admin

Fam Hüfner

Bram had nog een paar foto’s uit 1944 van zijn gastgezin in Zuid Duitsland: de fam Hüfner.

Toen Bram ze probeerde op te zoeken was alleen de vrouw nog in leven. Ze hadden een mooie ontmoeting, herkenden elkaar direct.

Fam Hüfner Meer lezen »

Bram.

Joop had denk ik van ons allemaal het meeste contact met onze oom Bram. Ze hadden ook dezelfde interesses, net als ook Anton Voortman. Af en toe komt Joop met een herinnering aan wat Bram af en toe vertelde.
Bram had in de oorlog toen hij in Duitsland te werk gesteld was, aan een Klemm vliegtuig gewerkt. Hij had er zelfs nog onderhoudsboeken van.
Zo kreeg Joop zo’n 45 jaar geleden via via contact met Werner Amman in Zwitserland omdat die een Klemm vliegtuig had. Bram had intussen die onderhoudsboeken aan Joop gegeven maar toen Bram zelf op pad ging naar Werner Amman kreeg hij voor Werner die onderhoudsboeken weer mee. Zo ontstond een leuk contact.
Op de terugweg vanuit Zwitserland probeerde Bram in Duitsland naar het adres te zoeken waar hij in de oorlog was gehuisvest. Er was nog een gedeelte van de fabriek van toen maar het huis van toen en de omgeving was weg. Alles was afgebroken en er waren nieuwe huizen gebouwd.
Toch stond er tussen de nieuwe huizen nog één oude woning en wonder boven wonder woonde de vrouw van het echtpaar er nog. Ze kenden elkaar meteen weer terug. Dat was dus dikke mik, schreef Joop. Bram had het in geuren en kleuren verteld. Heel bijzonder.
Werner en zijn vrouw zijn later regelmatig naar Durgerdam gekomen. Hij kwam zelf vliegen met zijn Klemm en stalde zijn vliegtuig bij de ‘Vroege Vogels’ in Lelystad.
Het modelletje dat Joop van de Klemm had gemaakt en aan Bram had gegeven is nu bij Werner in Zwitserland.

Foto: Joop met Werner Amman voor de Klemm in Lelystad

Bram. Meer lezen »

De Kraaien

Zomaar even een leuk contact met studievriend Gerrit en dat bijna 59 jaar nadat we de school verlieten. We gingen ieder onze weg, maar de laatste jaren kom ik toch af en toe weer een studiegenoot tegen of nu weer via mailcontact.
Gerrit is een kei in het dichten uit de losse pols, zomaar grappige verzinsels. Ik hou van dit soort leuke gedichtjes, ze zijn goed voor je gemoed. Zoals deze:

De kraaien

Er was er eens een dominee
Die had vier vleugellamme kraaien.
Die konden op een scheve schaats
De mooiste pirouettes draaien.

Maar als het ijs gesmolten was
En er dus weinig viel te zwieren,
Werd het een tergend saaie boel
Voor die vier invalide dieren.

Elk jaar zodra het zomer werd
Ging heel de pastorie uit rijden.
Met zijn vier kraaien in de Eend
Trok dominee langs bos en heide.

Hoog zong de leeuwerik het uit,
Het koren rijpte in de halmen.
Vanaf de achterbank klonk luid
Een vale versie van de psalmen.

Er kwam zo’n eerste najaarsstorm
Die drastisch door de bomen stuitert.
Een grote schoonmaak van los blad,
Een soort van ‘rondje Harry Kuitert’.

Toen het daarna weer winter werd
En alle water was bevroren
Viel er vanuit de pastorie
Beklemmend psalmgezang te horen.

De dominee hield moeilijk wijs
Als hij alleen stond af te wassen.
De kraaien dansten op het ijs
Want kraaien blijven altijd krassen.

Giel d’Arrest® 2018

De Kraaien Meer lezen »

Sjoerd en Berend

Sjoerd r. en Berend waren vrienden. Ze deelden de liefde voor de motor en waarschijnlijk nog veel meer.
In de jaren voor hij trouwde met zijn grote liefde Hermien Bijenhof maakt hij met Berend een tocht op de motor door Engeland en Schotland. Sjoerd was als kleermaker helemaal in voor de tweedstoffen zoals die in Engeland en Schotland gefabriceerd werden en ging persoonlijk een kijkje nemen in de weverijen.
Ze bezochten ook het Lakedistrict. Toen wij daar ook eens onze vakantie doorbrachten werden we gewaarschuwd om niet in het Ullswater te gaan zwemmen. Vanwege de diepte van dit meer was alleen het bovenste laagje water redelijk van temperatuur maar daaronder was het heel koud. Toen we later tante Hermien bezochten vertelde ze dat Sjoerd ooit dat Ullswater over gezwommen was. Nee, geen last gehad. Nu was Sjoerd een geoefend zwemmer en ging zomers vroeg elke ochtend naar het Vordense zwembad In de Dennen om een paar baantjes te trekken.
Berend Groot Enzerink werd ook Bervo genoemd en heeft een grote rol gespeeld in het verzet tijdens de 2e Wereldoorlog. Het heeft hem gebroken. Hij overleed na de oorlog in hetzelfde jaar als vader Hendrik Jan Eggink, net als Berend een vriend van Sjoerd.
Later besef je dan wat dat met Sjoerd gedaan moet hebben om twee heel goede vrienden te verliezen.
Sjoerd ging door, maakte de mooiste kostuums van de Schotse tweedstoffen en ging elke zondagmiddag met ons naar het Vordense bos de ‘groenkopjes’ voeren.
Ik heb geen idee hoe Harry Jansen van ‘Uut de Olde Deuze’ deze foto te pakken heeft gekregen. Maar het brengt heel wat herinneringen naar boven.

Sjoerd en Berend Meer lezen »

Vekansie…

schriever onbekend- door mij vertaald uit het Drents in het Achterhoeks.

‘A’k vrogger vekansie hadde van schole, ging ik altied naor mien ome Jan en tante Zwaantje’, zei opa. En hee kek dreumerig in de wiedte, net of e daor iets heel moois zag. Wat misschien ok wel zo was. Tegenwoordig gaot de kinder al naor ’t butenland. Niet efkes aover de grens, maor ik heure ze wel es praoten aover Amerika, Rhodos, Kanariese eilanden en zo wat. En dan vraog ik mien wel es af waor die jongen hen mot as ze volwassen bunt. De kans is groot dat ze nargens meer wat an vindt.
Maor opa vertellen met smaak aover zien vekansie bi’j zien oom en tante. Ze wonen een half uurken bi’j um vandan, maor dat was veur de familie al een hele reize met de sjees. Want een fietse hadden ze toen nog niet.
‘Ze hadden daor een hele trop kinder’, ging opa wieter. ‘Mien tante Zwaantje was een klein dik wiefken, goedlachs en ze wodden nergens kold of warm van. Dat was maor goed ok want wi’j halen nog wel es ondeugde uut.
Ik wette nog goed da’w een keer buten spöllen en dat een van mien naefkes zei: ’Wedden da’k deur et opkamerraemken kan pissen’? Dat raemken zat nogal hoge, maor wi’j zeien: ’Gien kunst an, dat könne wi’j ok’! D’r werd een streep in ’t zand etrokken en wi’j gingen met zien vieren op een riege staon. ’t Opkamerraam was op eschaoven, met een kleerbossel d’r onder, zoas dat toen de gewoonte was. Den oldsten van ons tellen tot drie en hup daor ging ’t hen! Met een grote baoge en precies goed emikt… want opens stak mien ome Jan zien dikke kop onder ’t raemken deur en beulen as een koe. ’t Haor lag um nat op de kop en dat was niet van ’t zwijt, maor van onze wedstried…
Dat natte haor kon um nog niet zovölle schaelen, vertellen e later an tante Zwaantje. Maor umdat et zuk brujerig weer was had e et taofeltjen, waor hee an zat te schrieven, vlak onder ’t lösse raam eschaoven en noe waren alle papieren van ’t peerdefonds strontnat ewodden…

Zoas in völle gezinnen was et gien vetpot bi’j ome Jan en tante Zwaantje. Maor wat at ik daor altied lekker! Stoete met botter en een grote komme geitenmelk. En soms een snee roggebrood met käöntjes! Jonge jonge as ik d’r nog an denke! ’n Betjen zolt d’r aover… ’t water löp mien in de mond.
En ’s middags krege wi’j eerpels met uutgebakken spek. De panne stond midden op taofel en wi’j maor prikken met onze iezeren vörke. Geleuf maor dat d’r gienene te late kwam bi’j ’t etten! Ie mossen zörgen da’j d’r bie waren! As ’t er gien krummeltjen meer aover was halen tante Zwaantje de eerpelpanne weg en pleren een grote schale pap der veur in de plaatse. Ik zal oe vertleen dat et ons smaken.
Zo noe en dan mos ome Jan efkes opspöllen, want dan was ’t er ruzie in de keet! Den enen schrapen wat veur de neuze van een ander weg of at alle broene suker d’r af, die tante Zwaantje ter ere van mien met zunige hand aover de pap had estreuid.
Maor nooit verget ik die keer dat een van de deerns stiekem onder ’t etten de katte op schoot pakken. Op een gegeven moment sprong et beest midden in de schale met pap, zodat de spetters ons um de oorne vlaogen. Een van de jonges schreeuwen naor zien moe, die net de eerpelpanne naor de pompstraote bracht . ‘Moe, moe! Onze Tineken hef de katte in de pap egooid’! Waorop tante Zwaantje, kalm en bedaard as altied, zei:’ O, ja? Nou dat gef niks heur, wi’j hebt pap zat’.

Vekansie… Meer lezen »

Een herinnering

Met steeds veel jongens om me heen is dit even wat anders. Het was of ik heel even terugblikte in mijn eigen jeugd.
2015–Is dit nou Anne Sofie.. of Eline?
Zondag had Wim het bij het koffiedrinken na de feestelijke paasviering al afgesproken met ze. Morgenmiddag mogen jullie helpen met de lammetjes.
We hebben er intussen een flessenlammetje bij, een vondelingetje, noemde Rob het. Geen idee wie de moeder is. Ze had een flinke klap opgelopen en stond op drie benen. Daarom houden we haar eerst maar een paar dagen in het nieuw opgezette nest naast de open haard.
En daar kwamen ze aan… met hun papa. Eline en Anne Sofie zijn twee buurmeisjes wat verderop. ‘Mag ik eerst?’, zei de grootste van de twee. ‘Nee… mag ik eerst?’, sprak de tweede. Het was even net of Diny en ik een soort kleine concurrentiestrijd voerden vroeger. Dat heb ik bij de jongens nooit zo gezien… of ik ben het weer kwijt.
Het was leuk om te zien hoe ze met overgave de flesjes hanteerden. Het scheelde dat we buiten twee lammeren hadden, dus ieder een fles. Storm en Queeny waren helemaal blij met de meisjes. Er werden heel wat stokken aangesleept door Storm en weer weggegooid door de meisjes. Een leuk uurtje. O ja, ze willen binnenkort ook komen schilderen. Ze hadden even gekeken in mijn keetje. ‘O… dat moet Heleen niet zien’, zuchtte de vader.
Straks krijg ik de moeder er ook bij…

Een herinnering Meer lezen »

…als je het maar wilt zien..

Dirk is blij, heel blij. Hij voelt dat hij weer helemaal in tel is. De lammeren waren het hek nog niet uit met Rob of Dirk verscheen en nestelde zich uitgebreid bij mij op schoot en eiste dat hij aan de zijkant van zijn kopje geaaid werd. Ik had nooit verwacht dat het hem zou storen wanneer er lammeren in huis waren. Storm maakte het niet uit.
Intussen wordt er aan alle kanten van ons huis genesteld en gebroed. Ik zie regelmatig een matkop uit de rododendron komen en even later weer terugschieten. De merel heeft een plekje aan de zijkant van het huis en struint meer onder de struiken rond. De mezen zijn de baas over de nestkasten net als een stel huismussen. Maar wat ook leuk is… er nestelt een paartje staartmezen in de taxus baccata op de hoek voor ons huis, een lange dunne taxus die in de wind nogal heen en weer wiegt. Dat die staartmeesjes daar nou geen last van hebben… Blijkbaar niet. Ik mag hopen dat de eitjes niet uit het nest rollen, maar ik meen dat ze een nogal bolrond nest bouwen. Als de kleintjes uitgevlogen zijn zet ik de ladder erbij en ga ik op onderzoek.
Zo zie je… al zijn de lammeren in hun eigen stal, er blijft van alles te ontdekken als je het maar wilt zien

…als je het maar wilt zien.. Meer lezen »

Tja… ik ook…

Soms word je met de neus op de feiten gedrukt. Je ziet wel eens foto’s van anderen die je lang niet gezien hebt en je ziet die ouder worden maar zelf wil je er nog niet aan. Per dag of per jaar zie je nog niet veel verschil van je eigen gezicht op een foto.
Maar als ik eerlijk ben, ik heb het lijf en het brein van een 77 jarige. Ik kan lichamelijk niet meer wat ik 10 jaar geleden nog fluitend kon. En ook mijn geheugen laat me nog wel eens in de steek en kan ik niet meer die gezellige drukte van vroeger om me heen hebben.
Het gaat zo ongemerkt. Toen Rob voorzichtig vroeg of ik weer een paar fleslammetjes wilde, zei ik enthousiast als altijd: ’O graag!’
En het was ook leuk, maar dan moet je er geen extra zorgen bij hebben van een lam dat hangerig wordt, longontsteking krijgt of aan de diarree is omdat hij moet wennen aan de lammerenmelk. Als er dan nog een altijd gezellig bezoekje bij komt begon er iets van rare drukte in mijn hoofd en lijf te komen. En toen ik ook ’s nachts ging liggen malen was het ineens duidelijk: Hetty, je wordt net als iedereen ook ouder en Wim die altijd paraat stond met hulp was daar ook niet meer toe in staat. Bovendien is mijn trouwe hulp al een maand thuis met een hernia. Het was één druppel teveel.
Op Paaszondag kwam Rob ze ophalen en ze gingen meteen aan de lambar want daar had hij er al een paar andere nieuwe lammeren aan. Rob heeft gelukkig een paar flinke stagiaires, dus met de lammeren gaat het goed komen.
En met mij ook. Ik slaap weer als een roosje.

Foto: Gelukkig hebben we de foto’s nog…

Tja… ik ook… Meer lezen »

Vrogger…

Ik kan ’t niet laóten… as ik dee prachtige roodbonte beeste bi-j Haaring in de weie zee lopen, zie ‘k de stal op de delle van vrogger weer veur mien waor de 10 roodbonte melkbeeste mooi op een rieje stonnen en waor a-j dee malende beestebekk’n en het gerinkel van de kettingen heuren met zo noe en dan zon tevraene gebul van een koe. Pa von de beeste met meer wit dan rood in de vacht maor niks…. “Dat bunt net verkens” zei e dan. As d’r zon kalf geboren was, was Anton Korenblik gauw klaor met schetsen. Van ieder kiesken werd altied een schets emaakt. Op zo’n veurgeteikend kalf in ’t kalverbuuksken teikenen hee de speciale vlekken van dat kalf in. Noe hebt ze allemaole van die flappen in de oorne um ze een betjen uut mekare te können hollen.
Anton kwam wel vaker, want hee was ok monsternemmer. Met zo’n klein metbusken aan ‘n langen stok haaln e ens in de zovölle tied, ik mene um de veertien dagen, een monster van elken koe veur ‘t vetgehalte. En veur de winter as de beeste naar binnen gingen mossen alle beestekonten escheerd wodden. Zo bleven ze schoner. Daor kwam Anton ok veur. Mama bekek Anton met grote ogen toen den bi-j zon gelegenheid zien hemp uuttrok en zei efkes later bi-j ons in de kökken:”Den Anton hef meer haor op de rugge as op de kop”.
An de andere kante van de delle was in ‘n hoek een peerdenstal, waor later Teun de stier nog in hef estaon en daornäöst waarn de kalverhökke en tegen ‘t veurhuus an de wc met een lange gang en een holten zitting over de volle breedte met ‘n gat èn deksel. Toen wie-j op De Boomgaard kwammen wonen beston het wc papier nog uut veerkante stukskes krantepapier, maor daor kwam toen gauw verandering in. Ik was as kind stikbenauwd veur dee heuiwagens, dee grote spinneköppe met vleugels, die daor vake op de mure zatten.
Ieder jaor kwam d’r een grote schoonmaak als de beeste weer naor de weie waarn. De hele delle en de stal werden een dag onder water ezet um alle smeer lös te weken. En dan… ja dan werd er eschrobd töt alles schone was. De muur’n werden ewit en ‘t onderste stuk kreeg zon zwatte glimmende laoge teerverve. Heel vrogger wedden ok de stalruutjes nog met blauwsel inesmeerd tegen de vleegen. Ik bedenke mie-j dat opoe uut Mossel ens kwam en iets zei aover dat blauwsel dat ‘r nog neet op zat. Mama veulen dat as kritiek, wet ik nog. Daor heel ze niet van. Wee wel?

Foto: Pa melkt disse koe efkes apart, met op de veurgrond Henk en in de wiedte opa Bieënhof dee de waterbak bi-j vult.

Vrogger… Meer lezen »