Weblog2

We sing to delight

Je snapt wel dat dit wel een poosje geleden is. En nee….. dit is niet een Moslim met het gezicht naar Mekka, maar Wim die z’n verplichte ochtendoefeningen doet. De sappers staat op het tafeltje. Wim heeft hem eigenhandig uitgeprobeerd.

Die avond werd heel bijzonder. Er was een concert in de kerk aan het Jebbink. Jan van Asselt van de warme bakker die vroeger in Linde was op de plek van het tegenwoordige Praothuus, is in de vijftiger jaren naar Amerika geëmigreerd en is les gaan geven aan het Mc Pherson College in Kansas. In 1977 is hij voor het eerst teruggekomen met een koor van zijn College en sindsdien vaker. Dat jaar was het de achtste keer dat hij met het McPherson College Choir in Nederland was . En die keer dus op zijn geboortegrond. Hun motto is: It’s a delight to sing and we sing to delight. Hij vertelde over de rondrit per rijtuigen met het hele koor over de Lindeseweg naar de voormalige bakkerij. Veel van Asseltjes zag ik weer. Met Chris heb ik heel wat afgefietst naar school in Zutphen. Fietsmaatje Wim Ruiterkamp heb ik alleen in de verte toegezwaaid. Veel bekende gezichten hier, maar Diny kende er natuurlijk veel meer.
Het McPhersons College Choir trad op , maar ook het Mannenkoor De IJsselzangers uit Zutphen. Het werd een geweldige avond op hoog muzikaal niveau. Wim was ook onder de indruk van het mannenkoor, dat er een stuk bij had Le Vent. Ze zongen het zo dat je ècht de wind hoorde waaien. Hun topper was volgens neef Gerrit de “Zutphen Blues”, waarmee ze eindigden. De bassen hoorde je alleen tjoe tjoe tjoe zingen op de melodie van Moe daar ligt een kip in ’t water en de anderen maakten er een geweldige en vrolijk geheel van… een waardige afsluiting.
Wij waren voor de gelegenheid op de fiets als groep Boomgaard. Een paar vaste gasten uit Enschede, Gerrit en Janneke en wij tweeën. We namen de weg door het bos. De fietsen van de beide Tukkers maakten een apart geluid. Ze bleken een soort zelf omgebouwde elektrische fiets te hebben. “Ach, we hadden allebei een goeie fiets. Toen heb ik ze zelf maar omgebouwd”. Handige man. Zo heeft iedereen z’n interesse en handigheid. Zo kreeg ik  een heerlijk glas vers geperst sinaasappelsap, eigenhandig door Wim uitgeperst met z’n nieuwe speeltje. En met deze herinneringen moet ik het nu doen…

We sing to delight Meer lezen »

Garregie

In de tijd van mijn verkering met Wim leerde ik ook de buren aan de Dorpsweg kennen. Tegenover moeder Siet en de jongens woonde buurvrouw de Haan. Ik weet niet goed meer of haar man Wolter nog leefde. Maar buurvrouw de Haan was een markante vrouw. Als ik even mijn ogen dichtdoe zie ik haar weer staan aan de overkant, breeduit, handen in de zij en iets achterover leunend.

Wolter en Garregie hadden geiten en volgens hen was geitenmelk het gezondste wat er is. Wie koffie bij ze dronk kreeg koffie met geitenmelk. En daar moet je van leren houden, denk ik. Moeder Siet bedankte er vaak voor. ‘Heb de koffie net op, buurvrouw’… of zoiets.

Ze vertelde eens aan mijn schoonmoeder over haar probate middel tegen jeuk of eczeem. Als zij daar last van had smeerde ze zich helemaal in met karnemelk waarop buurman Wolter aanvulde: ‘Zoer klikkien, buurvrouw’.

Toen Gerhard was geboren ging Wim het ook even aan haar vertellen:’Wi-j hebt een jonge zoon buurvrouw’, waarop ze meteen even een controle uitvoerde en vroeg: ’Wanneer waren jullie ok al weer etrouwd?’ ‘3 meert, buurvrouw, precies 9 maond en een wekke’.

‘Nou van harte gefeliciteerd dan en geluk d’r met’. Bij haar en Wolter zat er minder tijd tussen.

Garregie de Haan is meer dan 100 jaar geworden. Geitenmelk hè…

Garregie Meer lezen »

Irene

Irene, de vrouw van onze Amerikaanse neef Henri Eggink, is 20 oktober overleden na een agressieve vorm van hersenkanker. Ik had het al van Berdena gehoord die plannen maakte om naar Denver te gaan voor de uitvaart. Henri of Hank zoals hij genoemd wordt, schreef deze uitgebreide mail aan Reini en Tea Groot Nuelend.

This is a very hard email to write.  On October 16, Irene and I celebrated our 54th anniversary.  On October 20, she was diagnosed with a very aggressive form of brain cancer.  She died on 18 December.  Here’s her obituary.

  Hank

 Irene Ruth Eggink (nee Hoftyzer) was born on August 12, 1951 in Sibley, Iowa to Gerald and Inez Hoftyzer.  She grew up on a grain farm near Ocheydan, Iowa.  Her early education was thru the Christian Reformed private school system, graduating with honors from Western Christian High School in 1969, followed by a year in NW Iowa Community College.  On October 16, 1970 she married Hank Eggink who was serving in the army at Ft Bliss, Texas.  They remained in Texas until November 1974 when they were transferred to Germany where Hank served as a platoon leader in an Army Air Defense unit.  Returning to Fort Bliss in 1977, Irene decided to go to college.  She attended the University of Texas at El Paso, majoring in Business Management.  She graduated with honors in 1981 and upon graduation she was commissioned as a 2d Lieutenant in the US Army.  Her first assignment was in Worms, Germany, where Hank was assigned.  Over the next 20 years her assignments moved her to many positions in the US as well as two assignments to South Korea.  Her last assignment in the Army was at Ft Gillem, GA which lasted 5 years.  She was the team chief for the Inspector General inspection team, responsible for inspecting all the headquarters of the National Guard and Army reserve units east of the Mississippi.  That meant that she traveled about 2 weeks out of every month.  She retired from the army as a Major after 20 years in the US Army.  Before she retired, she told Hank to find a job back in Colorado where they could ski and Hank could hunt elk.  Shortly after moving to Denver, they became affiliated with the St. James Presbyterian Church.  Irene was very active in the church community, singing in the choir, playing bells, and singing in sing band.  She also served as a deacon and an elder.  Her last volunteer position was one that filled her heart, she was the funeral coordinator for the past 8 years. 

 She went home to her Savior on December 18, 2024 after a brief struggle with brain cancer. 

 In her life she was many things.  She was a pianist, organist, singer, hiker, skier, avid road bicyclist, scuba diver, pilot, hospice volunteer, member of Who’s Who in American Colleges and Universities, Army Officer and the love of Hank’s life.  She was dedicated to serving God and his people. 

 She is preceded in death by her parents, and her older brother Jerry.  She will be remembered by her sister Colleen, brother Howard, sister-in-law Audrey, husband Hank, and Hank’s niece Nancy and her husband Mark and their children, Vander and Nola.  She will be missed by her three cats, Buddy, Angel and Casey. 

Foto: In de jaren 70 waren Hank en Irene werkzaam in het Amerikaanse leger dat in Prüm gelegerd was. Hier bezochten ze pa en mama op De Boomgaard midden jaren 70.

Nu het de vertaling via google translate:

 Irene Ruth Eggink (geboren Hoftyzer) werd geboren op 12 augustus 1951 in Sibley, Iowa als dochter van Gerald en Inez Hoftyzer.  Ze groeide op op een graanboerderij in de buurt van Ocheydan, Iowa.  Haar vroege opleiding was via het christelijk gereformeerde particuliere schoolsysteem, waar ze in 1969 cum laude afstudeerde aan de Western Christian High School, gevolgd door een jaar aan het NW Iowa Community College.  Op 16 oktober 1970 trouwde ze met Hank Eggink, die in het leger diende in Ft Bliss, Texas.  Ze bleven in Texas tot november 1974, toen ze werden overgeplaatst naar Duitsland, waar Hank diende als pelotonsleider in een luchtverdedigingseenheid van het leger.  Toen ze in 1977 terugkeerde naar Fort Bliss, besloot Irene naar de universiteit te gaan.  Ze studeerde aan de Universiteit van Texas in El Paso, met als hoofdvak Business Management.  Ze studeerde cum laude af in 1981 en na haar afstuderen werd ze aangesteld als 2e luitenant in het Amerikaanse leger.  Haar eerste toewijzing was in Worms (Duitsland), waar Hank werd aangesteld.  In de loop van de volgende 20 jaar verplaatste haar toewijzing haar naar vele posities in de VS en twee toewijzingen naar Zuid-Korea.  Haar laatste opdracht in het leger was in Fort Gillem, GA, die 5 jaar duurde.  Ze was het teamhoofd van het inspectieteam van de inspecteur-generaal, verantwoordelijk voor het inspecteren van alle hoofdkwartieren van de Nationale Garde en reserve-eenheden van het leger ten oosten van de Mississippi.  Dat betekende dat ze ongeveer 2 weken van elke maand reisde.  Ze ging met pensioen als majoor na 20 jaar in het Amerikaanse leger.  Voordat ze met pensioen ging, zei ze tegen Hank dat hij een baan moest zoeken in Colorado waar ze konden skiën en Hank op elanden kon jagen.  Kort nadat ze naar Denver waren verhuisd, sloten ze zich aan bij de St. James Presbyterian Church.  Irene was zeer actief in de kerkgemeenschap, ze zong in het koor, speelde klokken en zong in een zangband.  Ze diende ook als diaken en ouderling.  Haar laatste vrijwilligersfunctie was er een die haar hart vulde, ze was de afgelopen 8 jaar de uitvaartcoördinator.

Ze ging op 18 december 2024 naar huis naar haar Verlosser na een korte strijd tegen hersenkanker.

In haar leven was ze veel dingen.  Ze was pianiste, organist, zangeres, wandelaar, skiër, fervent fietser, duiker, piloot, vrijwilliger in een hospice, lid van Who’s Who in American Colleges and Universities, legerofficier en de liefde van Hanks leven.  Ze was toegewijd aan het dienen van God en zijn volk.

Ze wordt in de dood voorafgegaan door haar ouders en haar oudere broer Jerry.  Ze zal worden herinnerd door haar zus Colleen, broer Howard, schoonzus Audrey, echtgenoot Hank, en Hank’s nicht Nancy en haar man Mark en hun kinderen, Vander en Nola.  Ze zal gemist worden door haar drie katten, Buddy, Angel en Casey.

Irene Meer lezen »

Triestig…

Hier word ik wel een beetje triestig van als ik er aan terugdenk. Maar ja…. toch wel een beetje eigen schuld natuurlijk. Ik had alleen niet door dat deze krielen zo vaak broeds zouden worden. Na de vangst van de 6 en later 4 jonge kippen en hanen hadden we de broertjes Haan ook te pakken. We moesten er even geduld voor hebben. De ene dag een en een paar dagen later nummero twee. Gewoon met de hondenbench. Deurtje open met een touwtje er aan. Kippenvoer er in… en afwachten maar…Ach wat gingen deze ook te keer toen hij merkte dat het deurtje van de bench dichtgetrokken werd. Of zijn laatste uur geslagen had, is zo’n uitdrukking, maar dit keer was het werkelijkheid. Ik was er helemaal vervelend van. Wim bracht de laatste toen meteen maar weg naar buurman Jans. De eerste broer Haan hadden we al in de diepvries. Ik moest er niet aan denken om die op te eten, maar Wim lustte hem graag! Op zo’n moment ben ik er helemaal klaar voor om vegetariër te worden. Voor de jonge hennetjes een gelukje dat ze bij Jans en Geesje in het kippenhok mochten en hopen dat ze gaan leggen
We tellen even de overblijvers: Vader haan, 5 hennen en 9 kuikens.
Jans mag ze allemaal hebben.

Een dag later kwam Jans gehavend bij ons aan. De ene haan had hem nog even te pakken gehad. Had hem niet gered.

Nee, Wim hoefde allang geen hanen meer te vangen. De vos en de steenmarters hielpen mee. Het hokje was ook niet best meer. Het laatste half jaar aan het Schoolpad hadden we geen kippen meer.

Triestig… Meer lezen »

‘Zo… dat begint al goed..!’

Jarenlang stond onze caravan op de Boomgaard en bezochten we familie en vrienden. We gingen graag bij de tantes aan die er toen nog waren: tante Hermien, tante Riek, Jantje, Jo, Janna. Ze zijn er allang niet meer maar ik denk met liefde aan ze terug.

Die  keer in Vorden had ik van Erna  een paar fotoboeken van de familie meegekregen om hier en daar wat uit te kunnen scannen. Mooi Man! Nee… niet alle vier ineens. Dat wilde ik niet. Ie-j wet ja nooit of ie-j brand krieg. Dan bunt al dee herinneringen inens vot. Ik moet dan zomaar ineens aan Pa denken die ook niet alle drie jongens in de auto mee wilde nemen.
Later heb ik de fotoalbums omgeruild voor de laatste twee en heb een tijdje met tante Jo en Erna kunnen praten. Tante Jo was een broos tantetje geworden, maar ze was er nog en ook aardig helder.
Ik was wat geschrokken door een armoedige foto uit het begin van de vorige eeuw waar opoe en Opa Eggink met vier van hun kinderen opstaan bij een schuurtje. Opoe, erg mager, maar leek ze hier nou  zwanger van nummer vijf of misschien wel zes. Het kon zo een foto bij ons uit het veen zijn. Nee volgens tante Jo staan ze bij de motorschuur, waar later de motor stond waarmee hout gezaagd werd.
In de eerste tijd van hun huwelijk had opa bij zijn schoonvader Jansen niets in te brengen en werd gedegradeerd tot melkrijder. Hij kon niet veel goed doen. Omdat de mest van de koeien naar het nieuw ontgonnen land van opa werd gebracht mochten ze niet langer in de pachtboerderij het Boevinck  blijven wonen en verhuisden ze naar de Boskamp dat gebouwd werd op eigen grond, gekocht van de Wildenborch. De schoonouders mochten wel mee. Opa was niet haatdragend, maar ze moesten wel apart wonen. Het kleine keukentje werd hun domein.
Ik wist niet precies wie er op de foto staan. Ik dacht eerst tante Dika en tante Heintje of misschien tante Hanna. De jongens misschien Herman r. of Hendrik Jan l. Maar er zat toch zes jaar verschil tussen die twee? Zo blijf je gissen. Intussen ken ik na het scannen  van al de familiefoto’s de gezichten en houding van de kinderen van de Boskamp zo goed dat ik weet dat het Dina, Jan, Mies en Bram zijn. Nee niks zwanger, Bram was de laatste en is dat gebleven.

Toen ik die keer bij tante Jo wegging zette ik haar luisterboek aan. Ze houdt van boeken, altijd al. Diny en ik hebben in het verleden al heel wat boeken van haar mogen lenen. Er was net een romantische scène met een zoenpartij aan de gang. ”Zo… dat begint al goed…!”, zei ik. En we schoten allebei in de lach..

‘Zo… dat begint al goed..!’ Meer lezen »

Flitsen

Wanneer ik terug ga denken bestaat mijn leven uit flitsen met achter elke flits een verhaal..

Ik zie zo de nog kleine jongens aan komen lopen met stokken die ze in het Weusthagbos naast onze flat verzameld hadden en voor de deur gelegd. Ach, zo gauw Wim thuiskwam moesten ze net zo snel weer terug gebracht worden.

Wim die eindelijk zijn droom waarmaakte door autorijlessen te geven in z’n vrije tijd. De verhalen die hij er over meebracht logen er niet om. De jongedame met haar korte rokje mèt hakken die hij kledingadvies meegaf voor de volgende keer. De kreet van een andere rijles leerlinge: ’Meneer van der Kolk wat ruikt u weer lekker’, was ook zoiets. Mijn favoriete after shave voor Wim was Irish Moss.

Toen Wim toch besloot aan de studie te gaan, een soort ‘Stork HTS’, kwam aan die droom die geen droom meer was een eind en zat hij een paar jaar achter zijn boeken. Minstens één keer per week zat hij samen met twee Klazen bij ons aan de grote tafel als onze jongens al in bed lagen. Die jongens werkten ook bij Stork en waren in de kost. Ze vonden het allang gezellig om een avond bij ons te zijn. De bruiloft van één Klaas maakten we nog mee en het frappante was dat we ze beiden in later jaren in Emmen weer tegenkwamen.

Mijn invalloopbaan begon opnieuw toen Mark ongeveer 3 jaar was. Ik had me eens ergens laten ontvallen dat ik wel weer zin had om voor een klas met kinderen te staan en een week later was dat al doorgedrongen bij de hoofden der scholen en kreeg ik een eerste oproep. Kind meenemen was geen bezwaar. De ene keer een dag, soms iets langer. Het was een sport om bij zo’n telefoontje meteen de boel te regelen en op tijd op school te zijn. Soms ging Mark gewoon naar de kleuters en als dat niet ging mocht hij met z’n zak auto’s en speelgoed in de klas spelen. De kinderen op school keken er niet van op. Jaren later kreeg ik eens een opmerking van een kassamedewerkster bij de buurtsuper: ’O juf, ik weet nog dat u bij ons in de klas was en dat u dat kleine jongetje meebracht. Hij ging toen achter het bureau zitten en stalde z’n autootjes daar uit en deed wroem wroem…!’, zei ze lachend. Had toch indruk gemaakt. Allemaal beelden die je bij blijven…

Flitsen Meer lezen »

De gouden tip

We hebben heel wat beleefd in de jaren aan het Schoolpad. De kippen waren er een onderdeel van. Het begon uit de hand te lopen en er moest echt wat gebeuren. De drie kipjes waar we ooit mee begonnen waren er intussen een stuk op 20 geworden, meest hanen.

Dat was het. De tip van Judith werkte…. We hadden het zelf kunnen bedenken, maar ja…
Toen we  die morgen terug kwamen van de tandarts, Wim met een bijgeslepen prothese en ik met een leeg bekkie omdat die van mij aangepast moest worden, zagen we dat er aan het voer gevreten was in de grote hondenbench die nog steeds uitnodigend stond te wachten op z’n gasten. Het was Wims grote truc om de overtollige hanen  te vangen. Het hokje was ook veel te klein geworden en deze hanen zaten gewoon ’s nachts in een boom naast het kippenhokje.  De kippen- lees hanen- populatie rees de pan uit. Ze moesten gevangen zodat ze naar buurman Jans konden voor ’onder het dekseltje’ zoals Jans dat placht te benoemen.
“Ze moeten eerst honger krijgen… dan komen ze wel”, was Judiths advies.
Vanmorgen had Wim de kippen dus niet gevoerd. Zouden ze nu toch?….. We hadden de moed al zo’n beetje verloren en dachten intussen dat we nu Johan Keen maar moesten vragen met de buks. Zaterdag had Wim het voer vermengd met brandewijn, nee niet die hij van Johan en Joke voor z’n verjaardag had gekregen. Er stond nog een halve fles inmaakbrandewijn. Die ging er helemaal aan en bovendien nog drie capsules met slaapmiddel. En lekker dat ze het vonden! Je zou toch denken dat ze er wat sloom van zouden worden of wat slap op de poten, maar niet die oerkippen van ons. We zagen geen verschil, ze renden en vlogen nog net zo hard als daarvoor wanneer ze het vijvernet zagen aankomen. Dat was namelijk de gewone tactiek om ze te vangen, afgekeken van onze tuinman Gerald. Dat was dus geen goed plan. De hondenbench dan? Die werd toen helemaal klaargezet met open deurtje en een touwtje er aan die over de schutting gelegd werd zodat die met een klein rukje dicht zou klappen. Het idee van Mark. Ja het is dus al even geleden…
Toen we de volgende morgen dus zagen dat er in de bench gegeten was hield ik ze in de gaten. Nog geen twee minuten waren we binnen of er zaten al vier hanen te smikkelen.
Tja, toen was het gauw gebeurd. Even trekken aan het touwtje en het deurtje zat dicht. Wim pakte de aanhanger en daar gingen deze vier al… naar buurman Jans.  Die avond haalde Wim de bench weer op. De volgende morgen een nieuwe kans!
Met dank aan Judith èn Mark.

Foto: Ook dit gebeurde: De kloek met kuikens mocht eerst!

De gouden tip Meer lezen »

Ongewenste dekking?

Ongewenste dekking? Meer lezen »

Tja… bij een jaarwisseling…

Een terugblik. Dat krijg je wanneer je zo bij een jaarwisseling even terug zit te denken… .

Er ging een wereld voor ons open na de verhuizing naar ons Schoolpad. Wat ons niet lukte na de spontane verandering van werkkring van Wim, lukte na 10 jaar toch. Het beviel ons aan de Kuifmees aanvankelijk heel goed. Leuk huis, leuke buurt… en toch… Toen zomaar ineens ons droomhuisje te koop kwam, lukte het om daarin te kunnen trekken. Pa gaf nog goede aanwijzingen en konden kort we kort erop ons boerderijtje aan het Schoolpad betrekken. Rick ging de eerste jaren mee en bivakkeerde in de studio, een klein appartementje in de schuur. En toen begon er een nieuw leven voor ons. Er kregen een paar kippen en een haan van Henk en Anneke. Bovendien hadden we de weilandjes niet voor niks en kwamen de eerste schapen.

Kim kreeg gezelschap van bordercollie Scott en zo kwam er naast ons werkzame leven bij Holvrieka en de LTS een nieuw leven dat me terugdeed denken aan mijn vroegste jeugd op De Haar. We kregen geregeld uitbreiding van lammeren en jonge kippen. En toen…?

Ineens was het zover. Scott kreeg de reuk van de loopse Kim in z’n neus. Hij was intussen al 2,5 jaar, dus echt volwassen. En het was ook zo gebeurd. Op een gegeven moment gaf Kim aan dat ze dat gesjouw van Scott achter haar aan wel gezellig vond en hup. Tja… Wim zag de bui al hangen. ‘Ie-j zult zien… een nös met jong’n… hoe rake wie-j ze kwiet?’ Maar voor ze geboren waren hadden we al aanmeldingen. Twee collega’s van Wim en Linda, ons buurmeisje, meldden zich aan. Bovendien was er nog een collega die interesse had. Op een middag waren we met de honden naar het bos geweest en toen we naar binnen wilden waren we Kim even kwijt. Toen we riepen kwam ze aangerend. Ze ging in haar mand liggen en begon even later aan iets te vreten. Het leek op een nageboorte. Waar was het jong dan?… Wij naar buiten en kijken op de plek waar we het laatst waren, achter bij de wei. En daar vonden we een al wat afgekoelde pup, maar levend en wel. We hebben de kleine dicht tegen Kim aangelegd en ondergedekt met een deken. Een paar uur later kwam de tweede en dat ging zo door. En mooi dat ze waren, alle zeven! De laatste was een heel kleintje, maar zeer levendig.

Wim had naast de open haard een hok gemaakt van de oude bedbodem van het huwelijksbed van Willem en Hillie Dubbelhuis. Kim bleek een uitstekend moedertje en de eerste vier weken hadden we er geen omkijken naar. Eigenlijk bedoel ik natuurlijk dat we juist alleen maar hoefden te kijken. Er kwam veel kraamvisite en zonder advertenties waren we de 7 pups zo kwijt.

Na vier weken begon het karwei… ze moesten bijgevoerd. Een paar keer Brinta per dag en wat later de brokjes, maar onveranderd het toetje aan de borst van moeder Kim. Het was een genot om mee te maken. De kleintjes raakten gewend aan alle geluiden die bij een huishouden horen. Het was in de tijd dat onze nieuwe badkamer geïnstalleerd werd en het uitbreken van een muur en het verwijderen van de oude tegels en bad maakte een hels kabaal maar ze verblikten of verbloosden er niet van. Ze lagen veilig bij hun moeder en dan kan ze immers niets gebeuren. Bovendien kunnen ze nog niks horen of zien.

De eerste keer dat we ze mee naar buiten namen was in de kruiwagen en steeds kwamen de nieuwe bazen en aanhang kijken en genoten net als wij. Na 7 weken was het uit met de pret voor ons en de één na de ander werd opgehaald.

Wat zeg je? Zielig voor de moeder? Helemaal niet… die was blij dat ze van alle zorgen en gesjouw achter haar aan af was. Kim herstelde snel van alle inspanning en na een week was het net of er nooit pups geweest waren. We kregen regelmatig enthousiaste verhalen van de baasjes over hun unieke pup.

Het feest met de pups kreeg nog een staartje….

Tja… bij een jaarwisseling… Meer lezen »

Oud en Nieuw

Ieder van ons heeft zijn eigen herinneringen aan het vieren van Oud en Nieuw in zijn eigen streek.

Toen we in 1984 in de Emmerhout kwamen wonen werden we met oud en nieuw gewaarschuwd door de buren. ‘Ruim alles wat loszit bij huis goed op, want hier gaan ze slepen’. De jongelui hadden er zin in om afvalemmers of fietsen ergens anders neer te zetten of hoog in een boom op te takelen.

Dat kenden we in Hengelo niet waar we 15 jaar gewoond hebben. Ook uit de Achterhoek hebben we dat niet meegemaakt in onze buurt. Er was vroeger niets te beleven op oudejaarsavond. We woonden 4,5 km van het dorp af. Op de Boomgaard werden oliebollen en appelflappen gebakken en die werden na het melken in de voorkamer verorberd bij koffie en chocolademelk. Tegen half 10 werd het beddegaonstied en dat deden we. Er moest de volgende morgen immers weer gemolken worden..

Ik was de oudste en toen ik ouder werd wilde ik ook wel eens opblijven tot 12 uur als het nieuwe jaar begon. In Diny kreeg ik een meeligger en zo gingen ze eindelijk mee in ons plan. Moeder Coba kocht voor iedereen een flinke karbonade en die werden heerlijk gebakken. Pa was klaar met melken en voeren en kwam in de voorkamer voor deze gelegenheid. Na de koffie deden we een spelletje, dammen of Mens erger je niet. Onze broertjes Henk en Johan waren beide nog klein, ik denk 4 en 6 jaar, en lagen daarna op tijd in bed. Na nog een keer koffie en chocolademelk deden we nog een spelletje. Pa ging er eens goed voor zitten, die was wel van de spelletjes. We namen nog maar een oliebol. Ik denk dat het half 10 was toen de karbonade voor de dag kwam. Echte verwennerij.

Maar eenmaal 10 uur hielden pa en mama de ogen niet meer open en zei pa: ’Ik wet niet wat iele doet, maor ik gao naor bedde’. Mama ging mee en ook opa en opoe lagen er al snel in. Alleen Diny en ik hielden stand. Het was tegen 11 uur dat Diny er uiteindelijk ook klaar mee was en de trap op ging.

Daar zat ik. Ik was nu zo lang opgebleven dat ik 12 uur wilde halen. We hadden in die tijd, eind jaren 50 nog geen tv en ik liep maar eens naar de deel waar de koeien rustig lagen te herkauwen. Ik ging verder naar de varkensstal waar ook het hok van Mickey was, onze geit. Vooruit even bij haar in het stro en met een boek en de geit in mijn armen wachtte ik af tot het 12 uur zou zijn. Ik was bijna ingeslapen toen ik heel in de verte de knallen hoorde van het vuurwerk dat verderop in Vorden werd afgestoken.

En nu..? Ik heb zelf van slepen niks gemerkt op de plekken waar we in Emmen woonden. En ik denk nu toch…. zou ik mijn stoeltjes voor het huis vanavond toch maar even binnenzetten?

Hierbij wens ik jullie allemaal een goed uiteinde van dit veelbewogen jaar en een vredig en gezond 2025!

Oud en Nieuw Meer lezen »