Weblog2

Beertje

Waarom wil iemand een hond? Groei je er zelf in je jeugd mee op? Ik denk dat dat met mij wel zo was. Altijd hebben we een hond gehad. Op “De Haar” was er Trixie. Op “De Boomgaard Juno en Max en Sacha.
Nu ik deze foto zie denk ik dat dit de eerste echte kennismaking met honden was van Mark. Wij waren met pa en mama een dag of tien naar het Naturfreundenhaus op de Meissner in Hessen. Wij… dat waren Wim en ik met Gerhard en Rick. Mark was toen 1,5 jaar en Ben en Diny die voor deze gelegenheid op “De Boomgaard” waren om de honneurs waar te nemen wilden best ook op hem passen.
Ik vond het wel lekker rustig met twee ipv drie kinderen, maar Wim beviel het niets en beweerde met overtuiging dat hij in het vervolg alle jongens mee zou nemen op vakantie. En zo gebeurde het…tot ze het één voor één zelf lieten afweten.
Op “De Boomgaard” waren op dat moment twee honden: Sacha en haar jong Beertje. Het was ook net een beertje. De vader was zo te zien een Groenendaler bij hen uit de buurt. Mama zei altijd wanneer Sacha loops was…de 14e dag dan moet je uitkijken…..dan gaan ze er vandoor. Zo zal dat deze keer ook wel geweest zijn. Beertje was een scheet van een hond en was gek op Mark…beet hem iedere keer achter in de broek, vertelde Diny. En Mark was gek op Beertje. Op deze foto is al te zien dat hij zeer geïnteresseerd is in die kleine zwarte. En zo is ’t gekomen…….dat Mark nu nog steeds gek op honden is.
Beertje ging wat later naar z’n nieuwe thuis, maar ze hebben niet lang plezier van hem gehad. Tja….dat verkeer!

Beertje Meer lezen »

Onze tuinen!

Het prieel aan de Kuifmees

Van alle tuinen bij de huizen waar ik na de tijd van “De Boomgaard” woonde was die bij juffr. van der Meulen het prettigst. Een tuin met een boom midden op het gras en achterin een groente tuin… een echte leeftuin.
Maar pas in Aalten kregen we een tuin waar we zelf wat aan moesten doen. We wilden graag een rijtje rode rozen naast het pad in de voortuin. Die werden daar door een bevriende hovenier geplant. Het zag er nog niet echt uit zo in maart. Op een morgen komen we buiten en zien tot onze verbijstering dat alle rozen afgeknipt zijn.
Wat later komt Wim de hovenier tegen en die zegt: “Heb je gezien dat ik de rozen gesnoeid heb”? Wisten wij veel.
In Hengelo woonden we op een benedenflat en het grote grasveld en de rozenperken…ook rood… werden door de plantsoenendienst keurig onderhouden.
Pas aan de Marnixstraat hadden we onze eerste echte eigen tuin, waar we een hele nieuwe voortuin aangelegd hebben volgens een voorbeeld van “een voortuin op het noorden”. Ik herinner me de prachtige clematis die met honderden kleine bloemen in het voorjaar naast de voordeur in bloei kwam, de rhododendron en de skimmia’s. Hier kocht ik ons eerste tuinboek: De tuin het hele jaar door.
Eenmaal aan de Kuifmees in Emmen begonnen we aan een echte uitdaging:het aanleggen van een heidetuin mèt prieel en paadjes met houtsnippers. We hadden met onze buren André en Siny een vrachtwagen met olifantenmest uit de dierentuin besteld. Met vereende krachten werden die enorme keutels over de tuin verdeeld en er onder gewerkt. Van pa kregen we een stermagnolia die nu nog bij ons bij de vijver staat. Ook voor het huis was het een aardig stukje tuin.
Hier hebben we ons kunnen uitleven. We hebben er veel van geleerd, ook hoe het niet moet.
Ik zal nooit meer houtsnipperpaadjes aanleggen…dat loopt zo rottig!
Nu aan het Schoolpad met onze grote landschappelijke tuin hebben we nog wel het prieel nagebouwd bij de wei. Van daaruit kun je zo fijn naar de pony’s en vroeger ook de schapen kijken. ‘s Zomers maken we daar vaak een kampvuurtje en zitten er nog tot in het donker met de honden aan onze voeten.
Eens hebben we er zelfs geslapen…toen het heel warm was. Ik had de kussens en dekbed uit de caravan gehaald en daar ons bed van gemaakt. Scott en Kim lagen aan ons voeteneind en de pony’s Katja en Bartje stonden de hele nacht bij het gaas vlakbij ons. Het sliep prima. We werden alleen wel wat vroeg wakker omdat de dauw ons dekbed vochtig had gemaakt.
Het is bij die ene keer gebleven. Maar wie weet……

Onze tuinen! Meer lezen »

De tuin op “De Boomgaard”.

Joke heeft nu wel weer wat buxusvakken!

Op “De Boomgaard” anno 1950 is er een heel andere tuin…strakker en keurig ingedeeld. Terwijl er op “De Haar” een eenvoudige cottagetuin met groentetuin was, is hier bij de aanleg een vakman aan het werk geweest. De vader van pa was nl tuinman op Kasteel “Het Medler”. Toen Pa en tante Hanna indertijd “De Boomgaard” kochten, ging hij daar samen met pa een stijlvolle Franse tuin van maken met een flinke boomgaard zoals je dat aan een boerderij met deze naam wel verplicht bent.
Het werd een tuin die ingedeeld is met buxusheggetjes. Vooraan een paar vakken voor eenjarigen en in het middenvak een mooie groep rozerode rozen. Alles is symmetrisch aangelegd. Aan beide kanten zijn groepen met meisjesogen, floxen, irissen en montbretia’s geplant, die door mama, waarschijnlijk vanwege de kleur, Willemientjes genoemd werden. Wat hebben Diny en ik daar vaak bloemen geplukt om de stoel van een jarige te versieren!
Achteraan tegen de wei aan beide kanten stonden prachtige schapekophortensia’s. Aan de rechterkant stond dan een hele rij bessenstruiken, rode, witte en zwarte èn een perziken- en pruimenboom.
Aan de linkerkant was een rij rabarber en daar waren ook die mooie pioenen van opoe neergezet. Links en rechts van deze tuin was ook een groentetuin. Ik vond het leuk om pa te helpen met bonen poten.
Maar toen echter de tuinen met gazon met borders in de mode kwamen…wilde mama dat ook…..eeuwig zonde! Je snapt het zeker al. Er kwàm in1962 een groot gazon met twee perebomen en vaste planten aan de achterkant!En er kwam een grasmaaier….
Joke heeft nu toch weer mooie buxusvakken gerealiseerd met rozen.
Behalve de appelbomen in de boomgaard stonden er langs de weg perebomen, Jutteperen en stoofperen.
Maar onze trots waren toch de kersen…meikersen, spekkersen en de lekkere zwarte Spaanse kersen. Er was ook een vogeltjeskerseboom om de vogels te lokken zodat ze van de rest af zouden blijven. Dat was geen succes zodat er van alles geprobeerd werd om die vogels op een andere manier weg te krijgen. Er werden van die alluminium stroken opgehangen… hielp even. In de Spaanse kersenboom werd een vogelverschrikker, genaamd Dorus, gezet… dat hielp ook even. Maar de spekkersen waren het grootste doelwit van met name de spreeuwen. Die waren zó lekker en werden bovendien geweckt en in bowl gebruikt net als de morellen. Die te zuur waren om zo te eten. Daar zat nooit een vogel in. Het meeste succes had opa Bijenhof. Wanneer de spekkersen rijp waren zette hij zich onder de boom en iedere keer wanneer er vogels in de spekkersen doken trok hij aan een touw dat aan een bel boven in de boom was vastgemaakt.
De kersen van toen zijn allang weg evenals de boomgaard.
Wat nu echter zo leuk is, is dat Johan bij de aanleg van z’n Vekabo Camping heel veel fruitbomen heeft geplant waarvan ook veel oude rassen.
En….bij mijn keetje heb ik een nostalgisch tuintje gemaakt met….. buxus.

www.campingboomgaard.nl

De tuin op “De Boomgaard”. Meer lezen »

Opnieuw….Hattem!

Het huis van de familie van der Kolk aan de Dorpsweg vlak naast de van Heemstraschool, zoals het er vroeger uitzag met die kleine ruitjes.

Vier jaar na de logeerpartij kwam ik dus in Hattem wonen. Ik logeerde de eerste paar dagen bij de fam. Aartsen, maar per 1 september 1962 begon mijn baan aan de Van Heemstraschool en kwam ik bij de fam. Sobering in huis…eigenlijk werd ik daar een soort lid van de familie. Ik heb het er erg goed gehad. Met Sietse ging ik iedere week naar een avond van het Rode Kruis. Dineke zat nog op de huishoudschool en was een heerlijke puber. Albert heb ik het eerste jaar weinig gezien, maar de verhalen beloofden veel goeds. Ha…! En mevr. Sobering was een lieve schat die haar gezin met stevige hand bestuurde. Ze zat in het Oranje Comité en met Koninginnedag liep ze mee in de optocht…ik denk zelfs achter de Chr. Muziek aan.
Met Jan Gerrit Aartsen ging ik af en toe ’s ochtends zwemmen. Het zwembad was gewoon een uitgegraven gat., een natuurbad heet zoiets. De kikkervisjes zwommen ahw zo je badpak in. Dat vond ik wat minder…
Roelie, net zo jong als ik en met dezelfde opleiding was m’n steun en toeverlaat in goede èn minder goede tijden. Wat hebben we toen veel lol gehad,…. of niet Roelie?!
Ineens werd oom Jan mijn baas en dus op school meneer Aartsen. Op school keek hij ook anders…enigzins uit de hoogte kon hij de hele school overzien. Iedere morgen stond hij op het hoge gedeelte van het plein te kijken hoe we de kinderen netjes twee aan twee in de rij zetten en daarna naar hun klas begeleidden.
Toen Wim na een half jaar in beeld kwam was die perplex dat ik toch zo’n goede indruk van de beste man had en toen hij wat later in de tijd hem Achterhoeks hoorde praten met pa en mama wist hij niet hoe hij het had.
Hij had niet zulke beste ervaringen…ook geen slechte, maar meer die "uit de hoogte" houding van meneer Aartsen was het wat hij zich juist herinnerde. Het klinkt niet erg vriendelijk, maar weet je dat hij vroeger …heel stiekem…Aadje Rooiepoep werd genoemd…. Dat scheen met de kleur van zijn jas te maken te hebben. Ik heb het niet meer meegemaakt, maar er is mij uit betrouwbare bron gemeld dat hij vroeger naar school kwam met een soort bolhoed en een wandelstok. Die hing hij in de klas.
Je moet het niet verder vertellen, maar toen Wim in de hoogste klas zat heeft hij eens, toen "het hoofd" aan de telefoon geroepen werd, de bolhoed opgezet en met de wandelstok in het rond gedraaid net zoals Charlie Chaplin deed. De klas grinnikte voluit, maar hield ook de adem in. Hij werd betrapt en zijn actie werd hem niet in dank afgenomen. Er volgden geen represailles…misschien kon meneer Aartsen er toch de lol van inzien.
Toch had diezelfde meneer Aartsen wel vertrouwen in deze Wim, want als er een envelop met geld naar het postkantoor gebracht moest worden, mocht hij dat vaak doen. Niemand anders liep zo hard heen en terug als hij.

Opnieuw….Hattem! Meer lezen »

Een eerste kennismaking!

In 1964 nam oom Jan afscheid als hoofd van de van Heemstraschool in Hattem om inspecteur het Chr. Onderwijs in Gorkum te worden.
Dit jongetje heet ook Gerhard. Dat bracht me toen ik in verwachting was op het idee om Gerard naar Gerhard om te buigen wanneer het een jongetje zou worden! In Vorden kende ik maar één Gerard en die liep altijd met dikke snotterbellen onder z’n neus!!

Mijn allereerste kennismaking met Hattem dateert uit 1958. Ik was vijftien. Samen met Gerke ging ik logeren bij haar Oom Jan en tante Bei. Oom Jan was de broer van onze oom Sjoerd, de kleermaker. Hij kon prachtig vertellen over een ridder, Heer Diederik. Tante Hermien liep niet zo met hem weg, want hij gedroeg zich soms alsof hij daar aan de Stationsweg nog thuis woonde. Als hij het koud had greep hij gewoon een trui van broer Sjoerd uit de kast. Tante Bei was vroeger verpleegster geweest en was een heel slank, bijna fragiel vrouwtje, maar heel hartelijk. Ze liep altijd op hoge hakjes. Ze vertelde tijdens onze logeerpartij dat ze vroeger in de verpleging die hakjes eerst niet mocht dragen. Ze liep echter zo slecht op platte schoenen dat het toch toegestaan werd. Het zou me niet verbaasd hebben wanneer ze een freule geweest zou zijn.
In de grote vakanties kwam de familie vaak met de fiets naar Vorden. Ze logeerden dan bij Opa en opoe Aartsen. Die woonden vlakbij de kleermakerij aan de Wilhelminalaan. Deze keer gingen we dus met hen mee op de fiets..We fietsten over Deventer, daar gingen we de brug over en verder ging het over de Werverdijk langs de IJssel naar Hattem. Jan Gerrit was net zo oud als wij, Hans een paar jaar jonger.
Ik kan niet anders zeggen…het was een gezellige logeerpartij.
Alleen… Gerke voelde zich ’s zondags niet lekker. Tante Beitske bleef bij haar thuis en ik ging met oom Jan en de jongens naar de grote Hervormde Kerk. Op een gegeven moment kwamen ze onverwacht in de benen. Ik haastte me om ook te gaan staan, maar nee… dat was alleen voor de mannenbroeders. Ik schaamde me natuurlijk, want ik dacht dat iedereen naar me keek. Het was de eerste keer dat ik met een gastenboek te maken kreeg. Het werd verondersteld dat Gerke en ik daar iets in zouden schrijven. Het kostte toen enige zweetdruppeltjes, maar het is gelukt!
Het was al met al een leuk uitje en Hattem heeft een goede indruk achtergelaten. Toen ik op de Kweekschool m’n diploma had gehaald en ik nog aan het denken was of ik wel of niet verder zou gaan voor de hoofdacte, belde oom Jan. Er waren drie vacatures op de school waar hij “Hoofd” was. En of ik zin had om te solliciteren.
En zo is het dus gekomen.

Een eerste kennismaking! Meer lezen »

Hattem en “de zang”.

Kleinkoor Canto.

Hattem heeft op muzikaal gebied nog meer te bieden voor zijn inwoners èn omgeving. Het Chr. Mannenkoor D.E.V. gooit hoge ogen. Ik weet dat Kasper Spannenberg daar vaak als solist bij optrad. Mooie stem…… daar word je stil van. Er is ook nog Hattems Mannenkoor. Daar kwamen we pas achter toen we ergens in Noord Wales op een boerencamping een familie tegenkwamen uit Hattem met een tent die èn aan de Dorpsweg woonde èn waarvan de man van de tent bij Het Hattems Mannenkoor zingt. Het werd ’s avonds al best koud, maar ze speelden zich warm met badminton of dronken even wat bij ons in de caravan. Gezamenlijk beleefden we de wilde paardenvangst. Er was een jong paard uit de buurt losgebroken en liep zomaar op de camping bij ons tegen de caravan aan te duwen. En zij stonden daar met een toch kwetsbare tent!! Het paard werd uiteindelijk weer door de buurman gevangen!
Dan is er natuurlijk Jubilate Deo, een groot koor waar Ben en Niesje allebei al sinds ze getrouwd zijn hun beste stemgeluid aan geven. Iedere woensdagavond gaan ze naar "de zang". En ze kunnen wat. De Messiah…Die Krönungsmesse en het Requiem van Mozart.
Er is ook nog een Oratorium Vereniging Con Amore en dan natuurlijk Kleinkoor Canto dat net als Jubilate onder leiding staat van Jaap Neuteboom. Een paar maanden terug heeft Kleinkoor Canto zelfs nog opgetreden in een kathedraal in Londen. De reis had nogal wat voeten in aarde, want de trein naar Calais was stampend vol. Toen ze verder wilden bleek dat een vriend van Ben, Piet Schuijn en eveneens buurman bas in het koor, z’n pas vergeten was. Nou ja…zonder dat kom je Engeland echt niet in. Hij moest hem best ophalen. Piet heeft die nacht niet geslapen, maar de andere morgen was hij wel in Londen en zong met hun koor de sterren van de hemel!
Er schijnt ook nog een koor te zijn of geweest zijn dat "Looft den Heer" heette. Vroeger deed dat vaak mee aan allerlei concoursen. Ze hadden ook een trouwe supporter: Henneman. Ze kwamen eens thuis na een grandioze overwinning en ook Henneman zei: "Wi’j gaot heel Hattem deur. Ze zult weten dat wi’j ‘ewonnen heb"! En daar gingen ze dan..Henneman zong al marcherend uit volle borst:
Looft den Heer..1.2.3… gaat nooit verlo.ho.ren..
Looft den Heer..1.2.3… staat bovenaan!

Hattem en “de zang”. Meer lezen »

Hossen!

Moeder van der Kolk in de tuin zoals die er toen uit zag. Opa Barink hielp hem onderhouden.

Behalve de Christelijke Muziek Vereniging telt Hattem nog meer muziekmakers. Je hebt er ook nog fanfares: de Arbeiders Muziekvereniging "Ontwaakt" en één genaamd "Ons Genoegen". En…. dan hebben we nog de blaaskapel "De Kleikloeten".
Toen ik vroeger in Hattem mijn eerste baan aan de van Heemstraschool had gingen we met de hele school op Koninginnedag naar de Markt. Daar bij het Stadhuis werd het Wilhelmus gespeeld en gezongen. En dan werd er door de burgemeester een gelukstelegram voorgelezen, bedoeld voor onze koningin. En dan volgden de spelletjes op de markt en om de Grote Kerk.
Intussen was moeder van der Kolk al heel druk geweest. Al die muziekcorpsen deden ’s morgens al hun ronde door het hele stadje. Dat begon al heel vroeg. Om de beurt stopten ze dan op Dorpsweg 4 en werd iedereen van koffie voorzien. Daar was ze goed in…in het verzorgen van een natje en een droogje voor van die grote groepen.
’s Avonds kwamen de Kleikloeten aan de beurt en was het hossen en nog eens hossen. Weet je niet wat dat is? Hossen …..? Dan wordt er door iedereen arm in arm, met grote slingers dus, door het stadje gelopen. Dat gaat er meestal nogal vrolijk aan toe. Lachen! Ik ben al eens in de drukte een schoen verloren.
Daar ben ik trouwens een expert in. In die tijd reed ik bijna ieder weekend met de trein heen en terug naar Vorden. Pa bracht me ook wel eens naar de trein in Zutphen. Ik kwam een keer wat laat aan op perron twee en kon nog net in de goederenwagon springen. Ja dat mocht van de conducteur! Hij hees me er zelf in. Ik verloor alleen m’n schoen…ja alweer. Een schoen met een queenyhakje.. bleef achter op het perron. Paniek! Een man van de NS op het perron hoorde m’n noodkreet en riep dat hij hem met de volgende trein naar Deventer zou nasturen.
Ik hinkelde in Deventer de trein uit en mocht bij het NS personeel een kopje koffie drinken tot m’n schoen er was.
Ze kunnen bij mij geen kwaad meer doen …die lui van de NS!

Hossen! Meer lezen »

Een muzikale familie….

Op bezoek bij Piet en Marijke in hun mooi verbouwde boerderij in de Morvan. Marijke kookt héél lekker!

Ooit was Wim lid van de Christelijke Muziekvereniging Hattem. Na de eerste beginselen kreeg hij de Engelse hoorn als muziekinstrument. Het lijkt wel of de muziek er bij alle Hattemers ingebakken zit. Ze zijn allemaal min of meer muzikaal.
Vader Gerard, Wim en Piet waren alledrie lid van de Chr. Muziek.
Vaak waren er concoursen. Er moest flink geoefend worden… ook met het in de pas lopen. Dat bleek nog niet mee te vallen. De verhalen over alle missers van met name Daan de Graaf worden nog regelmatig opgedist. "Allemaal mis…kijk naar Daan…dat is de enige die goed loopt!
Ze hadden een vaandeldrager: Potten Hannes. Toen ze eens gewonnen hadden op een concours zei die enthousiast:’" Jonges wi’j gaot achter het vaandel an heel Hattem deur. Ze zult weten dat wi’j ewonnen heb". De meesten hadden daar niet zoveel zin meer in. Toen Potten Hannes linksaf met het vaandel de Markt op liep doken de anderen gauw rechtsaf richting repetitielokaal.
Piet heeft de meeste muziekgenen meegekregen wat betreft het instrumentale gebeuren. Hij speelt veel instrumenten, maar zijn specialiteit is de Bügel, een moeilijk te bespelen instrument. Daar moet je veel amazuur voor hebben…wat het ook betekenen mag!
In militaire dienst, bij de politiekapel van Schiedam, later de Veluwse Brassband, een zelf opgerichte band voor bruiloften en partijen, die Piet heeft er wat af gespeeld! Nu woont hij met Marry met veel plezier in de Morvan en geeft les aan een combo, waaronder een saxofoon. En iedere dag speelt hij op z’n piano. Ook hun beide jongens Peter en Rob zijn bijzonder muzikaal.
Toen in Hengelo de Chr. Muziek daar hoorde dat Wim voor z’n varen ook Engelse hoorn had bespeeld in Hattem had hij in een mum van tijd zo’n ding in huis. Maar nee…hij had er geen zin meer in. Al dat oefenen!!
Maar hij zingt graag. In de kerk zitten we vaak in de buurt van een mevrouw met een mooie zuivere stem. Samen zingen ze dat het een lieve lust is. We kennen haar niet eens bij naam, maar als we haar ergens zien lopen zeggen we tegen elkaar:"Hé…zie je dat….de zangeres"!
Tijdens zijn werkzaam leven wilde Wim nooit bij een koor…ja weer dat oefenen hè..! Nu zingt hij bij de Eemslander Shanty’s èn het Chr Mannenkoor Valerius. Hij slaat geen keer over, zelfs vanavond niet!
Mieke, hun dirigente heeft wegens gezondheidsproblemen haar stokje aan de wilgen moeten hangen. Heel jammer. Ze had al die mannen goed onder de duim. Ze gingen voor haar door het vuur!
Ook Henry en Ben hebben mooie geoefende stemmen. Moeder van der Kolk zelf heeft nog steeds een goede stem al wordt dat in "De Bongerd" niet altijd op waarde geschat. Ze zit vaak te zingen of te fluiten wanneer ze zich wat verveelt!
Vroeger werd er na de kerkdienst nog wel eens geoefend met een groepje o.l.v. meneer Dijkema. Pa van der Kolk vond dat helemaal niks en wanneer Zijn Siet na het afgesproken half uurtje nog niet terug was ging hij haar halen. Volgens de jongens spuugde hij van kwaadheid bijna zijn gebit uit wanneer hij zei:"Ik kom Siet nu halen, een half uur is een half uur… we gaan nu wandelen naar de bos"….!

Een muzikale familie…. Meer lezen »

De Zoere en de Taoje.

De Korte Kerkhofstraat in Hattem
getekend door vader Gerard van der Kolk.

In Hattem hebben veel mensen een bijnaam. Er wonen b.v veel Keyls. En om dan aan te geven welke je bedoelde werd er een bijnaam aan vast gekoppeld. Zo had je een Keyl die "[i]de [/i][i]Zoere[/i]" genoemd werd en ook een Keyl die " [i]Bart deTaoje[/i]" heette. Dan was er nog een [i]"Derkien de Konte[/i]". Derkien had weer een dochter …. "[i]Jeanette de la Conté[/i]", was waarschijnlijk een wat chiquer typje! Dan was er ook nog een Mulder, genaamd "[i]Gait de Koe"[/i] en den [i]"Amerikaander[/i]". Iemand noemden ze om één of andere reden de "[i]Strontpette[/i]", maar er was ook een "[i]Goldkeerl[/i]".
Neef Jan van der Kolk was er net zo één als Ben. Altijd in voor een humoristische opmerking.
Toen hij een Hattemer voorbij zag lopen die heel erg trok met zijn been…werd die al gauw door Jan… [i]Mefiboseth[/i] genoemd ( hij is geraakt aan zijn heup!)
Toen moeder van der Kolk nog niet zo lang getrouwd was wilde ze de vuinisman iets vragen. Iedereen noemde hem [i]Jan [/i][i]Maoten[/i]. Ze vroeg heel netjes: "Meneer van de Maten….."? Die antwoordde: "Ja…vrouw van der Kolk…je zegt het wel heel netjes maar eigenlijk heet ik….".
In de Gasthuissteeg waar de jongens alle vier geboren zijn woonde ook een familie "[i]Meussie[/i]". Tenminste… zo werden ze door iedereen genoemd. Ze heetten in het echt: De Weerd. Het was een apart slag volk.
Wim is ooit door één van de grotere meiden achterna gezeten. De jongens waren daar in de steeg aan het voetballen en de bal ging Wims kant op "Hé… schup ‘em es terugge", riepen ze. Maar Wim schopte hem precies de andere kant op. Dat had hij nou niet moeten doen! Ale van Meussie werd daarna zo kwaad dat die Wim twee keer Hattem rond achterna gezeten heeft. Wim wilde wel lopen ..en heel hard ook!

De Zoere en de Taoje. Meer lezen »

Wie studeert…….. doet dat nooit voor niets!

Nadat hij met de rijlessen ook een nieuw horloge en een trainingspak had opgespaard stopte Wim. Want deze vader van drie zonen ging weer aan de studie.
Hij had ondertussen al een poging gedaan om de beginselen van het Frans onder de knie te krijgen. Dat bleek echter een druppel op een gloeiende plaat. Duits zou ook handig zijn, maar daar had hij het volgende op gevonden. Met Herr Elzasser, een inspecteur van de TÜV uit Duitsland had hij een afspraak gemaakt. Hij zou zich zo goed mogelijk in het Duits uitdrukken en Herr Elzasser zou hem, telkens wanneer hij iets echt verkeerd zei, verbeteren. Zo liepen ze samen alles al pratend en verbeterend te inspecteren in de Pijpenbuigerij.
Ik kan je verzekeren dat hij nu gemakkelijker Duits spreekt dan ik. Hij gebruikt geen enkele naamval, terwijl ik het allemaal zo perfect mogelijk probeer te doen.
Op het gebied van kwaliteit had hij al heel wat certificaten en diploma’s verzameld, maar nu kwam het echte grote werk!
In de avonduren ging hij de “Stork- HTS” volgen. In drie jaar tijd had hij geen tijd voor iets anders. Alleen volleybalde hij nog. Er werd serieus geblokt. Minstens 1 keer per week zat Wim met twee jonge mannen die bij ons in de buurt woonden aan de grote tafel te blokken. De beide Klazen, beiden MTS-ers, vonden het wel gezellig bij ons en zij hielpen Wim met een soort hogere wiskunde.
De laatste avond voor de vakantie kwamen ze dan met een kratje bier en een fles wijn voor mij aanzetten…Moselblümchen. Ken je dat..? Aan het eind van de avond was alles op. Ik weet nog dat ik begon te lachen toen ik de trap op kroop en dat ik nog lachte toen ik in bed lag!
Het heeft geen van drieën windeieren gelegd. Wim werd Chef Afname. Maar zijn grootste beloning is toch wel een originele koperen plaat van één van de eerste Storkketels uit 1909. Hij kreeg die van inspecteur Buis van het Stoomwezen. Storkdirecteur Ketel- en Apparaten Bouw dhr Scheffer vond dat die plaat bij hem op kantoor hoorde te hangen. Via slinkse wegen heeft hij vaak geprobeerd Wim die bijzondere plaat afhandig te maken. Een laatste poging deed hij nog in 1983 toen Wim het bij Stork voor gezien hield. Tot dan had het achter zijn bureau op de muur gehangen. Wim was niet te vermurwen. Hij had hem persoonlijk gekregen. Uit! De plaat ging mee naar Emmen en hangt nog steeds op een ereplaats bij ons in de kamer!
"Later" mag deze bijzondere plaat naar het Stork Museum.
Klaas Renting kreeg een leidinggevende functie bij een bedrijf in Coevorden en de andere Klaas bij de NAM.
En alle drie wonen ze nu…….. in Emmen en omgeving!

Wie studeert…….. doet dat nooit voor niets! Meer lezen »