt in onze buurt. Er was vroeger niets te beleven op oudejaarsavond. We woonden 4,5 km van het dorp af. Op de Boomgaard werden oliebollen en appelflappen gebakken en die werden na het melken in de voorkamer verorberd bij koffie en chocolademelk. Tegen half 10 werd het beddegaonstied en dat deden we. Er moest de volgende morgen immers weer gemolken worden..
Ik was de oudste en toen ik ouder werd wilde ik ook wel eens opblijven tot 12 uur als het nieuwe jaar begon. In Diny kreeg ik een meeligger en zo gingen ze eindelijk mee in ons plan. Moeder Coba kocht voor iedereen een flinke karbonade en die werden heerlijk gebakken. Pa was klaar met melken en voeren en kwam in de voorkamer voor deze gelegenheid. Na de koffie deden we een spelletje, dammen of Mens erger je niet. Onze broertjes Henk en Johan waren beide nog klein, ik denk 4 en 6 jaar, en lagen daarna op tijd in bed. Na nog een keer koffie en chocolademelk deden we nog een spelletje. Pa ging er eens goed voor zitten, die was wel van de spelletjes. We namen nog maar een oliebol. Ik denk dat het half 10 was toen de karbonade voor de dag kwam. Echte verwennerij.
Maar eenmaal 10 uur hielden pa en mama de ogen niet meer open en zei pa: ’Ik wet niet wat iele doet, maor ik gao naor bedde’. Mama ging mee en ook opa en opoe lagen er al snel in. Alleen Diny en ik hielden stand. Het was tegen 11 uur dat Diny er uiteindelijk ook klaar mee was en de trap op ging.
Daar zat ik. Ik was nu zo lang opgebleven dat ik 12 uur wilde halen. We hadden in die tijd, eind jaren 50 nog geen tv en ik liep maar eens naar de deel waar de koeien rustig lagen te herkauwen. Ik ging verder naar de varkensstal waar ook het hok van Mickey was, onze geit. Vooruit even bij haar in het stro en met een boek en de geit in mijn armen wachtte ik af tot het 12 uur zou zijn. Ik was bijna ingeslapen toen ik heel in de verte de knallen hoorde van het vuurwerk dat verderop in Vorden werd afgestoken.

Oudjaar…. vroeger Meer lezen »

Dat allereerste jaar

Als vanzelf komen de herinneringen boven uit de allereerste tijd van mijn onderwijscarrière. Om de leerlingen beter te leren kennen ging je ook op huisbezoek en hoewel ik ze niet allemaal meer weet, ik ben wel bij iedereen over de vloer geweest, maar de een maakt waarschijnlijk meer indruk dan de ander. Bij Johnny van Lune was het meteen ook kraamvisite want het waren vooral jonge ouders. Ik ben bij boerderijen geweest en militairen, een schilder, een melkboer, een kweker, een stoffeerder, een winkelier, een bouwvakker, een onderwijzer en meer. Hattem had het allemaal. Zo was Evert Agterhuis ook een van mijn allereerste leerlingen. Hij kon niet best stilzitten en in een klas met 43 was dat lastig. Bij de fam. Broskij werd ik eens op zondag uitgenodigd, Ria zat toen in mijn klas en kort daarop ging broer Jan het weekend met mij mee naar de Boomgaard, mijn thuis in de Achterhoek. Een weekendje buitenaf op een boerderij leek hem wel. Mijn jongste broertje Johan was van dezelfde leeftijd. Mijn moeder vond alles gezellig. Ze hebben zich prima vermaakt en ik had gezelligheid onderweg in de trein. Zou hij het ook nog weten?
Schilder Liefers schilderde mijn portret, mooi geworden. Het heeft lang bij mijn ouders gehangen en nu weer bij mij. Na mij was Dineke Sobering aan de beurt.
Alle kanten van Hattem heb ik zo gezien. Het bezoek aan de fam. Sterk is me het beste bijgebleven want daar viel ik met zoon Jan door het glas van een kastje. Ik kwam er voor zoon Wim maar deze Jan zat zo op te scheppen over de zwarte band die hij had met judo, hij vond dat hij nu iedereen op de grond kon leggen. Dat kon ik niet over mijn kant laten gaan. Mevrouw Sterk schoof de kopjes nog even aan de kant en daar ging het… Ik vergeet nooit de bulderende lach van meneer Sterk die zich hiervoor even losrukte van zijn modelspoorbaan toen Jan en ik tussen de scherven op de grond lagen.
Wat een ervaringen deed ik op dat eerste jaar als nieuwbakken juf van 19, maar wat heb ik genoten.

Foto: afscheid van meneer Aartsen, 1965. Hij werd inspecteur van onderwijs in Gorkum

Dat allereerste jaar Meer lezen »

Over kraamzorg en de zusters.

Toen we in december 1965 voor het eerst te maken kregen met kraamzorg was dat ’s nachts nog niet zo eenvoudig. Als de kraamhulp uit Vaassen of Epe zou moeten komen had je pech. Zo hadden wij uit voorzorg onze tante Marie gevraagd om in te vallen als de baby zich ’s nachts mocht aandienen. Tante Marie van der Kolk- Liefhebber deed dat vaker en werkte als vrijwilligster samen met alle huisartsen in Hattem. Inderdaad kondigde Gerhard zich in de late nachturen aan en gooide Wim steentjes tegen het slaapkamerraam van de familie die dicht achter ons woonde. Ze was geweldig, onze tante Marie. Dokter van Haeringen gooide bij binnenkomst nonchalant zijn hoed in een hoek van de slaapkamer, liet zijn jas achter zich op de grond vallen zodat Wim die op kon ruimen en bestelde meteen maar thee met een beschuit. De echte kraamverzorgster kwam de volgende dag en nam het naadloos over. We kregen de komende dagen nog een snelcursus babyopvoeding van dokter van Haeringen dat bestond uit: gewoon alles doen wat je anders ook doet, trap oplopen, stofzuigen en praten als je er zin in hebt. Een kind moet daar aan wennen.
Maar waarom ik hier ineens over begin? Ik las hier bij Oud Hattem over de kraamverzorgsters Huizinga en Hommes. Zij verzorgden denk ik meer de wijkzorg voor de baby’s en de controles op het zuigelingen bureau van het Groene Kruis. Zo kwam de stoere zuster Huizinga bij ons op babybezoek en nadat ze ons vroeg over bevalling en de baby begon ze uit te weiden over andere kraamvrouwen die bij de bevalling in onhandige bedden lagen waar je niet bij kon om in te grijpen en kraamvrouwen die zo krijsten dat zij ze toevoegde: ’Zo ging je ook niet te keer toen je er aan begon’. Ik vergeet haar nooit weer. Zuster Hommes was de lieve variant wijkzuster. Met haar had ik liever te maken als ik met Gerhard voor de zuigelingencontrole bij het Groene Kruisgebouw kwam. Toen schoonzus Niesje daar in de Lijdenstijd eens liep met kleuter Gerard keek hij met verbazing naar dat groene kruis op of bij het gebouw en merkte op: ’Nu weet ik wel waar ze de Here Jezus naar toe gebracht hebben… kijk… naar het groene kruis’. Tja.. ook dat vergeet je nooit meer.

Over kraamzorg en de zusters. Meer lezen »

Het oude zwembad

Ik heb goede en minder goede herinneringen aan het Hattemer zwembad. Ik kende weinig jongelui toen ik er in 1962 kwam wonen. Alleen de jongens Aartsen. Jan Gerrit stelde voor om voor schooltijd even het zwembad in te duiken en dat leek me wel. Dat hebben we die septembermaand een aantal keren gedaan en dat was een ervaring op zich, een natuurbad met zand. Het was goed dat er in september geen kikkervisjes meer waren. Dat was het jaar er op anders. Toen had ik intussen al een soort van losvaste verkering met Wim en die offerde zich op om ook eens mee te gaan. We doken er tegelijk in, maar hij moest natuurlijk laten zien dat hij sneller was en op het moment dat ik boven kwam was hij al zowat aan de overkant. Toen ik er in de buurt was zwommen die kleine zwarte kikkervisjes zo ongeveer mijn zwempak in. Nee, ik was er daarna niet wild van, zo’n natuurbad. Een paar jaar later, ik woonde inmiddels met Wim aan de Eijerdijk en was Gerhard de winter ervoor geboren en wilde ik weer eens wat aan mijn conditie doen. Zo zwom ik er regelmatig een paar baantjes tot het moment dat ik er mijn trouwring verloor. Ik was door de drukte met een baby, borstvoeding en alles wat daarbij hoort, nogal afgevallen. Het was in mijn ogen een drama, 1,5 jaar getrouwd en dat verliest meteen je ring. Wim kocht ogenblikkelijk een nieuwe ring inclusief de inscripties. Nu vraag ik me alleen af of er ooit bij de aanleg van het nieuwe bad trouwringen zijn gevonden, want ik zal toch zeker niet de enige zijn geweest die een ring verloor in dat natuurbad? Ik heb het later wel eens gemeld bij ‘Benkwijt’ maar tot nu toe zonder resultaat.
Dat ik niet gek ben op zwemmen tussen de vissen bleek later toen we tijdens een gezinsvakantie met vrienden aan de Zuidfranse kust in Monaco in het Museum van Jean Cousteau een sidderaal op sterk water hadden gezien, met uitleg hoe gevaarlijk die kon zijn. Toen we op de terugweg naar ons huisje nog even verfrissing zochten in de zee bij Menton zwom ik met vriendin Anda een eindje de zee in tot ik ineens onder me een donkere vorm zag die me aan die sidderaal deed denken. En ineens wist ik het zeker… dat was er een. Het voelde alsof ik voor mijn leven richting kust zwom, Anda verbaasd achterlatend. Ik bleef daarna uitgeput een tijdje op het strand liggen. Sinds die tijd heb ik nooit meer in open water gezwommen.

Deze foto van Heemkunde Hattem van het oude zwembad van Hattem laat het natuurbad zien zoals ik me dat herinner.

Het oude zwembad Meer lezen »

Ach… zo’n lampje..

Ook toen ik nog bij de fam. Sobering woonde was ik ’s avonds af en toe te vinden aan de Dorpsweg. Wim was al wel naar zee, maar er was afleiding genoeg. Het werd mijn tweede thuis in Hattem. Moeder Siet vond het niet verantwoord dat ik tegen 9 uur alleen naar huis toe fietste al kon ik niet bedenken wat me nu in Hattem kon overkomen. De weg van Vorden naar de Boomgaard in Linde was veel langer en donkerder en had ik al vaak alleen gefietst. Ik was toen zelf behoorlijk sterk en was nergens bang voor.
Maar Ben en neef Jan van der Kolk die ook aan was komen waaien brachten me een eind op weg. Nu was het licht van mijn fiets kapot misschien was dat wel het probleem. Dat kon je 5 gulden kosten en uit voorzorg stak ik alvast een briefje van 5 in de jaszak. We kozen de Stadslaan en verder langs boer Hulsbergen om iets verderop de Apeldoornseweg over te steken.
Zover kwam het niet want we kwamen een agent tegen en dan weet je het wel: ‘Even stoppen alstublieft. U hebt geen licht op de fiets’.
Ik stapte netjes af, deed een greep in mijn jaszak, gaf de verbouwereerde agent mijn briefje van 5 gulden, stapte weer op en we reden gewoon verder. De agent schoot in de lach en liet ons doorfietsen. De beide jongens kwamen eveneens niet weer bij.

Ach… zo’n lampje.. Meer lezen »