Weblog2

Domine sie die tamentis…

Het is even een heel spektakel wanneer we met z’n zessen mèt hond naar Fred en Gera willen. Ik heb het over 2010 tijdens onze trip met Ben en Niesje naar Canada waar Henry en Tonny 6 jaar woonden, dichtbij de farm van Fred en Gera. Ze verleenden nog hand- en spandiensten bij het vervoer van de kinderen naar ijshockey trainingen en -wedstrijden en genoten van het rustige leven daar. We logeerden die zomer alle vier bij Henry en Tonny in Dickson en Rick natuurlijk bij Fred en Gera, zoals gewoonlijk. Het was een geweldige vakantie, de drie broers samen. Het was nu even passen en meten in de auto als we naar Fred en Gera willen. Tonca mag mee, maar moet bij Ben voorin op de grond. Henry zal rijden, maar Tonca is eerst. Voor Henry kan gaan zitten, is Tonca al op de bestuurdersplaats. Het vergt wat slimme aanpak: Ben er weer uit… hond roepen… die gaat op Ben z’n plek zitten.. Henry snel achter het stuur .. en Ben weer naar binnen zonder dat Tonca naar buiten springt. Het lukt, maar echt rustig zit deze spring in ’t veld niet.

Gera zit nog met de brandweer wagen en wat collega’s in Spruce View bij de Coop. Ze maken op deze manier reclame voor het werk van de brandweer in dit district en verkopen kalenders om het extra werk van de brandweer hier in de regio te ondersteunen.
We gaan eerst maar eens naar hun huis waar Fred bezig is met het onderhoud van de vrachtwagens die maandag weer moeten rijden. Terwijl Fred repareert helpen en kijken de drie broers toe. Intussen krijgt Niesje een rondleiding over het erf en door het huis . Wat een ruimte en een vrijheid. Overal staan auto’s voor de onderdelen die nog bruikbaar zijn, de aanhangers voor de vrachtwagens, een boot en de caravan die ’s zomers regelmatig gebruikt wordt. Dit keer nemen Henry en Tonny hem straks mee als onze tour door de Rockie Mountains begint.
In de dug-out, een soort grote poel, zwemmen een paar domestic ducks, tamme eenden. Het zijn blijvers en dat brengt de drie broers ver in hun herinnering terug met de zgn. Latijnse Duck song, ooit bedacht door plaatsgenoot Jan Dijkema, die toen voor dominee studeerde en probeer hem maar eens op zo’n gregoriaanse melodie te zingen:
Domine sie die tamentis,
as toe tamentis paktem.

Domine sie die tamentis… Meer lezen »

De zusjes gaan stappen…

Even een herinnering aan ons uitje naar Antwerpen. Die keer naar Brugge was ons goed bevallen en we besloten om met dit avontuur door te gaan…Na Antwerpen zou Parijs nog volgen…Dit was in 2005 of 2006. Daarna volgden er uitstapjes met z’n vieren…

Hebben jullie me nog gemist? Ik vroeg het me toen af.
Drie dagen zonder ook maar iets te schrijven? Nee, al zou ik willen… ik heb er niet eens tijd voor gehad. Dat heb je soms als je met een zus op stap bent en die keer nog wel naar Antwerpen. Het jaar ervoor was het Diny en mij goed bevallen in Brugge. Nu dus Antwerpen….
In het Crown Plaza Hotel aan de rand van Antwerpen hadden we een bijzonder luxe kamer met ieder een bed van 1m 20 breed, een breedbeeld tv met veel mogelijkheden, gelegenheid om koffie en thee te zetten, verwennerij in de badkamer en een ontbijt waar je u tegen zegt.
We hadden ’s avonds eigenlijk een restaurantje in de stad willen zoeken en stonden al bij de bus. Ineens zien we dat ons eigen hotel ook een restaurant heeft. We zagen snel af van de rit naar de binnenstad.
Die eerste avond hebben we al, moe als we waren, naar Dances with wolves gekeken. Ja gewoon op onze kamer. We zaten als prinsessen rechtop in de kussens met ons kopje thee en koffie met chocolaatje binnen handbereik..… Antwerpen hè!
De vogeltjes markt… hoe die was? We waren te laat. Was om 1 uur al afgelopen. De grote kathedraal dan? Mochten we niet verder dan de hal. “Hebben jullie het drieluik van van Eyck wel gezien”, vroeg Ben ons toen hij ons uit Zutphen van de trein haalde. Nee dus!
Maar wel het prachtige stationsgebouw met z’n koperen koepel, de prachtige gebouwen, de Indiase markt op de Groenplaats, we maakten kennis met  vriendelijke Vlamingen, de smeltkroes van culturen en het straattheater. Op iedere hoek van straat of plein stonden muziek  makende bands. Overal gebeurde wel wat. Hele toneelstukken werden midden op straat gespeeld. Dit was een feestweekend met Braderij. Alle winkels in het centrum bleven open. Ja….. we konden echt niet voorbij die voordelige Kipling-shop komen. Allebei zijn we weer voorzien van een leuke tas mèt aapje. Onze oude tassen?….. nee die kunnen echt niet meer!
En overal waren van die leuke restaurantjes. We hebben een Indiase geprobeerd en een Italiaan. Heerlijk!
Wat ik ook verwacht had… zeker niet dat het zó’n mooie stad zou zijn.
In het Museum van de Schone Kunsten was een afdeling met Oude Meesters… veel Bijbelse voorstellingen en veel heilige martelaren. Het zag er allemaal prachtig uit, maar je werd er niet echt vrolijk van. Er is vroeger wat af gemarteld. Beneden was de moderne kunst… Lucebert, Appel, vonden we beiden afschuwelijk. Wij houden meer van de impressionisten… van Gogh, Monet, Cesanne, Renoir. Er hing één schilderijtje van van Gogh uit z’n Nederlandse tijd. Het zou Drenthe kunnen zijn.
We hebben meteen met elkaar afgesproken om dat volgend jaar nog eens een weekend te doen. …….Parijs misschien? Jaaaa… Paris!

Foto: De lunch in het Museum der Schone Kunsten.

De zusjes gaan stappen… Meer lezen »

Twee geloven…

Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duvel tussen’, is een uitdrukking, maar daar merkten we bij ons thuis en in de buurt niks van. Bij ons op “De Boomgaard” gingen we zondags naar verschillende kerken of geloofsgroepen. Zelf waren we Ned. Hervormd en bezochten we trouw deze kerk. Vanaf een jaar of 10 gingen wij ook regelmatig mee, maar ik was vaak meer aan het rondkijken in die mooie oude kerk dan dat de preken van ds Jansen mij boeiden. De bank aan het Lindese end was ook smal en hard. Ds Langstraat had meer charisma en daar kon ik wel goed naar luisteren., meer Hour of Power sfeer.
Ons meisje voor dag en nacht Riek Antink was gereformeerd en bezocht de Geref. kerk. Dat was in die tijd wat strenger in de leer. Zij gingen bv nooit naar het Lindese feest. Zóóó jammer!
Opoe en opa Bijenhof hoorden weer bij een andere geloofsgroep. Ze wilden geen naam hebben, maar noemden zich Christenen. Van huis uit wel N.H., maar het heeft hen altijd gestoord dat je plek in de kerk in die tijd afhing van wat je betaalde. In de 30er jaren was er in Vorden en omgeving een evangelisatiegroep actief waarbij de voorgangers twee aan twee rondtrokken net als de apostelen vroeger. Oorspronkelijk kwamen ze uit Zuid Afrika. Jurgens was één van hen en hoewel mama en tante Hermien met hun mannen naar de Hervormde kerk gingen bleven ze groot respect voor deze voorganger houden. Ze waren ook voor de volwassen doop. Opa Bijenhof vertrouwde mij eens toe: ”Coba wil d’r noe niks meer aover zeggen, maor zi’j en Rika bunt vrogger ok volwassen edeupt”.
Vanuit Linde fietste opa op zondag altijd naar de “dienst” bij Oonk. Ze hadden een eigen liedboekje met opwekkingsliederen en om de beurt verzorgden ze een lezing en uitleg van een stukje uit de  bijbel. Toen opoe overleden was ging hij na die dienst naar tante Hermien of  naar tante Riek.
Dan kwam bij de verjaardagen ook opa Eggink die christen, pacifist èn vrijdenker was. Een allegaartje was het bij ons, maar iedereen liet elkaar in zijn waarde.
Wat verderop bij ons in de buurt woonden ook Rooms- Katholieken. Daar werd met respect over gesproken, maar ik denk niet dat we met een roomse jongen thuis konden komen. Zover ging de tolerantie niet. Op Goede Vrijdag kon je een verschil in opvatting merken. De roomsen werkten gewoon terwijl de protestanten zondag hielden.
Toen er opnieuw tentzending naar Vorden kwam werden we gestimuleerd om daar eens heen te gaan. De nadruk werd erg gelegd op de noodzaak om een “Kind van God” te worden. Onze eigen ds Langstraat preekte daar zelfs.
Er werden door hen ook jeugdkampen georganiseerd en samen met Gerke en Gerrie zijn we een paar keer een week op zo’n jeugdkamp geweest in Doorn, geleid door o.a. ds Kits en Nol Esmeyer. De leus was: Jong Nederland voor Christus! We hebben het er erg naar onze zin gehad. Voor Gerke helemaal…… Ze heeft daar haar Wim ontmoet waar ze nu ook al 57 jaar lief en leed mee deelt. Nog wat later werden het vakantieweken in een molen in Giethoorn. Dat ging uit van Youth for Christ, een actieve jongerenbeweging.
Verder had je ook geen vakantie, behalve het dagje uit met pa en mama wanneer de rogge van het land, de haver los en de knollen in de grond zaten! Dat was meestal rond 10 augustus. Dat was even een moment van ontspanning voor de meeste boeren. Dan was ook de bekende Hengelse Peerdemarkt.

Een zang samenkomst in Doorn.
Volgens mij is het Gerke die daar achteraan in het midden zit met dat witte bloesje en blonde haren.

Twee geloven… Meer lezen »

Dag Hetty

Ik kom een herinnering tegen aan oom Bram. Al zag ik hem niet zo vaak, ik heb mooie herinneringen aan deze unieke en originele oom. Zo was er ineens dat telefoontje

“Dag Hetty”, klonk een zachte en melodieuze stem in m’n oor toen ik de telefoon opnam. Het was een bekende stem, maar toch kon ik die niet meteen thuisbrengen. “Weet je niet wie ik ben?”……
Het was oom Bram uit Durgerdam. Die wilde me persoonlijk bedanken voor de boekjes Ik ben Moniek en Ik ben Scotty die ik voor de kerst naar hem en Betty had opgestuurd. Beiden waren al opa en oma en ik herinnerde me dat André een zoontje heeft die ook nog eens Johan genoemd wordt. André is overleden intussen, maar het komt waarschijnlijk toch wel over. Het deed me plezier dat Bram mijn manier van vertellen erg leuk vond.
Bram wilde het nog even hebben over opa en opoe. Een tijdje terug kreeg ik via Joop de brieven van opa en een paar van opoe, die tante Hanna ooit aan hem en Betty gestuurd had. Jullie hebben ze intussen al eens kunnen lezen op weblog 2.
Eigenlijk zat het hem nogal dwars dat opa door zijn vele schrijven zo in het middelpunt stond, terwijl opoe op de achtergrond zoveel voor hem en zeker voor allemaal heeft betekend. Hij ging naadloos over in het Achterhoeks toen hij vertelde dat opoe toen ze op haar sterfbed lag, afscheid van hem nam. Ze was gewend om hen altijd iets mee te geven op de terugreis naar Amsterdam. Nu kon ze zelfs daar nog aan denken en had ze met een heel benauwd stemmetje uitgebracht: ”En noe kan ik oe niks meer metgeven.” En over opa die meestal in zijn werkplaats te vinden was met het repareren, bouwen of uitvinden van iets op technisch gebied. Als het melkenstijd was moest opoe hem altijd roepen: ”Johan… de beeste mot emolken wodden”. Maar het duurde vaak nog zeker 10 minuten voor hij kwam. Ja… dat moest Bram die keer even kwijt. Hij zou willen dat opoe meer naar voren kwam in de verhalen op deze, langzamerhand familiearchief geworden, website. Dus… wie bepaalde herinneringen aan opoe Eggink heeft… ik hoor ze graag.

Tja… zo denk ik graag terug aan bijzondere mensen die ik mocht meemaken in mijn leven. En de jonge neef Johan? Het is al een grote kerel geworden die we zagen op de herdenking na het overlijden van oom Bram.

Foto: Uit ‘Ik ben Moniek”

Dag Hetty Meer lezen »

Garregie

Garregie

In de tijd van mijn verkering met Wim leerde ik ook de buren aan de Dorpsweg kennen. Tegenover moeder Siet en de jongens woonde buurvrouw de Haan. Ik weet niet goed meer of haar man Wolter nog leefde. Maar buurvrouw de Haan was een markante vrouw. Als ik even mijn ogen dichtdoe zie ik haar weer staan aan de overkant, breeduit, handen in de zij en iets achterover leunend.

Wolter en Garregie hadden geiten en volgens hen was geitenmelk het gezondste wat er is. Wie koffie bij ze dronk kreeg koffie met geitenmelk. En daar moet je van leren houden, denk ik. Moeder Siet bedankte er vaak voor. ‘Heb de koffie net op, buurvrouw’… of zoiets.

Ze vertelde eens aan mijn schoonmoeder over haar probate middel tegen jeuk of eczeem. Als zij daar last van had smeerde ze zich helemaal in met karnemelk waarop buurman Wolter aanvulde: ‘Zoer klikkien, buurvrouw’.

Toen Gerhard was geboren ging Wim het ook even aan haar vertellen:’Wi-j hebt een jonge zoon buurvrouw’, waarop ze meteen even een controle uitvoerde en vroeg: ’Wanneer waren jullie ok al weer etrouwd?’

‘3 meert, buurvrouw, precies 9 maond en een wekke’.

‘Nou van harte gefeliciteerd dan en geluk d’r met’. Bij haar en Wolter zat er minder tijd tussen.

Garregie de Haan is meer dan 100 jaar geworden. Geitenmelk hè…

Garregie Meer lezen »

Het varken…

Al even terug kreeg ik een vraag:

Geachte mevrouw.

In mijn studietijd heb ik een gedicht gelezen met als titel “Het varken van de Wildenborgh”. Ik heb het idee dat de titel juist is, hoewel mijn studietijd ver achter mij ligt.
Helaas bezit ik het gedicht niet meer. Door veel verhuizingen is het zoek geraakt.
Ik neem hierbij de vrijheid u, als kenner van het kasteel en zijn geschiedenis, te vragen of u het gedicht misschien kent en/of erover beschikt. In dat laatste geval zou ik u willen vragen mij te mailen waar het eventueel te vinden is.
Ik hoop dat u mij kunt helpen.

Met vriendelijke groeten, Gerrit J. Scheppink.

Nu ken ik wel het verhaal van dat varken dat bij een belegering van de Wildenborch iedere morgen flink aan de staart werd getrokken zodat het, zoals je misschien weet, ontzettend ging krijsen. Zodoende dachten die Deventernaren dat er nog zoveel eten binnen de muren van het kasteel was dat ze nog lang geen honger hadden en de belegering opgaven.
Maar een gedicht? Kan ik me niet herinneren. Ik dacht dat misschien de dichter ACW Staring die ooit op de Wildenborch woonde er misschien een gedicht over geschreven had en ben via internet in een gedichtenbundel van hem gedoken. Maar niks….Maar wat is het leuk om nog eens in de gedichten van Staring te duiken. Jaromir en zijn avonturen….. Het werd een latertje die avond.
Een klein gedichtje van Staring wil ik jullie niet onthouden. Alsjeblieft Ik denk dat de meesten die in de Nederlandse literatuur zijn onderricht deze nog wel kennen:

Aangebrand

Aagt Morsebel nam kleinen Piet

In kost, en als het Kind, te middag aangezeten,

Haar soms zijn walging merken liet:

De vieze bijsmaak van heur knoeisels werd geweten

Aan kaarsvet, roet, noch snuif; ’t was altoos: “Lekkertand,

Wat zou ‘het’ zijn, als aangebrand?”

Nu kwam er eens een schotelvol groen eten

Te voorschijn, die Kok Aagt spinazie had geheten:

Hiervan kreeg kleine Piet zijn deel op ’t bord gesmakt;

Hij roert er in: hij vindt twee achterpoten

Van d ‘armen kikvors, onder ’t warmoes kort gehakt,

En legt, met de ogen half gesloten,

Zijn eetvork neêr, terwijl hij vraagt:

“Heeft aangebrand ook voetjes, moeder Aagt?”

A. C. W. Staring. 1767-1840

Foto: Een standbeeld van ACW Staring in het centrum van Vorden- eigen foto-

Het varken… Meer lezen »

Naar de Couberg

Toen we eens in Zuid Limburg kampeerden kwamen bij Wim de herinneringen boven. Lang geleden, voordat Wim echt de zee op ging werd er met de vrienden een vakantie gepland. Ze gingen op de fiets naar Zuid Limburg. Ik weet dat in elk geval neef Jan en Dick Oosterbroek en waarschijnlijk ook Kasper Spannenberg van de partij waren. Op een camping op de Couberg in Valkenburg werd de tent opgezet.  Bij een boer in de buurt werd stro gehaald als ondergrond om op te slapen. Wim vertelt nog wel eens over die grote pan aardappelen die er geschild werd en waar ze nog niet genoeg aan hadden. Ik zie hier dat hij die pan achterop z’n bagage heeft hangen.
Hij moest alleen wat eerder naar huis omdat het nu echt ging gebeuren… de zee riep. Hij moest aanmonsteren. De weg van Zuid Limburg naar Hattem was lang, heel lang…. Onderweg kwam hij achter een bromfiets te rijden… zo’n plofje. Die man begreep hem. ‘Waar moet je heen?’, vroeg hij. Wim vertelde dat zijn eindbestemming die dag Hattem was. Ik heb begrepen dat hij urenlang bij hem in het wiel heeft gehangen. Dat scheelde heel wat energie. Vanaf Arnhem moest hijzelf zijn kar weer trekken.  In Epe was het op en parkeerde zijn fiets bij mensen en pakte de bus voor het laatste eindje.  Diezelfde dag was Wim weer terug in Hattem.

Foto: De beide neven Wim en Jan van der Kolk fietsen voorop.

Naar de Couberg Meer lezen »

Op de Jaeger

Er werd me zomaar een foto toegestuurd door Harry Jansen, ook wel de wandelmeester van Vorden genoemd. Hij is op de Kranenburg opgegroeid, het kerkdorp dichtbij Vorden. Hij wist dat ik familie van de Egginks op de Jager ben en vroeg zich af of ik nog iets bekends zag op deze heel oude foto.

Ja, ik herkende meteen wel opa’s broer Hendrik en zijn vrouw Bartje, maar hun kinderen ken ik alleen van foto’s en dat scheelt nogal qua leeftijd.

In elk geval zijn de meisjes links en rechts  Mies en Bertha en links boven moet Bernard zijn die later zijn broer Antoon achterna ging naar Indiana in de USA. Hij zou regelmatig contact onderhouden met Herman en Nettie in Iowa die al in 1925 emigreerde. Intussen zijn er heel wat Egginks in de USA en beide families houden goed onderling contact, ook met de Nieuw-Zeelandse en Luxemburgse tak. Het lijkt waar wat de Oostenrijkse gids ons voorhield tijdens een bergwandeling toen we vroegen of er veel Nederlanders kwamen: ‘Die Holländer sind ein seht wanderlustigers Volk. De andere jongemannen zullen waarschijnlijk neven zijn, maar niet van onze Egginkskant. Het is een prachtige en heel duidelijke foto. Ook op de Boskamp werden regelmatig foto’s gemaakt van een zondagmiddag met familiebezoek.

Mooi om Hendrik en Bartje zo te zien.

Met dank aan Harry Jansen die langzamerhand een geweldige verzameling moet hebben in zijn ‘museum Vordens Verleden’.

Op de Jaeger Meer lezen »

t Is ’n eersten maor ok ’n laatsten….

’t Is ’n eersten en  ’n laatsten was het wat Willem zei toen hij kwam vertellen dat er een jonge zoon geboren was op ’t Hissink. Tante Dine en ome Gert Kornegoor hadden na jaren wachten eindelijk hun zoon in de armen. In 1951 woonden we nog niet lang op de Boomgaard en in de eerste drie jaren maakten we drie bruiloften mee van de zussen en broer van tante Hanna, de eerste vrouw van vader Hein, die jong overleed. Willem was een ongetrouwd oompje die later als knecht bij hen werkte en als lid van het gezin werd gezien. Zo ging dat vaak als een van de jongens in een boerengezin ongetrouwd bleef. Soms bleef hij thuis en anders werd in de buurt graag van zijn diensten gebruik gemaakt. Zo ging ome Jan, de broer van opa Eggink, de vader van Hein, aanvankelijk bij Hein en Hanna inwonen. Dat bleek niet altijd een genoegen, voor Hanna dan. Hij zat haar altijd dwars met nare opmerkingen. Ze had wel eens verzucht tegen Hein: ’Ie-j hebt mien wel een mooi kadootjen met’ebracht. Ome Jan zou in 1950 naar de Prinsenhoeve gaan in Mossel waar ook opoe bij haar dochter Aaltje en ome Bertus inwoonde. Willem kwam uit de buurt van de Kornegoors, had een hazenlip zoals dat vroeger heette, maar kon zijn mondje verder goed roeren. Hij woonde in bij de Kornegoors op het Hissink.

Zo kreeg ik een tijdje terug onverwacht contact met deze ‘kolde naeve’, zoals hij zich wel noemde: Jan Kornegoor, de baby van toen.

Ach koud of warm. Bij onze familie op De Boomgaard maakte dat allemaal niets uit.  Toen mama met pa trouwde leek alles heel eenvoudig. Toen hij voor het eerst met ons kwam kennismaken werden Diny en ik ieder op een knie gezet bij hem en mama vertelde: ”Jullie hebben een nieuwe papa”. Wij waren toen 4 en 6 jaar en wij vonden dat een goed idee, want nu hadden wij ook weer een papa. In Linde veranderde er heel wat, Toen opoe en opa Bijenhof ook mee gingen naar De Boomgaard werd het wat vol en ging ome Jan naar tante Aaltje en ome Bertus Berenpas in Mossel wonen net als de moeder van pa, opoe uut Mossel, die daar al woonde.
En met Riek Antink die jarenlang ons meisje voor dag en nacht was, was De Boomgaard vol. Nou ja Henk en Johan kwamen er nog bij, maar die sliepen de eerste jaren gewoon bij pa en mama op de kamer. Moet je nu eens om komen.
Toen deze neef Jan wat later werd geboren was het ongeveer 1960. Toen was ik al bijna de deur uit, maar toen deze Jan vertelde dat hij mama tante Popeca noemde, omdat hij Coba waarschijnlijk wat lastig vond, moest ik wel even slikken en een klein traantje wegpinken. Gek dat zoiets je ineens zo kan raken. Mama was een warm mens die goed met kinderen overweg kon.
Ik vroeg pa eens op wie tante Hanna nu leek. Had ze meer van zus Jantje, die alles heel traag deed en overal te laat kwam, maar wel een gezellig pratertje was. Of had ze meer van zus Dine, die razendsnel met alles was en heel bijdehand. “Ach”, zei pa… Hanna zat er net zo’n beetje tussenin. Ik vond een foto tussen Diny’s spullen van pa en tante Hanna en warempel…in haar gezicht lijkt ze op Jantje.
Het was de gewoonte om met het Lindese feest in september stokvis te gaan eten bij de Kornegoors op ’t Hissink. Mama lustte het eigenlijk niet, maar heeft het nooit durven zeggen. Ik kan me niet meer herinneren hoe het smaakte, maar zelf eten we het nooit.

t Is ’n eersten maor ok ’n laatsten…. Meer lezen »

Anif Slot Zwienen Tönnis

Onze middag krijgt nog een mooi einde. We gaan naar Hallein, een plaatsje vlakbij Anif. Hier is nog een Kelten Museum en verder is het een aardig plaatsje wat op een wat mindere dag een prima oplossing biedt. We hebben maar drie kwartier tijd bij het museum. Ben vindt het genoeg en de rest gaat …. het stadje in. Wim ontdekt een slager met echte zure zult en een soort mager boerenschinke dat op onze nagelhout lijkt. Dat gaat in elk geval mee.
In de kerk die gewijd is aan de Heilige Antonius komt Ben weer bij ons. We waren in de prachtige kerk een poging aan het doen om Dona Nobis Pacem te zingen. Dat leverde ons een leuk gesprek op met een plaatselijke meneer die ons alles over deze kerk vertelt èn over de Kelten die vermoord of verjaagd zijn in de voor Romeinse tijd hier in deze streek.
Hij wijst ons op de Heilige Rupert, de patroon van deze kerk die afgebeeld staat met een zoutvat. Hier in Hallein is ook een zoutmijn, zoals in meerder plaatsen hier in de omgeving. Ben merkt op dat de NH kerk in Vorden ook aan deze H. Anthonius gewijd was, de heilige die je kunt aanroepen als je iets kwijt bent. Maar na de reformatie was dat natuurlijk afgelopen. Wel is de later gebouwde kerk op de Kranenburg gewijd aan deze Heilige Antonius..
Buiten de kerk in Hallein staat de H. Antonius zoals meestal afgebeeld met een varken. Het ontlokt bij Ben de opmerking dat vroeger bij ons wel gezegd werd wanneer je iets verloren was: ”Dat mo-j maor an Zwienen Tönnis vraogen.”
Het team Wagenvoort- van Zeyts is tegen 10 uur vanavond vertrokken. We hebben ze uitgezwaaid en maken ons klaar voor ons laatste nachtje hier. We hebben een prachtige week gehad met elkaar. Tot gauw allemaal en… alles Gute. Grüss Gott!

Anif Slot Zwienen Tönnis Meer lezen »