admin

Vandaag 6 maart

En alweer 6 maart. Het blijft een beladen datum. We vierden en herdachten. Ja, we waren afgelopen donderdag 57 jaar geleden getrouwd en vandaag herdenken we het verlies van onze eens zo sprankelende jongste zoon. Mark zal altijd deel van ons gezin blijven. En opnieuw hebben we gemerkt dat er veel meer aan hem dachten en zo met ons meeleven. Dank je wel allemaal.
Vanmorgen werd er voor de laatste keer met een tweetal zangers de kerkdienst opgeluisterd. De helft van de coupletten werden door Dia en Wim gezongen en de rest door iedereen. Het was een welkome ondersteuning van de viering die in het teken stond van de ZWO en Ruanda.
Vanmiddag kwam Hilda zomaar langs. Ook zij stond stil bij deze datum. Jarenlang waren zij en Mark onafscheidelijk. Heel fijn.
Daarna kwamen ook Gerhard en Rick. Ben zo blij met die twee.

Denken aan…
Mark
Denken aan…
jullie
Denken aan…
zovelen
Denken aan…
dat blijft…
Voor altijd…
Denken aan…
Al het goede wat er was
en al het goede wat er is
en al het goede wat er overblijft.

Vandaag 6 maart Meer lezen »

Dina 4

Na het overlijden van Dina vonden de kinderen dit gedicht van Dina. Haar vader schreef het over in haar gedichtenbundel.

Zondag

Zondag, ’t is gelukkig zondag
De gansen dag van werken vrij,
‘k Wil nu niet denken aan al ’t werk
Dat stapelt zich steeds rij op rij

‘k wil enkel en alleen genieten
Van de vrijheid die de zondag geeft
Want na een week van werken, drukte
Is of met zondags dubbel leeft.

Dan verlang ik soms zo om te zwerven
Door bos en heide heen
Door plekken die ‘k nooit zag of kende
Waar maar zo weinig voeten treen

Daar wil ‘k een hele middag zwerven
Langs de smalste paden heen
En als dan niemand met mij mee wil
Dan ga ik met mijzelf — alleen.

Daar zou ‘k de zondag echt gevoelen
Door ’t ruisen van het stille woud
Al hoort men nu geen vogels zingen
Al brokkelt nu het hout.

Het is zo heerlijk fris en vrij daar
Dat ‘k er kan stoeien als een kind,
Daar is geen armoe en geen droefheid
Zoals men in de wereld vindt.

Dina 4 Meer lezen »

Dina 3

Tante Dina l. met haar beste vriendin Anneke van Ark onder de noteboom. Ik zag meteen wat bekends aan haar. Ik zei dat toen tegen tante Jo "Oh", zei ze, "Zee is etrouwd met Willem Norde van de Wenneker en Jenny is een dochter van eur".
Jenny lijkt sprekend op haar moeder. Ze zat samen met mij op de Groen van Prinsterer Kweekschool in Doetinchem en slaagde met een 10 voor Nederlands. Daar zeg ik u tegen.
Dina zal de Wildenborchse weg vaak afgefietst zijn met Anneke. Vooral dat lange rechte stuk waar Pardijs ongeveer in het midden van woont. In de dertiger jaren is die boerderij gebouwd. Dina schijnt verzucht te hebben: "Dee boerderieje mag ze wel Het Lange Ende numen". En dat werd het en zo heet de boerderij nog: Het Lange End.

Dina’s gedicht over het lange end heeft op 4 april 1938 de krant gehaald, na het fatale ongeval op weg samen met Hendrik Jan naar haar nieuwe dienstje in Hilversum.

‘T LANGE END’
– de weg van Vorden naar den Wildenborch-

Het lange end kent vele menschen
En vele mensen kent dat end,
Waar enkel boom en dennen groeien
Met slechts een enkele bank bekend.

Dat end is velen lief geworden,
Zoo denk ik vaak en is ’t zo niet?
Hoeveel zou zij daar niet bewaren
Van alles, wat ze zag en ziet?

Maar plotseling is het end gebroken
Een huis verscheen uit ’t zand
En voordat men ’t zich in kon denken,
Stond er een huis in ’t dennenland.

Wel mogen wij daar niets van zeggen,
Een elk moet wonen toch,
En daar reeds overal gebouwd werd
Was ’t lange end er nog.

Ik wilde dit alleen maar zeggen,
En raad geven wou ik enkel maar:
‘k Zag boven aan het huis een ledig plekje
Met de naam schijnt men niet klaar.

Wat zou zo’n huis dan ’t beste sieren?
Zou het deze naam niet zijn:
Als ‘ ’t Lange end’ daarin gebeiteld,
Of mocht geschreven zijn.

Wanneer dan daar in later jaren
Alles bebouwd zou zijn
En huis na huis daar op mocht rijzen
En de stilte verre zijn.

Dan zou een elk die naar dit huis keek
En ’t Lange End’ daar las,
Weer denken aan dat end van vroeger
Dat vol stilte en geheimen was.

Da. E.

Dina 3 Meer lezen »

Dina 2

Dina maakt er een raadseltje van. Dit is een aanvulling op het gedichtje over de Wildenborch.

En noe wol i-i zeker wetten
Wee ik bun en hoe ik heet
Mo-i maor raon en mo-i maor vraogen
Net zo lange, jao net zo lang tut da-j ’t weet.

Mao dit wi-k oew nog wel zeggen
‘k Woon van hier een half uur weg en luuster good
Ik kan b-j ons et klappen heuren
Dus wet ik precies wanneer a-j ‘r bunt en wanneer wa-j doot.

Maor noe wi-k ok niks meer zeggen
Zeet maor da-j weer wat doot
Want ik mot daagens ook wel warken
Dus, noew menschen ’t geet oew good.

Foto: Dina achterop de motor bij Hendrik Jan

Dina 2 Meer lezen »

Dina

In de map met dierbare herinneringen van de Boskampfamilie die via de van Middelkoops boven water kwam, zat behalve de Nederlandse versie van Hermans Goals in Life, zoals hij ze ook noemde, ook een gedichtenbundeltje van Dina.
Dina hield van de natuur, rust en de kleine dingen waar je blij van kunt worden. Bovendien was ze creatief in het bedenken van toneeltjes, reisjes en gedichtjes en was een aanwinst voor de meisjes- en jongelingsvereniging van de Wildenborch. Menig gedichtje heeft de krant gehaald.
Nadat ze in 1938 door dat vreselijke ongeluk waar haar broer Hendrik Jan bij was, overleed, kwam ook haar gedichtenbundeltje tevoorschijn. Veel ervan zijn door Dina zelf geschreven. Anderen die haar troffen nam ze over en zette er bij waar ze die gevonden had.
Niet alle gedichten stonden er al in en opa schreef de ontbrekende gedichtjes er bij in zijn zo bekende karakteristieke handschrift.
Na enig puzzelen blijkt dat kasteel De Wildenborch in 1931 na de fam Brants, ook familie van de oorspronkelijke bewoner ACW Staring, weer bewoond ging worden door kunsthistoricus Mr. A. Staring en zijn echtgenote Jacoba Henriette Magdalena de Mol van Otterloo.
Zij lieten de oostvleugel van het huis verlengen en stijltuinen in het park achter het huis aanleggen.
Dit zal Dina inspiratie gegeven hebben om dit gedicht te schrijven.
Ze zal hier 17 jaar zijn.

Voor de Wildenborch

Gij werklieden, werk steeds met ijver
Denk aan meneer Staring die wacht
Op zijn huisje zodat die gereed is
En hij er kan wonen in praal en pracht

Gij werklieden, werk steeds met ijver
Maak het huisje vriendlijk en ree
Dan zal meneer Staring vast zeggen:
Warempel dat volk valt me mee.

Doch wanneer gij dan werkt met zo’n ijver
Wij horen u tot een half uur in ’t rond
Kijk dan met al uw gehamer goed toe,
En sla toch uzelve niet blond.

Dus sla met uw hamer goed raak
Maar niet op uw vinger of duim
Want met zo’n gekwetste nagel
Hebt ge ’t zeker niet te ruim.

Ten eerste staat zoiets erg lelijk
En ten tweede doet het pijn
En zoud dus met die kunsten
Een lelijk, pijnlijk menschje zijn.

Maar nu in ernst, denk aan dit ene
Dat meneer Staring steeds wacht
Op zijn huisje totdat het gereed is
En hij er kan wonen in praal en pracht.

Foto: het echtpaar Staring

Dina Meer lezen »

Nog iets te beleven hier?

‘Ho!’ Het is een flinke schreeuw die Wim geeft. Hij ziet op tijd dat een klein zwart autootje achteruit rijdt en nu lichtjes onze auto schampt die net geparkeerd staat bij het Aquarena zwembad. Het oude dametje achter het stuur kijkt geschrokken. Gelukkig hoorde ze de schreeuw van Wim en remde nog net op tijd. Wim bekeek zijn bumper en stelde haar gerust dat er geen echte schade was, slechts een kleine kras. Zo kon ze rustig wegrijden en met haar zwemvriendin voor de schrik aan de koffie gaan.
Het bleef een dag van opletten. Direct na de middag gingen we op weg naar de supermarkt, lekker vroeg in de week. Terwijl Wim afsloeg stapte er net een vrouw op de fiets die hem totaal niet gezien heeft. Het ging opnieuw maar net goed. Twee keer op een dag vraagt niet om een derde keer. We blijven verder vandaag maar thuis!

Toch gingen we die middag nog even op pad, naar Hans Anders. Wim had problemen met het zien. Het was rustig in de winkel en er was tijd om bij ons allebei de ogen na te meten. Het klopte. Bij Wim was een behoorlijke afwijking en bij mij toch ook wat, beide ogen 0,25. Och ik had ook wel zin in een nieuwe bril.
Na een uur gingen we de winkel uit, beiden tevreden. We zouden bericht krijgen als ze binnen waren.
Gisteren was het zover. De mail meldde dat de bril van Willem van der Kolk binnen was en gehaald kon worden. ’s Middags ging Wim hem meteen maar halen. De nieuwe bril ging op en de pootjes werden nog even bijgesteld. Toch zag Wim nog niet alles even duidelijk. Toen hij er iets over zei dacht de winkeljuf dat het altijd even wennen is. Toch deed hij voor de zekerheid onderweg naar huis op de scootmobiel zijn oude bril maar op.
Wim komt thuis. ‘Waar is je bril?’, vraag ik meteen. Wim pakt hem uit.
‘Had ik echt een blauwe uitgezocht? Ik weet het niet meer.’
De bril komt mij bekend voor. Ik zet hem op.
‘Ik kan er anders prima door zien hoor’, meld ik. Je snapt het misschien al. Het was mijn nieuwe bril. Beide brillen waren binnen en ze gaven Wim die van mij mee. Vind het toch gek…

Nog iets te beleven hier? Meer lezen »

Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden – aanvulling

Er is nog een aanvulling van Herman op de laatste bladzijde, een soort terugblik naar het jaar 1930 en meteen een korte beschrijving van het vervullen van zijn idealen.

Na 6 jaar in America en mijn huwelijk met Nettie was het mijn doel om veehouder te worden met Stamboek Holstein vee. Voor we in 1930 trouwden kocht ik een paar Holstein koeien. Ik betaalde voor die eerste koeien op een verkoping 50 dollar per stuk. Het waren goede koeien maar ze waren gedekt door een Hereford stier. Ze kregen zwarte kalveren met witte koppen. Ik hield die eerste kalveren aan als melkkoeien, maar als Herefords waren ze niet erg geschikt als melkkoeien. Ik sprak er over met John Struik die mijn getuige was toen ik Amerikaans burger werd.
Struik had zelf stamboek Holsteins en om mij aan de gang te helpen verkocht hij mij 2 drachtige Holstein vaarzen voor een redelijke prijs. Na een paar jaar kocht ik van hem weer twee drachtige stamboek Holstein vaarzen.
In 1942 hadden we een plaats gekocht met een lening van de overheid om die in 6 jaar af te betalen. Toen we daar kwamen wonen hoorde ik dat ik lid kon worden van de Cooperatie. De eerste melkcontrole tester was een Poolse immigrant die op een staatsschool studeerde om meer kennis op te doen. Tijdens zijn studie was hij al door twee gemeenten ingehuurd om die melkcontroles te doen.
Toen hij de eerste keer bij ons kwam bekeek hij mijn stamboek Holsteiners en vroeg me hoeveel krachtvoer ik elke koe gaf. Ik antwoordde dat ze allemaal hetzelfde kregen maar ik begreep van hem dat ik een buitengewoon hoge melkproductie had. Een jaar had ik zelfs op een na de hoogste productie van Iowa. Er was een grote vraag naar jonge dekstieren want kunstmatige inseminatie kenden we nog niet. Omdat ik belangstelling had voor Cooperaties werd ik secretaris van de Coop. Melkfabriek. Ik stelde voor om een nieuwe directeur aan te stellen want de vorige functioneerde slecht. Tien jaar later hadden we de grootste Coop. melkfabriek in Iowa.
In 1962 kreeg ik het verzoek om met 11 melkveehouders -dairymen- naar Chicago te komen om te adviseren voor goed afzetgebied voor de melk. Toen we daar met die andere melkveehouders in Chicago vergaderden bleek dat de anderen zelf geen koeien molken, maar vanwege hun hogere opleiding kennis hadden van melkzaken. Nadat we zo twee keer vergaderd hadden adviseerden we de regering aan om de verkoop van melk uit te breiden.
Een jaar later kreeg ik een brief van de regering en vertelden ze waarom ze mij gekozen hadden als raadgever voor het bevorderen van de eerste klas melkverkoop. Het was omdat ik voorzitter van de IOWA stamboek Holstein Vereniging was en bovendien secretaris van de grootste Coop. Melkfabriek in Iowa.
Toen mijn neef Bernard Eggink eens met zijn vrouw Riek naar Californie aan de westkust vloog om daar een bootreisje te maken , belden ze op het vliegveld een taxi om naar de kust te gaan. Er zat nog een man te wachten tot hij opgehaald zou worden en vroeg Bernard waar hij vandaan kwam. Zijn antwoord was Indiana. De man vroeg toen naar zijn naam. Hij antwoordde Bernard Eggink. Toen vroeg die man of hij wel eens gehoord had van een Dairyman Eggink in Iowa. Bernard vertelde hem: ‘Dat is mijn neef, hij heeft mij geholpen om naar America te komen. En hij heeft veel succes gehad.
Later kwam ook mijn broer Antoon met zijn vrouw en 8 kinderen hier naar toe en vestigden zich ook met veel succes. Twee zoons zijn professor geworden en een dochter die goed kon spreken werd Vice president van een groot bedrijf.
America, het land van de onbegrensde mogelijkheden

Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden – aanvulling Meer lezen »

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 4- Slot

Eindelijk

Toen ik 14 jaar was begon ik er over dat ik naar America wilde, maar daar was moeder tegen. Mijn zusters werkten toen bij meest rijke mensen en verdienden goed, meer dan ik kon verdienen als knechtje. Ik moest moeder helpen met het werk in huis en als ik daarna ook het werk in de stal had afgemaakt stuurde ze me naar vader op het land met koffie en wat te eten en kon daar verder meehelpen. Omdat mijn zusters goed geld verdienden bij de rijke mensen deed moeder voor mij hetzelfde loon in een potje en bracht het later naar de bank vanwege de rente.
Maar mijn wens bleef dat ik naar America wilde gaan. Ik sprak er over met jongens van de jeugdvereniging in de Kapel bij de Wildenborch en later bij de jongelingsvereniging. Maar een van de Teunissen jongens zei: ‘Als ik hier mijn brood kan verdienen, ga ik niet voor de boter naar America’.
Toen ik 18 was en nog steeds mijn moeder moest helpen zei ik dat ik nooit tevreden kon zijn als ik niet naar America kon gaan. Vader had er nooit wat op tegen gehad , die had immers ook diezelfde plannen gehad.
Toen gaf moeder eindelijk toe en deed ik een aanvraag als immigrant voor America, maar omdat ik nog geen borgstelling had moest ik nog 2 jaar wachten voor ik aan de beurt was.
En toen was het Hanna die voor een paar oudere mensen werkte die deze hiervoor genoemde mevr. Rutgers op bezoek kregen. Zij zou erven van haar oude oom en tante die zelf geen kinderen hadden. Hanna vertelde haar over de vurige wens van haar broer Herman om naar America te gaan om boer te worden. Zij raadde Hanna aan om haar schoonzoon Henrie Niesink, die de farm van de Levenkamps in Volga huurde, te schrijven. Hij zou wel een knecht kunnen gebruiken.
Vader schreef de brief om te vragen of hij inderdaad wel een knecht kon gebruiken en kreeg een bevestigend antwoord terug.
Toen ik al mijn immigratiepapieren klaar had kon ik op 25 januari 1925 vertrekken, per boot van Rotterdam naar New York. En juist toen was Thed Kaemingk op visite bij zijn vader en familie in Barchem en vertrok op dezelfde tijd als ik per trein van Lochem naar Rotterdam en met de boot mee naar New York. Samen brachten ze ons met een tweewielkarretje met een paard ervoor naar de trein in Lochem. Vader ging mee op de fiets om ons uit te zwaaien. Vader had in zijn militaire diensttijd snel leren fietsen, ze zeiden zelfs sneller dan de huzaren te paard.
Samen gingen we zo naar Rotterdam om daar op de boot te stappen met bestemming New York.
Aan boord was nog een jongeman die de stap ging wagen en samen brachten we de tijd door met kaarten. Ik was dat niet gewend en was nog niet handig met het schudden van de kaarten, wat hen de opmerking ontlokte: ‘An hour is too long to just shuffle cards’.
Ook ontmoette ik een dame met twee dochters die naar Utah gingen en bij de Mormonen hoorde. Daar had ik geen beste dingen over gehoord als zouden de mannen meer dan één vrouw mogen hebben. Toen dan op een gegeven moment één van de meisjes vroeg of ik mee wilde wandelen aan dek en mijn arm pakte, wist ik niet hoe snel ik de andere kant op zou gaan.
Eindelijk zag ik na 10 dagen voor New York het Vrijheidsbeeld waarover ik net als over het Wilde Westen gelezen had.
Daar werden onze papieren onderzocht of we werkelijk immigranten waren. We kregen onderdak in een Zeemanshuis.
De volgende dag werden we begeleid naar de trein. Daar scheiden onze wegen. Kaemingk en Stellingwerf uit Friesland gingen naar Iowa en mijn doel was Zuid Dakota.

De rest van Hermans belevenissen en wat hij bereikte in zijn leven is al uitvoerig weergegeven in zijn Engelse autobiografie die hij voor kinderen en kleinkinderen schreef.
Ik heb die zo goed mogelijk in het Nederlands vertaald. Zie weblog 2- vanaf 27 januari 2009

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 4- Slot Meer lezen »

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 3

De Boskamp

Maart 1909 verhuisden ze naar de Boskamp, vader, moeder, opa en omoe Jansen en ook Berend die nog niet getrouwd was. Ik sliep bij Berend en ook Hanna en Dika waren er al en in september van dat jaar zag Heintje het levenslicht. Omdat oom Berend nog bij ons inwoonde begon vader de grond die oom Berend ook heel goedkoop had gekocht, te ontginnen. Er waren niet veel bomen op geweest, maar wel heide en slootjes. Vader gebruikte een schop en een kruiwagen om die slootjes te vullen. Alles gebeurde met de schop en elk jaar moest er een nieuwe gekocht.. Omdat de grond van oom Berend op 20 minuten lopen was nam vader vaak de fiets en zei als hij terugkwam van het zware werk op oom Berends gekochte grond dat rijden op de fiets net zoiets was als zitten op een luie stoel.
Nadat vader alles gelijk had gemaakt zaaide oom Berend het in met graszaad en het jaar er op kocht hij wat jongvee voor zijn nieuwe weiland. Hij verkocht het weer in het najaar en maakte flinke winst. Zo had hij eens een schrale koe gekocht op de markt voor 140 gulden. Ze bleek drachtig en kon haar kort voor het kalven weer verkopen voor het dubbele.
Vader had al zijn vrije tijd gebruikt om de grond van Berend gereed te maken en kon ook als bouwland gebruikt worden. In 1918 liet oom Berend een nieuw huis bouwen op zijn land en trouwde daarna met Chrisje uit Eefde..
Oom Berend had al het kopen en verkopen voor ons gedaan omdat vader niet zo goed was in de waarde van dieren. Nu moest vader het zelf doen Omdat we vier vaarskalveren hadden in de kleine boomgaard, zei moeder dat we er een paar van moesten verkopen.
Er kwam een Joodse veehandelaar vragen of we wat te koop hadden. Vader antwoordde dat we er twee te koop hadden. De Jood bekeek ze en bood 110 gulden voor die twee. Toen vader het aan moeder vertelde was die zo geschokt dat hij ze zo goedkoop had verkocht.
We moesten de kalveren tot aan de straatweg brengen tussen Ruurlo eb Vorden. Daar werd alle vee verzameld dat door de Jood gekocht was. Hij had mannen en jongens gehuurd om al het vee naar de Zutphense markt te brengen. Moeder had mij met de fiets meegestuurd om te horen voor hoeveel ze weer verkocht werden. De Jood had een zachte stem maar ik hoorde dat iemand hem voor een kalf 90 gulden bood wat hij niet aannam.
Moeder kon het niet uitstaan dat vader 2 kalveren voor 110 gulden had verkocht.
Vanaf toen moest ik het kopen en verkopen doen, ik was net 14 jaar.
Ik werd ook naar Vorden gestuurd als er op vrijdag biggenmarkt was. We kochten daar 5 of 6 biggen om verder te mesten. We hielden zelf nog geen zeugen om zelf biggen te fokken. Vader was blij dat hij zelf niet meer hoefde te handelen.

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 3 Meer lezen »

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 2

Toen mijn vader en broer Hendrik plannen hadden om de Levenkamp jongens en meer bekenden achterna te gaan raakte moeder Jenneke helemaal van streek en wilde niet dat ze het er over hadden. Familie van haar die ook wilden emigreren waren op weg naar Amerika in een zeilboot in een vliegende storm terecht gekomen en verdronken.
Toen mijn vader oud genoeg was om in dienst te gaan had hij de hoop om naar India gestuurd te worden. Dan kon hij ook wat van de wereld zien. Maar hij lootte vrij. Daarom ruilde hij met een rijke jongeman die wel zou moeten. Jammer genoeg voor hem kon je als vrijwilliger niet over zee gestuurd worden en kwam hij bij de Wielrijderbrigade terecht.
Herman beweert dat hij al snel bevorderd werd tot officier. Ik weet wel dat hij in een dag heeft leren fietsen en hij dat heel snel kon.
Eenmaal uit militaire dienst kwam de liefde. Berendina Jansen had met hem op de school in het Medler gegaan. Zo trouwde Johan Eggink van de Jager bij de Jansens in op het Boevinck en de jongere broer, Berend Jansen, ging naar familie in Almen. Vader Jansen was nogal bazig en schoonzoon Johan kon het niet gauw goed doen. Na een jaar ging Johan bij een melkfabriek werken waar de melk ontromer nog met de hand gedraaid moest worden omdat er nog geen elektriciteit was. Dat kwam er na 2 jaar. En Berend kwam weer thuis om voor zijn bazige vader Jansen te werken.
In die tijd had kasteel de Wildenborch veel kleine pachtboeren op haar grond. En vaak moesten ze ook voor de kasteelheer werk verrichten. Toen de oude bewoners overleden kwam hun zoon Ernest Brandts op de Wildenborch wonen. Hij was rechter geweest aan het Hogere Gerechtshof. Nu werden de boerderijtjes met het land verkocht en de bossen ontgonnen. De bomen werden omgezaagd en werden verkocht aan zagerijen. Vader Johan kocht ook een paar percelen net als zijn zwager Berend. Hij haalde de boomstompen uit de grond met een stomplichter, maakte de grond gelijk en vulde ook de kleine slootjes. Zo konden ze die oude bosgrond gaan gebruiken als bouwland. Daar had je wel mest bij nodig en hij bracht de mest van het Boevinck naar de net ontgonnen bosgrond. Er was nog geen kunstmest in die tijd- 1907/08.
Toen de eigenaar daar lucht van kreeg werd de pacht van het Boevinck opgezegd en moesten ze met ingang van maart verhuizen. Volgens de geldende wet was dat een maand te laat en daardoor mochten ze nog een jaar blijven wonen.
In de winter van 1907-1908 werden de stenen gebracht voor de nieuw te bouwen boerderij de Boskamp, genaamd naar het bos waarop het gebouwd werd. Bij dat bosland lag ook een laag weitje dat gekocht werd en hadden ze meteen grasland voor de koeien en een paard.

Foto: Johan Eggink van de Jager in militaire dienst

America, het land van de onbegrensde mogelijkheden 2 Meer lezen »