Weblog1

Eekhoornverdriet

De meeste verhalen op deze website zijn van mijn hand en brein, maar soms kom je iets tegen van een andere schrijver waarbij je een glimlach niet kunt onderdrukken.
De baron van de Wientjesvoort was een bijzondere verschijning. Hij werd door zijn omgeving dan ook vaak Mozes genoemd. Maar dit verhaal van een voormalig Vordense politieagent is iets heel bijzonders. het deed me zelfs even denken aan het liedje van de Achterhoekse groep Boh Foi Toch over ’t hundjen van Jantje …
Nou ja… lees het maar. Op een of andere manier maakt het je dag weer goed…:

Eekhoorn verdriet
Soms schiet me nog wel eens een mooi verhaal te binnen als ik denk aan m’n politietijd in het prachtige Vorden. Wij kwamen functioneel nog wel eens bij Baron von Mengden (eigenlijk was het gewoon een Duitse Freiherr en helemaal geen baron) op de Wientjesvoort. Daar werden we altijd hartelijk ontvangen door de heer en mevrouw. Op een keer kwamen wij daar en mevrouw kwam opgetogen naar ons toe. Ze had iets bijzonders te vertellen. In het half Duits vertelde ze dat ze een eekhoorn jong had, die wees bleek te zijn. Ze had het beestje moederziel alleen aangetroffen en opgevangen en ze ging hem (of haar) verzorgen totdat hij/zij groot genoeg was om zelfstandig de bomen in te klauteren. Maar ze bewaarde het beestje op een wel heel bijzondere plek, een plek weliswaar waar menig jong pasgeboren grut zicht thuis zal voelen, haar boezem. Ze liet het ook vrijelijk en trots zien en tussen twee fors uit de kluiten gewassen Coberco trommels, precies midden in haar decolleté, zag ik een bruin klein pluisje huizen. Wat was dat een mooie aanschouwelijke aanblik. Ietwat beschaamd draaide ik mijn hoofd weg om het maar niet zo te laten lijken dat ik zou staren. In de auto praatten Jan Luimes en ik nog wat na over dit voorval. Ruim een week later kwamen we daar weer. Niet omdat we nieuwsgierig waren of om nog andere redenen, maar gewoon… je weet wel gewoon… Maar wat een teleurstelling. Mevrouw Von Mengden was in tranen en bijna ontroostbaar. Wij vroegen bedremmeld naar de reden van deze moodswing. Wat bleek. Mevrouw moest op een dag het toilet schoonmaken. Haar petekind zat zoals ze dat eerder aan ons had laten zien, nog steeds veilig in haar boezem. Gebukt stond ze voorover om het privaat schoon te boenen en precies op het moment dat ze doortrok, viel haar lieveling in de pot en verdween voor eeuwig in het riool van Wientjesvoort. Menig een kan zich voorstellen wat dit voor haar heeft betekend en ook een beetje voor ons.

Leendert Lodder.

Foto: Henk Braakhekke

Eekhoornverdriet Meer lezen »

Columns

Tegenwoordig lees ik gegarandeerd elke dag de column van Herman Sandman, een Groninger uit het veengebied. Ik waardeer hem zeer. Het is een kunst om elke dag met een nieuwe column te komen. Vroeger hadden we Jaap Kwak die in ons eigenste Dagblad van het Noorden een dagelijkse leuke column schreef. Daarna was er een aantal jaren elke dag Jan Wierenga en in de zaterdageditie Daniel Lohues.. en van die laatste geniet ik elke zaterdag nog steeds. Volgens mij woonde Jan Wierenga net als Daniel hier ergens in de buurt want hij beschreef vaak mensen en situaties in deze streek. Maar die morgen had hij in zijn column de nieuwe koninginnetjes te pakken. Zijn vrouw vond dat de beide koningen van de Lage Landen geen gekke keus hadden gemaakt met hun koningin. Hijzelf zou liever voor een andere gaan. Volgens hem is seksuoloog Goedele Liekens eigenlijk de echte vorstin, die haar onderdanen van de beide landen oproept om vlijtig de bijslaap te praktiseren om zo positieve energie te tanken. Toen zijn vrouw een wat vragende blik op hem wierp, vulde hij aan: ’Maar jij bent mijn eigen koninginnetje!’, waarop hij even bij zichzelf dacht: ouwe slijmbal!

Ik mocht graag Wim nog even uitdagen en zei die keer met een zucht tussen neus en lippen: ’Zo heb ie mien nog nooit enuumd… mien koninginnetje…..’ En ja hoor, meteen volgde: ’Dat zal ok niet gauw gebeuren… dan ku’j mien wel wegdragen’. Nee Wim was niet van de woorden. Hij gruwde ervan als hij woorden hoort als schatje, lieverd, of helemaal verschrikkelijk …. honnepon! Hij had een eigen vocabulaire, dat wel……maar daar ga ik het niet over hebben…

Nee.. ik mocht niet klagen…..

Columns Meer lezen »

Moespotcafé

Misschien hebben jullie het gemerkt… ik hou van streektaal en natuurlijk in het bijzonder van het Achterhoeks. Daar ben ik mee opgegroeid en het voelt nog steeds als een verrijking al zou je dat niet zeggen als je weet dat we met onze jongens altijd Nederlands praten. Dat heeft vooral te maken met ons als zwervers, al bleef dat toch vooral in het oosten van Nederland. Vanuit Hattem vertrokken we naar Aalten , daarna naar Hengelo (O)en toen naar Drenthe. Hier in Drenthe waar we toch het langst wonen was het vooral een pluspunt dat ik gemakkelijker met de Drentse buren in onze eigen taal kon blieven praoten. Dat voelde van beide kanten heel vertrouwd. Ik weet nog dat iemand met buurvrouw het over de armoede in deze streek wilde hebben en met name de eigen buurt. Hijzelf kwam uit het westen. Buurvrouw liet tegen hem niet alles los. ’Och’, zei ze tegen mij, ‘ik kan et jou wel zeggen, maor tegen um zeg ik niet alles. Ik kiek wel uut’. Ik vond het een eer.

Gisteren was ik voor het Moespot café in Vorden. Het was in het Kukturhuus, het vroegere gemeentehuis waar onze ouders en ook Ben en Diny nog getrouwd zijn. Het was ’s middag dus kon ik even langs Eefde voor een kopje koffie en bijpraten. Mooi begin van de dag.

De Moespot is een uitgave van het Verbond van Nederlandse dialectkringen. Daar waren een paar lezingen over het Achterhoeks met een muziekje tussendoor. Veel van de Moespot schrievers  waren paraat en zo hadde wi-j tussendeur aardig wat te praoten. ’t Smaken mi-j naor meer van disse gelegenheden. ’t Was ok nog mooi weer en niet druk op de weg. Zo was het wat mi-j betreft weer een goeie oefening achter ’t stuur.

En ’t was de moeite weerd. Behalve muziek tussendeur krege wi-j van André van Gessel uutleg aover ’t schrieven van een column. Vrogger bi-j  Carmiggelt neumen ze et ok wel cursiefjes, in zien geval Kronkels. Nou ja, noe bunt et columns. As ’t ene mien een complimentjen gif aover mien column veul ik mien al zeer vereerd. Mien stukskes neumen ze columns!

 Maor noe ging et  oaver de opbouw van zon column: onderwerp, welk perspectief.  en … is et vertellend of kritisch. ‘t Ging aover aover de anleiding, een middenstuk en ’t slot of de conclusie. En… veural kort bi- oewzelf blieven.

De andere laezing ging aover ’t uutgeven van oew werk. Derk Jan Rouwenhorst van de Achterhoek Uitgevers vertellen wat d’r allemaole aover ’t uutgeven van buukskes bi-j kump kieken en waor a-j allemaole an mot denken… Dus weer heel wat eleerd…

Moespotcafé Meer lezen »

’t Kon minder…

‘Do you love me, Michael?’, klinkt het ineens in het badhokje naast me als ik me in mijn badpak hijs. ‘Ehhh..?’ ‘Do you love me… a little bit?’, klinkt het opnieuw. ‘Yes’, hoor ik dan een jongen zeggen. ‘Ja.. ik kan wel een beetje Engels… a little bit …’ Dan hoor ik haar er meteen met een extra lief stemmetje er achteraan vragen: ’Michael,… heb jij ook een pakjesdrager?’ ‘Neu…‘, antwoordt dezelfde knul.

Dan probeert ze het nog eens, nu bij een meisje:’ Chantal… heb jij een pakjesdrager?’ Een andere meisjesstem klinkt verbaasd. ‘Wat is dat nou weer… een pakjesdrager?’ ’Nou gewoon een pakjesdrager voor achter op je fiets, waar iemand op kan zitten’. ‘Oh…., je bedoelt een bagagedrager… ja die heb ik. ‘ En het lieve stemmetje neemt haar kans waar: ’Mag ik dan straks wel bij jou achterop je pakjesdrager?’ Het is een groep van het Carmel College die net hun uurtje zwemmen erop heeft zitten voor ons aqua joggen begint. Ik weet niet meer of ze bij Chantal op de pakjesdrager mocht… mee terug naar school, maar wel dat het een autochtone Drentse is. Net als ‘veel wonings’ en ‘Waar kom jij weg?’ en ‘Ja, dat mag wel’ en ‘Dat ’s ja mooi ja’, zijn dat de hier als Hollands bestempelde uitdrukkingen. Ik mag het graag horen…… Als ze mij zouden vragen hoe het me na 30 jaar in Drenthe bevalt kan ik rustig zeggen: ‘Het kon minder…’

’t Kon minder… Meer lezen »

De Boschheuvel

A.L. Snijders, pseudoniem voor Peter Müller, de schrijver en ontdekker van het Zeer Korte Verhaal, is niet meer. Hij won er zelfs ooit de Christiaan Huygensprijs mee. Telkens als ik de weg van Lochem naar Zutphen reed, keek ik vanzelf naar rechts waar ik vermoedde dat hij ergens moest wonen. Deze geboren Amsterdammer voelde zich blijkbaar helemaal op zijn plek in deze streek. Hij was docent Nederlands o.a. aan de Politieacademie en ik weet dat die school in Warnsveld in Huis te Velde  een tijdlang gevestigd was. Ik herinner me hem uit de tijd dat we net in Emmen woonden en elke week een stukje van hem in het Dagblad van het Noorden las onder het kopje: A.L. Snijders waarschuwt de wereld nog één keer. Hij schreef graag. Wat dat betreft voel ik verwantschap. In zijn eerste echte boek met ZKV, 1992- Ik leef aan de rand van de wereld, stond die kop boven zijn columns. Hij had geen idee waarom ze die titel kozen bij het Dagblad van het Noorden, maar wilde er niet op reageren. Hij waarschuwt immers maar één keer.
Maar niet alleen daarom viel hij mij indertijd op. In een van zijn columns, voorbereiding op zijn bundel ZKV?, had hij het over namen die hij in de omgeving tegenkwam die niet leken te kloppen. Een ervan was de naam Boschheuvel op een huis dat niet op een heuvel stond. Nou dan heeft deze man niet goed gekeken, wist ik meteen.
De Boschheuvel was jarenlang het huis van onze ome Hendrik en tante Dika. Toen tante Dika naar een bejaardenhuisje in Barchem vertrok hebben ome Jan en tante Jantje er mèt opa nog jaren gewoond en ook nu is het huis nog in de familie. De grond is zelfs nog door opa zelf ontgonnen die net als zijn zwager ome Berend bosgrond van de Wildenborch had gekocht. In 1909 was boerderij de Boschkamp klaar en de 4e van het gezin Eggink, Heintje, is daar geboren. Begin jaren 30 werd de Boschheuvel gebouwd op een opgebrachte heuvel op een klein deel van de ontgonnen grond vlakbij een bosje, het Kieftenbos, en gingen Dika en Hendrik daar wonen.
Als ik aan A.L. Snijders denk, zie ik meteen de Boschheuvel voor me. Jazeker op een kleine heuvel.

Foto: Dika met Jan voor hun huis de Boschheuvel +/- 1935. A.L. Snijders zag de heuvel niet, maar het is er nog steeds.

De Boschheuvel Meer lezen »

Herdwicks, Schoonebekers, Gotland Pels of Wensleydales.

Ooit zagen we ze in de Yorkshire Dales, de Wensleydale schapen. Er is daar een Longwoolshop die we altijd even bezoeken als we in de buurt zijn. Onze vakantie begint of eindigt vaak in dit mooie gebied. We rijden altijd door het Swaledale, dan naar beneden over de Buttertups, heel hoog, waar we een stop maken om even bij te komen en daarna door het Wensleydale terug en eindigen in de aardige Longwoolshop. Daar liepen altijd een heel stel Wensleys, meestal geschoren, want onze vakanties zijn meestal in de zomer of september. Maar in volle glorie hebben ze een hele lange gekrulde vacht. We komen er niet weg zonder iets mee te nemen. Vaak is er een vacht om op een kruk of in een stoel te leggen. Wie ons huis kent weet dat er in elke stoel of bank wel een schapenvacht ligt met een herinnering.

Toen Rob ook zijn kudde uitbreidde met Engelse rassen hebben we ook Wensleydales in de wei gehad net als Gotland Pelsschapen en Herdwicks, allemaal even mooi. De Herdwicks nieuwsgierig en de Wensleydales brutaal, frech noemen ze het hier wel in navolging van onze oosterburen. Uitbrekers! Maar hun lammeren zijn zo prachtig, om te knuffelen zo mooi. Nu hebben we Schoonebekers of een kruising ervan in de wei, ook van Rob. Ze zijn krachten aan het verzamelen voor een nieuw seizoen.

Foto: En zeg nou zelf, deze Herdwick is toch bijzonder….

Herdwicks, Schoonebekers, Gotland Pels of Wensleydales. Meer lezen »

Thuistaal

Wat een genot was het toen om naar Wim Daniels te luisteren. Hij was regelmatig te zien en te horen in allerlei programma’s.. Die keer waren er bij Max twee aan taal gerelateerde onderwerpen. Een hoogleraar K. I.( in dit geval Kunstmatige Intelligentie, ha ha ) introduceerde de woordwolk app om mensen met woordvindingsproblemen een handje op weg te helpen en dan was er natuurlijk de taalmens Wim Daniëls. Hij had het over de streektaal en net als veel anderen heb ik met hem gemeen dat ik de streektaal als moedertaal heb. In mijn geval het Achterhoeks en met name de taal van Vorden. Hij spreekt de Brabantse streektaal zoals die in Aarle Rixtel gesproken wordt. Zijn liefde voor de streektaal droop er toen van af. Geweldig. Meteen werd een misverstand uit de wereld geholpen dat mensen met een streektaal als moedertaal minder intelligent zouden zijn. Integendeel, je hebt meteen al een tweede taal als je naar school gaat. Ik moest wel glimlachen toen hij voordeed hoe het er vaak aan tafel toegaat als de ouders in hun eigen streektaal converseren en tegen de kinderen Algemeen Nederlands spreken. Zo ging het in ons gezin immers ook. Het gevolg is wel dat onze jongens geen van drieën een streektaal als tweede taal kennen. Ja ze verstaan het Vordens en Hattems wel, en waarschijnlijk ook het Drents, maar daar blijft het bij. Het gevolg is wel dat zo’n 50 jaar geleden in de dorpen wel 96 % van de kinderen de streektaal als moedertaal hadden en nu is het precies andersom. Wim Daniëls schreef hierover zijn boek, ‘De Taal Achterna’, waarin veel van zijn eigen ervaringen verwerkt zijn. Lijkt me leuk om te lezen.

Mijn eerste kennismaking met Wim Daniëls was toen ik een van zijn eerste boeken in handen kreeg: ‘Dingen van Daan’. Zo treffend voor de jeugd van 12 tot 16 jaar. Ik heb geregeld een hoofdstuk voorgelezen aan het eind van een les in de Onderbouw van het Carmel College, toen nog KDC De Zuidoosthoek.

Nu heb ik me als volger gemeld op zijn Facebook pagina. Zo blijf ik op de hoogte…

Thuistaal Meer lezen »

Vakantiegevoel…

Van Zuid Vlaanderen naar Drenthe is toch wel een eind. Met een paar stops mee ben je toch zo een uur of 6 onderweg. We hadden mijn auto mee en Jan reed of hij nooit anders gedaan had. Heerlijk om er weer gewoon naast te kunnen zitten. Ria las intussen achterin bijna twee boeken uit.

Op de heenweg had ik gezien dat we langs Soest kwamen en bracht me op het idee om op de terugweg Gerke gedag te gaan zeggen. ‘Natuurlijk doen’, zeiden Jan en Ria. En zo zagen deze twee nichtjes die samen opgroeiden na 7 jaar elkaar weer. Daarvoor gingen Wim en ik geregeld een dagje haar kant op waar ze de laatste paar jaar in een verzorgingshuis is opgenomen. Deze laatste jaren moesten we het contact per telefoon en de post doen.  Wat een weerzien was het, kostte ons een paar tranen. Al heeft ze veel lichamelijk ongemak, de rest gaat gelukkig goed en we haalden opnieuw herinneringen op aan de tijd dat we als nichtjes bij elkaar in de klas zaten of bij elkaar logeerden. Ik heb de liefde tussen haar en haar Wim zien opbloeien. We zijn allebei in het voorjaar van 1965 getrouwd, ieder met onze eigen Wim. Het half uur dat ik gedacht had werd wel wat langer maar dat deerde Jan en Ria niet.

We besloten ons uitje met een etentje bij de Lichtmis, bekend terrein alweer. Daar heb ik regelmatig even gezeten met Wim als we uit het Isala ziekenhuis in Zwolle kwamen.

Vandaag haalde ik Storm op bij Gerhard en Judith en begint ons leventje eerst weer even in rust.

Zo heb ik eigenlijk voor het eerst na het zo plotseling overlijden van Wim weer een echt vakantiegevoel gehad. Met dank aan de oppas en Jan en Ria.

Foto: Bij de familie Aartsen in de tuin. Gerke en ik helemaal rechts.

Vakantiegevoel… Meer lezen »

Vlaanderen

Kennen jullie dat ook? Ben je een dag of 4 er op uit en dan lijkt het net of je er weken uit bent. Zoveel nieuwe indrukken krijg je er zomaar bij. Jan en Ria vroegen me of ik zin had om naar mijn Belgische vriendin in Koekelare te gaan. De laatste keer was nog samen met Wim net voor hij ziek werd. We hadden een warme band gekregen door de verschillende ontmoetingen. Zelfs Rick was er eens bij. Natuurlijk kon ik dit aanbod van Jan en Ria niet afslaan en zo gingen we afgelopen maandag op pad. Ons B en B adres was in Lo- Reninge, een echt Vlaams plattelandsdorpje met vriendelijke mensen.

En de volgende ochtend zetten Jan en Ria me bij mijn vriendin af, dronken een kopje koffie mee en gingen een eigen programma in de omgeving  volgen. Er is genoeg te ontdekken. Diksmuide werd het voor hen met veel herinneringen aan de 1e WO. Wij hadden alle tijd om samen herinneringen op te halen, heerlijk te eten in een restaurantje en toen was de tijd zomaar omgevlogen en stonden Jan en Ria weer klaar. De volgende dag gingen we de kust verder ontdekken. Die was nu in oktober alweer verlaten door de vakantiegangers… veel hotels, appartementen, weinig mensen en weinige restaurantjes die open waren. We ontdekten nog net op tijd een Chagall tentje voor een heerlijke cappuccino. Verder was het een week zonder tv en dat had ik nog niet vaak meegemaakt. Maar ik kan je vertellen… met Jan en Ria erbij heb ik er niks aan gemist.

Natuurlijk was er in Lo ook het een en ander te ontdekken zoals het Jules de Strooper Museum dat bekend is om zijn speciale wafels. En dan de duiventoren waar honderden duiven een plek konden vinden.

De duiventoren is een torentje in het stadje Lo in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Deze duiventoren werd in 1710 gebouwd op het domein van de Sint-Pietersabdij. De toren telt bovenaan 1132 hokjes waar duiven werden gehouden. Onder in de toren hield men andere dieren, zoals varkens. Volgens de legende trok de toen pas gekozen abt Patricius Fraeys naar Rome. Zijn monniken vroegen hem of ze voor een verrassing mochten zorgen bij zijn terugkomst, wat deze toren bleek te zijn.( Wikipedia)

Die avond moesten we erop uit voor ons avondeten. We kwamen in Veurne terecht, op de markt, de plek waar we in 2007 onze Belgische vriendin voor het eerst ontmoetten. En zo was de cirkel weer rond.

Vlaanderen Meer lezen »

Verschil mag er zijn…

Het is alweer een tijdje terug, dat snap je…. maar het was een vast patroon. Zo gauw Wim op woensdag en zaterdag zich klaarmaakte voor de sauna was Storm paraat. Hij ging mee om voor de deur van de sauna in de schuur te gaan liggen. Zo gauw Wim daarna onder de koude douche stapte ging hij voor de schuurdeur wachten tot zijn baas naar buiten kwam. Dan zat Wim verder af te koelen op de bank en wist Storm dat er met een balletje werd gegooid.

Ik had onze logé Tonca nog niet één keer op de bal af zien lopen, maar als je ook 13 jaar bent gaat het lopen ook niet meer echt vanzelf.

Tonca was meer gericht op de keuken. Zo gauw er een van ons naar de keuken liep was ze paraat en voor je het wist stond ze achter je. Ze kreeg 3 keer per dag haar portie brokken, bij elkaar 1 bakje vol. Ze vond het eigenlijk niet genoeg. Zo pakte ze die middag een flinke aardappel uit de bak. Die kon ik nog redden. Ach, een stukje worst en kaas ging er ook wel in. Tonny had een hele zak met hondenkoekjes achter gelaten en daar waren we al halverwege mee. Een hap en weg was ie. Storm pakte zelfs een koekje nog met lange tanden aan. Ook bij honden is er verschil….

Verschil mag er zijn… Meer lezen »