Weblog2

Tijden veranderen

We zwemmen al een paar jaar in ons nieuwe Aquarena. Alles perfect voor elkaar, niks dan lof. Nou ja… de sfeer is anders. Hadden we in het oude Aquarena een beregezellig café waar we altijd even na konden praten bij een kopje koffie, het nieuwe heeft de gelegenheid wel maar het heeft een kale plastic achtige uitstraling met glas aan alle kanten zodat je alle baden kunt zien. Eigenlijk kun je het niet vergelijken en kunnen we beter ook maar niet doen.. Ik kwam hierop omdat ik een van onze laatste keren dat we daar afscheid namen voor de Kerst met koffie met wat lekkers bij het bad zelf. Daar wen je ook aan. Tja… en ook Dinie en Anja waren er nog bij, Dinie die altijd duidelijk aanwezig was en Anja, de meelevende op de achtergrond die ons jaarlijks etentje bij de Griek of de WOK organiseerde. Hier komt ie dan… een herinnering aan de laatste keer zwemmen voor de Kerst 2017—-

18 december 2017 Gek is dat… wanneer je voor het laatst iets doet met een groep of iemand spreekt voor Kerst en oudjaar, is het net een soort afscheid. Misschien afscheid van veel liefs, maar ook veel moeilijks. Dit jaar was wel het moeilijkste van ons leven tot nu toe. Uiteindelijk hebben we het jaar tot een goed einde kunnen brengen. Samen met de zwemgroep van ons aqua joggen en trainer Arne drinken we gezamenlijk koffie, aan de rand van het zwembad dit keer. Anja had kerstkransjes en chocola meegebracht, Dinie kwam ook met een pak kerstkransen aan, terwijl even later de kerstversnaperingen van het Aquarena zelf op tafel kwamen. En aan de hand van de gesprekken over het doorbrengen van de Kerstdagen vertel ik dat Rick zomaar extra komt met Kerst wat eigenlijk niet zijn gewoonte is. En ik vertel verder over Rick die zo positief in het leven staat maar ook zijn beperkingen kent. Dan blijkt er in ieders leven een rugzakje is waar je mee om moet leren gaan. Het is goed om daarover ook eens van gedachten te kunnen wisselen. Zo zie je maar dat zwemmen in een groep niet alleen goed is voor het lichaam, maar ook voor de ziel.

Foto: De allerlaatste keer in paal 35 in het oude Aquarena aan de koffie met elkaar en trainster Kelly.

Tijden veranderen Meer lezen »

Mark en Jan, herinnering

‘Ik dacht dat jullie twee honden hadden?’ Jan kijkt naar Storm. Tja, Queeny is vorig jaar overleden. Mark z’n hond, die kende hij goed. Mark en Queeny waren één.

Jan en Annemarie komen regelrecht vanaf de boot vanuit Vlieland naar Harlingen en staan hier om 10 uur op de stoep. Het voelt vertrouwd en samen halen we herinneringen op. Jan en Mark met Hilda hebben lang samen in een studentenhuis gewoond en hebben er een heel mooie tijd gehad. Jan memoreerde dat hij, toen hij nog rijles had, met Mark mocht oefenen in zijn auto. Eigenlijk durfde hij niet goed, maar Mark haalde hem over.Toen ze na een rondje Emmen terug waren had hij het zweet op de rug staan. Nooit weer. Bekaf was hij.

‘Dat ga ik nooit meer doen’, had hij toen gezegd.

‘Zal toch moeten’, zei Mark, ‘want ik kan er zo niet uit’. Hij had de auto op een vingerdikte van de auto van de buurman geparkeerd en die was heel zuinig op zijn auto.

Jan had wat foto’s gevonden waar Mark op stond, mooie ontroerende foto’s van Mark toen hij goed in zijn vel zat. Een cadeautje! Hij was toen gelukkig. Hij had Jans zoon Ole op schoot en las hem voor.

Mooie foto’s uit een tijd toen het leven hem toelachte.

Mark en Jan, herinnering Meer lezen »

De 3 R’s

Was dat niet dr Spock, je weet wel van de 3 R’s
Rust, Reinheid en Regelmaat
Daar zitten we nu dan middenin, maar nu niet met onze kinderen , maar met de pups. Het werkt nog steeds goed. Om de 2 uur naar buiten, aan de Brinta of brokjes….even als toetje melk van Tess…..even spelen tot ze moe worden en dan weer in de ren of nest( bij regen).
En ook de adviezen van onze trouwe huisarts van Haeringen toen onze eerste (Gerhard) geboren was. Gewoon alles doen in huis wat je gewend bent. Dus stofzuigen als het je uitkomt, niet gaan fluisteren omdat de baby(pup) wakker wordt misschien. Het werkt allemaal nog.
Hoewel….toen de oortjes na ong. 14 dagen open waren en ze voor ’t eerst het volle geluid van onze flinke stofzuiger hoorden, kropen ze wel gelijk allemaal op één hoop. Maar nu heb ik juist het gevoel dat ze het een slaapverwekkend geluid vinden.
Ook Suus en Loedertje, de katten, die in het begin door Tessa verjaagd werden, komen weer binnen. Soms kijken ze elkaar nieuwsgierig aan, een pup en Suus. Loeder houdt nog afstand en kijkt vanaf de stoel.

Uit Tweets van het Schoolpad 4. Er is een hoofdstuk over een nestje pups van Scott en Tessa. Ik heb nog een aantal Tweets 3 en 4 voor de liefhebber.

De 3 R’s Meer lezen »

Memories 3

De taken waren goed verdeeld bij de organisatie van die brugklaskampen. In de loop der tijd waren er tenten en kookgerei aangeschaft en Wim Többen  had daarover het oppertoezicht. Verder was er voor de mentoren een grote rol weggelegd, want die zorgden voor het programma. De mentoren kregen een paar uur vrij geroosterd om van te voren de tenten te gaan opzetten. Ze mochten een hulpje uitzoeken om hen te ondersteunen bij alle voorbereidende werkzaamheden en tijdens het kamp zelf. Voor de leerlingen waren er driepersoons tenten en er was een grote tent als verzamelpunt waar ook de leiding sliep. Toen ik meeging hadden we net ons eerste caravannetje, het Knausje, en die ging mee. Wim kwam ’s avonds ook gezellig meedoen en sliep dan ook op kamp. Die tenten…… het was nog een hele toestand om die fatsoenlijk op te zetten. Ik was natuurlijk niks gewend en kwam geradbraakt weer thuis.
Die brugklaskampen besloegen een hele week. Er waren twee groepen. De mentoren van de eerste groepen zorgden voor het opzetten van het kamp en die van de tweede groep voor het afbreken.
Maar dan begon het feest. Zo’n kamp was bedoeld om aan elkaar en de school te wennen. Op de fiets naar “De Hunzebergen“ in Borger met een stel brugklassers is niet niks, vooral omdat je ze nog niet kent. Ze zwiepen eerst alle kanten op. Dat zie je dan voor je gebeuren, want ik fietste meestal achteraan. Ik had graag John Wolters of Tonny Tibben bij me. Ook met Leo of Joop kon je goed samen op pad. We lieten het stelletje ongeregeld na de eerste oversteek al stoppen en dan werden ze toegesproken: twee aan twee, en bij de fluit achter elkaar—tegenliggers!!–. Daarna waren het nog maar enkelen die nog uit de band sprongen. Vaak gingen we onderweg nog wat ondernemen zoals een bezoekje aan het onderduikershol en aan de schaapskudde. Dan werden de dagen gevuld met spoorzoeken, zwemmen, kanoën, een bezoekje aan het grote hunebed met spannend verhaal van Leo, het douanespel met de smokkelaars en ’s avonds in het donker het dierengeluidenspel. Tussendoor werd er in de plaatselijke supermarkt per tent ingeslagen wat ze nodig hadden om in leven te blijven, want ze moesten zelf koken. Ze kregen per tent 25 gulden voor twee dagen.—eind jaren 80– Ik heb zulke leuke herinneringen aan dat koken. Op school hadden we al besproken wat ze op hun boodschappenbriefje konden zetten. Ze leerden elkaar kennen…ze moesten immers samenwerken. Bij iedereen at ik een klein hapje mee.  Wij hadden na zo’n kamp wel door wat voor vlees we in de kuip hadden. Rieks Reuvers was meestal het opperhoofd van de keukentent, het rustpunt van alles. Dat was onze stek. Daar kwamen de jongens met hun vragen en om ’s morgens brood boter, jam en hagelslag te halen.
Tijdens de LTS tijd vond ik de kampen geweldig, maar na de fusie ging alles anders. Er werd op tijd en geld beknibbeld en het werd veel massaler. Jammer! Maar mooie memories…

Na 1990 kregen we na de fusie vbo-mavo, havo en vwo klassen en dus ook meisjes!

Memories 3 Meer lezen »

Memories 2

“Weet je nog van die caravan met Bernard”? Wanneer het woord kamperen viel in de lerarenkamer…dan kwamen de sterke verhalen boven.
Ik was niet de eerste die met caravan meeging op kamp. De tweede klassen moesten aan het eind van het jaar kiezen in welke richting ze verder wilden gaan. Ze konden kiezen uit elektro, timmeren, schilderen, mechanische techniek of autotechniek. Daarom werden aan het eind van die tweede klassen ook kampen georganiseerd met die nieuwe groepsindeling voor klas drie van hun gekozen richting. De nieuwe klassenleraar, zoals de mentor toen nog genoemd werd, had dan al een goed idee over wat hem te wachten stond. En de jongens konden alvast aan elkaar wennen.
Bernard Platzer was een metaalman. Hij wilde ook niet in zo’n bekrompen tent slapen en nam z’n caravan mee. Bernard hield ook niet van laat naar bed gaan.  Terwijl de meeste collega’s het nogal vol hielden onder het genot van enkele glazen wijn, lag Bernard al op één oor.
Ze hadden zin in een goeie stunt en Bernard was het slachtoffer. Midden in de nacht hebben ze hem met caravan en al over de camping gesleept. Maar Bernard gaf geen krimp. Hij bewóóg nog niet. Jaren lang werd de stunt door verteld. Bernard glimlachte alleen maar!
Er waren altijd een paar collega’s die de jongens in hun tentjes in de gaten hielden. Leo en Jan waren daar goed in. Bij te veel spektakel werd er een extra nachtwandeling ingelast of werd zo’n knul wel buiten de tent gezet als hij zo graag buiten wilde zijn. Na een half uur was de lol er wel af en had je er geen kind meer aan.
“s Morgens was het altijd Rieks die met z’n krantje en een hele grote pot thee helemaal wakker op ons zat te wachten!  s ‘Avonds na het avondspel had hij ook een hele pan Hema worsten warm gemaakt, voor ieder een halve. Tussendoor kregen de jongens  regelmatig een stuk Mars om de energie wat op peil te houden.
Wanneer ik nu nog jongens van toen, mannen van nu, spreek  is het kamperen op de Rk LTS  De Zuidoosthoek één van de hoogtepunten uit hun schooltijd.

Foto: Joop Ahlers staat de jongens bij tijdens het kokkerellen,. Hier wel bij een brugklaskamp.

Memories 2 Meer lezen »

Memories

Vroeger stond er naast de school een klooster waar verschillende broeders woonden die ook op school les gaven. Lang voor mijn tijd gaf de directeur hier Engels. Hij was een kloosterling en als ik goed ben ingelicht droeg hij nog zo’n mooie witte pij. Laat hij toch verliefd worden op het meisje van de administratie en zij op hem. Hij ging in eerste instantie terug naar zijn eigen klooster ergens in Brabant. Het hielp niet. De liefde was echt. Hij trad uit en trouwde zijn Marietje. Ze zijn heel gelukkig geworden en hij werd later een fijne directeur van onze LTS.
Ook een andere collega is een uitgetreden kloosterling en zijn vrouw een voormalig nonnetje. Toch hadden we nog twee echte fraters in ons midden al was dat aan hun uiterlijk niet meer te zien. Frater Brouwer gaf met veel liefde voor de minder bedeelde jongens les in handvaardigheid. Ik herinner me zijn afscheidsspeech waarin hij pleitte voor minder gebruik van het rode potlood, maar meer voor het stimuleren van de leerlingen!
We hadden het goed bij die mannen. Zat je bij Bernard Platzer aan de koffietafel… ging het over politiek of financiën. Bij Teun werden er steeds moppen getapt en kropen we bijna van het lachen. John Wolters was als militair ooit naar Nieuw Guinea geweest en wist daar van alles over op te dissen Tinus Timmer, de collega metaal kon je zo van achter bij de schouders pakken en optillen. Je had hem dan wel uitgedaagd natuurlijk. Een paar apart waren de vrienden Leo en Jan, beiden specialisten op het gebied van individueel onderwijs. Ik heb nog steeds groot respect voor ze. En Glenn…ook een metaalman was vroeger bij de Marine geweest en we werden bevriend, samen met zijn Greta en mijn Wim.
Maar allemaal hadden ze het over hun beroemde brugklaskampen. Daar werd ik onderhand ook wel nieuwsgierig naar. Ik heb er later heel wat mee mogen maken.

Uit: Tweets van het Schoolpad

Foto: Toen Rick bij de Emco in de paprika’s was gaan werken waren pa en Diny, maar ook Glenn en Greta van de partij op de Open Dag!

Memories Meer lezen »

Flip en Flop en de wagen in dutten

Op de Groen van Prinsterer Kweekschool zat Grada bij mij in de klas, de dochter van bakker Bosch uit Bronckhorst. Ze kwam vaak thuis met verhalen over een paar jongens die weer het een en ander hadden uitgehaald. Moeder Willemien had humor en kon aardig dichten. Ze kon er steeds iets leuks mee doen waar ze regelmatig de krant mee haalde. Zo ook dit gedichtje dat ik steeds bewaarde, nu dus al meer dan 60 jaar:

Flip en Flop
– en de wagen in dutten-

historisch

Der ston een mooie wagen
In de garage klaor
En pa en ma waren niet thuus
Flip zei: ’W’j leent em maor.’

Mor Flop was wat veurzichtig
Hi’j zei: ‘Bun i’j now mal
At wi’j em ri’jdt in dutten
Dan heur ik vader al’

‘Doe niet zo kinderachtig
Ik bun gien achttien meer
Wi’j nemt em met en mergen vrog
Dan steet e d’r ja weer’.

Ze gingen eerst een film zien
Daornao wier ‘gedineerd’
De wagen ston heel netjes
Verantwoord geparkeerd.

Ze gingen nog wat dansen
Het was niet meer zo vrog
Opens zei Flop:’Wi’j gaot naor huus’
Flip zei: ’Nog tied genog’

Mor effen later bunt ze
D’r toch vandeur gegaon
Zo’n veertig kilometer
Och – dat was gauw gedaon-

Dat dachten ze tenminsten
Mor ’t zat ze niet zo glad
Hoe kwam et dat een grote dut
In ’t achterspatbord zat?

Ze zaggen ’t tegelieke
Wat schrokken ze d’r van.
‘Ik snappe niet’, zei Flippe
‘hoe dat noe kommen kan’.

Was d’r misschien een auto
Zo tegenop eknapt?
En waor was dan de daoder?
Wie had em dat elapt?

Dat waren van die vraogen
Mor ’n antwoord kwam d’r niet
Wat waren ze begonnen
Ze kregen toch wel spiet.

O, wat zol pa wel zeggen
As hij die dutten zag
‘k Denk da’k um van mien leaven
Niet meer gebruken mag

De bruurs zochten gauw argens
’n Garageholder op
En hebben um met völ lawaai
Samen uut bed geklopt.

Ze mossen wel lang praoten
Mor end’lijk gaf e toe
‘Denk d’r wel an dat ik et
Veur een appel en een ei niet doe’.

Het kosten heel wat duiten
Tien keer de film misschien??
Mor pa zol van die dutten
Geen sikke pitjen zien.

Ze bunt in huus gekommen
En gauw naor bed gegaon
Flop zuchtten: ’k Wol warempel
Da’w et niet hadden gedaon’.

Flip zei: Pa zal ’t niet merken
Daor stao ik wel veur in.
Wi’j hebt een aovend schik gehad
Naokaarten hef gien zin!’

Ze vonnen ’t wel verstandig
’s Maans niet laat op te staon
Um ’s mergens bi’j et daglicht
De scha nog nao te gaon.

Mor de garagedeuren
Stonnen warempel lös
Een teken dat papa al
Dao binnen wezen mos.

‘Gewoon doen’, fluust’ren Flippie
‘Gewoon doen’, zuchtten Flop
Pa ston bi’j ’t achterspatbord
‘Een boon bun’k a’k dat snop.’

-Momp’len hi’j in zich eigen
Zag toen de jonges staon
‘‘k Bun gist’ren met de wagen
Tegen een post gegaon.’

‘Ik menen da’k um daormet
Nogal beschadigd had
En dat in ’t achter spatbord
Een flinke dutte zat’.

‘Gelukkig met gevallen
Et zol ok jammer zun
Umda’k op disse wagen
Altied zo zunig bun.’

En Flip en Flop wat dacht i’j
Dat ze ’t pa heb gezeg?
Niks heur, mor völle lichter
Gingen ze samen weg.

Het spet ze van de centen
Daor ’s nachts an gespandeerd
Mor dat zi’j ’t niet hadden gedaon
Was eur et geld wel weerd.

Willemien Bosch

Flip en Flop en de wagen in dutten Meer lezen »

Brieven uit Barchem –Slot

Als de vruchten groeien, groeit het roet ook. Ik moet er dezer dagen nog wel eens aan denken dat de stadsman de boer tegenwoordig met andere ogen aankijkt dan vroeger. Vroeger was het: domme boer, lelijke kaffer, maar tegenwoordig ben je de man waar alles om draait. Daar in Eefde, waar Hanna getrouwd is, daar krijgen ze zo’n aanloop van stadsmensen, vooral om aardappels. Vermakelijk is het als je sommige geschiedenisjes hoort. Zo houdt bv een politieman een vrouw aan. Die heeft zo’n zware tas in haar hand: ”Zeg moedertje wat zit daar in die zware tas”. “Aardappels”, zegt moedertje onverschrokken. “Zo… zo”, zegt de politieman,”maar dat mag niet. Waar heb je die gehaald?” ”Die heb ik gehaald waar jij die ook gehaald hebt.” Politieman af.
Nu ik zo tot jullie aan het schrijven ben, denk ik meteen: ik wou die nichtjes toch graag eens weer zien. Maar dat hoort zeker bij die vrome wensen. Jullie mogen ook niet terugkomen dan in heel buitengewone omstandigheden, meen ik. Ons protestanten lijkt dat niet goed, zoals je weet. Maar als jullie je erin kunt schikken, wel, dan moet het wel goed wezen. Onze Herman zou op dit moment ook niet in Holland kunnen komen.
Het is altijd mooi dat onze gedachten kunnen gaan waar ze willen. Ik voor mij geloof dat onze gedachten veel meer betekenis hebben dan over ’t algemeen wordt gerekend. Ik geloof dat we gedachten van liefde of gedachten van gebed uitzenden naar wie ons lief zijn, dan bereiken we die ook, of ze het merken of niet, en ook met zegen. Zo blijven we dus met elkaar verbonden hoewel we mekaar niet kunnen zien met stoffelijke ogen. En als jullie tot de heiligen bidt, met overgave en liefde, dan bereikt uw gebed diegene ook, tot wie het gericht was. Dit klinkt nu wel niet erg protestants, maar toch geloof ik het wel.
Maar laten we onze kerken maar voor wat ze zijn, ze hebben zeker alle hun gebreken al erkennen we dat van eigen kerk niet graag.
Jongens wat was ik indertijd verdrietig op broer Hendrik, en soms kwaad!- toen hij met de roomse Bartje wilde trouwen en r k werd.-
O man o man. Maar broer heeft het me allang vergeven en begrepen dat het voor broer Johan een bittere pil moest wezen. Maar nu is alles wel goed. We kunnen mekaar nu over de kerkmuren heen, best weer de hand geven. Ze hebben nu al een tijd een nieuwe radio gekregen, met, en dat is wat waard, met ultra korte golf.
Ik maak nu voor onszelf een apart apparaatje dat we dan aans luiten op het gewone toestel.
Het oude toestel bij uw huis heeft, in alle nederigheid, wel zijn best gedaan, maar het worm kon niet meer, het had zoveel ouderdomsgebreken dat het je ouders wel ƒ30 zou hebben gekost, voor het nog weer een beetje mee kon doen.
Bij uw huis is alles gezond. Ik kan nog wel eens komen, maar moeder fietst minder goed. We zijn er een tijdje geleden met kar en paard heen geweest en dat ging maar best. Koos stapte maar wat monter er naar toe. En als we er dan zo zitten komt het gesprek al gauw op de afwezigen. En dat zijn dan jullie beiden, en onze Herman en Dina.
Maar onderdehand krijgt uw moeder nog wel eens een brief van een van u en zo blijven wij ook wat op de hoogte met het doen en laten van u beiden. Maar ik heb me er wel eens over verbaasd zoveel jullie op één velletje papier weet te plaatsen. Het is nu zaterdagavond geworden. Dat is toch altijd een prettige gedachte: morgen is het zondag. Daar heeft onze Dien ook zo’n mooi gedichtje op gemaakt. Ze was zo gaarne in de natuur en zoals ze in dat gedichtje over de zondag ergens zegt:

En als dan niemand met mij mee wil,
Dan ga ik met mijzelf – alleen.

O als er toch geen weerzien was wat zou dat vreselijk wezen, maar dat is Goddank wel. Nu raakt dit velletje ook vol, nu zal ik maar stoppen, zend je nog even ons aller groeten,
Uw ome Johan.

Hoe deze brief jullie beiden moet bereiken weet ik niet, omdat je niet bij elkaar zijt. Dus dan moet diegene die hem krijgt, maar verder sturen als het haar de moeite waard lijkt.

Foto: Hendrik en Bartje

Brieven uit Barchem –Slot Meer lezen »

Brieven uit Barchem 2

En zo zijn er af en toe nog wat prettige dingen te beleven, als je je plicht maar doet op de plaats waar je staat, het doet er niet toe in wat voor betrekking.
Of je nu zoals je zuster Bertha, die het op zich genomen heeft een huisgezin te vormen of zoals jullie beiden die zich wat van de wereld hebt afgezonderd en zieken en ouden van dagen wilt verplegen en verzorgen, en of je als Bram ergens op een fabriekje de overals zo vuil maakt dat ze niet meer schoon te krijgen zijn. Het is, zo lijkt het ome Johan tenminste toe, het is alles hetzelfde. Je kunt overal en onder alle omstandigheden Gods wil doen en niet doen, net naar je zelf wilt, als je maar bedenkt dat het leven zich kleurt net naar we gewillig zijn in de ons opgelegde taak. Wij protestanten, dat weet je wel, denken over het kloosterleven anders dan jullie katholieken. Misschien is ons inzicht van weerskanten door haar eenzijdigheid wat fout en moeten we tenslotte van mekaar willen leren.
Maar och, ons begrip, inzichten en meningen, kleinmenselijk als ze zijn, leggen misschien niet zoveel gewicht in de schaal; van meer belang zal ’t zeker wezen of er overgave in ons hart is en of we eigenwillig iets willen doen of tot stand brengen. En zo gaat een mensenleven in dag en nacht voorbij. Het is zo maar weer zondag. Nu is het zaterdagmiddag. Even in een stoel zitten dutten en nu even schrijven. Ik denk veel aan Dina. Niet zo onder het werk, maar zo gauw je het halster van de kop hebt en een ogenblik rust denk ik er weer aan. Nu al meer dan drie jaar geleden. Ik weet nog zo goed, een paar nachten na haar overgang stond ze in een droom naast mij. “Ik ben door bloed gegaan”, zegt ze met een klankloze stem, maar ik kon het toch best horen en ik was me ook best bewust dat het Dina was, nu van de overzijde. En ik spande mij in om te zien welke jurk ze aan had, het leek een effen kleur, maar welke kleur… kon ik niet goed zien. Later ben ik zoveel van haar gewaar geworden, ze heeft me zoveel meegedeeld. Ik heb er een klein boekje van gemaakt.
Ja kinderen, het leven lijkt je nu zeker nog zo lang en zo belangrijk. Nu, belangrijk is alles wat ons wedervaart, maar lang, neen, dit leven is niet lang, doch dit is niet erg. Het gaat voort, al maar voort. En we doen steeds ervaringen op en we leren aldoor en aldoor wordt ons leven schoner en van meer betekenis. Neen we kunnen nooit dankbaar genoeg wezen dat ons het leven is gegeven, en het is zo nuttig aan het eind van de dag eens een rustig hoekje op te zoeken, je gedachten te ontspannen en je te laten gaan. Dina heeft daar nog zo’n aardig gedichtje over gemaakt. Het begint:

Wat is het goed,
wanneer de dag ten einde spoed
eens eventjes te rusten
en opzien naar de blauwe lucht
en naar der wolken snelle vlucht
dat einde heeft noch kusten.

Het is toch zo’n lief bezit, dat gedichtenboekje van haar, maar ook een weemoedig bezit. Ik denk net ook aan dat andere gedichtje dat zij en Jo samen zongen op de wijs van: O, zwarte zigeuner. Dat klonk dan zo mooi en zo teer. Het eerste versje luidde:

Vredig stil is d’ avond,
Vriendlijk lacht de maan,
Terwijl ze een lichte wolkenschaar
Voorbij laat gaan.

En zo zou ik nog zoveel willen opschrijven. Maar och.. die dingen hebben voor ons zo’n waarde omdat ze van haar zijn uitgegaan. Ze had niet altijd veel te vertellen, de dagelijkse dingen interesseerden haar ook nooit erg, maar ze zat zo graag in gedachten stil weg te mijmeren en liet haar geest dan maar gaan. Ik geloof dat ze zich dan altijd gelukkig voelde. En ik denk, zo gaat het alle mensen die ogenblikken van in zichzelf gekeerd zijn, zijn een verkwikking. En dan kun je weer verder.
Als je zo eens onder de mensen komt en je bestudeert de gezichten van die drommen voorbijgangers waaraan maar nooit een einde lijkt te komen, dan leer je veel. De meeste vertonen vermoeidheid, sommigen dodelijk vermoeid, ook velen zo’n matte onverschilligheid alsof ze zich nergens meer voor kunnen interesseren. Enkelen ertussen kunnen je goed doen. Zo’n nauw merkbare glimlach, die kalme gang, die ogen die verder schijnen te zien dan de straat lang is. Zulke mensen stralen licht uit, zijn een zegen al zeggen ze weinig of niets. Daar hoorde mijn schoonmoeder ook bij. Hebben jullie haar nog gekend? Dina misschien wel. Ze is in 1929 overgegaan. Toendertijd heb ik haar innerlijk wel eens beklaagd, als ze daar zo urenlang kon zitten in haar stoel, maar stil voor zich uit starend, maar nu begrijp ik dat beter. Ach ja, het leed dat over de mens komt, laat wel wat na. Je leven wordt dieper, je leert beter door de dingen heen te zien, niet aan de stof blijven hangen. Maar ik zal wel weer eens aan het werk moeten. Moeder heeft de thee zowat klaar. We worden met dit betere weer opnieuw druk.

Foto: Opa’s schoonmoeder Opoe Jansen werd ook wel omoe genoemd.

slot volgt.

Brieven uit Barchem 2 Meer lezen »

Brieven uit Barchem

Er kwam nog veel meer uit de laatjes van tante Jo. Zowel zij als tante Jantje hebben veel waardevols bewaard. Opa onderhield door de jaren heen een briefwisseling met twee nichtjes, Dina en Heintje Eggink, allebei dochters van zijn broer Hendrik en Bartje. Omdat Hendrik indertijd R.K. geworden was door Bartje te trouwen werden alle 10 kinderen ook R.K opgevoed en twee van dit tiental gingen het klooster in. Heintje werd zuster Odile en Dina zuster Elisia. Deze brief staat ook in het boek Brieven uit Barchem.
De vroegste brief die er is dateert uit 1941 en beslaat 10 kantjes. Eerst was ik van plan de brieven wat in te korten, maar wat zou ik weglaten? Wanneer er voor iemand oninteressante stukjes tussen zitten slaat die zelf maar een paar regels over. Opa filosofeert geregeld. Ik hou daar wel van. Verder kom je unieke herinneringen tegen. Ik zou zo zeggen: laat je verrassen door wat onze opa Johan zijn nichtjes schrijft in het licht bezien van die tijd.

Barchem, 22 mei 1941

Beste kinderen Dina en Heintje,
Nu wil ik dan een klein begin maken aan een brief aan jullie beiden. Hij zal wel niet afkomen maar dan begin ik er later maar weer aan.
Ik was verleden week nog even bij uw vader en moeder en toen herinnerden ze mij er nog weer aan dat jullie toch ook wel eens wat wilden horen uit Barchem. Juist! Dat is nu zo’n algemene eigenschap onder de mensen dat ze altijd graag willen horen en meteen hoe het op een andere plek toegaat, een plek waar ze toevallig zelf niet kunnen wezen.
Ik herinner me nog best toen ik in de zomer 1932 in Amerika was, hoe die oude Hollanders me bij de kladden vasthielden: “Hoe is het toch in joe old country?” Daar ging hun belangstelling naar uit. En ikzelf, als ik het Hollandse blad: De Volksvriend in handen kreeg, keek ik het allereerste naar de rubriek: Uit Nederland! Het is komiek met een mens. Ik droomde eens, nu al zowat 25 jaar geleden dat ik zowaar op de maan was beland. Even keek ik om mij heen, zag wat grove bladeren en varenachtige planten, maar dan keek ik alweer naar boven en vroeg waar nu de aarde wel was! “Daar”, zegt iemand naast mij, “die schijf daar”. Ja toen zag ik de aarde, zoals je hier de maan beziet, was in haar eerste kwartier, alleen ruim twee maal zo groot. Dat was misschien nog niet zo dom gedroomd. Ik denk nog aan een andere mop: Mevrouw zus en zo zegt tot haar man: “Kijk es man wat is dat dal toch mooi”. “Nou “, zegt haar man. ”als het daar zo mooi is waarom zijn we dan naar boven geklauterd?”
Ik denk ook wel eens terug aan de laatste jaren met zijn geweldig autoverkeer, dan dacht ik ook wel eens: het lijkt wel of alle mensen zich op de verkeerde plaats voelen en dat ze nu op zoek zijn naar de ware. En nu heb ik het dan gehad over die algemene menselijke eigenschap om graag te willen weten hoe het op een andere plaats is. Maar het zou mij nu haast kunnen gaan met mijn brief zoals ik vroeger bij school eens beleefde met het slootje springen, ik meen dat het die jongen Johan Hilhorst was die dit overkwam. Hij nam zo’n geweldige grote aanloop dat hij moe was toen hij bij de sloot kwam en van ’t slootje springen kwam niets!
Het is vandaag Hemelvaartsdag. De mensen maken zich zorg over de wereld, hoe dat nog een keer aflopen zal, maar als ze allemaal eens goed over deze dag nadachten zouden ze toch moeten inzien dat ze zich veel te bezorgd maken. De eigenlijke leiding in de lotgevallen van de wereld is nu in heel goede handen. De harde krachten moeten het een keer opgeven tegen de zachte krachten. Wij hier hebben onze onplezierige belevenissen en jullie in Brabant ook, naar ik wel uit een brief van een van jullie gewaar werd, maar die dingen zitten aan de buitenkant, innerlijk hoeven we er niet overstuur van te raken, zoals uw moeder me schreef toen ik in de USA was: We hebben één Vader die voor ons zorgt, dus zijn we nooit aan ons lot overgelaten, altijd veilig, bij drijven en bij zinken, zoals in een van onze gezangen zo mooi staat: Of wij drijven of wij zinken,
Wat Gij doet is even goed.
Zegt Jezus ook niet, dat er geen musje ter aarde valt zonder de Vader die in de hemelen is?
Ik geloof dat we allemaal, vooral in deze tijd, mekaar veel te veel napraten dat het toch zo’n slimme tijd is, en hoe langer hoe slimmer wordt, met de dag.
Dat lijkt dan ook allemaal wel zo, maar dat is de ene kant van de dingen. Er is ook nog een andere kant aan, die veel werkelijker is, tenminste voor wie het zien wil.Wat lopen de wegen van de mensen toch wonderlijk uiteen. Bij jullie thuis, twee van de tien naar ’t klooster, één is getrouwd. Van onze 10 één naar Amerika, één naar de geestelijke wereld. Drie: Hanna, Dika en Heintje getrouwd. Jo verloofd, Mies verloofd, Hendrik Jan ook verloofd geweest, maar heeft het uitgemaakt omreden zij hoe langer hoe meer de NSB kant
uitging. En Jan, nu ja, nog wel geen ring aan de vinger, maar dat schijnt toch ook wel menens te wezen, ze begrijpen mekaar heel best, naar ’t lijkt. En dan schiet er Bram nog over, maar waar die jongen nog te land zal komen dat staat nog af te wachten. Op ’t ogenblik werkt hij in Verwolde op een machinefabriekje. Daar had hij laatst nog een mooie ervaring. Eén van ’t personeel, een NSB jongen had zich verbonden om voor zijn Führer te willen vechten, en op een keer neemt hij afscheid van het personeel. En Bram kreeg zijn doos met boren als aandenken. En waarom kreeg juist Bram die? Ja dat lijkt een raadsel, omdat juist Bram de enige was die hem tot andere gedachten heeft willen brengen. Bram fietste ’s avonds altijd met hem tot Lochem, daar woonde die jongen, en heeft veel met hem gepraat, maar naar ’t scheen allemaal tevergeefs. Hij is nu al misschien in München naar ’t front of neen dat is hij zeker al, want in Lochem ging de praat al dat hij gesneuveld was.
Ik vraag me dan toch af, wat ging er toch in de jongen om dat hij juist Bram dat gereedschap moest geven. Zou het niet zijn dat hij innerlijk voelde dat Bram gelijk had, maar dat hij toen al niet goed meer terug kon en dat ook zijn vader een echte NSBer was dat moet je ook niet vergeten.
Een beetje daarvoor had Bram daar ook al een mooi avontuur gehad, waar ik alle dagen nog blij om ben.
Ze verdienden daar op dat fabriekje een klein loontje en de baas was maar niet in voor wat opslag, totdat die NSB jongen op ’t laatste zegt: “Ik ga naar de Ortskommandant. Dan moet de baas wel of hij wil of niet”. Dat voelde Bram, dat was een scheve boel. Je wilde van de NSB-er niks weten, maar als je bij gelegenheid beter van hem kon worden dan wou je ze nog wel in de arm nemen. Dat moest niet gebeuren. Ik meen dat Bram er een nacht niet van heeft kunnen slapen. Toen heeft hij de kat de bel aan gebonden en op een maandagavond heeft hij er zolang met de baas over gepraat dat hij op ’t laatst een prop in de keel had gevoeld en toen waren de anderen hem dan ook te hulp gekomen met gevolg dat ze allemaal opslag hebben gekregen en meer dan ze hadden verwacht. Die NSB jongen had nog gezegd: Het is nu goedschiks gegaan maar anders had het kwaadschiks gebeurd. Toen zal de baas wel begrepen hebben aan welk gevaar hij was ontsnapt en dat hij dat eigenlijk aan Bram te danken had. En Bram was zowat de jongste van allemaal.

wordt vervolgd

Foto: Een foto uit de verlovingstijd van Jo en Hendrik Jan in ongeveer dezelfde tijd als deze brief.. Met Hemelsvaartsdag dauwtrappen naar de Posbank.

Brieven uit Barchem Meer lezen »