Weblog2

Dina

In de map met dierbare herinneringen van de Boskampfamilie die via de van Middelkoops boven water kwam, zat behalve de Nederlandse versie van Hermans Goals in Life, zoals hij ze ook noemde, ook een gedichtenbundeltje van Dina.
Dina hield van de natuur, rust en de kleine dingen waar je blij van kunt worden. Bovendien was ze creatief in het bedenken van toneeltjes, reisjes en gedichtjes en was een aanwinst voor de meisjes- en jongelingsvereniging van de Wildenborch. Menig gedichtje heeft de krant gehaald.
Nadat ze in 1938 door dat vreselijke ongeluk waar haar broer Hendrik Jan bij was, overleed, kwam ook haar gedichtenbundeltje tevoorschijn. Veel ervan zijn door Dina zelf geschreven. Anderen die haar troffen nam ze over en zette er bij waar ze die gevonden had.
Niet alle gedichten stonden er al in en opa schreef de ontbrekende gedichtjes er bij in zijn zo bekende karakteristieke handschrift.
Na enig puzzelen blijkt dat kasteel De Wildenborch in 1931 na de fam Brants, ook familie van de oorspronkelijke bewoner ACW Staring, weer bewoond ging worden door kunsthistoricus Mr. A. Staring en zijn echtgenote Jacoba Henriette Magdalena de Mol van Otterloo.
Zij lieten de oostvleugel van het huis verlengen en stijltuinen in het park achter het huis aanleggen.
Dit zal Dina inspiratie gegeven hebben om dit gedicht te schrijven.
Ze zal hier 17 jaar zijn.

Voor de Wildenborch

Gij werklieden, werk steeds met ijver
Denk aan meneer Staring die wacht
Op zijn huisje zodat die gereed is
En hij er kan wonen in praal en pracht

Gij werklieden, werk steeds met ijver
Maak het huisje vriendlijk en ree
Dan zal meneer Staring vast zeggen:
Warempel dat volk valt me mee.

Doch wanneer gij dan werkt met zo’n ijver
Wij horen u tot een half uur in ’t rond
Kijk dan met al uw gehamer goed toe,
En sla toch uzelve niet blond.

Dus sla met uw hamer goed raak
Maar niet op uw vinger of duim
Want met zo’n gekwetste nagel
Hebt ge ’t zeker niet te ruim.

Ten eerste staat zoiets erg lelijk
En ten tweede doet het pijn
En zoud dus met die kunsten
Een lelijk, pijnlijk menschje zijn.

Maar nu in ernst, denk aan dit ene
Dat meneer Staring steeds wacht
Op zijn huisje totdat het gereed is
En hij er kan wonen in praal en pracht.

Foto: het echtpaar Staring

Dina Meer lezen »

Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden – aanvulling

Er is nog een aanvulling van Herman op de laatste bladzijde, een soort terugblik naar het jaar 1930 en meteen een korte beschrijving van het vervullen van zijn idealen.

Na 6 jaar in America en mijn huwelijk met Nettie was het mijn doel om veehouder te worden met Stamboek Holstein vee. Voor we in 1930 trouwden kocht ik een paar Holstein koeien. Ik betaalde voor die eerste koeien op een verkoping 50 dollar per stuk. Het waren goede koeien maar ze waren gedekt door een Hereford stier. Ze kregen zwarte kalveren met witte koppen. Ik hield die eerste kalveren aan als melkkoeien, maar als Herefords waren ze niet erg geschikt als melkkoeien. Ik sprak er over met John Struik die mijn getuige was toen ik Amerikaans burger werd.
Struik had zelf stamboek Holsteins en om mij aan de gang te helpen verkocht hij mij 2 drachtige Holstein vaarzen voor een redelijke prijs. Na een paar jaar kocht ik van hem weer twee drachtige stamboek Holstein vaarzen.
In 1942 hadden we een plaats gekocht met een lening van de overheid om die in 6 jaar af te betalen. Toen we daar kwamen wonen hoorde ik dat ik lid kon worden van de Cooperatie. De eerste melkcontrole tester was een Poolse immigrant die op een staatsschool studeerde om meer kennis op te doen. Tijdens zijn studie was hij al door twee gemeenten ingehuurd om die melkcontroles te doen.
Toen hij de eerste keer bij ons kwam bekeek hij mijn stamboek Holsteiners en vroeg me hoeveel krachtvoer ik elke koe gaf. Ik antwoordde dat ze allemaal hetzelfde kregen maar ik begreep van hem dat ik een buitengewoon hoge melkproductie had. Een jaar had ik zelfs op een na de hoogste productie van Iowa. Er was een grote vraag naar jonge dekstieren want kunstmatige inseminatie kenden we nog niet. Omdat ik belangstelling had voor Cooperaties werd ik secretaris van de Coop. Melkfabriek. Ik stelde voor om een nieuwe directeur aan te stellen want de vorige functioneerde slecht. Tien jaar later hadden we de grootste Coop. melkfabriek in Iowa.
In 1962 kreeg ik het verzoek om met 11 melkveehouders -dairymen- naar Chicago te komen om te adviseren voor goed afzetgebied voor de melk. Toen we daar met die andere melkveehouders in Chicago vergaderden bleek dat de anderen zelf geen koeien molken, maar vanwege hun hogere opleiding kennis hadden van melkzaken. Nadat we zo twee keer vergaderd hadden adviseerden we de regering aan om de verkoop van melk uit te breiden.
Een jaar later kreeg ik een brief van de regering en vertelden ze waarom ze mij gekozen hadden als raadgever voor het bevorderen van de eerste klas melkverkoop. Het was omdat ik voorzitter van de IOWA stamboek Holstein Vereniging was en bovendien secretaris van de grootste Coop. Melkfabriek in Iowa.
Toen mijn neef Bernard Eggink eens met zijn vrouw Riek naar Californie aan de westkust vloog om daar een bootreisje te maken , belden ze op het vliegveld een taxi om naar de kust te gaan. Er zat nog een man te wachten tot hij opgehaald zou worden en vroeg Bernard waar hij vandaan kwam. Zijn antwoord was Indiana. De man vroeg toen naar zijn naam. Hij antwoordde Bernard Eggink. Toen vroeg die man of hij wel eens gehoord had van een Dairyman Eggink in Iowa. Bernard vertelde hem: ‘Dat is mijn neef, hij heeft mij geholpen om naar America te komen. En hij heeft veel succes gehad.
Later kwam ook mijn broer Antoon met zijn vrouw en 8 kinderen hier naar toe en vestigden zich ook met veel succes. Twee zoons zijn professor geworden en een dochter die goed kon spreken werd Vice president van een groot bedrijf.
America, het land van de onbegrensde mogelijkheden

Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden – aanvulling Meer lezen »

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 4- Slot

Eindelijk

Toen ik 14 jaar was begon ik er over dat ik naar America wilde, maar daar was moeder tegen. Mijn zusters werkten toen bij meest rijke mensen en verdienden goed, meer dan ik kon verdienen als knechtje. Ik moest moeder helpen met het werk in huis en als ik daarna ook het werk in de stal had afgemaakt stuurde ze me naar vader op het land met koffie en wat te eten en kon daar verder meehelpen. Omdat mijn zusters goed geld verdienden bij de rijke mensen deed moeder voor mij hetzelfde loon in een potje en bracht het later naar de bank vanwege de rente.
Maar mijn wens bleef dat ik naar America wilde gaan. Ik sprak er over met jongens van de jeugdvereniging in de Kapel bij de Wildenborch en later bij de jongelingsvereniging. Maar een van de Teunissen jongens zei: ‘Als ik hier mijn brood kan verdienen, ga ik niet voor de boter naar America’.
Toen ik 18 was en nog steeds mijn moeder moest helpen zei ik dat ik nooit tevreden kon zijn als ik niet naar America kon gaan. Vader had er nooit wat op tegen gehad , die had immers ook diezelfde plannen gehad.
Toen gaf moeder eindelijk toe en deed ik een aanvraag als immigrant voor America, maar omdat ik nog geen borgstelling had moest ik nog 2 jaar wachten voor ik aan de beurt was.
En toen was het Hanna die voor een paar oudere mensen werkte die deze hiervoor genoemde mevr. Rutgers op bezoek kregen. Zij zou erven van haar oude oom en tante die zelf geen kinderen hadden. Hanna vertelde haar over de vurige wens van haar broer Herman om naar America te gaan om boer te worden. Zij raadde Hanna aan om haar schoonzoon Henrie Niesink, die de farm van de Levenkamps in Volga huurde, te schrijven. Hij zou wel een knecht kunnen gebruiken.
Vader schreef de brief om te vragen of hij inderdaad wel een knecht kon gebruiken en kreeg een bevestigend antwoord terug.
Toen ik al mijn immigratiepapieren klaar had kon ik op 25 januari 1925 vertrekken, per boot van Rotterdam naar New York. En juist toen was Thed Kaemingk op visite bij zijn vader en familie in Barchem en vertrok op dezelfde tijd als ik per trein van Lochem naar Rotterdam en met de boot mee naar New York. Samen brachten ze ons met een tweewielkarretje met een paard ervoor naar de trein in Lochem. Vader ging mee op de fiets om ons uit te zwaaien. Vader had in zijn militaire diensttijd snel leren fietsen, ze zeiden zelfs sneller dan de huzaren te paard.
Samen gingen we zo naar Rotterdam om daar op de boot te stappen met bestemming New York.
Aan boord was nog een jongeman die de stap ging wagen en samen brachten we de tijd door met kaarten. Ik was dat niet gewend en was nog niet handig met het schudden van de kaarten, wat hen de opmerking ontlokte: ‘An hour is too long to just shuffle cards’.
Ook ontmoette ik een dame met twee dochters die naar Utah gingen en bij de Mormonen hoorde. Daar had ik geen beste dingen over gehoord als zouden de mannen meer dan één vrouw mogen hebben. Toen dan op een gegeven moment één van de meisjes vroeg of ik mee wilde wandelen aan dek en mijn arm pakte, wist ik niet hoe snel ik de andere kant op zou gaan.
Eindelijk zag ik na 10 dagen voor New York het Vrijheidsbeeld waarover ik net als over het Wilde Westen gelezen had.
Daar werden onze papieren onderzocht of we werkelijk immigranten waren. We kregen onderdak in een Zeemanshuis.
De volgende dag werden we begeleid naar de trein. Daar scheiden onze wegen. Kaemingk en Stellingwerf uit Friesland gingen naar Iowa en mijn doel was Zuid Dakota.

De rest van Hermans belevenissen en wat hij bereikte in zijn leven is al uitvoerig weergegeven in zijn Engelse autobiografie die hij voor kinderen en kleinkinderen schreef.
Ik heb die zo goed mogelijk in het Nederlands vertaald. Zie weblog 2- vanaf 27 januari 2009

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 4- Slot Meer lezen »

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 3

De Boskamp

Maart 1909 verhuisden ze naar de Boskamp, vader, moeder, opa en omoe Jansen en ook Berend die nog niet getrouwd was. Ik sliep bij Berend en ook Hanna en Dika waren er al en in september van dat jaar zag Heintje het levenslicht. Omdat oom Berend nog bij ons inwoonde begon vader de grond die oom Berend ook heel goedkoop had gekocht, te ontginnen. Er waren niet veel bomen op geweest, maar wel heide en slootjes. Vader gebruikte een schop en een kruiwagen om die slootjes te vullen. Alles gebeurde met de schop en elk jaar moest er een nieuwe gekocht.. Omdat de grond van oom Berend op 20 minuten lopen was nam vader vaak de fiets en zei als hij terugkwam van het zware werk op oom Berends gekochte grond dat rijden op de fiets net zoiets was als zitten op een luie stoel.
Nadat vader alles gelijk had gemaakt zaaide oom Berend het in met graszaad en het jaar er op kocht hij wat jongvee voor zijn nieuwe weiland. Hij verkocht het weer in het najaar en maakte flinke winst. Zo had hij eens een schrale koe gekocht op de markt voor 140 gulden. Ze bleek drachtig en kon haar kort voor het kalven weer verkopen voor het dubbele.
Vader had al zijn vrije tijd gebruikt om de grond van Berend gereed te maken en kon ook als bouwland gebruikt worden. In 1918 liet oom Berend een nieuw huis bouwen op zijn land en trouwde daarna met Chrisje uit Eefde..
Oom Berend had al het kopen en verkopen voor ons gedaan omdat vader niet zo goed was in de waarde van dieren. Nu moest vader het zelf doen Omdat we vier vaarskalveren hadden in de kleine boomgaard, zei moeder dat we er een paar van moesten verkopen.
Er kwam een Joodse veehandelaar vragen of we wat te koop hadden. Vader antwoordde dat we er twee te koop hadden. De Jood bekeek ze en bood 110 gulden voor die twee. Toen vader het aan moeder vertelde was die zo geschokt dat hij ze zo goedkoop had verkocht.
We moesten de kalveren tot aan de straatweg brengen tussen Ruurlo eb Vorden. Daar werd alle vee verzameld dat door de Jood gekocht was. Hij had mannen en jongens gehuurd om al het vee naar de Zutphense markt te brengen. Moeder had mij met de fiets meegestuurd om te horen voor hoeveel ze weer verkocht werden. De Jood had een zachte stem maar ik hoorde dat iemand hem voor een kalf 90 gulden bood wat hij niet aannam.
Moeder kon het niet uitstaan dat vader 2 kalveren voor 110 gulden had verkocht.
Vanaf toen moest ik het kopen en verkopen doen, ik was net 14 jaar.
Ik werd ook naar Vorden gestuurd als er op vrijdag biggenmarkt was. We kochten daar 5 of 6 biggen om verder te mesten. We hielden zelf nog geen zeugen om zelf biggen te fokken. Vader was blij dat hij zelf niet meer hoefde te handelen.

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 3 Meer lezen »

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 2

Toen mijn vader en broer Hendrik plannen hadden om de Levenkamp jongens en meer bekenden achterna te gaan raakte moeder Jenneke helemaal van streek en wilde niet dat ze het er over hadden. Familie van haar die ook wilden emigreren waren op weg naar Amerika in een zeilboot in een vliegende storm terecht gekomen en verdronken.
Toen mijn vader oud genoeg was om in dienst te gaan had hij de hoop om naar India gestuurd te worden. Dan kon hij ook wat van de wereld zien. Maar hij lootte vrij. Daarom ruilde hij met een rijke jongeman die wel zou moeten. Jammer genoeg voor hem kon je als vrijwilliger niet over zee gestuurd worden en kwam hij bij de Wielrijderbrigade terecht.
Herman beweert dat hij al snel bevorderd werd tot officier. Ik weet wel dat hij in een dag heeft leren fietsen en hij dat heel snel kon.
Eenmaal uit militaire dienst kwam de liefde. Berendina Jansen had met hem op de school in het Medler gegaan. Zo trouwde Johan Eggink van de Jager bij de Jansens in op het Boevinck en de jongere broer, Berend Jansen, ging naar familie in Almen. Vader Jansen was nogal bazig en schoonzoon Johan kon het niet gauw goed doen. Na een jaar ging Johan bij een melkfabriek werken waar de melk ontromer nog met de hand gedraaid moest worden omdat er nog geen elektriciteit was. Dat kwam er na 2 jaar. En Berend kwam weer thuis om voor zijn bazige vader Jansen te werken.
In die tijd had kasteel de Wildenborch veel kleine pachtboeren op haar grond. En vaak moesten ze ook voor de kasteelheer werk verrichten. Toen de oude bewoners overleden kwam hun zoon Ernest Brandts op de Wildenborch wonen. Hij was rechter geweest aan het Hogere Gerechtshof. Nu werden de boerderijtjes met het land verkocht en de bossen ontgonnen. De bomen werden omgezaagd en werden verkocht aan zagerijen. Vader Johan kocht ook een paar percelen net als zijn zwager Berend. Hij haalde de boomstompen uit de grond met een stomplichter, maakte de grond gelijk en vulde ook de kleine slootjes. Zo konden ze die oude bosgrond gaan gebruiken als bouwland. Daar had je wel mest bij nodig en hij bracht de mest van het Boevinck naar de net ontgonnen bosgrond. Er was nog geen kunstmest in die tijd- 1907/08.
Toen de eigenaar daar lucht van kreeg werd de pacht van het Boevinck opgezegd en moesten ze met ingang van maart verhuizen. Volgens de geldende wet was dat een maand te laat en daardoor mochten ze nog een jaar blijven wonen.
In de winter van 1907-1908 werden de stenen gebracht voor de nieuw te bouwen boerderij de Boskamp, genaamd naar het bos waarop het gebouwd werd. Bij dat bosland lag ook een laag weitje dat gekocht werd en hadden ze meteen grasland voor de koeien en een paard.

Foto: Johan Eggink van de Jager in militaire dienst

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 2 Meer lezen »

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 1

Nu ik de beide memoires van uncle Heurmen vergelijk zie ik dat de Nederlandse versie veel uitgebreider wat betreft zijn jeugd en de achtergrond van zijn ouders en het ontstaan van de Boskamp. Het lijkt speciaal geschreven voor zijn broers en zussen. Als oudste heeft hij natuurlijk meer herinneringen aan die begintijd dan b.v. Bram en Mies. En dat blijkt toch interessant. Hij schrijft het wel op oudere leeftijd maar zijn geheugen zal nog prima geweest zijn.

De titel van deze speciaal voor hen geschreven autobiografie is:
1925. America, het land van de onbegrensde mogelijkheden.
Als kind hoorde ik mijn vader vertellen over zijn verlangen om samen met zijn broer Hendrik naar America te gaan als ze ouder zouden zijn. Er waren er al veel uit de buurt naar America vertrokken, zo ook de jongens van Levenkamp waar mijn vader mee op zondagsschool ging.
De oudste twee jongens van Levenkamp die op een boerderij van het kasteel De Wildenborch woonden moesten na de lagere school voor het kasteelheer komen werken.
Ze hadden gehoord over anderen die in Michican waren aangekomen. Deze lieten de beide Levenkamp jongens overkomen. De Levenkamps werkten een paar jaar in Wisconsin en hoorden toen dat er in het westen meer ruimte was. Daarom vertrokken de beide Levenkamps naar het westen en kochten met gespaard geld een farm van 4 of 5 mijl ten westen van Sioux Centre.
Na een paar jaar lieten ze hun ouders ook overkomen met 3 of 4 jongere broers. Nadat die gewend waren vertrokken 4 van de 6 Levenkamp jongens naar Zuid Dakota om zich daar te vestigen.
De oudste Teunis en zijn broer Jan kochten 160 acres bij Volga South Dakota. Met wat hulp bouwden ze daar een huis om in te wonen en een stal voor vee en paarden, want op elke farm moet je wel 5 paarden hebben om met een 2 scharige ploeg die nieuwe prairiegrond om te ploegen om daar graan op te kunnen verbouwen.
Teunis Levenkamp was een liefhebber van paarden en had er ook een hengst bij gekocht om zijn merries te laten dekken.
Voor het werk op het land had je 4 paarden nodig en voor het ploegen 5. Mais planten en graan zaaien kon ook met 2. Als het graan gemaaid werd met de zelfbinder weer met 4.
Albert Levenkamp had een farm gekocht met een huis en wat bijgebouwen Hij trouwde als enige van de Levenkamps, met Nettie van der Waal. Zij was met haar ouders en kinderen ook naar Volga gekomen vanuit Rotterdam.
Teunis en Jan voelden zich niet erg thuis in deze omgeving waar weinig Nederlanders woonden en verhuisden na een paar jaar terug naar Iowa in de buurt van Orange City waar veel Nederlanders woonden. Ze verhuurden hun plaats in Volga in 1923 aan een schoonzoon van Rutgers, die een sigarenwinkel had. Deze vertelde aan Levenkamp dat hij een schoonzoon had, een tuinman in Apeldoorn die graag wilde boeren. Deze kwam over en huurde die farm van Teunis en Jan in Volga.
En toen mevr. Rutgers in Nederland op bezoek kwam vanwege de erfenis van een kinderloze oom en tante bezocht ze ook de rijke mensen waar Hanna voor werkte. Hanna vertelde haar over haar broer die graag naar Iowa wilde emigreren. Dat raadde mevr. Rutgers erg af. Het moest daar in de zomer zo heet zijn dat je er ’s nachts niet door kon slapen. Ze vertelde verder dat ze nu in South Dakota woonde waar de zomers koeler waren. Ze raadde Hanna aan om een brief te schrijven naar haar schoonzoon die nu de farm van de Levenkamp broers huurde. Deze Niessink zou wel een knecht kunnen gebruiken en ze gaf Hanna zijn naam en adres.

Foto: De Levenkamp jongens in 1932 toen opa hen opzocht tijdens zijn verblijf bij Herman

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 1 Meer lezen »

Hattem 650 jaar stad

Behalve de foto van moeder Siet met de kinderwagen, met waarschijnlijk Wim of is het toch Piet, bij de winkel van Theo Visser, is er geen foto uit de kindertijd van Wim te vinden. We moesten het doen met verhalen uit die tijd.
Nu duikt er ineens een foto op de site van Oud Hattem op met de tekst:
Foto 1949 tgv 650 jaar stad Hattem. Wie weet wie het zijn?

Meteen reageert neef Henk van der Kolk die toen al een jaar of 14 geweest zal zijn:
Klopt. Wim van der Kolk, Herman Achterhuis en ene Zwanepol voor de poortdeur aan de darre poorte.
Ik riep meteen Wim er bij want wie kan het beter beoordelen dan hijzelf.
En hij zag het ook: Ja, dat ben ik!
Het was een uitbundig feest voor de hele Hattemer gemeenschap.

Hattem 650 jaar stad Meer lezen »

Opa Hendrik van der Kolk

Ik liet Wim het boekje zien dat we kregen bij de allereerste reunie van de neven en nichten van der Kolk. Het ging over de veermannen van der Kolk, ook de voorouders van Wim en natuurlijk ook onze jongens.;
Het Kleine of Oldeneler Veer.
De cover toonde een schilderij dat Ben van Londen had geschilderd in de 2e WO toen hij onderdak had gekregen bij de fam. van der Kolk in het Veerhuis toen zijn woonboot averij had opgelopen.
Ik vroeg Wim of zijn vader Gerard ook aan de overkant van de IJssel in het Veerhuis was geboren. want ik wist wel dat ze daar gewoond hadden maar niet precies hoelang. Hij wist het niet en dan is mr Google een uitkomst want ik had ooit al eens een stamboom geplaatst maar kon die natuurlijk niet meer terug vinden. Hier komt hij dan, en ja hoor, opa Hendrik van der Kolk heeft in het begin van zijn huwelijk 10 jaar met zijn Willempje in het Veerhuis aan de overkant gewoond. Toen kreeg ze zo’n heimwee dat ze teruggaan zijn naar Hattem.

Notities over Hendrik van der Kolk
Beroepen: 1907-1908: klompenmaker ( bij zijn schoonfamilie Neuteboom. Toen de familie van Hendrik hulp nodig had bij het Kleine Veer zijn ze naar Zwolle gegaan om de familie te helpen. Willempje had het daar niet naar de zin en toen zijn ze toch maar weer naar Hattem gegaan. Hendrik werd weer klompenmaker bij zijn schoonfamilie en later schoonmaker van de van Heemstraschool); 1908- 1918: Veerknecht; 1918- 1948: klompenmaker/ concierge van Heemstrascholen; Vanaf 1932: voorzitter geref. Jongelingsvereniging, voorzitter bouwvakarbeidersbond.

Kinderen:
1. Jan van der Kolk, geb. 16- 12- 1907; overl. 28- 06- 1982.
2. Gerrit van der Kolk, geb. 19- 06- 1909; overl. 24- 12- 1936, 27 jaar oud (oorzaak nierfalen).
3. Gerard van der Kolk, geb. 28- 09- 1910; overl. 1956, 45 jaar oud.
4. Maria van der Kolk, geb. 28- 09- 1910.
5. Anton van der Kolk, geb. 18- 02- 1913; overl +/- 1964, 51 jaar oud.
6. Hendrikus van der Kolk, geb. 22- 07- 1915; overl.+/- 1960.
7. Geertje van der Kolk, geb. 24-01-1918; overl. 03- 02- 2012.

Z.v. Jan van der Kolk, geb. 05- 09 1850 in Zwollekerspel, z.v. Hendrik van der Kolk en Wilhelmina Lipke. Overl. 22- 03 -1932 in Hattem 81 jaar oud. Trouwde in 1877 met Maria van der Dijk en kregen 5 kinderen:
1. Willem.
2. Hendrik, geb. 08- 05- 1879; overl. dec. 1947.
3. Gerrit Jan, geb. 22- 03- 1888.
4. Eibertus, geb. 22- 03- 1888.
5. Hendrika Maria, geb. 20- 07- 1891.

Foto: Achter van l. naar r.: Gerard, Anton, Jan, Hendrikus, Gerrit.
Voor: Marie, opa Hendrik, opoe Willempje en Geertje

Opa Hendrik van der Kolk Meer lezen »

Ons bootje

We staan nu bijna 57 jaar samen aan het roer van ons huwelijksbootje en het bevalt nog steeds. Soms als het nodig is en de zee te onstuimig wordt neemt de een het over van de ander en dat doet goed. Ook de band met de broers en zussen van beide kanten van onze familie is goed.
Zo hebben we door de jaren heen samen met al onze broers en zussen, aangetrouwden meegeteld, ook gezamenlijke uitstapjes gemaakt. We begonnen met ons nog niet complete gezin in Markelo, samen in een huisje met Piet en Marry en 4 jongens. Daarna waagden we ons Duitsland in richting Badenhard bij St Goar am Rhein met Henk en Anneke. Zij waren nog niet eens getrouwd en ontfermden zich mee over onze nog jonge kinderen.
Met Henry en Tonny kampeerden we in Luxemburg en trokken we door Canada.
Met Ben en Diny kampeerden we in de Franse Alpen en maakten we tripjes naar Salzburg, Israel en Schotland. En met Johan en Joke ontdekten we de geneugten van de zon op Lanzarote, in de Algarve en Spanje. Met Ben en Niesje waren het gezellige weekenden samen, de 4 dagen Ameland, een weekje Zuid Frankrijk en inderdaad ook een tripje naar onze geliefde omgeving bij de Loreley. We mogen ons gelukkig prijzen dat we zulke mooie dagen en weken met elkaar door mochten brengen.
Bij vreugde en verdriet waren jullie er. Toen ons huwelijksbootje het bij onze 50e huwelijksdag lastig had door de woeste golven waren jullie er. We vierden die dag door omstandigheden niet in het groot zoals we ons hadden voorgesteld, maar maakten we een tochtje langs de plekken waar we gestart zijn die 3e maart 1965. Langs Hattem ging het waar we de dag vierden met Ben, Niesje en Henry en Tonny en ging het verder op de Boomgaard met de Egginks familie. Was fijn! Bedankt allemaal!
Als Rick dit leest weet ik dat hij meteen naar boven wijst waar hij het bankje voor zich ziet met hen die ons de afgelopen 7 jaar al ontvallen zijn.
En dan heb ik het nog niet eens over de vriendengroep die we om ons heen verzamelden.

Foto: Dit maakte Jan Veen voor ons ter gelegenheid van ons 25 jarig huwelijk.

Ons bootje Meer lezen »

Geertje en Siet

De beide schoonzussen Geertje van Essen- van der Kolk en Sietje van der Kolk- de Bruin zitten gezellig bij elkaar op een familiereünie, tevens 40(of 45-) jarig huwelijk van neef Jan en Janny van der Kolk. Beiden op hoge leeftijd, hier in 2011.
Ik noemde ze wel: de laatsten der Mohicanen.

Geertje en Siet Meer lezen »