Weblog2

Herman.

Tot aan het eind van zijn leven blijft Herman brieven sturen aan zijn Nederlandse familie. Een paar laatsten zaten in de map die Diny van Nel van Middelkoop kreeg.

Sibley, 4 december 1997

Waarde zuster Heintje en Jan van Kriet en familie,

Ik ben net begonnen om Kerstkaarten te schrijven, eerst naar Holland. Ik weet niet of u het plaatje gehoord hebt dat ik Dika voor haar verjaardag had gestuurd. Ze belde me twee dagen na haar verjaardag op om mij te bedanken voor dat ‘spreekplaatje’ voor haar 90e verjaardag. Tot mijn teleurstelling had ze het die avond niet gebruikt. Ze beweerde dat er toen teveel lawaai was dat ze het toch niet zouden kunnen horen. Maar toen Jantje haar thuisbracht na het feestje had ze het afgedraaid. Ook later een keer toen Gerrit en Hanna Voortman bij haar geweest waren. Omdat ik aan het eind Psalm 68 vers 10 had gezongen schreef Hanna: ‘Heintje en u zijn de beste zangers in de familie’. Ze schreef er bij dat dat ge voor uw eerste man toen hij zo ziek was ook geestelijke liederen had gezongen. Dat had hij gewaardeerd.
Herman vertelt verder dat hij in de kerk vaak solo mocht zingen en dat het op de tv was uitgezonden.
Hij vertelt verder:
Toen ik bij Charlie, die voor een maagzweer in het ziekenhuis lag, op bezoek was had de zuster verteld dat ze mij had horen zingen en het zo mooi vond.
In het ziekenhuis ontdekten ze ook kanker bij Charlie en hij zal nu 2 keer per maand behandeld worden. Charlie is net als vader, kan alles maken. Hij repareerde de koekoeksklok die we van vader en moeder gekregen hadden. Hij loopt weer als nieuw, de juwelier kon het niet. De klok is nu bij Charlie en hij heeft zijn naam er achter op gezet. Zijn oudste dochter vertelde me dat zij daar haar naam weer onder had geschreven. Zo blijft ie in de familie.
Laatst wilde de klok die we op ons 50 jarig huwelijk hadden gekregen, toen Dika met de Voortmans hier is geweest, ook niet meer lopen, maar ook die heeft Charlie weer aan de gang gekregen Toen we laatst het tweede huwelijk van Keith, de jongste van Charlie en Leone bijwoonden, werd me gevraagd om na het huwelijk in de Lutherse Kerk buiten op een stoel te gaan zitten en alle 11 achterkleinkinderen kwamen achter mijn stoel staan voor het maken van een foto. Ik kreeg er een en heb er wat bij laten maken en zal u ook allemaal eentje sturen. Keith Egginks eerste vrouw is ook hertrouwd en heeft de 2 kinderen bij zich gehouden, maar eens per maand brengt ze hen half weg en blijven ze bij hem en Charlie en Leone. Op zondag brengen ze hen weer half weg terug waar zij ze weer ophaalt. In april verwachten ze een nieuwe baby en de kinderen kunnen niet wachten het te zien, zo schreef ze aan mij. En Keith die 10 jaar lang bij ons was voor hij trouwde, verwacht nu in 1998 hun eerste baby.
Hoeveel kleinkinderen en achterkleinkinderen hebt u?
Herman eindigt met hun vroege herfst en dat de oogst in oktober binnen was.

Herman. Meer lezen »

Dina 10 slot

Als laatste dit gevoelige gedichtje dat veel zegt over wie Dina was.

De eerste Lentedag

De zon, de zon, jubelt plots alles
Bij de eerste warme zonnestraal
En alles schijnt opeens te leven
Dat voorheen dood leek, triest en kaal.

De vogels tsjilpen tot elkander
En jublen tot de warme zon:
Gij hebt het stellig wel geweten
Dat zonder u hier niemand kon.

Ja, ja, zo lacht de blijde zonne
Toch moet ik hier weer vandaan
Geen heeft hier nog op mij gerekend
Ik kom terug, maar moet nu gaan.

En langzaam weer, verdween de zonne
Zacht tintlend als tot afscheidsgroet
Teleurgesteld bleef ’t volkje achter
Maar de belofte bleef, gaf moed.

Wanneer de zon straks weer zal komen
Besluit een vogeltje, heel zacht,
Zal ik mijn mooiste liedje zingen
Zoals de zon zelfs niet verwacht.

Ook ik, ook ik, fluistert dan het leven
In bomen, plant, en aard
Ook wij willen het beste geven
En zo de zon zijn waard.

Dina Eggink

Foto: Dina, Jan en Mies op een tochtje door Nederland, op de fiets.

Dina 10 slot Meer lezen »

Dina 9

Juffrouw Meinen was een begrip. Ze woonde in Vorden dicht bij de fam. Aartsen en alle kinderen hebben wel enige ondersteuning gehad bij het leren van hun huiswerk. Ze was in de jaren 50, mijn jeugd, al gepensioneerd.
Ze was lang onderwijzeres aan de Julianaschool in de Wildenborch.
En daarnaast was ze dus ook presidente van de jonge meisjes vereniging, of misschien was het zelfs de Vrouwenvereniging van de Wildenborch, zo blijkt uit dit gedicht van onze tante Dina.

Van het lied -Te wapen, op te wapen- had ik nooit gehoord maar toen ik het afspeelde was het toch bekend

Wijze: Te wapen, op te wapen. Belgisch lied uit de 1e WO

Gezongen op een feestavond ter ere van het 12,5 jarig presidente schap van juffrouw Meinen, midden 30er jaren.

Deez avond is ter eere
Dit feest voor u alleen
Meer kunnen wij niet geven
Maar u deed meer dan een
Reeds 12 en een half jaar lang
Leid u nu onze kring
En ze is gegroeid die jaren
Tot deze grote vereniging

Ons plaatsje een gehuchtje
Waar niemand haast van weet
Maar hoort men tal onze leden
Niemand die ’t weer vergeet.
Maar nooit was ’t zo geworden
Zonder uw stuur of lijn
Wil daarom nog jaren blijven
En onze presidente zijn!

Ook even de melodie horen? Klik op de titel!

Foto: Julianaschool in de Wildenborch, 1926.
Juffr. Meinen rechts boven
Ome Jan Eggink:2e rij, 2e van links. Ook Mies Eggink moet hier bij zijn.
Toen tante Jo minder begon te zien heeft ze bij veel foto’s nog een beschrijving gegeven, zo ook bij deze foto.Haar geheugen deed het nog goed.
Vooral de meisjes wist ze nog te benoemen:
Bertha Oltvoort, Gerritje Berenpas, Trui en Riek Groot Nuelend, Hentje en Mina Kottelenberg, Grada Jansen, Janna Mennink, Hentje Vrieze, Anna Lenselink, Jet Bennink
en Marie, Riek, Hentje, Bet en Mita Klein Ikkink
Behalve broer Jan wist ze nog Willem Terink en Johan Slagman nog te noemen. Ook een Bannink en Sim en Henk Dirkze

Dina 9 Meer lezen »

Dina 8

De Lochemse Courant kwam met de volgende rectificatie:

Ere wie ere toekomt.

Na het plaatsen van het gedichtje over de vernieuwde bank aan de Lochemse weg, kregen we bezoek van Dina Eggink te Barchem onder de Wildenborch die ons verklaarde dat zij en niemand anders de dichteres was van het vers en die hoogst verbaasd was dat iemand daaronder de naam T. Lammers had geplaatst, zoals ze het zelf trouwens ook boven de bank gelezen had.
Dat vond ze natuurlijk helemaal niet aardig. Maar Dina Eggink zond nu aan zijn adres onderstaand gedichtje, als aanhangwagen zoals zij het noemde, bij haar vorige gedichtje:

T. Lammers scheen te denken
Ik heb een fijn idee
Door mijn naam hier onder te zetten
Neem ik de eer van ’t versje mee.

En misschien is hij thans nog blij
Dat hij dit heeft gedaan
En blikt hij vol trots in de krant
Waar hij z’n naam ziet staan.

Maar hebt u er wel aan gedacht
Dat ik dat ook lezen kon
En dat ik er dat niet graag zie staan
Hoe mooi g’ het ook bezon?

Maar misschien meende ge ’t niet zo erg
En doet het thans reeds smart
Geloof me, ‘k vergeef u voor deez keer
Nog graag van ganser hart.

Maar dit moet ge me wel beloven
Zoiets niet weer te doen.
Schrijf alleen onder uw eigen vers uw naam
Dan blijft ge een dichter van fatsoen.

Dina Eggink

Dina 8 Meer lezen »

Dina 7

Een vernieuwde bank

Ten gerieve van het natuurminnend publiek besloot het bestuur van de VVV alhier toch de baldadig vernielde bank aan de Lochemse weg niet te doen wegnemen doch deze maar weer op te knappen.
Boven de vernieuwde bank troffen we nu onderstaand gedicht aan, waarvoor we zeer erkentelijk zijn:

’t Is vast uit naam van vele mensen
Dat ik hem dank die dit bezon
Om deze bank weer op te richten
Daar d’ oude ons niet meer houden kon.

Ze was wel oud en ook al grijs,
Toch scheen haar ’t leven zoet
Maar toen ze zo mishandeld werd
Toen zeeg ze neer voorgoed.

Gij mensen die hier rusten komt,
Wilt toch voorzichtig zijn
Geniet op deze bank zoveel ge wilt
Maar doe haar geen nodeloos pijn.

Ze wacht hier dagen achtereen
Op wie hier rusten wil,
’t zij arm of rijk, ’t zij oud of jong
Het maakt haar geen verschil.

Heb eerbied dus voor deze bank
Gij allen groot en klein
Dan kan ze jaren, jarenlang
Ons aller vriend nog zijn.

T. Lammers

Het gedichtje haalde de Lochemse Courant.
Ook Dina las dit in de krant en was verbaasd toen er ene Lammers als dichter onder stond, want het was haar gedichtje.

wordt vervolgd-

Dina 7 Meer lezen »

Dina 6

In de 30er jaren waren uitstapjes en een weekje vakantie nog niet zo gewoon voor jongelui op het platteland. Je moet soms creatief zijn, besloot Dina. Zo was ze al een paar keer met broer Jan, zus Mies en een paar anderen door een stuk Nederland gefietst. Och, opa en opoe hadden veel vrienden en zo konden ze wel ergens op een boerderij slapen.
Dina was doortastend en maakte een gedicht om jongelui enthousiast te maken mee te gaan. Het is wel bijzonder dat dit in de Lochemse Courant geplaatst werd.

Uitnodiging tot een tochtje van een week

Wie houdt er van een weekje zwerven
Wie houdt er van wat avontuur
Wie houdt er van het leven buiten
Ook al is ’t soms daar kil en guur?

Wie wil graag na de zomerdrukte
Een week weg, een weekje uit
Wat anders zien, wat anders horen
Voor de zomer achter ons zich sluit?

Die gaat met ons straks in september
De 2e of 3e week misschien
Een koffer met wat dekens bij zich
Het verdere kunnen wij nog zien.

Reeds tweemaal maakten wij zo’n tochtje
En telkens viel ’t ons heerlijk mee
Per fiets door bossen, dorpen, steden
Tot zelfs de grote wijde zee.

Voor ’s nachts vinden wij gulle boeren
Steeds vonden wij een onderdak
De mooie week was gauw gevlogen
En elk toch weer naar ’t eigen vak.

Zijn hier of daar nog jonge mensen
Die met zo’n reisje zijn tevree
Die eerlijk ook daarnaar verlangen
Men schrijf gerust en ga straks mee!

Dan gaan we samen echt genieten
Met een gulle lach, een vriendlijk woord
Die week die blijft ons in gedachten
En de herinnering duurt voort…..

Brieven aan Dina Eggink
Dorpsstraat A116 Vorden -1937

Dina 6 Meer lezen »

Dina 5

Een mistige zondagmiddag

Het kwam door die dichte zware mist
Dat niemand van die vogelschaar
Dat er spelend huppelde op de weg
Zag het dreigende gevaar

Vlakbij was de auto toen ze hem zagen
Verschrikt en bang stoven ze weg
Ze zochten allen een veilig plaatsje
In boom in struik of heg

Maar eentje zag ’t gevaar te laat
Ze kon niet meer zo vlug
Ze probeerde ’t nog maar d’ auto greep
En wierp haar op straat terug

Ik zag haar hooploos fladderen, vallen
Nog worstelen in laatste kracht
Tot ze eindelijk uitgeput bleef liggen
Verslagen door een sterkre macht

Ik had terug toen moeten keren
Zien of ik het nog helpen kon
Het veilig leggen eer aan tweede auto
Het wrede spel opnieuw begon

Maar ‘k durfde niet, ik schrok terug
Voor ’t lezen van die bange vraag
Uit die angstige kleine oogjes,
Och help mij, ‘k leefde nog zo graag.

Ik kon niet raken aan dat lijfje
Dat warm zou zijn en trillen
Dat schrikken zou voor mijne hand
Niet wetend wat ‘k zou willen.

En zo heb ik het laten liggen
Op die koude harde straat
Nu zou ik wel terug nog willen
Maar nu is het—- te laat.

Foto: Dina en Jo. Ik denk midden 30 er jaren, nu 20ers. En… het haar gekortwiekt. Ze zien er op z’n zondags uit. Zou het een trouwdag zijn van een van de zussen? Dika, Heintje en Hanna trouwden omstreeks die tijd.

Dina 5 Meer lezen »

Dina 4

Na het overlijden van Dina vonden de kinderen dit gedicht van Dina. Haar vader schreef het over in haar gedichtenbundel.

Zondag

Zondag, ’t is gelukkig zondag
De gansen dag van werken vrij,
‘k Wil nu niet denken aan al ’t werk
Dat stapelt zich steeds rij op rij

‘k wil enkel en alleen genieten
Van de vrijheid die de zondag geeft
Want na een week van werken, drukte
Is of met zondags dubbel leeft.

Dan verlang ik soms zo om te zwerven
Door bos en heide heen
Door plekken die ‘k nooit zag of kende
Waar maar zo weinig voeten treen

Daar wil ‘k een hele middag zwerven
Langs de smalste paden heen
En als dan niemand met mij mee wil
Dan ga ik met mijzelf — alleen.

Daar zou ‘k de zondag echt gevoelen
Door ’t ruisen van het stille woud
Al hoort men nu geen vogels zingen
Al brokkelt nu het hout.

Het is zo heerlijk fris en vrij daar
Dat ‘k er kan stoeien als een kind,
Daar is geen armoe en geen droefheid
Zoals men in de wereld vindt.

Dina 4 Meer lezen »

Dina 3

Tante Dina l. met haar beste vriendin Anneke van Ark onder de noteboom. Ik zag meteen wat bekends aan haar. Ik zei dat toen tegen tante Jo "Oh", zei ze, "Zee is etrouwd met Willem Norde van de Wenneker en Jenny is een dochter van eur".
Jenny lijkt sprekend op haar moeder. Ze zat samen met mij op de Groen van Prinsterer Kweekschool in Doetinchem en slaagde met een 10 voor Nederlands. Daar zeg ik u tegen.
Dina zal de Wildenborchse weg vaak afgefietst zijn met Anneke. Vooral dat lange rechte stuk waar Pardijs ongeveer in het midden van woont. In de dertiger jaren is die boerderij gebouwd. Dina schijnt verzucht te hebben: "Dee boerderieje mag ze wel Het Lange Ende numen". En dat werd het en zo heet de boerderij nog: Het Lange End.

Dina’s gedicht over het lange end heeft op 4 april 1938 de krant gehaald, na het fatale ongeval op weg samen met Hendrik Jan naar haar nieuwe dienstje in Hilversum.

‘T LANGE END’
– de weg van Vorden naar den Wildenborch-

Het lange end kent vele menschen
En vele mensen kent dat end,
Waar enkel boom en dennen groeien
Met slechts een enkele bank bekend.

Dat end is velen lief geworden,
Zoo denk ik vaak en is ’t zo niet?
Hoeveel zou zij daar niet bewaren
Van alles, wat ze zag en ziet?

Maar plotseling is het end gebroken
Een huis verscheen uit ’t zand
En voordat men ’t zich in kon denken,
Stond er een huis in ’t dennenland.

Wel mogen wij daar niets van zeggen,
Een elk moet wonen toch,
En daar reeds overal gebouwd werd
Was ’t lange end er nog.

Ik wilde dit alleen maar zeggen,
En raad geven wou ik enkel maar:
‘k Zag boven aan het huis een ledig plekje
Met de naam schijnt men niet klaar.

Wat zou zo’n huis dan ’t beste sieren?
Zou het deze naam niet zijn:
Als ‘ ’t Lange end’ daarin gebeiteld,
Of mocht geschreven zijn.

Wanneer dan daar in later jaren
Alles bebouwd zou zijn
En huis na huis daar op mocht rijzen
En de stilte verre zijn.

Dan zou een elk die naar dit huis keek
En ’t Lange End’ daar las,
Weer denken aan dat end van vroeger
Dat vol stilte en geheimen was.

Da. E.

Dina 3 Meer lezen »

Dina 2

Dina maakt er een raadseltje van. Dit is een aanvulling op het gedichtje over de Wildenborch.

En noe wol i-i zeker wetten
Wee ik bun en hoe ik heet
Mo-i maor raon en mo-i maor vraogen
Net zo lange, jao net zo lang tut da-j ’t weet.

Mao dit wi-k oew nog wel zeggen
‘k Woon van hier een half uur weg en luuster good
Ik kan b-j ons et klappen heuren
Dus wet ik precies wanneer a-j ‘r bunt en wanneer wa-j doot.

Maor noe wi-k ok niks meer zeggen
Zeet maor da-j weer wat doot
Want ik mot daagens ook wel warken
Dus, noew menschen ’t geet oew good.

Foto: Dina achterop de motor bij Hendrik Jan

Dina 2 Meer lezen »