admin

’t Schoenenkastje

Even terug–: ‘Waor he’j mien kamme elaoten?’ Wim heeft overal z’n vaste plekken voor, in dit geval bovenop het badmeubel. Ik denk even diep na en ik weet het weer. Ik heb een van de twee meegenomen naar het zwembad want ik wist niet zeker of ik mijn borstel wel ingepakt had. Maar of ik die kam nu in een tas heb gestopt of in een jaszak… ik ben het even kwijt.
Vanavond had ik even een mes nodig om oase in stukken te kunnen snijden en dat gaat erg goed met het vleesmes. Wim is net terug en warempel daar hoor ik al: ’Waor he’j et mes neereleg?’ Ik heb geen idee. Misschien op de tuintafel, maar kan ook op de plantentafel of het kastje naast de deur of bij de vuilnisbak toen ik de restjes weggooide. ‘Of he’j em soms met enommen naor de w.c? ’, want ja… als ik ineens nodig moet…. Wim vindt hem niet buiten. Ik weet het ook niet meer. Morgen maar kijken, maar waar nu toch die kam gebleven is?
Maar niet alleen voor de zaken die ik heb gebruikt, verlegd of meegenomen, moet ik rekenschap afleggen, maar alles wat Wim niet zo gauw weet te liggen, vraagt hij gewoon. ‘Waorumme zal ik toch zuuken as ie et weet te liggen’. En daar zit wat in.
Wims moeder was er gemakkelijk in. Zo gauw er iemand vroeg: ‘Moe, waor bunt mien schoene?’, was het gegarandeerde antwoord: ’In ’t schoene kastje’. Hetzelfde gold voor brillen, zakdoeken, boeken, pennen enz. Ze had er ook geen tijd voor om de spullen voor haar jongens te zoeken. Wat schoenen betrof kon Wim er soms lang naar zoeken. Piet en hij hadden dezelfde maat schoenen. Alleen Wim poetste ze. Wanneer hij ze aan wilde doen waren ze dus weg, foetsie… Als Piet eerder op pad ging nam hij gewoon de schoenen die er het mooiste uitzagen. Hoe zou hij dat nu in Frankrijk doen, vraag ik me dan af….?

’t Schoenenkastje Meer lezen »

Een klein meisje met een koffertje…

Deze week hadden we die dagen dat je je even bewust wordt dat vrijheid heel wat gekost heeft. Oorlogswinter en Zwartboek, films gebaseerd op verhalen uit de 2e WO zijn deze week op tv te zien.. Een vriendin van ons werd in 1944 met een aantal andere kinderen uit Schiedam naar ZW Drenthe gebracht omdat er in het westen van ons land geen eten genoeg was. Zij was toen 8 jaar en kwam in een klein dorpje terecht bij een domineesechtpaar. Ze heeft er geen prettige herinneringen aan. Toen de domineesvrouw een baby verwachtte hadden ze geen plek meer voor haar terwijl ze toch zolang in een vrij luxe kamer had geslapen. Ga maar bij de bushalte staan en vraag maar of je bij iemand kunt blijven, was de boodschap en daar ging ze met haar koffertje. Dat durfde ze niet en stond er maar te staan. Uiteindelijk ontfermde zich een schilder zich over haar en zorgde voor ander onderdak. Dat was op een boerderij waar ze liefdevol werd ontvangen. Daar sliep ze zelfs met de ouders en een zoontje op een heel kleine slaapkamer. Ze schreef naar huis hoe goed ze het had en dat de boerin probeerde haar zoveel eten toe te stoppen dat ze er wat gezonder uit zou gaan zien. Na de oorlog keerden de kinderen terug naar Schiedam maar de herinneringen èn de brieven en tekeningen uit die tijd bleven bewaard.
Ineens werd ze pas benaderd door een kleinzoon van het boerengezin waar ze zo liefdevol was verzorgd. Hij had de verhalen van zijn vader en opa en oma gehoord en was geboeid door hun beschrijving van dat Schiedamse meisje met haar koffertje waar opa en oma het over hadden gehad en ging op zoek. Door een toeval kwam hij bij Dea terecht en was erg blij met haar belevenissen bij zijn opa en oma in die hongerwinter. Afgelopen week kwam hij haar halen om haar mee te nemen naar de plek waar ze meer dan 70 jaar geleden logeerde met haar koffertje. Ze herkende er niet veel meer van maar was geroerd door de blijdschap van de kleinzoon over de verhalen die zij kon vertellen over de tijd bij zijn grootouders.

Een klein meisje met een koffertje… Meer lezen »

Henry

Herinnering 5 mei 2020
–Wim kijkt wat verslagen voor zich uit. Hij keek naar de foto van het van der Kolk kwartet dat in 2010 in de kerk van Dickson van Randy Fiege het Abba Vader zong. Ben en Niesje, Henry en hijzelf. Hij schudt zijn hoofd en kijkt nog eens naar de foto: ’En nou ben ik als oudste van dit stel er alleen nog’. Jammer dat Piet zo ver weg zit in Frankrijk.
Vanmorgen belde Gera om te vertellen dat haar vader Henry vanmorgen rustig ingeslapen is. Je weet dat het er aan komt maar toch ben je in een soort shock. Henry, dat pittige ding, is niet meer?
Twee weken geleden kwamen ze hier en we zagen wel dat hij flink achteruit gegaan was, maar als je hem vroeg hoe het met hem ging was altijd het antwoord: ‘Goeoed, nee geen pijn’, maar even later: ’Ik kan niet meer genezen’. Bij het afscheid keek hij me met zijn helderblauwe ogen indringend aan en beiden wisten we dat dit een afscheid was.
Wat was het fijn dat Gera gisteren gekomen is, op tijd om nog even samen buiten in het zonnetje te zitten en nog te zeggen wat er gezegd kon worden.
Ik kwam in de familie toen Henry nog een jaar of 17 was, een aankomend leraar in de dop. Ik had meteen goed contact met de beide jongsten Henry en Ben en de vriendengroep. Ze hebben zich over mij ontfermd als Wim weer eens op zee zat. Hij ging zelfs een weekendje mee naar de Boomgaard. Het mooie contact is gebleven toen Tonny en Niesje in beeld kwamen.
Met Henry en Tonny hebben we heel wat vakanties doorgebracht, vooral die naar Canada zullen ons altijd bijblijven. We trokken door de Rockies en Wim en Henry hakten samen hout voor het kampvuur dat vaak een onderdeel van de dag was. Toen Henry en Tonny na hun pensionering een aantal jaren in de buurt van Fred en Gera in Dickson woonden hebben we ze samen met Ben en Niesje opgezocht en gingen we opnieuw door een deel van de Rockies. Jazeker, ook met Rick die hier bij Fred en Gera allang kind aan huis was.
En ja zoals moeder Siet wel zei als we het hadden over Ben die zo handig was en alle klussen in de familie opknapte: ’Ik heb d’r ok iene die nog hendiger is… Henry… die löt alles doen’. Henry had geluk, hij had een hele handige en creatieve vrouw aan Tonny die inderdaad van alle markten thuis is en in huis het kluswerk op zich neemt.
Henry was meer geïnteresseerd in politiek en geschiedenis. Hij kon een mooie speech houden en toneel spelen en zong bovendien graag. Niet voor niets is hij zo lang wethouder geweest in Hattem en heeft hij zich tot het laatst toe zich ingezet voor anderen.
Dank je Henry voor wie je was, voor ons, je familie en de Hattemer gemeenschap.

Henry Meer lezen »

Biljart of Bieb…?

We waren beiden twintigers toen we naar Hengelo verhuisden en Wim aan zijn nieuwe carrière begon in de Kwaliteitsdienst bij Stork. Het beviel ons meteen. Toen we eens langs een prachtig nieuw bejaardencentrum reden merkte Wim op: ‘As ik later naor ’t bejaardencentrum gao dan mot et d’r wel ene met een biljart waen.’ Ach, zover was ik nog lang niet, het was 1968 en Mark moest nog geboren worden.
Eenmaal in Emmen en op gevorderde leeftijd bedachten we wel eens waar we nog eens terecht zouden komen. Voor mij was het zeker: in de buurt van een Bibliotheek. Ik zag me er elke dag al even naar de leeszaal boven in de bieb gaan voor een uurtje ontspannen lezen en een kop koffie er naast.
Daar ben ik al van af gestapt.
-In de eerste plaats omdat er bij de bibliotheek weinig leuk te wandelen is met de hond. Geen groen naast de deur. Ik moet er nog niet aan denken om geen hond meer om me heen te hebben. Dan ben ik wel heel ver afgetakeld.
-Maar ook omdat ik veel minder lees. Ja, elke ochtend de krant, maar het is net of ik geen echt leuke boeken meer tegenkom. Ik ben kritischer geworden. Als ik er niet meteen in zit blijft het boek maar liggen. Er moet behalve reizen en cultuur ook een boeiende verhaallijn in zitten. Nee, het hoeft niet eens onder literatuur te vallen, maar ik begin lastig te worden. Of heeft het meer te maken met een gebrek aan concentratie of interesse?
Toch heb ik intussen in 3 dagen tijd het 2e boek van ‘De zeven zussen’ van Lucilia Riley uitgelezen: Storm. Ik kreeg de smaak te pakken na het eerste boek dat ik van Tonny voor mijn verjaardag kreeg. Daar zat alles in wat mij boeide. En ook deze dagen zat ik ieder vrij moment met mijn neus in dat boek. Ik word wel een heel saaie huisgenoot want ik kan me moeilijk losweken uit zo’n verhaal met verschillende verhaallijnen die uiteindelijk een prachtig geheel vormen. Ik kijk al uit naar de volgende delen.
Gelukkig heeft Wim zijn boek met woordzoekers nog. Behalve die woordzoekers zitten er ook woordmixers, woordkronkelaars en woordverstoppers in en dat 165 bladzijden lang. Maakt hem niets uit. Met lineaal, een potlood en een gummetje in aanslag vermaakt hij zich ieder vrij momentje. Dan heeft hij ook 2 keer per week de woordzoekers uit het Dagblad van het Noorden en op zaterdag die in Trouw nog en af en toe een Zweedse puzzel voor de afwisseling. Die uit de krant zijn voor hem een eitje, maar hij maakt ze allemaal. Hij raakt er al aan verslingerd.
En… we hebben het niet meer over een plekje met een biljart of bibliotheek in de buurt. Zolang het kan blijven we gewoon hier.

Biljart of Bieb…? Meer lezen »

Vri-jheid

Opa vertellen aover de Duutsers dee Vorden binnenrejen met hun grote tanks en marcherende soldaoterie. De Duutse soldaoten zongen : Und wir fahren… und wir fahren.. und wir fahren gegen Engeland. En ons enige verzet was een zachjes: ’Plons plons plons… zeie wi-j’, dee opa nog efkes nao.
Later heuren ik dat mien va as de Duutse jonge soldaoten eier kwammen halen der stiekem een kalkei tussen had estopt, as een stillekes verzet.
Een enkele keer sprongen der Engelse piloten uut de trein vlak veur station Vorden en verstoppen zich in de rogge bi-j ons op ’t land. Dan werd ome Sjoerd d’r bi-j ehaald, den kon Engels, en va en ome Sjoerd repen de piloten: ‘We are friends, we are friends’, maor zee kwammen der neet uut.
’s Aovens kloppen de piloten zachjes an bi-j een buurman en laot dee noe net van de NSB wean.
Ellie, ’t Joodse logeetjen van opa en opoe uut Barchem werd opehaald deur ‘kopgeldjagers’, kwam met eur olders, breurken en zusken in Ravensbrück en hef et kamp neet aoverleafd.
De radio werd in ’t heui verstopt, zo konnen ze radio Oranje kriegen. O o.. as de moffen dat deur hadden. An ‘t ende van de oorlog werden de moffen bange en gingen ze der met peerde vandeur, soms met ’t vulleken der bi-j. Bi-j ’t Timmermanshuus ok. Toen Wim van 15 jaor dat heuren ging e der achteran al reep zien moe nog zo hard van:’ Wim neet doon, Wim neet doon, de moffen schiet oe nog neer’. Wim kreeg de geronselde peerde in Zutphen in ’t oge, sprong op hun eigen en ree zo zonder zadel of iets op huus an. Hee had geluk.
Ik heb et allemaole van heuren zeggen, maor daorumme ik bun zo bli-j dat wi-j noe in dit land in vri-jheid könt laeven.

Links onderaan: Ellie op de bruiloft van onze ouders, september 1942

Vri-jheid Meer lezen »

… mijn beste vriend.

Ja ja… er wordt nog wel eens gemopperd op de politie. Ze geven je maar bekeuringen en als je ze nodig hebt zijn ze te laat.
Zwager Piet kreeg in een lang verleden als beginnend agent van zijn commandant een berisping omdat hij zo weinig bekeuringen uitschreef. Hij had b.v. altijd fietslampjes bij zich om iemand met een kapot lampje te kunnen helpen.
Hij reageerde op deze aantijging om de volgende zondag alle auto’s die bij de kerk verkeerd geparkeerd stonden te voorzien van een bon. Maar dat was nou ook weer niet de bedoeling van zijn commandant.
Laatst las ik bij het onderdeel Miniman in het Dagblad van het Noorden het volgende en je zou er zo het kopje boven kunnen zetten: De politie is mijn beste vriend.

Emmenaar (noem mij maar Arie) belt opgetogen met de Miniman. Nietsvermoedend trok hij er onlangs met de fiets op uit. Uren later, op de terugweg, werd hij geteisterd door Siberische weersomstandigheden. Ploeterend vervolgde de heer van middelbare leeftijd en met fysiek ongemak kampend zijn weg door de sneeuw en gladheid. Dat viel niet mee met de fiets aan de hand.
Tot zijn verbazing en later tot opluchting stopte er een politiebusje. De agenten die erin zaten boden aan hem naar huis te brengen met fiets en al. Als een vorst werd hij vervolgens naar huis gereden. Dat vonden Arie en zijn echtgenote (zeg maar Geesie) nou een voorval dat wel in de krant mag.
Het echtpaar heeft zich voorgenomen bij de eerstvolgende bon die in de brievenbus ploft niet te klagen!

… mijn beste vriend. Meer lezen »

Wensley bloed…

Wanneer Wim de hond roept en tegen hem praat, doet hij dat keurig in het Nederlands, net als tegen onze jongens. Nu betrapte ik me er op dat ik juist tegen onze dieren mijn moedertaal gebruik.
Vanmorgen controleerde ik de schapen, ik tel ze, kijk of ze weer mank lopen of op de knieën liggen èn sinds gisteren kijk ik ook even naar de staldeurtjes.
Gistermiddag liepen er zomaar vier schapen in de voorste wei. Dat moet nog niet. Maar hoe kan dat? Ik pakte meteen maar een geel bakje met brokjes mee en ging richting wei. Daar lok je ze altijd mee. Even flink rammelen en ze komen.
Dit keer hadden ze geen haast en moest ik alles aan trucs uit de kast halen. Wat bleek nou? Ze hadden het schuifje van het ene deurtje los weten te schuiven en konden ze via de stal en het openstaande andere deurtje naar het groenere gras in de voorste wei. Och, ik ging er van uit dat het per ongeluk met wat schuren tegen dat schuifje was gebeurd. Ik deed in elk geval het deurtje naar de voorste wei dicht. Een uurtje later zag ik het deurtje van de achterste wei naar de stal weer open staan. Ik ging de wei weer in en sloot het nu wat steviger maar ja… wat is stevig voor een schapenbek?
Toen ik tussen de middag weer ging kijken…. Ja hoor, het deurtje stond weer helemaal open. De beide witte schapen stonden er bij. Weer naar de stal en nu wrikte ik een betontegel los om er tegen aan te kunnen zetten. Het tweetal keek toe. De brutaalste van de twee ging met haar bek naar mijn hand…op zoek naar… waarschijnlijk brokjes.
En toen gebeurde het dat ik helemaal los ging. ‘Toe lillijke duvels, as daor gien Wensley bloed in zit…dan wet ik het niet meer. Wat bunt jullie van plan? Dach ie dat iele hier de baas kunt wean… mooi niet, a-j dat maor efkes goed wet!. Jullie komt de stal niet in, dat wil ome Rob niet hebben.. Iele blieft d’r maor mooi buten.’
Ik had tot dan nog niet eens in de gaten wat voor soorten er nu in de wei liepen. Het zijn er tien van verschillende rassen, maar deze twee… het moeten wel Wensleys zijn. Dat zijn de brutaalste tot nu toe. Ach… het heeft ook wel wat dat er een beetje pit in zit. De rest van het spul is veel schuwer en kijkt op afstand wat er bij de schuur gebeurt.
Bij schommelbank keek ik nog even om. Ik zag de twee alweer bezig met het deurtje. Eentje hield mij in de gaten….

Wensley bloed… Meer lezen »

Het ‘Eitje’.

Af en toe komen er herinneringen boven over mensen waarmee je een stuk van je leven hebt gedeeld. En niet alleen bij mij. Zo vertelde Rien Rave, die jarenlang dichtbij Ben en Niesje woonde en vanaf zijn jeugd met Ben bevriend was, over een belevenis uit hun gezamenlijke jeugd.
Zo had Dick Blom een ‘eitje’. Voor degene die niet weet wat dat is: het is een brommertje met de motor voorop. Rien was daar bij de molen samen met Dick mee bezig. Ze hadden de demper er af gesloopt in de hoop dat die brommer dan iets sneller zou gaan. Beiden hadden al een ritje langs de wal gemaakt, wel met een enorm kabaal toen Ben van der Kolk er aan kwam. Hij wilde een boek lenen van Dick.
‘Dat haal ik wel even voor je op’, zei Dick en schoot zijn huis in.
‘Dan probeer ik je ‘eitje’ even uit’, vond Ben. Ben dus op pad langs de wal… en nog een keer, maar die tweede keer duurde het een eeuwigheid voor hij terugkwam…. lopend met de politie in zijn kielzog. Er bleek geklaagd te zijn door de buurt vanwege het enorme lawaai dat het ‘eitje zonder demper’ veroorzaakte en Ben was de pineut.
Ze hadden geluk, het liep met een sisser af. Dick mocht zijn eitje houden, maar… als het weer gebeurde was hij hem wel kwijt. Ze hebben er later nog regelmatig hartelijk om gelachen.

Met dank aan Rien Rave.

Het ‘Eitje’. Meer lezen »

Wim… kom gauw…

‘Wim, Wim, kom es gauw… een goudvink… zo mooi!’
‘As ik kom is e zeker weer weg’, maar hij trekt toch een klein sprintje mèt stok. Vaak is het zo, maar dit keer is hij op tijd en genieten we samen van dit prachtige vogeltje dat heen en weer hipt over de vlonder , vlak voor het grote raam. Daarna gaat hij de ‘Henkiejannes’ in naast de vijver, een soort campanula in struikvorm. Die naam kan ik tenminste onthouden, een ezelsbruggetje van hovenier Bernd Schulte. Officieel is de Latijnse naam Enkianthus campanulatus…
Dan zie ik ineens het goudvink vrouwtje, ook mooi. In de dierenwereld willen de mannen blijkbaar de mooiste zijn, bij een goudvink is dat zeker overduidelijk. Ik probeerde nog even een foto maar dat is een zoekplaatje geworden.Ze verdwijnen samen naar de voorkant van het huis. Ik zie nog net een matkop met voedsel in het bekje de rododendron inschieten.
Wim heeft net met broer Piet in Frankrijk gepraat, een goede gewoonte om dat even te doen na het volgen van de kerkdienst op de pc. Vroeger was het de gewoonte om na de kerk samen met familie aan de koffie te gaan om bij te praten. Hier in de Schepershof doen we dat samen in de kerk want familie woont lang niet altijd meer in de buurt en voor veel alleenstaanden is het fijn om elkaar hier te kunnen spreken. Alleen… zoals je weet, nu al meer dan een jaar kan het niet meer. Missen we wel.

Foto: Als je goed kijkt….het mannetje zit ergens rechts onder verstopt. Het vrouwtje kan ik niet meer onderscheiden.

Wim… kom gauw… Meer lezen »

Opoe Bruins

‘Ho…’, roep ik wanneer Henk Braakhekke langs zijn voorraad foto’s scrollt.Henk was een professioneel fotograaf en veel van zijn foto’s zijn verschillende kranten geplaatst. Als er wat nieuws te melden was, bleek Henk snel paraat.
‘Ik zie opoe Bruins….’, en warempel het is haar. Ze staat bij haar dochter Janna die emmers na het melken aan het omspoelen is. ‘Gerritje van de bakker’, werd ze ook wel genoemd, want vroeger hadden ze ook een bakkerij, maar dat heb ik niet meer meegemaakt. Toen woonde er al een familie aan de voorkant die later naar de Kranenburg is verhuisd. Nadat Gerrit en Gerda de boerderij overnamen hebben oom Wim en tante Janna nog jaren in het voorste deel van de boerderij gewoond.
Zelfs nu wanneer we vanaf Lochem richting Vorden rijden zeggen we nog… ‘O ja… hier woonde opoe Bruins’. Vooral toen we nog in Hengelo O woonden zijn we vaak hartelijk ontvangen door oom Wim en tante Janna èn opoe, wanneer we even aankwamen voor een kopje koffie en een praatje.

Opoe Bruins Meer lezen »