Weblog2

Zaterdag, 8. September 2018 - 22:39 Uur
Uit de Brieven...

Enkele stukjes uit Brieven uit Barchem. Zo heb je een idee hoe breed het schrijven is in dit geheel van brieven.

Onze bet- betovergrootvader schreef in 1904: Als ik dood ben koomt gij; maar daar heb ik dan niets aan. Daarom terwijl ik nog leev- mijne dagen zijn geteld.


Opa in 1925 aan Hanna- Veel is er wel gebeurd in dien tijd. We hebben woeste grond gekocht, Berend en ik, en na een gepolder van een jaar of 5 – 6 hebben we beiden nu een eigen plaats.

Aan de nichtjes- Maar ’t is anders toch net of het verleden jaar pas gebeurd is. Dit komt zeggen sommigen omdat wij de herinneringen van het verleden net bewaren als portretten in een album, zodat we eigenlijk het verleden in ons om dragen en net als met een album, kunnen we het verleden bekijken net waar we willen.


Herman in 1932- Vader zit naast me in zijn dagboek te schrijven. Wat waren we toch blij dat vader er was en vader niet minder. We leefden al tussen hoop en vrees dat vader het uitgesteld had daar we hem sinds zaterdag verwacht hadden. Maar gistermiddag ongeveer 3 uur kwam vader hier.
Hij is van het dorp Hartly tot hier dichtbij gereden met een postbeambte die de post van Hartly naar Melvin brengt. Vader was zover met de trein gekomen en daar die postbode daar aan de trein was en toch naar Melvin moest, hadden ze in het station tegen vader gezegd dat hij wel met die man mee kon rijden. En toen die postbode dicht bij Melvin kwam telefoonde hij dat hij vader bij zich had en dat we hem bij de grindweg zouden afhalen.


Opa aan Jo 1932- Ja dat Geertje zo afzijdig is dat spijt me wel voor jou, maar Geertje wordt er niet gelukkiger door. Ik had ( te vroeg) gedacht dat ze zachtjes aan wel zou inzien dat we niet door ’t leven kunnen dansen.
Zie maar dat je op goede voet met haar blijft.

Opa aan de nichtjes 1943 - Ik moet er dezer dagen nog wel eens aan denken dat de stadsman de boer tegenwoordig met andere ogen aankijkt dan vroeger. Vroeger was het: domme boer, lelijke kaffer, maar tegenwoordig ben je de man waar alles om draait.
Daar in Eefde, waar Hanna getrouwd is, daar krijgen ze zo’n aanloop van stadsmensen, vooral om aardappels. Vermakelijk is het als je sommige geschiedenisjes hoort. Zo houdt bv een politieman een vrouw aan. Die heeft zo’n zware tas in haar hand: ‘Zeg moedertje wat zit daar in die zware tas’. ‘Aardappels’, zegt moedertje onverschrokken. ‘Zo… zo’, zegt de politieman, ‘maar dat mag niet. Waar heb je die gehaald?’ ‘Die heb ik gehaald waar jij die ook gehaald hebt.’ Politieman af.


Jongens wat was ik indertijd verdrietig op broer Hendrik, en soms kwaad!, toen hij met de roomse Bartje wilde trouwen en r k werd.
O man o man. Maar broer heeft het me allang vergeven en begrepen dat het voor broer Johan een bittere pil moest wezen. Maar nu is alles wel goed. We kunnen mekaar nu over de kerkmuren heen, best weer de hand geven.


Gisteren moesten we met een varken naar de beer. Omdat het dier bij een vorige gelegenheid slecht wilde lopen, waren wij, Jan en ik, maar met ons beiden gegaan. We gaan daarmee naar Mokkink bij het kasteel. Maar het viel mee, het liep best..

Toen we daar kwamen dacht ik ineens aan een boodschap van Lindenschot, ik moest even naar hun radio komen kijken. En toen dacht ik: dat kan ik meteen wel waarnemen. Ik zeg tegen Jan: ‘Het varken heeft erheen best gelopen, dat doet het zeker op de terugweg ook wel, dat kun je wel alleen. Dan ga ik even bij Lindenschot langs om naar hun radio te kijken’. Wel, Jan dacht dat hij dat ook wel alleen kon.

Dus ik kwam bij Lindenschot, trek het ding zijn jas uit en toen vond ik een dode muis die waarschijnlijk kortsluiting had gemaakt en er zelf het loodje bij gelegd had. Dat was me nog niet eerder gepasseerd. Het beest er uit gegooid en nu zal het wel weer gaan denk ik.

Er wordt nogal eens gezegd: om God te vinden moet je de eenzaamheid zoeken. Alles goed en best, maar als het binnen in je niet rustig is dan heeft het je niets geholpen of je de mensen ging ontlopen. Die ondervinding heb ik tenminste. Soms kwam ik met het zoeken naar de eenzaamheid niets verder en een ander keer, midden in het mensengedoe, heerlijk harmonie met God. enz.



Woensdag, 5. September 2018 - 20:00 Uur
Brieven uit Barchem

De proefdruk is er van ‘Brieven uit Barchem’. Peter Koers en ik zijn er heel tevreden over. Nu kan er nog een laatste correctie over en dan wordt het gedrukt. Het is in een mooi A4 formaat, 82bladzijden. Van alle kanten van de wereld waarheen de Egginks uitgevlogen zijn, is er belangstelling voor. De brieven zijn uit getypt maar verschillende heb ik gescand en staan er af en toe bij net als een aantal foto’s als illustratie.
Opa’s filosofie wordt hiermee verder uitgedragen net als het sfeerbeeld van de tijd waarin hij opgroeide en de tijd dat dit alles geschreven werd.
De eerste brief is uit 1904 van rentmeester Albers, de vader van overgrootmoeder Jenneken van de Jaeger. De laatste brieven zijn omstreeks 1970 vanuit het Ei geschreven, het kippenhok bij de Boschheuvel dat ingericht was als vakantiehuisje en waar ze een tijdje woonden tot de verbouwing klaar was op de Boschheuvel.

Maandag, 3. September 2018 - 09:29 Uur
Fladdertjes

Ik was een beetje een wilde toen ik nog klein was. Altijd had ik ergens een schram. Was ik weer ergens opgeklommen en gevallen. De herinneringen van mijn kleutertijd zijn er nog: die vreselijke tandarts, ja en ook altijd blauwe plekken en geschaafde knieën.
We kregen uit Amerika de mooiste jurkjes, tante Nettie stuurde jurkjes en verdere kleding van de hele omgeving naar haar Nederlandse familie. In Nederland was de eerste jaren na de oorlog nog zo weinig te krijgen.
Wat was iedereen blij dat we na de oorlog weer contact konden hebben. In meer dan 5 jaar hadden we niets van Herman en zijn gezin gehoord en zij niet van ons. In Amerika was in 1942 Berdena geboren en in Nederland waren er heel wat neefjes en nichtjes bij gekomen. Oom Herman was na die oorlog al eens bij ons geweest na het overlijden van vader Hendrik Jan en had toen ook al het een en ander meegebracht.
Mooie jurkjes waren aan mij ook al niet erg besteed. Ik had een jurkje met fladdertjes i.p.v. een kort mouwtje. Wat vond ik dat leuk! Diny had een voetbaljurkje, zo noemden we die, rood wit gestreept met kleine pofmouwtjes. En de meest chique had ik: een roze jurkje met wit borduursel er op, geschikt voor een trouwerij, zo mooi.
Dat roze jurkje mocht ik aan toen we op een zondagmiddag naar Sophietje gingen, Sophietje Brinkerhof. Zij zat al in de vierde klas en binnenkort mochten Gerke en ik met haar mee naar school op kuikentjesdag. Dan mochten we de hele dag bij haar in de klas zitten. Sophietje was het zusje van onze buurvrouw, zodoende kende mama de familie.
Nu gingen we met z’n drieën naar de familie Brinkerhof die net als wij op een boerderij woonde, alle drie in onze mooiste kleren. Ik op mijn fiets met de blokken aan de trappers en Diny bij mama achterop. Mooi was het daar op die boerderij en toch weer anders dan bij ons op De Haar. Het was prachtig weer en wij gingen met Sophietje buiten spelen. Er was een open schuur waar allerlei wagens stonden. Het was natuurlijk helemaal mijn bedoeling niet en heb geen idee hoe het kwam maar ineens zat er zwart wagensmeer in mijn roze jurkje. Dat was meteen het einde van de visite, meteen weer naar huis. Wagensmeer, hoe krijg je dat er uit? Ik weet niet meer hoe het afgelopen is, maar het jurkje met de fladdertjes heb ik toen vaker aangehad.

Zaterdag, 1. September 2018 - 11:44 Uur
Brieven uit Barchem

Veel oude brieven zijn bewaard gebleven in de Egginksfamilie. Dat is vooral te danken aan tante Jo, Hanna en Jantje. Ook de brieven die opa stuurde aan de zusjes Eggink van de Jaeger die als kloosterzuster hun leven invulling gaf zijn terug gekomen op de Boskamp. Samen met Peter die de lay out voor zijn rekening neemt hebben die verzamelde brieven een plekje gekregen in Brieven uit Barchem. In een leren mapje, kunstig in elkaar geknutseld, die ik nog van Joop in mijn bezit heb, zaten nog aardige brieven. Een ervan was mij niet zo opgevallen maar toen ik die nog eens nalas vond ik het toch heel bijzonder. Eén meisje die met haar ouders ondergedoken had gezeten in Barchem bij de Groot Nuelends op Top, stuurde een mooie kerstwens vanuit Amerika waar ze nu met haar eigen gezin woonde. Ze herinnerde zich nog de laatste kerst in de oorlog toen tante Jo er op haar eigen manier een echte kerst van maakte. De moeite waard om nog een plekje te zoeken in het boek dat nu bijna compleet is. Peter maakt er iets moois van. Dus… wie nog interesse heeft in dit bijzondere en eenmalige boek ‘Brieven uit Barchem’, kan zich nog aanmelden op hetty@hettysite.nl. De teller staat nu al op 30 stuks.

Donderdag, 30. Augustus 2018 - 16:37 Uur
In het Nutsgebouw

Het Nutsgebouw was een bekend fenomeen in Vorden. Alle plaatselijke uitvoeringen, toneel, zang, sinterklaas enz. werden hier gehouden. Ergens begin jaren 70 is het opgedoekt. Nou ja, het kreeg een andere bestemming, ik meen de Bibliotheek. De inboedel werd verkocht en zo kwamen er ook twee stoelen bij ons terecht. Ik heb ze met zorg bruin gebeitst en ze staan nog steeds in onze slaapkamer.
Er was nog een gebouw tot nut van 't algemeen. Dat heette Irene en dat stond op het Hoge. Hier werden ook uitvoeringen gehouden. Ik weet dat we elk kerstfeest van school hier vierden en dan kregen we een boekje mee van bv. W.G. van der Hulst. Zo heb ik nog steeds: Het plekje dat niemand wist.
Tja... voor 40 cent kom je tegenwoordig nergens meer in.

Oudere bijdrage

Aanmelden