Weblog2

As ‘et die plaatse niet wodt….

Op 2 december was het heet op het Zuidereiland- Wanaka. Maar zo even op een strandje met Ben en Riet… best uit te houden.

Ik kan slecht tegen hitte. Je doet me geen plezier met een zonvakantie. Ik moet er niet aan denken. Wanneer het heet is lig ik gelijk voor pampus.
In Nieuw Zeeland was het in november warmer dan normaal en ik hoor Greet tegen Jan verzuchten:”Ik ben met je mee gegaan naar Nieuw Zeeland, omdat het er niet zo heet zou zijn”. Nou ze had in mij een waardige medereiziger.
Toen we hier aan het Schoolpad nog maar kort woonden hadden we ook een vakantie gepland in de Bouwvak, omdat die enige echte Ben… je weet wel, dan vakantie heeft en hier naar toe komt met Niesje om op de honden, katten, kippen en schapen te passen. Er was die keer wat meer voorbereiding voor vertrek want er moest veel opgeschreven en klaargezet worden. Het was al heet en ik waardeerde de tientallen bomen en struiken op ons erf zeer. Heerlijk was het op de open plek tussen de bomen waar nu de Finse Kota ook staat en dan in de luie stoel met wat wind erbij.
Ben en Nies zwaaiden ons uit en wij vertrokken naar onze eerste stop… een natuurcamping in Zuid Limburg. Ik had er niet bij stil gestaan dat dit wel eens de heetste plek van Nederland kon zijn. Die ene dag was het te heet om te wandelen en we hadden toen in 1994 ook nog geen airco in de auto. We hebben één dag doorgebracht op die camping onder één boompje en verzetten onze stoelen met de schaduw van de boom mee. Ik dacht met weemoed aan onze bomen thuis.
De volgende dag konden we kiezen. Of we gaan richting Franse Alpen – Ben en Diny zouden daar ook ergens zijn- of we kiezen voor de kust van Normandie en Bretagne. Het was niet moeilijk. Ondanks dat ik heel graag met Ben en Diny vakantie vier werd het de kust waar altijd wat wind is en toch een paar graden koeler.
Het was een prachtige vakantie: Mont de St Michel, de stranden van D-Day, de pop aan de toren van St Mère Eglise, het prachtige Bretagne en op de terugweg Honfleur. Maar ik vergeet nooit dat we steeds zochten naar een camping met schaduw. Eén van de laatste keren kwamen we bij een overvolle camping waar net een echtpaar z’n boeltje aan het pakken was….. juist… onder een boom. We stonden in de start houding en ik zei al: “As ‘et die plaatse niet wodt dan gao’w wieter”. Het geluk was met ons. Zo konden we die dag nog Honfleur bekijken.
Dit jaar gaan Jan en Greet naar IJsland en wij? We kiezen straks eind september voor Frankrijk en hopen op een "Indian Summer".

As ‘et die plaatse niet wodt…. Meer lezen »

Pippeloentje— Voor Paulijne en Isa en alle andere kinderen.

Boven: De HZN (hond zonder naam), later Britt 1
Onder: Meppeltje, beiden uit het eerste nestje van Scott en Tessa. Alle pups hadden een wit puntje aan hun staart, zoals het hoort bij een echte bordercollie.

Dit verhaal hoorde ik vertellen in een eerste klas- nu groep 3- toen ik nog stage liep op een lagere school in Doetinchem tijdens m’n Kweekschooltijd en heb het vaak met veel plezier doorverteld.

Ergens in een dorpje in Afrika woont een lief jongetje dat Pippeloentje genoemd wordt. Hij is 5 jaar en zal binnenkort naar school gaan. Moeder schudt af en toe haar hoofd. Pippeloentje kan soms nog zulke domme dingen doen. Als dat maar goed komt straks.
Op een dag komt oom op bezoek. “Pippeloen… we hebben jonge hondjes… Kom maar gauw eens kijken. Wie weet mag je van je moeder er wel één hebben”. “Ga jij maar even naar tante”, zegt moeder. “Nu heb je nog vrij… ga maar lekker spelen met je neefjes en nichtjes. Pippeloen gaat de volgende dag op weg. “Pas op bij de rivier… vlug doorlopen en voor het donker thuis zijn”, zegt moeder voor hij weg gaat. Het is best een heel eind lopen, wel een half uur, want oom en tante wonen in een ander dorp.
Wat zijn ze blij dat Pippeloentje komt spelen en wat zijn het leuke hondjes. Ze spelen de hele dag. De hondjes zijn vreselijk lief en er is er één bij met een wit puntje aan z’n staartje. Die vindt Pippeloentje het aller- allerliefste. Als ik die zou mogen hebben noem ik hem Witstaartje, denkt hij.
Het wordt al laat en tante roept hem: “Pippeloentje… hier heb je een heerlijk pakje boter voor je moeder en vraag maar of je van haar dat ene hondje mag hebben als het groot genoeg is”. Pippeloen gaat op weg. Het pakje boter draagt hij op z’n hoofd zoals iedereen dat doet. Het is nog warm. De weg is best lang. Hij komt langs de rivier… gaat daar de bocht om en ziet z’n dorpje al weer liggen. Z’n moeder staat hem al op te wachten en kijkt hem wat raar aan. Hij glimt zo vreemd. “Mama… mama… kijk eens wat ik van tante voor je meegebracht heb…”! Hij grijpt op z’n hoofd… en pakt alleen het vette papiertje nog waar de boter in zat. De boter is helemaal gesmolten en loopt aan alle kanten langs z’n hoofd.
“Waarom doe je toch zo dom Pippeloentje”. Moeder schudt haar hoofd. “Als je weer zoiets krijgt van tante…. Dan pluk je gauw een bananenblad, rol daar het pakje boter in. Wanneer je dan bij de rivier komt, hou je het pakje even onder water om af te koelen.” “Ja mama… ik zal er aan denken”.
Een paar weken later mag Pippeloentje weer gaan spelen bij z’n neefjes. “Je weet het hè”, zei z’n moeder. “Ja… , mam”. Pippeloentje ging op weg en speelde opnieuw de hele dag met de hondjes. Wat zijn ze groot geworden. “Als je naar huis gaat mag je je hondje wel meenemen hoor”, zei tante. “Witstaartje is nu groot genoeg”.
Opnieuw roept tante wanneer het tijd is om naar huis te gaan en met het hondje in z’n armen wordt Pippeloentje uitgezwaaid. Hij loopt de lange weg langs het bos en komt bij de babanenboom. Hé… wat had moeder nou ook al weer gezegd? Hij klimt vlug in de boom en plukt een paar grote bananenbladeren en rolt Witstaartje er helemaal in. Als hij bij de rivier komt… o ja…. houdt hij zijn pakje even onder water. Dan gaat hij snel naar huis. Het is al laat geworden. Moeder staat al op de uitkijk. O… mama kijk eens… Dit is nu mijn Witstaartje. Voorzichtig pakt hij het pakje los en het natte hondje komt te voorschijn. Gelukkig is hij niet ziek geworden, maar moeder schudt opnieuw haar hoofd en zucht: ”Pippeloen…Pippeloentje… een hondje. Wanneer je weer zoiets krijgt doe je hem toch aan een touwtje”.Alle jongens hebben toch wel een touwtje in hun broekzak.
Het is bijna aan het eind van de vakantie. Nu is tante jarig. Moeder heeft vandaag geen tijd.
”Ach Pippeloentje… als jij vandaag eens naar tante gaat. Volgende week ga je al naar school. Het kan nog net. Ik pas wel op Witstaartje. Enne… geen domme dingen doen hè?” “Ahh fijn mama!” En Pippeloentje gaat op weg…langs de donkere rivier… de lange weg langs het bos en dan… de hele dag feest. Lekker taart eten en limonade drinken. De tijd vliegt voorbij.
Aan het eind van de middag roept tante hem.”Kijk eens Pippeloentje, hier heb je een heerlijk krentenbrood voor moeder. Dat zal ze fijn vinden.”. Iedereen zwaait hem uit en hij begint aan de lange weg. Ineens staat hij stil en denkt na ( hier begint de klas al een beetje te gniffelen)
Dan grijpt hij in z’n broekzak… pakt een touwtje en bindt die stevig om het brood. Hij loopt nu flink door… langs het bos… de donkere rivier en ziet dan in de verte moeder al staan.
“Kijk mam… wat ik voor je heb meegebracht… kijk”. Moeder kijkt en Pippeloentje houdt het touwtje omhoog…. En wat denk je……..? Eén krentje zit er nog aan het touwtje.
Volgende week mag Pippeloentje naar school…., maar hij moet daar nog héél veel leren.

Pippeloentje— Voor Paulijne en Isa en alle andere kinderen. Meer lezen »

Waar is de staart van de beer?— voor Robin, Eva en alle andere kinderen.

In hetzelfde sprookjesboek van Hans Andreus staat nog een verhaal. Daarin vertelt hij hoe toch een beer aan z’n korte staart komt. Deze heb ik ook al vaak verteld, maar ze weten nu dat het een sprookje is.

Aan het eind van de winter ligt moeder beer in haar winterslaap als haar jongen geboren worden. De sneeuw ligt nog lang daarna en moeder beer wordt hongerig wakker en gaat op zoek naar eten. Er is weinig te vinden . Er zitten nog geen bessen aan de struiken en het meer is nog bedekt met ijs.
Ineens ziet ze Reintje de Vos aan komen lopen met een flinke zak op z’n rug. “Wat zit er in die zak”, vraagt moeder Beer. “Ooo…, niets bijzonders… ik heb gewoon wat vissen gevangen in het meer”. Moeder Beer zoekt bij het meer maar ziet alleen maar ijs en gaat met een hongerige maag weer naar haar hol.
De volgende dag gaat ze weer op pad en warempel… Daar heb je Reintje al weer, opnieuw met een zak op z’n rug. “Wat zit er nu in die zak”, vraagt moeder Beer. “Och…, ik heb weer een gat in het ijs gehakt en heb weer voldoende vissen gevangen voor mijn familie. Ik kan je helaas niks geven, want dan heb ik niet genoeg voor mijn arme kindertjes”. Moeder Beer gaat opnieuw kijken, hakt met moeite een klein gat in het ijs en probeert met haar poot ook een vis uit het water te krijgen. Jammer …. En hongerig gaat ze weer naar haar kinderen.
Wanneer ze de derde dag Reintje weer ziet aankomen met een dikke gevulde zak zegt ze direct:”Maar Reintje… hoe doe je dat dan… dat vangen van die vis”?
“Tja…”, zegt Reintje, “Voor deze keer wil ik je het geheim wel verklappen, maar dan moet je het niet verder vertellen”. Moeder Beer wilde alles wel beloven. “Nou”, zei Reintje,”Je hakt gewoon een gat in het ijs waar je staart goed door kan. Dan laat je je staart er voorzichtig doorheen zakken. Je voelt al gelijk dat de vissen in je staart gaan bijten, maar nog niets doen hoor. Je wacht net zolang tot ze zo hard bijten dat je het niet langer meer vol kunt houden. Dan trek je met een hele harde ruk je staart in één keer uit het gat en de vissen die er aan zitten te bijten vliegen over het ijs. Zo heb je voor een hele dag genoeg”!
Moeder Beer bedankt Reintje heel hartelijk. En opgelucht, nu ze het geheim weet, gaat ze naar het meer en doet precies wat Reintje gezegd heeft. Ze hakt een gat in het ijs waar ze met haar mooie lange staart goed in kan. Dan laat ze voorzichtig haar staart er in zakken. Reintje heeft gelijk. De vissen beginnen te bijten. O … wat prikt dat. Maar nu flink zijn en even wachten. Na vijf minuten kan moeder Beer niet meer. Haar staart prikt nu zo erg en nu zal ze de vissen over het ijs gooien. Eén, twee , drie en met een hele flinke ruk….. zo hard ze kan……..
Au au au , er komt geen staart, er komt geen vis…. Met die harde ruk heeft ze haar mooie staart eraf gerukt die in het ijs vastgevroren was. Jankend van pijn en woede gaat moeder Beer weer naar haar hol. Ze zal nooit meer die mooie praatjes van Reintje de Vos geloven.

Waar is de staart van de beer?— voor Robin, Eva en alle andere kinderen. Meer lezen »

Het olifantsjong

Er is een sprookje van Hans Andreus waarin hij vertelt hoe een olifant aan zo’n mooie lange neus komt. Ik heb het vaak verteld aan een klas in het laatste kwartier van een middag en zie al die luisterende kinderkopjes weer voor me. Ook nieuwsgierig?

Vroeger hadden de olifanten helemaal geen slurf. Wist je dat? Alleen maar een soort stompe neus.
Midden in Afrika woonden toen veel dieren bij elkaar. Ook de familie Olifant. De kleinste… het olifantsjong was vreselijk nieuwsgierig. Hij vroeg hele domme dingen bv Waarom tante Nijlpaard zo dik is. Dan kreeg hij er toch van langs met die stevige hoeven van tante. Of vroeg hij waarom oom Baviaan zo’n lelijke kop heeft. Daarop kreeg hij een flink pak slaag. Maar toen hij zijn vader vroeg:” Van wat voor soort eten houdt een krokodil eigenlijk”,was bij vader de maat vol en gaf hem een dubbele portie slaag en joeg hem weg. Het olifantsjong zat verdrietig onder een boom. Daar zat de kolokolo-vogel en vroeg hem : “Waarom zit je daar zo sip te kijken”? Het olifantsjong vertelde dat hij alleen maar had gevraagd naar het eten van een krokodil en dat hij toen slaag kreeg. “Ooooh”, zei de kolokolo-vogel…. “Weet je dat niet? Ga naar het zuiden naar de Limpoporivier die grijsgroen en modderig is en daar vind je het antwoord vanzelf. Dus ging ons olifantsjong naar het zuiden. Af en toe moest hij heel hard tegen een bananenboom duwen om bananen naar beneden te krijgen tegen de honger. Hij liep drie dagen. Toen zag hij de rotspython- in- drie-kleuren lekker opgerold in het zonnetje liggen en hij zei:”Vrekskuseer meneer… kunt u mij vertellen van wat voor soort eten een krokodil eigenlijk houdt”? De slang deed één oog open en zei:”Nog een klein eindje en dan ben je bij de Limpoporivier die grijsgroen en modderig is. Daar kom je aan de oever een dier tegen en die vertelt het je wel”.
Het olifantsjong kwam bij de Limpoporivier en zag een dier aan de kant liggen en vroeg netjes:”Vrekskuseer meneer, maar kunt u mij misschien vertellen van wat voor eten een krokodil eigenlijk houdt”?
“Dat is niet zo’n moeilijke vraag”, zei het dier. “Kom maar even heel dicht bij… dan zal ik het in je oor fluisteren”. Het olifantsjong kwam heel dichtbij en hield z’n flapoor vlak bij de grote bek van… je vat hem al….. de krokodil, die met één hap het olifantsjong bij de neus pakte en hem naar het water begon te trekken. Maar het olifantsjong plantte alle vier z’n poten stevig in het zand van de oever. De krokodil bleef trekken en trekken… en trekken. Het olifantsjong gaf niet op en hield zich sterk. En de neus begon te rekken …. en te rekken en te rekken… tot met een plop ..dat over de hele rivier te horen was de krokodil losliet en het olifantsjong met een rare lange neus achtergebleven was. Hij bleef nog drie dagen zitten en hield z’n branderige lange neus steeds even in het water. Toen was het nog steeds niet gekrompen en het olifantsjong begon aan de lange weg terug.
Hij kwam langs een modderpoel met koel water en voor hij het wist had hij z’n nieuwe slurf al in het modderwater en gaf zichzelf een lekker moddermutsje. Hmmm heerlijk was dat!. Hij liep verder en hoefde niet meer hevig te schudden aan een bananenboom om lekkere bananen te krijgen. Met z’n nieuwe slurf pakte hij ze zo uit de boom.
Toen hij bij z’n dorp aankwam zat oom Baviaan al boven in een boom op de uitkijk en kwam er al aan om hem alvast een pak slaag te geven. Voor hij er erg in had kreeg hij met de slurf van het olifantsjong om de oren en jankend vloog hij de boom weer in. Ook tante Nijlpaard maakte kennis met de prachtige lange neus die we tegenwoordig slurf noemen. Toen vader olifant hier ook kennis mee maakte fluisterde die tegen het olifantsjong:”Hoe kom je hier aan… aan zo’n handige slurf”? En het olifantsjong zei:”O… dat is heel eenvoudig…. Je gaat naar het zuiden naar de Limpoporivier die grijsgroen en modderig is. Daar vind je een dier op de oever en die vraag je van wat voor soort eten een krokodil houdt… En die geeft je dan die lange neus”.—Hier beginnen de ogen van de kinderen al te glinsteren—
Zo gingen alle olifanten de een na de ander naar het zuiden en kwamen terug met zo’n lange neus. Zo komt het dat alle olifanten tegenwoordig zo’n mooie lange slurf hebben!

Meestal komt dan de vraag:”Juf…is het echt waar”? Als ik dan zeg dat het een sprookje is vinden ze het bijna jammer.

Het olifantsjong Meer lezen »

Spiegelen

In de psychologie wordt wel eens over spiegelen gesproken. Toen Rick een paar jaar terug op een cursus zat heeft hij daar ook kennis mee gemaakt en leren gebruiken. Ik kwam dit sprookje tegen en denk dat spiegelen iets is voor ons allemaal.

Een Indisch sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende, waarvan alle wanden van spiegels voorzien waren.
Plotseling zag hij veel honden, en hij werd woedend, liet zijn tanden zien en gromde.
Alle honden in de spiegel werden even woedend, lieten hun tanden zien en gromden.
De hond schrok en begon rondjes te lopen tot hij eindelijk in elkaar stortte.
Had hij maar éénmaal met zijn staart moeten kwispelen … dan hadden al zijn spiegelbeelden hetzelfde vriendelijke gebaar teruggegeven.

Spiegelen Meer lezen »

Bennie Boy

Joke, Johan, Joanne en Jos nu!

Sommigen durven bijna alles en dat heeft niks met leeftijd of sekse te maken. Rick kan het met name niet hoog genoeg gaan op de kermis. Als kind al wilde hij in de hoogste enge apparaten. Wij stonden aan de kant te griezelen, maar dat Joanne hetzelfde gedrag vertoont had ik ook niet kunnen bedenken.
Ooit gingen Johan en Joke met Ben en Diny met hun gezinnen naar Slagharen…ponypark èn pretpark ineen. Gezellig zo samen met de nog kleine kinderen. Ze reden achter elkaar en Jos heeft misschien gedacht dat Johan de weg niet goed kende zo ver van huis. Hij sprak de fameuze woorden: "Papa rie’j mor achter Bennie Boy an". Ja je hoort soms wat, hè! Eenmaal in Slagharen was Joanne niet te houden. Ze moest en zou in het reuzenrad. Ze had maar net de lengte om er sowieso in te mogen en één van beiden Johan of Joke moest zich opofferen om mee te gaan. Alleen durfden ze haar er ook niet in te laten gaan. Johan moest er eerst aan geloven. Er zijn verhalen van mensen die na zo’n ervaring later beneden naar hun gebit moeten zoeken. Het bleek toch niet zo heel vreselijk. Maar Joanne had er nog lang niet genoeg van. Dit keer ging Joke mee dat hoge ding in en bovenaan hang je dan ook nog op de kop. "Och", zei Joke…"ik dee gewoon de ogen dichte en toen viel het nog wel met ok". Je moet soms wat over hebben voor je kroost.

Bennie Boy Meer lezen »

Gera’s Walk to End Breastcancer

Toch maar even de hele brief van Gera voor iedereen die meegeleefd heeft. En een foto van Gera temidden van haar team. Geweldige prestatie van dit hele team van Spruce View voor dit zo goede doel.
Onder "Nieuws" staan nog een paar foto’s.

Lieve tante Hetty en oom Wim en de rest van de familie, bij deze dan eindelijk een berichtje van mij.
Ik had wat problemen met de foto’s, maar als het goed is heeft mijn vriendin die inmiddels gestuurd.
Wat heb ik een geweldig weekend gehad met zoveel verschillende mensen die allemaal hun eigen verhaal hebben.
Vanaf dat we daar vrijdag waren leek het wel een soort pep-rally, de aanmoedigingen en bedankt voor het lopen werden ons vanaf de eerste seconde om de oren gegooid.
Het hotel was versierd in roze, de mensen die er werkte waren gekleed in roze, tuinen waar we langs heen liepen waren versierd in roze, omaatjes stonden met schalen met koekjes klaar en kleine kinderen met lemonade stands allemaal voor ons, en elke keer kreeg je" Thank you for walking" because my mother, sister or daughter has battled breast cancer.
Het lopen viel niet mee, want we liepen grotendeels op straat en stoep wat hard is voor de voetjes en met een temperatuur van 30 graden is het in de stad best puffen.
Gelukkig was er elke paar km een pitstop waar je de waterfles bij kon vullen met water of een sportdrank, waar ze snacks hadden en hele leuke medical staff die niet alleen blaren prikken maar ook voet massages geven, physio therapeuten, doctoren, verpleegsters, paramedics, andere medics, politie agenten, fire fighters en een hele hoop andere mensen die allemaal vrijwillig hun weekend op offeren om ons te laten lopen.
De bikerclub uit Calgary doet verkeers controle, heb je wel eens een grote stoere biker met tattoeages met een roze pruik op zijn hoofd gezien en zijn baard roze geverfd en zijn bike roze versierd met BH’s eraan, hij had dan ook geen problemen om het verkeer te laten stoppen.
We begonnen Zaterdag met 1400+ lopers en Zondag starten er nog maar ruim 900+, hoog uitval percentage en van onze 9 lopers starten er zondag maar 8.
De emotie is hoog het hele weekend, vooral omdat we allemaal wel iemand kennen die met borst kanker te maken heeft, na 60 km lopen staat mijn vriendin haar zus(met kaal hoofd en 2 kleine kindjes)ons op te wachten, we lopen hand in hand met haar over de finish …………daar doe je het voor!
Als je zo lang loopt heb je de kans om met zoveel verschillende mensen te praten, met zoons die hun moeder hebben verloren, zussen die hun zus hebben verloren, vrouwen die het hebben overleefd en vrouwen die op dit moment nog onder behandeling zijn.
We hebben samen 4 miljoen dollars bij elkaar verzameld en ik zou het zo weer doen, mijn vriendin en buurvrouw is 2 dagen geleden overleden(ze was pas 51) en heeft deze tocht 2 jaar geleden gemaakt, haar dochter vorig jaar en dit keer heb ik voor haar gelopen.
Ik weet en zie hier van dichtbij hoe hard het nodig is dat we hier ons best voor doen, ik loop dan ook volgend jaar weer, maar dan in Edmonton dat is waar mijn vriendin haar zus haar behandeling heeft ondergaan(ze is pas 43) en dan probeer ik aan te sluiten bij de medics in Calgary en ga blaren prikken voor de tocht daar.
Dit was allemaal niet mogelijk geweest zonder al jullie support en wil jullie daarom ook van harte bedanken, als alles afgesloten is heeft ons team ruim $26.000 bij elkaar gehaald geweldig toch.
We gaan nu even rusten maar na de zomer horen jullie vast weer meer van mij, heel veel liefs van Gera and her team.
p.s. ik had maar 1 blaar, en ik kwam als 35ste binnen van de 900+ op zondag, ik weet het is geen race maar een beetje competitie is toch wel leuk, doei!

Gera’s Walk to End Breastcancer Meer lezen »

Tante Marie en haar jongens

Een mooi beeld uit de tuin gisteren

Gisteravond kwam neef Gerrit bij ons buurten. Je kunt wel nagaan dat er heel wat sterke verhalen loskwamen. De vijf neven van oom Jan en tante Marie en de jongens van Gerard en Sietje groeiden samen op in het mooie oude stadje Hattem.
Oom Jan had een schoenenzaak en was tevens wethouder. Vader Gerard was huisschilder en kon ook mooie pentekeningen maken. Beide gezinnen woonden aanvankelijk in het binnenstadje…binnen de muren dus.
Tante Marie was een schat van een mens. Ze liet zich trouwens niet de kaas van het brood eten… ook niet door oom Jan. Ik kan haar nog zo uittekenen met haar witte jurk met blauwe stippen en haar witte sokjes. Ze had de gewoonte toen de jongens al voor een groot deel de deur uit waren om op zaterdagmiddag een hele pan met karbonades of gehaktballen klaar te maken. De jongens kwamen dan vanzelf wel langs… ook wel eens Wim en z’n broers. Wanneer oom Jan dan pruttelde dat dat eigenlijk allemaal onzin was… keek ze hem aan en zei: "Zolange iej nog een deuze van die dikke sigaren per dag rookt… maak ik die karbonades".
Toen we net getrouwd waren woonden we vlak achter hen. Ik was al snel zwanger van Gerhard en het zou een probleem zijn wanneer die ’s nachts geboren zou worden. De kraamverpleegster kon er niet zo gauw zijn. Tante Marie bakerde wel meer in Hattem en toen we dat aan dokter van Haeringen voorstelden was die meteen akkoord. Natuurlijk meldde Gerhard zich ’s nachts en om vier uur gooide Wim steentjes bij tante Marie tegen hun slaapkamerraam. Ze was geweldig.
Verdrietig was het toen ze 10 dagen later in haar slaap overleed. Zaterdags werd ze de kerk bij ons uitgedragen en zondags Gerhard er in om gedoopt te worden.

Tante Marie en haar jongens Meer lezen »

Doe mij dat lutje maar!

Mark met wat pups van 11 jaar terug.

Kim was net als Tessa later een uitstekend moedertje. Totdat ze bijgevoerd worden heb je er eigenlijk geen omkijken naar. Na vier weken begon Wim weer:” A’w ze straks mor kwiet wodt… ’t Bunt ‘r wèl negen heur”.
Karin had die van haar al uitgezocht en er was er ééntje bij met veel wit… een teefje. Stiekem had ik haar al Tessa genoemd. Dat vond ik toen al zo’n mooie naam.
Er kwam een advertentie in de vrijdag – en zaterdageditie van het Dagblad van het Noorden. De telefoontjes kwamen meteen al. De kijkers daarna. Hollandseveld, Groningen, Roswinkel, Norg en Kleine Huisjes. Er kwam een moeder met haar dochter. Het meisje was helemaal gek van bordercollies en zocht gelijk een pup uit. De moeder had wat hoofdpijn en vond het maar zozo. Die had het meer op met een Labrador of een herder of een kruising. Toen ze hoorde dat een pup 400 gulden moest kosten kermde ze: “Ik heb nog nooit geld voor een hond betaald”. Tja…
Maar ze namen hem wel.
Zondags waren er nog vier beschikbaar. ‘s Morgens kwam er een hele familie uit Norg. Natuurlijk ook helemaal vertederd. Ze kozen een reutje dat ook Scotty werd genoemd. Ze zagen me steeds met mijn Tessa op de arm zitten en hoorden me zeggen:”Als deze overblijft hou ik haar zelf.” Die middag belden vrienden van hen om te vragen naar dat mooie teefje. Die avond was ook dat bekeken. Geen Tessa voor mij meer.
Er ging ook een teefje naar Groningen: Lascelle. Toen hadden we alleen nog de kleine in de aanbieding. Er kwam een boer uit Norg met z’n vrouw. Hij vertelde dat bij hun buren ook een bordercollie was die alles bij elkaar dreef op het erf wat er maar te drijven viel. Zo’n hond wilde hij ook. Maar die kleine had niet het mooie witte dasje wat de anderen hadden, maar was wel een aandoenlijk lief pupje. De boerin twijfelde nog, maar boer Bonnema bekeek de kleine en sprak de woorden:”Doe mij dat lutje maar”!
Toen ’t lutje later opgehaald werd zei hij:”Die gaat straks mooi met me mee op de tractor”.
Kim werd kort daarop 7 jaar. Het was klaar met de puppies en we hebben haar laten steriliseren.
Toen 10 jaar later Tessa en Scott pups hadden hebben we de eigenaren van toen een foto van het nieuwe nestje gestuurd. We kregen veel leuke reacties, maar de eerste die belde was Annie uit Kleine Huisjes.

Doe mij dat lutje maar! Meer lezen »

“Iej ziet mor da’j ze kwiet wodt….”

Wim met een nog jonge Scott en Kim

“Iej ziet mor da’j ze kwiet wodt”, zei Wim toen indertijd Kim opnieuw gedekt was.
Het lag eigenlijk niet in de bedoeling dat Kim meteen weer een nestje zou krijgen, maar ja…. Kim werd loops. We hielden de honden netjes uit elkaar, maar net als je denkt dat de loopsheid over is…
Tja… we zagen het gebeuren. Wim begon over een emmer water wat je wel eens hoort. Niks ervan. Dan maar even overleggen met de dierenarts: onze dokter Harrie. Hij zou toch komen voor een schaap en ik vertel hem van het “ongelukje”.
“Ooo, een ongewenste dekking? Ik breng wel een injectie mee”. De zgn after morningpil voor honden dan.
Ik dacht… ongewenste dekking… is het zó ongewenst dan? Weet je wat? Ik bel Karin en Walter op. Die hebben een pup uit het eerste nest en wilden er eigenlijk nóg wel één. Als die nou al een pup bestellen.. ach dan kunnen we het er toch wel op wagen? Wim mompelde nog wat, maar ik belde Karin. Na overleg wilden ze graag een pup uit dat eventuele tweede nestje.
En zo gebeurde het dat we 8 weken later een opnieuw prachtig nestje kregen. Ben en Niesje waren hier dat weekend want we hadden lekkage. Er was een leiding bevroren. Terwijl Ben en Wim aan het klussen waren maakten Niesje en ik het van begin tot de laatste pup mee. Ook Karin had ik gebeld toen de bevalling begon. De eerste pup lag ’s morgens al dood in de mand. Dat was een hele grote. Kim was helemaal ontdaan. De rest van de dag liet ik haar niet meer alleen en met af en toe een beetje hulp was de 10e pup aan het eind van de middag er uit. Negen levende pups. Er was één kleintje bij, maar die was net zo levendig als de rest.
Ach wat een mooi gezicht was het. We waren niet bij het nest weg te slaan.

“Iej ziet mor da’j ze kwiet wodt….” Meer lezen »