Weblog2

Zondag, 21. Februari 2021 - 12:15 Uur
Het horloge mysterie

2008--"Uw moeder is haar horloge kwijt", meldt de zuster in de dagopvang van zorgcentrum De Bongerd wanneer we haar ophalen om op haar eigen kamer koffie te drinken en bij te praten. "We hebben haar hele kamer al op de kop gezet"!
Wim doet het even later nog een keer, maar nee ..het horloge heeft pootjes gekregen.
“O, ik koop me geen nieuwe ", zegt moeder nog. "Je zult zien dat ik hem dan net weer heb"! Ze maakt zich meer zorgen over het feit dat ze misschien gekke dingen gaat doen of zeggen. Maar daar merken we gelukkig niks van.
Ze oefent uitgebreid op onze namen, want ze heeft ergens de angst dat ze hier weg moet wanneer ze nog vergeetachtiger wordt. Daar was al eens sprake van omdat ze telkens ging zitten fluiten wanneer ze zich verveelt. Ze zou dan op een verpleegafdeling geplaatst worden. Toen echter de psychologe en later een arts bij haar kwam praten was ze nog zo gehaaid met haar antwoorden dat hier helemaal geen sprake meer van was. We kwamen eens nèt op bezoek toen de psychologe bij haar was. Moeder vertelde precies wie we waren en dat we helemaal uit Emmen komen, waarop de psychologe zegt: "Nou dan ga ik maar...misschien kom ik morgen nog even weer terug". "Nou"....antwoordt moeder, "Als ik dan weer bezoek heb dan is daor het gat van de deure"! "Ja", zegt ze later..."Ik bun misschien wel een grote kattekop, maor ik laote niet oaver mien lopen".
Eens liepen we met haar over de gang, toen er een jong vrouwtje gebukt een kast aan het leegruimen was en er een stukje blote rug te zien was. Ik zag het al aankomen, maar ik was net te laat. Voor ik haar tegen kon houden kriebelde ze haar al op de blote rug. Ach...die moest er om lachen. "Ha tante Siet...hoe is het er mee?"
Als het niet gekker wordt....!
Op "de Binnenplaats" zoals de dagopvang genoemd wordt zitten ze al op haar te wachten. We gaan daarna nog even naar Ben en Niesje. Bij Henry en Tonny keek je zo donker in dat die wel weg zullen zijn.
We melden Ben en Nies het horloge-mysterie. "O", zegt Niesje, "dat heb ik meegenomen want daar moest een nieuw batterijtje in".

Woensdag, 17. Februari 2021 - 10:18 Uur
Het ouderlijk huis.

Het ouderlijk huis van de familie van der Kolk werd oorspronkelijk bewoond door Hendrik en Willempje van der Kolk- Neuteboom en hun gezin. In het rechter deel, Dorpsweg 4, woonde ook nog juffrouw Londo, een onderwijzeres aan de van Heemstra school. Het gezin van der Kolk telde 7 kinderen waaronder de tweeling Gerard en Marie. Nadat ze de eerste jaren van hun huwelijk aan de overkant van de IJssel in het veerhuis woonden kreeg Willempje heimwee en gingen ze terug naar het stadje Hattem. Daar woonden ze eerst in het Pand der Liefde en toen vader Hendrik conciërge werd van de grote en hoge van Heemstra school verhuisden ze naar de Dorpsweg. Door een hekje aan de kant van het huis konden zowel conciërge Hendrik als juffrouw Londo zo gemakkelijk de school in.
Anton zou zijn vader opvolgen en bleef in het ouderlijk huis wonen met Henny en hun gezin. Het rechter deel, no 4 was bestemd voor Gerard. Die heeft er zelf nooit in mogen wonen. Hij overleed vlak voor de verhuizing. Er waren nog wel aanpassingen nodig voor ze zouden verhuizen, want er was nog geen scheidingsmuur tussen de beide panden. Volgens vader Gerard moest dat met twee gezinnen toch kunnen als ’christenmensen’ onder elkaar, maar dat zag moeder Siet niet zitten. Er kwam dus precies in het midden een binnenmuur en ieder een aparte trap. Ook de schuur met kelder werd in tweeën verdeeld. Daarvoor hadden Hendrikus en Rimie er de eerste tijd na hun huwelijk zelfs nog een tijdje in gewoond. Hendrikus was schoenmaker en ook die reparaties deed hij in die schuur. Gelukkig kregen ze later een huis in de Zandkamp. Hendrikus was handig en erg geliefd. Hij kon de mooiste vliegers maken, vertelden de jongens.
Achter de huizen was een lange tuin waar de familie hun groenten verbouwden. Nadat vader Gerard overleed had Wims moeder vaak een kostganger in huis voor wat extra verdiensten. Ik meen dat een jonge leraar aan de Mavo de eerste was. Toen hij een huis kreeg kwam ook zijn schoonvader Barink, afkomstig uit Silvolde, bij hen in wonen. Hij was zijn leven lang boer geweest en wilde graag de groentetuin bijhouden voor moeder Siet. Het was voor de jongens: opa Barink. Dat was een uitkomst voor de altijd heel drukke moeder Siet die alles aanpakte om het hoofd boven water te houden. Ze was kosteres van de Emmaus kerk, verkocht koffie en thee aan bekenden en bracht het Zwolse Dagblad rond, geholpen door de jongens.

Foto: Op deze foto van de van Heemstraschool zijn de woningen naast de school al te zien, ik denk 60er jaren.

Zondag, 14. Februari 2021 - 22:29 Uur
Nog even in 't Hattemse...

Ik blijf nog even in het Hattemse. Op Oud Hattem zien we het schaatsen op de Hoenwaard en Wim herinnert zich het lopen op het ijs dat bij iedere stap bewoog. Je moest dat snel doen anders ging je er door. En gebeurde dat toch dan mochten ze bij bakker de Graaf hun kleren laten drogen voor ze bij moeder Siet aankwamen aan de Gasthuissteeg. Ze verhuisden pas naar de Dorpsweg toen Wim al 16 was.
Moeder Siet was al 90 toen ze naar de Bongerd verhuisde en Ben en Niesje aan de Dorpsweg 4 gingen wonen. Daarna ging het geheugen van moeder Siet verder achteruit maar oude kindergedichtjes die ik nooit van haar gehoord had, kwamen zomaar te voorschijn. Ze heeft er blijkbaar heel wat geleerd, maar wat er verder om haar heen gebeurde… dat was ze zo weer kwijt. Die keer had ze geen zin in haar zoute harinkje, nee ze had nergens zin in.
Dat was wel eens anders. Haar vaste hulp vroeger moest er wel eens om lachen wanneer moeder haar vroeg:”Wo’j ok wel een stukkien käze bi-j de koffie?” Ook een flinke plak leverworst was altijd favoriet. Wat dat betreft heeft Wim, maar vooral Henry wat van z’n moeder weg. Die gruwde vroeger van gebak en cake en andere zoetigheden, maar een schoteltje met stukjes kaas en worst sloeg hij niet af. Rick was voor die gelegenheid ook meegekomen en moeder begon meteen de namen van haar kinderen en aanhang te oefenen, maar bij de kleinkinderen bleef ze die keer steken bij Gerhard, Rick en Mark. Tja… die waren er ook het eerst. Ze ging na ons bezoek op haar kamer met Wim al zingend “Er ligt een stadje aan de IJssel “ de lift in toen we haar eenmaal beneden weer naar de dagopvang brachten… eindigde ze met: ”daar moet je Hattemer voor zijn….”
Ook die keer aten we een heerlijke zuurkoolschotel bij Ben en Niesje. We praatten weer bij. Ze zaten nog midden in de opvang van hun kleindochters, soms vier tegelijk. Dat heb je als ze in de buurt blijven wonen. “Oma… mag ik wel bij jou blijven eten”, vroeg Isa dan vaak, want dan hoeft ze tussen de middag niet op en neer naar huis. De school is immers vlakbij.
Het is net als 20 jaar terug wanneer Gerard of Paul Sietse om de beurt met een vriendje bij oma van der Kolk mochten blijven eten. En natuurlijk waren ook Catharina, Gera en Arend vaak bij oma te vinden, net als tante Catrien. Moeder had altijd het liefst dat je bij haar kwam. Met recht kon je Dorpsweg 4 toen al De Zoete Inval noemen.
En.. l’histoire se repète. Na Ben en Niesje woont nu Paul Sietse er met zijn gezin. Ik weet zeker dat je ook daar altijd welkom bent.

Foto: Dorpsweg 4 en 6 ongeveer 1960

Maandag, 8. Februari 2021 - 09:47 Uur
Even terug

Dit zijn van die momenten dat je terugkijkt. Ik kwam een fotoalbum tegen van onze vakantie in 1994, net nadat we verhuisd waren naar het Schoolpad, een geweldige vakantie naar zuid- en midden Engeland en ik vroeg me ineens af of Ben en Niesje toen hadden opgepast hier. En dan komen de herinneringen aan hen zo weer binnen.
We gingen altijd graag naar Hattem, de plek waar Wim opgroeide en wij elkaar leerden kennen nadat ik er mijn eerste baan kreeg aan de van Heemstraschool. Er is in de loop der tijd wel het een en ander veranderd. Niet alleen van onze Mark, maar van ook Ben en Niesje, van Henry en moeder van der Kolk hebben we afscheid moeten nemen.
Ik moet nog wel eens denken aan onze bezoeken aan moeder Siet in Zorgcentrum De Bongerd.
Altijd was ze blij als je kwam en begon ogenblikkelijk de namen van haar kinderen en kleinkinderen te repeteren. Gek dat ze Gerard van Ben en Nies steeds oversloeg. En die is nog wel naar vader Gerard vernoemd!
Ik las haar die keer een verhaal van Garriet Jan en Annechien voor. Dat kon ze wel waarderen. Henry en Tonny brachten haar vaak een lekkere zoute haring mee en Ben en Niesje zorgden als mantelzorgers voor veel persoonlijke zaken.
Natuurlijk gingen we daarna bij Ben en Niesje kijken. Dat werd bijpraten. Ben sliep na zijn heupoperatie nog steeds beneden, want met twee krukken de trap op durfden ze niet aan.
Hij had zich strategisch bij het raam geposteerd en zag alles gaan en komen aan de Dorpsweg. ‘Kijk daar gaat Jannie Gelderman’, zei Niesje die keer. Kennen we die ook? ‘Ja da's 't er ene van de Gelderfotse’, meldde Ben toen. Ja... Hattem hè!
Niesje trakteerde ons op een lekkere warme maaltijd en toen…. was het tijd voor ‘Ontdek je rekje’, zoals een vriend van hen dat noemde als hij met zijn vrouw op zaterdagmiddag door de Kerkstraat liep met al zijn kledingzaken. Samen met Nies struinde ik die middag lekker rond, nu zo’n jaar of 12 geleden en tja…… neef Wim….. ik red het niet met twee stel kleren…. Ik liep tegen een leuk jasje aan met 70% korting. Die ging mee naar Emmen!
Ik heb nu geen idee meer welke dat was.

Foto: genomen in 2009 toen Ben nog met krukken liep i.v.m. zijn heupoperatie

Woensdag, 20. Januari 2021 - 11:31 Uur
Buren

Wim loopt er even uit. ‘Ik loop effen naor Jans, zien hoever ik kom. Anders bel ik wel en mag ie mien ophalen’.
‘Kiek maor of ze d’r bunt, noe kan et nog’. Jans en Geesje komen ook bijna nergens en zijn heel voorzichtig in hun contacten.
Onze buren wonen net zover van ons af als vroeger op de Boomgaard. Iedereen was druk en je zag elkaar vooral als je iets te vragen of te melden had. Hulp bij rouw en trouw zoals dat heet. Als er een koe moeilijk melk werd. Ik zie nu hoe raar dat klinkt voor een buitenstaander. Voor als een koe moeite heeft om het kalf geboren te laten worden, is duidelijker. Dan was er even meer mankracht bij nodig. Of als de ratten bestreden moesten worden. Ik noem maar wat. En altijd was het eerste wat gevraagd werd:’Köpken koffie?’
Maar om gewoon even bij je buren aan te gaan , zomaar voor een praatje? Dat gebeurde niet zo gauw. Ze waren ook veel te druk. Op een gemengd bedrijf zoals de meeste boeren hadden, was altijd veel werk en was het ook handig om een opoe en opa in huis te hebben. Opa Bijenhof verleende nog veel hand- en spandiensten. Opoe verzorgde de pot, het eten voor buitenstaanders, en hield een oogje op de kinderen. Bij de buren was het opoe die de meester van school ontving want moeder was mee naar het land. We hadden de eerste jaren nog een meisje voor dag en nacht, Riek, ze was een deel van ons gezin geworden. En er was een jongen uit de buurt die als knecht goed werk verrichtte.
Dat is door alle veranderingen en modernisering in de landbouw en veehouderij helemaal veranderd. Geen gemengd bedrijf meer. Een veehouder doet het alleen net als een akkerbouwer. De vrouw van de boer heeft haar eigen werk, vaak ook buiten de deur. Wel gaat alles in ’t groot anders kan het blijkbaar niet uit. En dat zag ik allemaal in één generatie gebeuren. Het doet me plezier dat er nu meer rekening wordt gehouden met de natuur. De bloemen die ik vroeger langs de weg, de slootkant en langs de rogge plukte zijn allang verdwenen en ik hoop dat we nu een omslag gaan zien in het gebruik van meststoffen en het bestrijden van zgn. onkruiden. Ik mag hopen dat het nog op tijd is. Het is al mooi dat er langs wegen weer veldbloemen gezaaid worden, wat een prachtig gezicht is.

Oudere bijdrage

Aanmelden