Weblog2

Kinderen en rouw

De Hoenwaard in de winter.

Misschien was ik inderdaad aan de jonge kant om te betrekken bij het afscheid nemen van papa Hendrik Jan. Toch vind ik het goed er het tegenwoordig veel opener mee omgegaan wordt. Het is toch prima als een kleinkind een mooie tekening als afscheid mag maken en vooral dat er met hen over gepraat wordt.
Toen bij onze buren vroeger een opa overleed wisten de kinderen niet waar opa gebleven was. Tot één van hen had ontdekt waar hij opgebaard stond op de boerderij en de anderen zijn geheim vertelde:’Ik wette waor opa is, in een grote holten kiste’. Hij had het ontdekt en voelde zich heel gewichtig.
Nu maken we begrafenissen mee waar de kleinkinderen allemaal als ze het willen een rol hebben al is het nog zo klein. Veel beter!
Toen Wims vader Gerard erg ziek was en niet weer beter zou worden waren de andere jongens uitbesteed bij familie. Alleen Wim was thuis gebleven en zat vaak bij het bed van z’n vader. Op een gegeven moment stuurden ze hem er op uit. Hij moest ook maar eens even weer naar het bos met z’n vrienden. Zo gebeurde het. Op een gegeven moment, zo vertelde hij zelf, voelde hij dat hij weer naar huis moest en heeft de hele weg rennend afgelegd. Hij kwam de kamer in, z’n vader zuchtte een keer en was overleden. Net of hij op hem gewacht had.
In Hattem was het de gewoonte dat de mannen van de naaste familie achter de begrafeniskoets liepen. Zo liep 16 jarige Wim daar met z’n ome Jan. Het ergste was eigenlijk nog dat de begrafenisondernemer hem toevoegde: ‘Nu moet jij maar goed voor je moeder zorgen’.

Kinderen en rouw Meer lezen »

Altijd wat te beleven…

Gezicht op Hattem in vroeger tijd. De kar rijdt over de Eierdijk waar wij ooit samen begonnen op no 54.

Toen Wim al wat ouder was verzorgde hij de oppas met plezier. Hij pakte na het opruimen de kinderwagen en ging met Henry en Ben naar het bos waar pa en moe met Piet later bij hen kwamen. Piet kon je er thuis niet bij hebben. Dat was een echte vrijbuiter. Iedereen was gek op hem, maar ging al gauw z’n eigen gang.
Als vader en moeder van der Kolk ’s avonds eens samen weg wilden paste Wim al gauw op. En die had er toch zo’n hekel aan. Piet niet. Zo gauw pa en moe weg waren schoot die in twee linker laarzen en ging de straat op. Er was altijd wel wat te beleven.

Altijd wat te beleven… Meer lezen »

Hattem

De Hattemer koeien op Homoet

Het was feest in Hattem, wanneer in het voorjaar de koeien van de Hattemer boeren naar de Hoenwaard werden gebracht naar de gemeenteweide, in de volksmond Homoet genoemd. Van te voren werd het jongvee dat voor het eerst meeging gebrandmerkt. Daar moesten de kinderen natuurlijk ook bij zijn. De scholen hadden die dag gewoon vrij en de kinderen gingen achter de koeien aan naar de gemeenteweide op de uiterwaarden van de IJssel.
Later gingen de boeren die in het stadje woonden ook naar de Homoet. Hun nieuwe boerderijen werden ook op een verhoging gebouwd voor het geval dat het water toch erg hoog zou worden ’s winters.
Daarvoor woonden de meeste boeren in de smalle steegjes van Hattem. Die waren zo smal dat een hooiwagen er net doorheen kon. De familie van der Kolk woonde in het begin in de Gasthuissteeg. Daar zijn alle vier jongens ook geboren. Wim vertelde dat hun buurman van ’t Land ook zo’n stadsboer was. Wanneer ze bij hen achter in kwam en op de deel, stond er naast de deur een bezem. Wanneer je er binnenkwam vloog de haan je vanaf de hanenbalken steeds aan. Die bezem moest je dan even omhoog steken zodat de haan daardoor mis vloog en je niet bezeren kon. Ik moet er toch niet aan denken.
Ook bakker de Graaf was een buurman. Er zijn heel wat sokken en broeken gedroogd in de bakkerij als de jongens van der Kolk met hun natte plunje niet thuis durfden komen. Ome Jan van der Kolk en tante Marie woonden met hun vijf jongens ook in de binnenstad boven hun schoenenzaak. Gezamenlijk werd er door de jongens ook heel wat afgestruind buiten Hattem. Als er eens een feestje is wordt het meteen een reünie met sterke verhalen. ‘Weet ie-j nog wel dat Piet aover de sloot sprong en zei: Vooruit dat kun ie-j ok en dat Gerrit net met de hakken in de sloot zat en Wilhelm natuurlijk met beide peute d’r midden in?’

Hattem Meer lezen »

Met vier jongens op een bovenhuis

Moeder Siet nu 96 jaar oud.

Vader Gerard was de goedheid zelve, behalve wanneer ze aan z’n zondagse wandelingetje of fietstochtje kwamen. Nu wilde het geval dat moeder van de Kolk ook een mooie stem had en met een groepje onder leiding van meneer Dijkema na de kerkdienst ging zingen bij het orgel. Gerard vond dat alleen goed als dat niet langer dan een half uur duurde. Meestal liep dat wat uit de hand en verscheen er een nijdige Gerard bij het orgel:’Ik kom Siet halen, een half uur is een half uur!’ Er werd gezegd dat hij dan zo kwaad was dat hij zijn gebit bijna van nijd uitspugde. En Siet ging mee.
Ze woonden eerst in de Gasthuissteeg achter de kerk in de Achterstraat waar vader Gerard koster van was. Maar met vier jongens -en geen kindernevendienst zoals nu- bleef er altijd een thuis om op te passen en op te ruimen. Vanuit de kerk had je ook nog eens precies zicht op het bovenhuis met balkon van de familie. Zo zag moeder Siet ,en zij niet alleen , een paar van de jongens ondeugd uit halen. En zag het gebeuren dat Wim en Piet eens om de beurt Ben aan z’n handen over het balkon lieten zakken om te kijken wie dat het langste vol kon houden. Ze zat zich al te verbijten en ziet gelukkig Gerard met omgeknoopte theedoek het balkon op komen. Die grijpt de theedoek en slaat de beide ondeugden links en rechts er mee om de oren. "Was ie dan niet bange Ben", vroegen we Ben later toen het spektakel eens ter sprake kwam. "Welnee", zei Ben. "Piet zei gewoon: D’r gebeurt niks met oe, want ik heb oe goed vaste"!
Een favoriet spelletje was ook om over de rand van het balkon te balanceren met een bezem als stok. Ze hadden een paar dagen tevoren een man bewonderd die op deze manier al balancerend over een gespannen draad tegen de kerktoren was opgelopen. Ach… ze hebben het allemaal overleefd. Hun buurman, de dominee, had ook zo’n stel muiters. Die liepen zo over het dak van hun huis. Wanneer die eens gewaarschuwd werd over de capriolen van zijn kroost gaf die alleen als antwoord: "Ja, ja … het zijn me van zulke dakhazen".

Met vier jongens op een bovenhuis Meer lezen »

De vernieuwde oude IJsselbrug

In 1940 was het middenstuk van de IJsselbrug bij Zwolle vernield door de Nederlanders zelf om zo de Duitsers tegen te werken. In 1943 was die weer hersteld. Zolang werd er een veerdienst onderhouden.
In 1945 vóór de Bevrijding werd die opnieuw opgeblazen door de Duitsers. De vernieuwde "oude" IJsselbrug was in 1947 weer hersteld.
Nu is er immers alweer een nieuwe, grotere om het verkeer op de autoweg sneller te kunnen verwerken.

De vernieuwde oude IJsselbrug Meer lezen »

Hattem 1940 -1945

Moeder van der Kolk geboren en getogen in Wapenveld had een tante, tante Geert. Dat moet een lelijk iemand geweest zijn. Ben was altijd bang voor haar. Ze had steeds zo’n zwarte stola om en een zwarte muts. Ben griezelde er van. Hij vond haar er uit zien als een heks en schreeuwde moord en brand wanneer hij als klein jochie met moeder mee moest naar tante Geert. Moeder was natuurlijk flauw van dat gejammer en had er het volgende op gevonden. Ze zette de fiets met Ben in het zitje tegen het huis van tante Geert, vlakbij het raam. ‘Als je mooi blijft zitten hoef je niet mee naar tante Geert’, was de afspraak. En Ben koos voor het zitje, maar niet langer dan een kwartier.

De oorlog ging zeker niet onopgemerkt aan Hattem voorbij. In de meidagen aan het begin van de oorlog moesten alle Hattemer gezinnen geëvacueerd worden. Ze woonden immers zo dicht bij de brug over de IJssel en lopend gingen de meeste richting Wezep. Ook Wims moeder met Wim die pas een paar maanden oud was ging op pad met de kinderwagen die onderin volgestouwd was met de noodzakelijke dingen. In Wezep verbleef ze bij een gastgezin tot na de overgave en toen kon ze pas weer terug.
Wims vader bleef achter om hand- en spandiensten te verrichten en om de vliegtuigen in de gaten te houden het zgn. Luchtalarm. Daarvoor moest hij het dak op, een koude klus. Hij had, net als zijn broers aanleg voor jicht en dit heeft hem geen goed gedaan.

Vader van der Kolk hielp ook mee op het distributie kantoor. Hij kon op deze manier gemakkelijker aan extra bonkaarten komen voor onderduikers. Die bracht hij dan op de fiets met Wim voorop weg. Het toen nog schriele kereltje was helemaal ingepakt met bonkaarten. Ook de kan met verf – hij was immers schilder- had een dubbele bodem en werd gebruikt voor dit soort werk.

De IIsselbrug ging er toch aan tegen het eind van de oorlog. De Duitsers lieten die springen.
Ik heb me laten vertellen dat Bé, de jongste broer van moeder, bij hen was en bij de open deur om de hoek naar buiten keek. Op dat moment was moeder van der Kolk de gang bij de trap aan het dweilen en een ogenblik later zaten links en rechts van haar de granaatsplinters in het hout. Wim was toen ongeveer een jaar of vier en zag het vanaf de trap gebeuren en heeft er lang last van gehad. Om hun gram te halen aan het eind van de oorlog hebben de Duitsers een bus vol gevangenen, mensen uit het verzet, in een bus gezet en overal langs de weg werden er een paar neergeschoten. Er is nog steeds een gedenkplek aan de Gelderse Dijk tussen Hattem en de IJsselbrug.

Hattem 1940 -1945 Meer lezen »

PvdA,CHU, AR….of…toch maar eens Koekoek

Opnieuw een stap naar links, in dit geval, in de familie. Opa Harwig mèt baard en hoed. Jammer dat ik hem niet beter gekend heb. Ik vraag me alleen af of hij deze reclame plakkaten bij z’n huis aan de Insulindelaan had hangen.
Als je achter in Linde woont heeft dat natuurlijk voordelen maar een nadeel is dat je ook veel mist. Ja ik wist wel dat hij een PvdA man, vroeger dus SDAP, was. Ook oom Jaap was een echte P vd A aanhanger. De kerk daar had hij niets mee. Ik heb begrepen dat bv ds Buskes ook de Pvd A toegedaan was, maar vroeger was het toch gewoon dat de Hervormden voor de CHU stemden, de Gereformeerden voor de AR en de RK leden waren vaak toch lid van de KVP. Hoewel de Christelijke partijen nu zijn samengegaan heeft dat allang niet meer te maken met een kerkgenootschap. Pa heeft één keer anders gestemd dan de CHU en dat was op de Boerenpartij, op Koekoek. Het bleef bij die éne keer.
Wanneer er weer een verjaardag op komst was verzuchtte mama wel eens:’Ik hoppe maor dat ze et niet aover de politiek gaot hemm’n vanaovend’. Oom Jaap verdedigde de opvattingen van deze partij vol vuur. ‘En ok niet aover de kerke’, kwam er achter aan. Opa Bijenhof kon daar met enthousiasme over hebben, maar dan meer over ‘wat ‘r in de biebel steet’.
Toen we jonger waren en op tijd naar bed moesten lag ik wel eens mee te luisteren met het oor op de vloer waar je door het houten plafond mee kon luisteren. ’t Ging d’r soms hen. Maar altijd in een goede sfeer.
Op zondag ging het bij ons op de Boomgaard 3 kanten op: opa ging trouw naar de ‘dienst’. Wij regelmatig naar de Hervormde kerk, aansluitend vaak koffiedrinken bij de Aartsens waar heel even, maar zeker niet te lang over de preek gepraat werd. En Riek Antink, ons meisje voor dag en nacht, ging elke zondag naar de Gereformeerde Kerk.
In later tijd sloten oom Wim en tante Janna zich aan bij een soort Pinkstergemeente bij Huib Visser aan huis in Warnsveld. En ook dat kwam nog wel eens aan de orde op zo’n avond. Het aardse slijk werd verfoeid door oom Wim.
Zo zie je maar weer. Geen mens is hetzelfde.

PvdA,CHU, AR….of…toch maar eens Koekoek Meer lezen »

Officieel lidmaat

Hendrik Jan zal 20 of 21 geweest zijn toen hij Belijdenis van het Geloof aflegde in de NH kerk. Diny wist te vertellen dat deze foto bij die gelegenheid was genomen, in zien ‘annemmerspak’. Je werd immers aangenomen als officieel lidmaat van de kerk.
Ik weet dat ze meest naar Ruurlo naar de kerk gingen omdat daar ene ds Boschma predikant was, een goede vriend van opa. Ook de catechisatie die daaraan vooraf ging zal hij gehad hebben bij deze dominee. Hij was op geloofsgebied heel serieus. Toen hij na het ongeluk met die motor zo ernstig gewond in het ziekenhuis lag had hij toch met mama erover hoe ze de kinderen zou moeten opvoeden. Mama vertelde me dat hij, zo ziek als hij was, vond dat ze in elk geval moest proberen om ze bij de kerk te houden.
Opa Eggink had zich uit laten schrijven bij de NH kerk omdat hij het met veel dingen niet eens was. In de oorlog vond hij de houding van de kerk veel te laks. En van opoe en opa Bijenhof weten we dat die gegrepen waren door een christelijke groepering die ik voor het gemak maar de Zuid Afrikaanse Broeders zal noemen. Deze mensen reisden twee aan twee net als de apostelen vroeger van de ene gemeente naar de andere en leefden van giften en gaven. Ze hielden samenkomsten bij mensen thuis en als er geen voorganger was deden ze om de beurt zelf hun woordje. Eens per jaar hadden ze een conferentie in Ede waar opa trouw heen ging. Hij kocht er op z’n ouwe dag nog een slaapzak voor. In hun liederenbundel stonden mooie verzen, een beetje de stijl van Johannes de Heer. Als ik ze zou horen kan ik zo weer meezingen. Opa ging bij ons in Linde de buurt wel eens in en opoe Lettink zei eens: ‘Hee kan et nog better vertellen as ’n dominee’.
Vader Hendrik Jan had hier genoeg van gezien en hield zich dus aan de gewone NH kerk. Ook Coba die eerst ook met opoe en opa mee ging net als Rika, Hermien en Wim, keerde terug en ging met Hendrik Jan mee. Ook Hermien volgde haar Sjoerd en Willem zijn Janna.
Later vertrouwde opa Bijenhof me toe:’Maor ze is wel edeupt, net as Rika’. Hij bedoelde de volwassen doop.

Officieel lidmaat Meer lezen »

De foto van Hendrik Jan

De volgende reactie kreeg ik van Johan Aartsen. Erg bedankt voor deze aanvulling Johan. En het doet erg goed dit allemaal te horen.

Hallo Hetty,

Even een aanvulling op jouw verhaal betreffende de zagerij op het Medler.
In 1970 kreeg ik kennis aan Marijke Ribbers en sinds 29 juni 1973 is zij mijn vrouw.
Zolang mijn schoonvader Albert Ribbers de zagerij heeft gehad vanaf 1946 tot eind jaren zeventig hing de foto van jouw vader prominent boven de houtkachel in de kantine van de zagerij.
Toen vader Ribbers zijn bedrijf sloot gaf hij mij de ingelijste foto van jouw vader met de woorden:
"Zorg er voor dat deze foto bij een van de twee dochters van Hendrik Jan en Coba terecht komt".
De foto heb ik toen naar Dinie en Ben Wagenvoort gebracht.
Vader Ribbers sprak altijd met respect over Hendrik Jan Eggink.

p.s. Nog heel lang kwam oom Bram Eggink een aantal malen per jaar op zaterdagmiddag op het Medler om hout te kopen voor zijn Doe het zelf winkel ( ik geloof ) in Amsterdam .
Hij reed in die tijd met een rode pick up auto.
Nadat de auto was volgeladen met hout werd er uitgebreid koffie gedronken bij vader Ribbers.

Hetty, ik stop met dit verhaal. Bedankt voor je verhaaltjes.

Groeten Johan Aartsen.

De foto van Hendrik Jan Meer lezen »

Kerst 1945

Het moet in ieder geval na kerst 1945 geweest zijn. Voor de kerst herinner ik me dat papa Hendrik Jan een konijn aan het villen was aan het plafond van het keukentje op De Haar. Hij trok het vel zo van boven naar beneden van het arme beest af. Ik vond het zo eng dat ik zittend op schoot bij opoe of mama, telkens de handen voor mijn ogen deed en er dan toch stiekem tussen de vingers door probeerde te kijken. Papa had opgerolde overhemdsmouwen en zo’n vestje aan met puntjes aan de onderkant. Hij had een strook lichter haar. Als ik m’n ogen dichtdoe zie ik het als een filmpje voor me. Het zijn de enige bewegende beelden die ik van hem heb. Ergens net voor nieuwjaar moest hij ’s avonds nog gauw even op en neer naar zijn zagerij op het Medler. Inderdaad in de haast. Er stond in het donker een legervoertuig onverlicht geparkeerd aan de kant en gedeeltelijk op de weg , een militair met zijn vriendinnetje hielden daar hun retraite. Het licht van zijn motor haperde ook wat. Zo ontstond de botsing die hem twee gebroken armen en een been, een hersenschudding en inwendige kneuzingen bezorgde. Net toen het de goede kant met hem op leek te gaan en oom Sjoerd voor het eerst wat zakelijke paperassen voor hem meebracht naar het ziekenhuis in Zutphen, overleed hij plotseling op 9 januari 1946 aan wat een trombose genoemd werd.
Ik herinner me allemaal ruggen met donkere jassen voor me die allemaal naar het kamertje van opoe en opa gingen en ik wilde ook mee naar papa, maar ik werd vastgehouden, overstuur en verder weet ik alleen nog de woorden: Kom maar bij opoe, kom maar bij opoe.
De zagerij werd meen ik overgenomen door zijn eerste knecht en ik meen te weten dat dat Ribbers was, de vader van Arie, de man van o.a. de Achterhoekse Spreukenkalender en Marijke waar later neef Johan Aartsen mee trouwde.
Maar steeds heeft de zagerij de naam van zijn oprichter gedragen: H.J.Eggink

Kerst 1945 Meer lezen »