Weblog2

De School op het Hoge 2

In 1880 waren de instructies voor de hoofdonderwijzer gereed. Naast zijn jaarwedde en vrije inwoning en vrij gebruik van een stuk groentetuin ontving hij ook 1/10 van de schoolgelden. Opeenvolgend was dat voor het eerste kind 45 cent, 2e 30 cent 3e 15 cent en de volgende kinderen uit één gezin 10 cent, alles per maand afgerekend aan de meester.

Daar tegenover stond de verplichting om in overleg met de predikant zondags zondagschool te geven en  dagelijks 7 uren binnen de school te zijn. Vier keer per jaar kon een kind op school beginnen na schriftelijke toestemming van het bestuur: ,januari, april, juli of oktober.

In 1882 vroeg dhr. Bösecke al om uitbreiding en aanpassing van de lokalen, maar financieel gezien was dat nog niet haalbaar en kwam er hulp in de vorm van een extra kwekeling onder de 16 jaar met al enige ervaring.

Het schoolverzuim zal in die tijd aanzienlijk geweest zijn want het bestuur besloot dat kinderen die minder dan 20 keer! verzuimd hadden een cadeautje kregen. Die kwekelingen die later hulponderwijzer werden bleken niet altijd succesvol. Zo nam er een ontslag omdat hij het niet eens was met de grondslagen van het Chr. Onderwijs. Een ander kwam in moeilijkheden wegens het toepassen van lijfstraffen als opvoedkundige remedie.

Daarna scheidde zich een groep van de NH Kerk af vanwege de opkomende liberale denkbeelden binnen de NH Kerk: De Dolerenden. In 1887 bleek dat ook dhr. Bösecke te sympathiseren met de Dolerenden. Lastig voor de verschillende bestuursleden. Ds. Cortes begon zich afzijdig te houden.

In 1891 werd er dan toch verbouwd. Dhr. Brants had hier een groot aandeel in en droeg persoonlijk 1000 gulden bij. Het werd een probleem toen in 1891 een van de mannen van het eerste uur overleed dhr. W.H. Monnik  In 1897 vertrok de heer Engelberts naar Maastricht en in 1901 overleden de heren van de Borch en Brants en met deze oprichters waren ze ook hun financiële steun kwijt. In 1909  had de school intussen al een tekort van 1000 gulden opgebouwd en men bezon zich op andere inkomsten. Er werden wel eens schapen varkens voor een school gefokt. ‘Zou dat hier ook kunnen?’ werd er gevraagd.  Dhr A Schouten was bereid om twee kippen op te fokken en inderdaad droeg hij het jaar er op 2 gulden af aan de school. Het is niet bekend of zijn mooie voorbeeld opgevolgd werd.

In 1908 nam dhr. Bösecke afscheid en kwam er een nieuw hoofd, dhr. Rouwenhorst, die ook bijna 30 jaar hoofd zou blijven.

De verschillen veroorzaakten zoveel consternatie dat er bijna een aparte gereformeerd school zou komen. Het werd weer gesust door de partijen evenredig in het bestuur en onderwijzend personeel te verdelen.

Intussen was de school te klein en werd het gebouw Irene, voormalig werkplaats van de Gems,  voor 150 gulden per jaar erbij gehuurd als noodoplossing.. Toen er echt gebouwd moest worden werd aan het Hoge grond gekocht voor  80 en 70 cent per m2. Om aan geld te komen werden er 112 obligaties uitgegeven van 100 gulden tegen 5% rente. Elk jaar zouden er een paar worden uitgeloot. Er werd een gebouw ontworpen met 6 lokalen en een schaflokaal annex gymnastieklokaal. De oude school kon aan de gemeente verkocht worden. In 1922 vond de opening plaats. Op de gevel van de nieuwe school zou de tekst School met den Bijbel gemetseld worden net als de steen links met Rehoboth en rechts Laat de kinderkens tot mij komen.

Foto: De School op het Hoge met Willem, Rika èn Coba Bijenhof. Ik weet niet of dit net in de nieuwe school op het Hoge is of nog aan de Smidstraat. Het zal ongeveer 1921/22 zijn. Rika en Coba in lichte jurkjes op de voorste rij. Willem tweede rij van boven, 2e van links.

Wordt vervolgd

De School op het Hoge 2 Meer lezen »

De School op het Hoge

Af en toe denk ik dat ik wel eens mag opruimen. Ken je dat?  Het is alleen zo dat Ik  zoveel oude boekjes met herinneringen tegenkom en neemt de opruimwoede meteen af. Vaak heb ik geen tijd genomen om ze echt helemaal te lezen.

Zo kwam ik het herinneringsboekje tegen van mijn eigen oude school op het Hoge, de School met den Bijbel. Het werd gedrukt bij het 100 jarig bestaan van de school in 1979. Het was het jaar dat onze moeder overleed. Die zomer was er ook de reünie en ter ere daarvan was dit boekje samengesteld. Ik zag dat Jan de Gruijter net als ik met de Oude Notulen van de Passage deed, aan de slag ging met die  de oude notulen van de school op het Hoge. Bovendien waren er de herinneringen van de eerste leerling, een latere leerling, onze zwager Ben Wagenvoort en zelfs een bijdrage van mijn en veler juffrouw van de Hel.

Het waren de notabelen die het voortouw namen bij de oprichting van de school. Baron van de Borch die op kasteel Vorden woonde en mr Brants van kasteel de Wildenborch, ds J. Cordes, mr. Engelberts, Dr. W. Monnik en nog een heer Monnik. Er werd een Commissie voor het Petitionnement opgesteld dat goedgekeurd werd door koning Willen 3. Daarna werd er verder steun gezocht in heel  protestant Vorden en omgeving.

Er was voldoende belangstelling. Ds Cordes stelde de statuten op voor de Vereniging voor Christelijk Nationaal Onderwijs in Vorden en werd in 1878 bij Koninklijk Besluit goedgekeurd.

Er werd geld ingezameld en de school aan de Smidstraat kon worden gebouwd. Het bestond uit twee leslokalen en kon daardoor ook voor meerdere samenkomsten en verenigingen worden benut. Er werd ook een onderwijzerswoning gebouwd voor 12.215 gulden  waaraan de aannemer nog 1000 gulden verlies leed.

Toen kon er een hoofdonderwijzer benoemd worden. Dat werd lastig voor 750 gulden per jaar en daarom werd er bij de volgende oproep de 7 door een 8 vervangen. Dat leverde meer op en werd het uiteindelijk dhr. Bösecke uit Wagenborgen..

Bijzonder was het dat alle onkosten door de oprichters van de school bekostigd werden en door de vele bijdragen vanuit de omgeving en ook verder in het land.. Op 6 mei 1879 begon de school met aanvankelijk 60 leerlingen. Pas in 1917 zou de bekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs gelijkgesteld worden.

De consternatie van het bestuur was groot toen bleek dat al heel snel dhr Bösecke werd benoemd als hoofdonderwijzer in Slochteren. Wilde terug naar zijn roots, denk ik dan. Niemand wist dat hij daar gesolliciteerd had. Zo snel al. Ze vroegen meteen om dit af te zeggen en toen hij dat deed kreeg hij als dank een zilveren horloge van 30 gulden. Dhr Bösecke zou nog 29 jaar aanblijven. Toen er in 1880 een hulponderwijzer werd aangesteld voor 525 gulden per jaar vroeg dhr Bösecke loonsverhoging. Dat was tegen ’t zere been van het bestuur en eigenlijk vonden ze dat mevr. Bösecke altijd rijkelijk opgesmukt voor de dag kwam en zagen hierin dit verzoek om meer loon. Maar om dhr. Bösecke niet in verlegenheid te brengen besloten ze inderdaad tot verhoging van zijn salaris.

Wordt vervolgd

De School op het Hoge Meer lezen »

Frau Rosa

Het jaar dat Klaas en Sanny Klaas en Sanny op familiebezoek naar Canada gingen was het jaar dat wij met alleen eigen gezin op pad gingen. Dit keer naar Karinthië.  We gingen zonder Gerhard, maar vooruit… wel met Esther, het eerste vriendinnetje van Mark. Zij was nog nooit in het buitenland geweest. Ze veroverde mijn hart omdat ze heel lief voor Rick was. Ze betrok hem overal bij en kreeg hem zelfs aan het badminton. Sinds een paar jaren had ik mijn gevolg zover gekregen dat ze in de vakantie om de beurt een verslagje van de dag maakten en dat is vooral later erg leuk om na te lezen. We hadden de bovenverdieping bij Frau Rosa gehuurd. Ze was een weduwe. Haar enige kind woonde ver weg in de bossen van Canada. Zij leefde van een klein pensioentje en de verhuur van die bovenverdieping. Boven elk bed hing een afbeelding van Jezus, Maria met kind of een heilige.

Wim was helemaal gaar toen we aankwamen en deed een moord voor een pilsje. Frau Rosa ging voor hem één pilsje halen bij de buren. De volgende morgen sliepen we uit en toen Frau Rosa na de kerk bij ons kwam om even een kopje koffie te drinken zei ze: ‘Ich hab’ für euch gebetet, für eine gute Erholung und…. nicht zu viel kippen’, terwijl ze een beweging maakte van een glaasje dat achterover geslagen werd.

Ze had de binnenkomst van Hitler nog meegemaakt en het enthousiasme gezien van de mensen daar. ‘Nein, ich nicht…’, voegde ze er snel aan toe.

Wanneer we wilden douchen stookte ze eerst de ketel op met hout. Wim kon geweldig met haar overweg, wij allemaal trouwens. We zaten hier midden tussen de bergtoppen en als we een nabijgelegen top wilden beklimmen zette Wim de wekker op 6 uur. Dan deed hij één oog open en keek naar de bergtop. En als die zichtbaar was werden we allemaal uit bed getrommeld om mee te gaan de berg op, want de top moest je voor 12 uur bereikt hebben anders werd het te laat. In de laatste berghut boven moest je je bij terugkomst even afmelden als je tenminste van plan was terug te komen en niet door te wandelen naar de andere kant van de berg. Ik gaf halverwege die top de strijd op en wachtte languit liggend op de terugkomst van het stel. Het schijnt dat Rick nogal capriolen had uitgehaald door langs de steilste kant de top te beklimmen. Dat hoor je dan achteraf!

Eén dag namen we de cabinelift om helemaal boven de boomgrens te gaan wandelen. Ik heb het niet erg op liften, maar soms moet je wat. Ik keek blijkbaar nogal benauwd zodat Esther de beroemde dubbele uitspraak deed: ‘Als we gààn, dan gaan we met z’n allen’.

Van mij had ze mogen blijven maar deze prille jeugdliefde hield geen stand.

Foto: Wim in gesprek met Frau Rosa…

Frau Rosa Meer lezen »

Bijzondere herinneringen

Een artikel uit De Prins van 11 mei 1912 ter gelegenheid van de inwijding van de Groen v. Prinsterer Kweekschool in Doetinchem. Dit krantenknipsel is te koop bij de veilingsite voor verzamelaars QOOP en is ingezet op € 3.

Af en toe heb ik nog een waardevol contact met een medestudent uit onze gezamenlijke Kweekschooltijd, Gerrit Dales. Zo hadden we het eens over die bijzondere leraar Nederlands. Deze was geïnteresseerd in de oude gebruiken van onze streek.. Maar dacht je dat ik toen op zijn naam kon komen…!

Vriendin Joke uit Hengelo nodigde hem eens uit op Hemelvaartsdag om op de Mulderfluite het wegen van de roggebroden mee te maken. Een oude gewoonte in het leven geroepen door de voormalige eigenaar van een aantal boerderijen die aan de boeren geschonken werden op voorwaarde dat elk jaar broden gegeven moesten worden voor de armen. Zo had deze heer Kruithof het voorrecht om samen met de boeren uit de streek, waaronder ook Joke’s vader, dit mee te maken en gezamenlijk een pijpje te roken.

Natuurlijk wist Gerrit nog wèl hoe onze leraar Nederlands heette. Dat was dhr Kruithof. Gerrit wist zelfs z’n adres nog. Die moet wel een fotografisch geheugen hebben. Het bleek dat deze heer Kruithof vrijwillig medewerker was van een instituut van de Universiteit in Amsterdam (Gerrit denkt zelf het van Meertensinstituut) die zich bezighoudt met volkskunde en regionale taaleigenaardigheden.
Dhr Kruithof noemde ons eens als voorbeeld van afwijkende zinsconstructie de Nederlandse zin “Dan pak ik een schep” versus het Achterhoekse “Dan gao ik hen en nem een schuppe”. Wat klinkt dat laatste toch veel mooier!
Zelf weet ik nog dat hij liet horen hoe het onvervalst Rotterdams klinkt in de zin :”Ga je mee buiten spelen joh?”

Gerrit vertelt verder:
Menigeen was een beetje bang voor hem omdat nooit helemaal duidelijk was wat je aan hem had. Hij maakte de indruk van een ijskonijn en je wist bijvoorbeeld nooit of hij al of niet boos was. Dan hing er toch iets als een gespannen stilte in de klas. Als hij zei dat je iets helemaal vrijblijvend wel of niet kon doen, wist je nooit of het een verkapte bedreiging betrof..
Uitvloeisel van die sfeer was een minisketch die Henk Kets (hij weet het ongetwijfeld nog) en ik tussendoor herhaaldelijk opvoerden met als tekst:
“Het is volkomen vrijblijvend hoor!” “Jawel, maar de kolenmijnen in Siberië hebben personeelsgebrek”.
Jan Koenhen uit Wehl die een paar klassen hoger zat, had een traumatische angst voor hem. Op het examen was hij naar het verhaal wilde vreselijk onderuit gehaald bij Nederlands. Dat trauma was zozeer algemeen bekend dat later, toen ik al in Doetinchem werkte, Andela (was onze leraar psychologie en didactiek) daar nog wel eens over begon. Om het noodlot te tarten heb ik in de derde leerkring bij de speciaalstudie voor hem gekozen als examinator. Daarmee is geen bijzondere band ontstaan, maar ik heb ook geen spoor van onbehoorlijke behandeling ervaren.
Dat jij de naam van zo’n leraar niet meer weet!
Gerrit

Bijzondere herinneringen Meer lezen »

Vakantie?

Vakantie kennen de boeren in de jaren 50 nog niet. Ook bedrijfsverzorging is nog niet uitgevonden. Het verzorgen, melken en de oogst….het moet allemaal doorgaan. In geval van ziekte staat de buurt voor je klaar, maar verder…

Nee, vakantie kun je het niet noemen, maar we gaan wel elk jaar één dagje uit met het gezin. De eerste keer gaan we naar De Julianatoren in Apeldoorn met stoomtrein Vorden- Apeldoorn en met de bus naar de plaats van bestemming.. Dat was een belevenis. De Julianatoren bestaat nog steeds.

Dat dagje uit gebeurt wel op één speciaal moment. De rogge moet van het land zijn. Dat roggeland is dan weer bewerkt en de knollen zijn er gezaaid. En….de haver moet los zijn, gemaaid dus.

Dan is er even gelegenheid voor een uitje. Het is meestal omstreeks 10 augustus. Ook de paardenmarkt in Hengelo Gld. was altijd om die tijd. Het ritme van oogsten was bij alle boeren gelijk.

Het jaar daarop werd Henk geboren maar dan in 1952 is er al een Solex en er wordt er ééntje bij gehuurd en zo gaan we naar Deventer, via de speeltuin naar een nichtje van mama. Diny en ik zitten prinsheerlijk achterop! Opoe en opa passen op Henk en zorgen voor ’t eten en bewaken huis en haard. Zo gaan we nog een keer opstap in de zomer, maar dan is er de eerste auto, een donkergrijze Opel record. Het is intussen 1955. Ik herinner me dat we zelfs eens naar de Efteling gingen en Wilma, een vriendinnetje van me uit de klas op het Baudartius logeerde net bij ons en ging ook mee.

Het circus Krone komt in Lochem. Daar gaan we ook met z’n allen naar toe. Leuk hoor! Dat zijn de echte hoogtepunten.

En met de films Heidi en Peter, Eeuwig zingen de bossen, Richard Tauber en natuurlijk Koninginnedag en het Lindese feest is onze culturele achtergrond wel compleet.

Foto: Een bezoekje aan de Julianatoren was niet compleet zonder een rondje in een bootje.

Vakantie? Meer lezen »

Gijs en Mies

Tussen een stel foto’s zonder bijschriften ontdek ik deze wat vage foto. Als ik goed kijk zie ik dat Gijs en Mies in het midden staan. Het is hun trouwdag. Ergens tussen meer bekende foto’s zie ik dat het die dag  15 oktober 1943 moet zijn geweest. Een mede collega van Gijs, Ton Heekelaar en ook werkend voor Natuurmonumenten, had een doos met familiefoto’s van een van de jongens van Gijs gekregen en vroeg mij om meer informatie. Op een van die foto’s stond een boerderij met een versierde voordeur, die ik in werkelijkheid nooit heb zien gebruikt. Het is de Boskamp en ik kon hem vertellen dat dit het ouderlijk huis van Mies was.

Hij wist dingen te vertellen over vooral de familie van Gijs terwijl ik meer de Egginkskant kon toelichten. Deze foto had ik nog nooit goed bekeken, maar wetende dat het oktober 1943 is snap ik dat mijn ouders er hier niet opstaan. Vader Hendrik Jan zal er op deze foto op de Boskamp wel bij geweest zijn maar moeder Coba had een zware bevalling achter de rug, van mij dus! Ze staat wel op de foto terwijl Gijs en Mies net uit het gemeentehuis van Vorden komen als pas getrouwd stel. Ook tante Jo had net de vorige maand zoon Wim gekregen, maar staat er wel bij. Ze woonden toen op Top en dat is natuurlijk dichtbij de Boskamp waar deze foto genomen is. Kan niet missen met de volle hooiberg met de laatste oogst er naast.

Gijs en Mies Meer lezen »

Van het een komt het andere…

Zo’n brief , geschreven door mevr. Nawijn, in die moeilijke jaren in oorlogstijd  brengt weer heel wat herinneringen boven. Ds Nawijn was een statige  man waar iedereen respect voor had maar ook rekening mee moest houden. Toen moeder Siet nog kosteres van de Emmaus Kerk  in Hattem was moest er vaak iets aan de tekstborden met liederen die gezongen werden veranderd worden,  net als het glaasje water op de preekstoel verzorgen voor de dienst.  Als Wim thuis was deed hij dat vaak net als vele andere klusjes zoals koffie brengen naar de kerkeraadsvergaderingen  en de kopjes en koffieketel weer ophalen. Ja ja ze hebben heel wat afgesjouwd. Maar als Wim voor een kerkdienst in de consistorie moest zijn was het er doodstil want EIF Nawijn liep dan in volle concentratie heen en weer terwijl de dienstdoende ouderlingen en diakenen zich niet bewogen . Wim kon het niet laten om dat te doorbreken door met een opgewekt ’Goedemorgen’ binnen te komen en met normale handelingen door te gaan terwijl de rest zich amper durfde te verroeren.

Ik herinner me deze statige man nog goed, iedereen had respect voor hem. Mevr. was de lieve variant , een schat van een mens. Bert Nawijn was de jongste van het grote gezin en was bevriend met Henry en daardoor met de hele familie. Heel vaak zaten de 4 vrienden: Henry, Bert Nawijn, Jan Neuteboom en Hans Bruin op Dorpsweg 4 na kerktijd aan de koffie en werd er behalve gepraat ook spelletjes gespeeld. Moeder Siet vond het allemaal best. Het bracht gezelligheid.

Een paar jaar geleden ging ik op zoek naar het graf van de Egginks van de Boskamp op de begraafplaats in Barchem nadat tante Jantje overleden was. De grafsteen moest toen nog bijgewerkt. Erna had haar een paar jaar ervoor nog beloofd dat het opschrift op de steen behalve Fam. Eggink ‘Boskamp’ ook de namen van opoe en opa en die van haar en ome Jan  vermeld zou worden.  En daar kwam ik ook het graf van ds en mevr. Nawijn tegen.  Mevrouw heeft haar man flink overleefd.

Van het een komt het andere… Meer lezen »

Jaarwisseling 1944-45 3

De volgende 3 kantjes maar even getypt, is gemakkelijker te lezen, hoewel het handschrift van mevr. Nawijn er mag zijn, èn er kan nu op één bladzij wat er 3 zijn in geschreven vorm. Mevr. Nawijn vertelt verder:

Omdat het hier de eerste aankomst was vanuit Arnhem en Oosterbeek—Wat je dan ziet, wat een nood dat was voor onze ouden van dagen, kleine kinderen, baby’s en a.s. moeders- de ogen konden niet droog blijven. Maar de saamhorigheid was prachtig- alles hielp en allen fietsten de kant van Arnhem uit met bakfietsen enz om mensen op te halen. Dominee had de leiding in de kerk- er moest eten komen en verzorging en slaapgelegenheid voor ’s nachts- stroo in de kerk en toen ging het. Zo hebben we een paar weken geleefd.

Elke dag gingen de vluchtelingen verder en ’s avonds was de kerk weer vol. Er waren natuurlijk veel meer gebouwen waar ze een toevlucht konden vinden- een paar oudjes stierven hier- konden niet meer- de angst en spanning was te groot geweest- Een jong vrouwtje kreeg bij aankomst in het café een tweeling zonder doktershulp eerst- we kunnen nagaan in welke angst ze de reis gemaakt heeft. Een kraamvrouwtje van één dag werd zittend op een stoel op een wagen vanuit Arnhem weggebracht- ze heeft in de ziekenzaal achter de kerk gelegen( catechisatie lokaal).

Er was gelegenheid voor ongeveer 30 zieken in de kerk.- Veel sterfgevallen zijn er onder de evacués, de emoties zijn voor velen te groot geweest. Een oom van ons kwam met zijn vrouw en drie kinderen hier na veel moeite 2 weken geleden heen.- Tante verwachtte haar 4e kindje, wat nu 2 weken geleden geboren is. Ze had naar 4 adressen het wiegje en uitzet meegesleept- tot ze in Velp, bij hun dokter in huis 7 bommen in de tuin kregen, waardoor het huis grotendeels verwoest werd.. Ze kwamen hier met niet veel meer dan ze aan hadden. Toch zijn ze dankbaar dat alles nog zo goed verlopen is.

Maar genoeg hierover- u zult hier ook wel over gehoord hebben.- ’t Is te hopen dat de toestand niet te lang meer duurt nu de winter nadert. Voor 3 weken heeft de burgemeester gezegd, nu met de vele mensen, er nog voor 2 weken voedsel was- en nu eten we nog- We zullen maar bij de dag leven- onze Vader weet wat wij van noode hebben.De kinderen en wij maken het goed. Voor 2 weken zijn hier dichtbij 7 bommen gevallen, was bedoeld voor het station- ze kwamen een eins aan deze kant terecht, al onze ruiten waren stuk- wat een lawaai was dat- we meenden dat het huis getroffen was, ’t kwam door de luchtdruk. De kinderen lagen juist in bed, ’t kwam geheel onverwacht, we hadden niet eens een vliegtuig gehoord- En nu is het elke avond een hele toer om ze rustig op bed te houden. ’t Is hier veel afweer in het dorp, dan is het met de rust gedaan. Soms kun je moedeloos worden van al die narigheid, maar er is nog zoveel waar we dankbaar voor kunnen zijn.

Vandaag  14 jaar geleden werd Jan in Gelselaar geboren. Wat een tijd was dat! De kinderen hebben al die tijd geen school gehad. ’t Zou ook niet kunnen. Ze zijn dadelijk zo van streek met dat schieten. En wat is dit nu vergeleken met de Duitse steden waar het zo in het groot gaat. We mogen wel veel bidden om uitkomst. Het doet ons dichter bij de Here leven- Hij wil ons toch ook krachten schenken om dit alles te doorstaan.

Wilt u aan alle bekenden onze hartelijke groeten doen? Een volgende brief misschien in een Vrij Nederland? – Is “groote Jan”, en vele anderen met hem er nog? Aan allen onze hartelijke groeten. Is er nog iets van Jaap bekend? En hoe zou het met onze jongens in Duitsland gaan? Beste vrienden, allen hartelijk gegroet. Gode bevolen door uw hartelijk toegenegen

Ds en mevr. Nawijn

Jaarwisseling 1944-45 3 Meer lezen »